
Stel je eens voor dat een Egyptenaar of Griek of Romein zomaar twintig eeuwen vooruit kon reizen en in onze tijd belandde. En stel je even voor dat hij of zij op miraculeuze wijze ineens lezen kon en zelfs Nederlands begreep. Wat zou zo iemand vinden van deze blog? Vermoedelijk keek onze gast verbaasd op van de onderwerpskeuze. Een van de meest wezenlijke aspecten van het toenmalige leven schittert door afwezigheid: de magie.
Terwijl iedereen – uit alle lagen van de bevolking, uit alle windstreken – wel deed aan wat bekendstaat als Schadenzauber: magische handelingen om iemand in de problemen te brengen. Er waren nog andere vormen van magie, waarover zo meteen meer. Omdat magie zo extreem veelvormig en zo gewoon was, is het woord “magie” misschien ook wel verkeerd gekozen. In ons taalgebruik is het immers de valse tegenhanger van de officiële godsdienst. Wij associëren magie met de duivel, niet met het goddelijke. Maar zo’n onderscheid is in de Oudheid niet zo makkelijk te maken.
Magie voor artsen
De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere illustreert mooi dat moderne onderscheiden niet zomaar toepasbaar zijn. Hij is een rationele man, zeker, maar ondertussen wijdt hij in zijn Natuurlijke Historie regelmatig uit over magie en vermeldt hij de nodige toverspreuken. Als u last hebt van uw milt, bijvoorbeeld, moet u een schapenmilt op uw buik leggen en moet de geneesheer zeggen dat hij dit doet om u van uw miltpijn te genezen. Daarna moet de arts de schapenmilt aan het plafond van uw slaapkamer aanbrengen, met zijn ring verzegelen en nog eens drie keer negen keer herhalen dat hij dit doet om u te genezen van uw miltpijn.noot Toch is Plinius geen kwakzalver. Dit behoorde bij de officiële geneeskunde.
Technisch was dit overigens een bezwering, omdat in de toverspreuk precies wordt verteld wat de bedoeling is en wie de begunstigde. Dat is een andere vorm van magie dan exorcisme, waarbij een geest opdracht krijgt weg te gaan uit de patiënt. Hierbij moet de gebiedende wijs worden gebruikt, precies zoals gebeurt in het Evangelie van Marcus, waar Jezus tegen de Dwaas van Gerasa zegt “‘Onreine geest, ga weg uit die man!”noot
Weer een andere vorm van medische magie is de overdracht van een kwaal. Marcellus Empiricus, die u zo rond 400 na Chr. moet plaatsen, weet dat uw kiespijn overgaat als u een kikker in de bek spuugt en het dier opdracht geeft de pijn over te nemen.noot Het moet wel gebeuren in het vrije veld en op het juiste tijdstip.
Liefdesmagie
Niet alle magische praktijken hadden te maken met geneeskunde. Uit Sousse, het antieke Hadrumetum, kennen we een Latijnse inscriptie:
Alimbeu, colimbeu, petalimbeu! Maak dat het liefste van alle meisjes, Victoria, de dochter van Suavulva, verliefd op mij wordt, razend verliefd, en laat haar geen slaap vinden tot ze bij mij is!noot
De eerste drie woorden zijn representatief voor een goede toverspreuk: ze betekenen niets maar zijn ritmisch en rijmen of allitereren. Abracadabra is een ander antiek voorbeeld. Ook Aramese woorden, zoals die van de joden, golden als effectief. Hier is een voorbeeld. Palindromen waren eveneens nuttig. Je kon het effect versterken met allerlei magische karakters. In een Latijnse tekst konden dat Griekse letters zijn of tekens die je in spiegelschrift noteerde.

Schadenzauber
Bovenstaande praktijken waren eeuwenlang gangbaar. Pas in de Late Oudheid kwamen de eerste verboden. Met Schadenzauber lag dat anders. In het Romeins Recht was die al verboden in de Wetten van de Twaalf Tafelen (midden vijfde eeuw v.Chr.) en dat bleef het geval. De Karthager die dit schreef, nam een zeker risico:
Ik vraag u, die heerst over de werelden hier beneden, en ik bied u Julia Faustilla aan, de dochter van Marius, opdat u haar zo snel mogelijk komt ophalen en bij u houdt.noot
Om het kracht bij te zetten, heeft degene die de vloek uitsprak, deze twee keer opgeschreven. Zulke spreuken werden vaak op loden plaatjes gezet (defixio): het zwaarste metaal, dat het snelst naar de onderwereld zou zinken. Een paar jaar geleden is in Tongeren nog een vervloekingsplaatje ontdekt.

Hier en daar zijn andere voorbeelden. Uiteraard was er verdediging mogelijk tegen de duistere kunsten. Het opschrijven van het alfabet gold als een patent middel tegen boze geesten.
Wat ik maar zeggen wil: de antieke godsdienst heeft weinig van doen met de Olympische goden waarover je leest in de diverse handboeken, en de antieke geneeskunst draaide minder om de Hippokratessen en Galenossen dan om de exorcisten en bezweerders. De gewone Egyptenaar, Griek of Romein had zijn eigen manieren om zaken geregeld te krijgen.
Zelfde tijdvak
Herbergiersterjuni 5, 2016
De invloed van Domitianusnovember 15, 2021
Eutropius (4): De feiten vaststellenseptember 24, 2019

“Toch is Plinius geen kwakzalver.”
Natuurlijk niet. Het idee dat hieraan ten grondslag ligt is dat woorden – taal – en rituelen de natuurlijke werkelijkheid kunnen veranderen. Hoe fout ook, daar is op voorhand niets irrationeels aan.
In 2000 is in Bodegraven een loden vervloekingstabletje gevonden. Met namen van 21 soldaten en Avern. Ontcijferd door Jan Kees Haalebos, hoogleraar Romeinse archeologie, een dag voor zijn onverwachte overlijden.
Door de Bodegraafse kunstenaar Alphons van Leeuwen is een kopie van het tablet weergegeven op de hoek van het appartementencomplex te Oud Bodegraafseweg te Bodegraven. Te zien via Google Maps, naast de Albert Heijn, tegenover nummer 14c.
Dat verklaart mogelijk waarom zoveel antieke graffiti in Pompeii gewoon uit (de eerste letters van) het alfabet bestaat.
Plinius “probeert weliswaar hier en daar kritisch te zijn, maar houdt dat nooit lang vol. Een mooi voorbeeld is het begin van boek 30: de eerste hoofdstukken vormen een scherpe aanval op de magie, maar even later somt hij braaf de meest waanzinnige remedies tegen tandpijn en andere kwalen op.” (Knecht en Stroobandt: De literatuur van de Romeinen)
Schadenzauber is ook populair bij de wagenrennen: https://faculty.georgetown.edu/jod/apuleius/renberg/DT237.HTML
Benieuwd wie er vanmorgen een loden vloektablet in onze computers deed.
“Toch was Plinius geen kwakzalver. behoorde bij de officiële geneeskunde.”
Dat vond ik net als FrankB een interessante passage om verder over na te denken. Bijvoorbeeld: wie noemen we vandaag een kwakzalver? Iemand wiens praktijken gestoeld zijn op wetenschappelijk onderzoek? Of iemand wiens praktijken terugbetaald worden door de ziekenkas (zo heet dat in België)? Dat is niet hetzelfde.
Ik ben geen kenner, maar voor zover ik weet zijn osteopatie en chiropraxie geen van beiden theoretisch onderbouwd volgens de wetenschappelijke methode, wel “alternatieve” geneeskunden. Chiropraxie heeft echter een statistisch aantoonbaar effect, terwijl ostheopatie niet boven het placebo-effect uitstijgt. Beide worden wel terugbetaald, in tegenstelling tor Reiki. Wat is nu kwakzalverij?
Relevanter in dit hoekje van Internet: wat bedoel je met officiële geneeskunde ten tijde van Plinius?
Zeker wanneer men wil gaan besparen in de gezondheidszorg, omwille van de uit de pan swingende kosten voor de vergrijzing, zou men alles wat niet evidence-based is mogen schrappen qua terugbetaling. Dat zou al een heuse slok op de borrel schelen, net als homeopathie trouwens.
Magische geneeskunst lijkt me van alle tijden als je niets beters hebt. In Ghana (en elders) kunnen je voorouders je nog steeds met ziekte straffen, zodat je naar de traditional healer moet om weer met ze in het reine te komen. Maar ik herinner me een mooi beeldje uit de oudheid van een jongeman die iets uit zijn voetzool haalt, waarschijnlijk een splinter, daar heeft hij geen magie voor nodig.
……..
Wat de situatie nu in Nederland betreft, in principe is wat hier in ziekenfonds zat en nu in basisverzekering zit, wetenschappelijk bewezen geneeskunde (de praktijk is echter weerbarstig).
Wat niet in wettelijk verplichte basisverzekering zit, kan door een zorgverzekeraar aanvullend verzekerd worden. Zoals alternatieve behandelwijzen, waarvan sommige (bv. chiropractie) betere papieren hebben dan andere (bv. osteopathie).
Toevallig freewheelde ik recent een beetje over dit thema (magie en bij uitbreiding het bovennatuurlijke), na het lezen van het boek van Carlos Eire “They flew”, dat als casestudies voornamelijk gaat over levitaties bij religieuzen in de 16de-17de eeuw…
Hij doctoreerde ook over het thema. Ik zelf ben een filosofisch materialist en heb en had dan ook lang de neiging er meewarig over te doen… Misschien vertel ik onzin, maar eigenlijk zou je die zaken ook moeten kunnen duidelijk meenemen in de historiografie of toch alleszins in de hermeneutiek? Ik wil zeggen als het in de perceptie van de mensen in de oudheid of middeleeuwen een realiteit was, heeft dat ook repercussies voor de manier waarop bijvoorbeeld besluiten genomen worden enzovoort… Het kunnen aldus misschien af en toe onopgemerkte ‘drijfveren’ zijn…
Bij legers (uit de vroegmoderne tijd) lijkt nooit serieus sprake van het toepassen van magie te zijn geweest.. heel gek…of juist niet…?
Pingback: De linke weekendbijlage (29-2024) - Kloptdatwel?