Faits divers (50)

Zomaar een mooie foto van Athene (rond 1900)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met ook deze keer weer enkele niet-samenhangende berichtjes.

Het Antikythera-mechanisme

Het Antikythera-mechanisme was een mechanische rekenmachine annex planetarium waarmee onder meer zonsverduisteringen en de data van de diverse Griekse atletiekwedstrijden konden worden berekend. Het is gevonden op een scheepswrak bij de Peloponnesos en is maar gedeeltelijk bewaard, zodat niet helemaal duidelijk is hoe het voorwerp precies gereconstrueerd zou moeten worden. Dat neemt niet weg dat er verschillende knappe voorstellen zijn gedaan en dat instrumentmakers reconstructies hebben gebouwd. Sinds kort is er ook een in eigen land, en daarover leest u hier meer.

Lees verder “Faits divers (50)”

Een plakboek met archeologieplaatjes

In een eerder leven was ik bestuurslid van een stichting die het erfgoed uit de Romeinse tijd – dus Ambiorix, Velzeke, de terpen, het meisje van Yde, het badhuis in Heerlen, Nijmegen, Nehalennia, de Taalgrens, Dorestad… – moest “promoten”. Eén van de ideeën die ik destijds inbracht was om met een supermarktketen te praten over Romeinenplaatjes. Kinderen kunnen bij de boodschappen immers altijd plaatjes krijgen van dinosaurussen, voetballers of de menagerie van Freek Vonk; waarom zouden wij dit middel niet gebruiken om ze iets mee te geven over hun verleden? Het Jeugdjournaal zou een item kunnen maken, musea zouden kinderen op vertoon van een vol plaatjesboek het niet in de supermarkt verkrijgbare superduperplaatje kunnen geven… enfin, u kunt zelf bedenken welke mogelijkheden tot synergie er zijn.

Sigarettenplaatjes

Mij leek het voor die stichting een goed idee. We hadden een ingang bij een supermarktketen in het Rijk van Nijmegen, we kenden mensen bij musea, we kenden iemand van het Jeugdjournaal. Desondanks is het er nooit van gekomen. Misschien is dat jammer, want ik weet sinds een tijdje dat het project uitvoerbaar zou zijn geweest. Het is namelijk eerder gedaan. Een bevriende archeoloog deed me onlangs een plakboek cadeau waarin iemand Britse sigarettenplaatjes had verzameld. Zoals ik het begrijp was sigarettenfabrikant W.D. & H.O. Wills in 1887 een van de eersten die een product verkocht met verzamelkaarten. Onderwerpen: rugby, vlinders, soldaten uit het Britse leger, cricket, grote schrijvers, vliegtuigen, voetbal, schepen & zeelieden, vogels en (vanaf 1938) “air raid precautions”.

Lees verder “Een plakboek met archeologieplaatjes”

Vragen rond de jaarwisseling (2)

De niet zo grote volksverhuizingen

Twee weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze beantwoorden. Nadat we gisteren het “klassieke” deel van de oude wereld hebben bekeken, nu de fascinerende Late Oudheid.

Maar wat kunnen we nu echt weten van de laatantieke migraties?

We weten dat de vijfde eeuw gewelddadig is geweest, maar of dit kwam door grootschalige migratie, is niet helemaal duidelijk. Dat de bronnen erover schrijven, wil alleen maar zeggen dat de auteurs er belang in stelden, maar we lezen inmiddels wel dieper en herkennen beter wat ze niet zeggen. Veel van wat oudhistorici als migranten hebben getypeerd, waren feitelijk opstandige Romeinse legeronderdelen. Alarik was geen barbaar die de vijandelijke hoofdstad plunderde, maar een Romeinse officier met politieke eisen in de richting van zijn superieur.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

Museum Dorestad heropend (2)

Munt uit Dorestad (Teylersmuseum, Haarlem)

[Tweede deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

En de Germanen dan?

Hier zijn echter vraagtekens te plaatsen. Al vanaf de vroege zestiende eeuw staan in het Nederlandse geschiedbeeld de Germanen centraal. Het hertogdom Gelre, al snel gevolgd door de Republiek, identificeerde zich met de Bataven; de bewoners van de noordelijke gewesten noemen zich nog altijd Friezen; een krant uit Twente noemt zich Tubantia; tal van gemeentes beschikken over Chamavenstraten, Frankenwegen of Saksenlanen; er is een ware industrie van Batavia’s, Batavi Droogstoppels, Batavus-fietsen en Batavier-bieren.

Vreemd is deze identificatie met het Germaanse verleden niet: het Nederlands stamt immers af van het Frankisch, het christendom kwam hier aan in de Frankische tijd, de oudste laag van onze literatuur stamt uit die tijd en de Rotterdamse havens gaan via Dordrecht terug op – daar zijn we! – het Frankische Dorestad. Nederland wortelt in een Germaans verleden, maar dat verleden heeft een dubbele handicap, namelijk dat het enerzijds moeilijk beleefbaar valt te maken (wie van u bezocht Erve Eme in Zutphen?) en anderzijds nogal unzeitgemäβ is in het zich verenigende Europa.

Lees verder “Museum Dorestad heropend (2)”

De ruiter van Hornhausen

De Ruiter van Hornhausen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Een van de redenen waarom ik al jaren naar het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle wilde, was het bovenstaande reliëf. Het stond ook op het boekje met Germaanse heldensagen dat ik een kleine halve eeuw geleden heb gelezen, en sindsdien fascineert het me. Het valt me moeilijk bij het zien ervan niet te denken aan Siegfried, Hildebrand of Beowulf. Eenmaal in Halle realiseerde ik me dat die betoverende verhalen me ervan hadden weerhouden uit te vogelen wat voor reliëf dit eigenlijk was.  In mijn gedachten was het “dat reliëf” van “die Germaanse ruiter”. De auteur van het boekje over de Germaanse heldenliederen schreef dat het Wodan was.

Het reliëf, in 1874 ontdekt bij Hornhausen (vlakbij Maagdenburg), stelt inderdaad een ruiter voor, voorzien van helm, speer, zwaard, schild en broek. De helm zou van hetzelfde type kunnen zijn als die uit Sutton Hoo, dus met een volledige bedekking van het gezicht, maar dat is niet goed uit te maken. Er is geen stijgbeugel. Het paard is nogal groot. Recht onder het dier lijken drie horizontale lijnen te staan, maar als je goed kijkt, zie je dat het een enorme slang is, wiens levenloze kop rechtsonder naar beneden afhangt, in het onderregister, dat is versierd met een vlechtwerk van slangen. Dit wordt vanouds uitgelegd als het “binden” van het kwaad, wat natuurlijk wel past bij de gedode slang onder de paardenvoeten. Er is ook een bovenregister geweest, waarvan alleen nog wat voeten zijn te zien.

Lees verder “De ruiter van Hornhausen”

Het koninkrijk van de Thuringers

Christelijke helm uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Het koninklijk huis van de Thuringers, warover ik het in het vorige blogje had, gaat terug op ene Bisin, die rond het midden van de vijfde eeuw leefde. Die naam – niet per se een herinnering aan de persoon – keert eveneens terug in de middeleeuwse plaatsnamen Bisinstede en Bisiniburg, het huidige Beesenstedt en Bösenburg, niet ver van de Elbe, waar archeologen een nederzetting hebben gevonden die ze identificeren als de burcht van een edelman.

Bisin

Misschien was “Bisin” wel een titel, want we lezen bij Gregorius van Tours over een vorstin Besina of Basina, die eerst met Bisin was getrouwd, maar hem rond 461 zou hebben verlaten om te trouwen met de Frankische vorst Childerik.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 2.12. Ze was de moeder van Clovis.

Lees verder “Het koninkrijk van de Thuringers”

De Thuringers

Germaans graf uit Reuden (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Voor de oudheidkundige vormen de Germanen een probleem. Hij beschikt over de archeologische vondsten van onder meer de Jastorf-cultuur, die een IJzertijdcultuur documenteren die, in materieel opzicht, eenvoudiger was dan de aangrenzende La Tène-cultuur (“de Kelten”). Hij beschikt over Germaanse teksten, maar die zijn ontzettend laat. Ze documenteren vooral laatantieke visies op een verleden dat niet alleen legendarisch is maar ook destijds al gold als hypothetisch. En de oudheidkundige beschikt over Griekse en Romeinse bronnen, die altijd datgene weergeven wat de auteurs zelf wilden vertellen, en niet per se een compleet of zelfs maar representatief beeld bieden. Kortom, de Germanen zijn leuk.

Woonplaats

Eén van de problemen is de landkaart. Uit diverse auteurs kennen oudheidkundigen de namen van enkele stammen uit het land ten oosten van de Rijn en ten noorden van de Donau. De wereldkaart van de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios van Alexandrië biedt de coördinaten van enkele plaatsen, en de geografische breedte is doorgaans redelijk accuraat, maar de lengte is dat niet. Belangrijker echter is dat de de verzameling namen verwijst naar diverse tijdstippen en bovendien vrijwel zeker incompleet is. Als een archeoloog dus beweert

deze vondsten zijn van de Thuringers,

bedoelt hij eigenlijk

deze vondsten zijn gedaan in een gebied waarvan we feitelijk niet weten wie er woonden maar waarop we vooralsnog het etiket “Thuringers” plakken omdat die naam nu eenmaal beschikbaar is en omdat in de buurt een Duitse regio ligt die sinds de Middeleeuwen “Thüringen” heet.

Het cruciale woord in de voorgaande volzin is “vooralsnog”: de uitspraak is ad hoc, zoals alle oudheidkundige kennis. Het is de beste hypothese om van de onvolledige en ambigue informatie chocola te maken. Aan vondsten die uit zichzelf niet zeggen aan wie ze toebehoorden, koppelen we een naam uit de verzameling waarover we beschikken. Het is weinig méér.

Lees verder “De Thuringers”

Halle, Landesmuseum für Vorgeschichte

De Ruiter van Hornhausen

Vorige maand was ik in Saksen, waar ik Dresden en Leipzig bezocht. Vanuit die laatste stad brengt de trein je in twintig minuten naar Halle, dat een beroemd Landesmuseum für Vorgeschichte heeft. Het is inderdaad verbluffend.

Om te beginnen zijn er de topstukken. Het beroemdst is de Hemelschijf van Nebra, maar ook de Ruiter van Hornhausen mag er zijn. Vrijwel alle voorwerpen staan mooi opgesteld, goed in het licht, zodat je ze van alle kanten kunt bekijken. De uitzondering is, gek genoeg, de Hemelschijf, die in het aardedonker staat en eigenlijk ook geen beste uitleg krijgt. De expositie in Assen deed het bijzondere voorwerp meer recht.

Lees verder “Halle, Landesmuseum für Vorgeschichte”

Hercules Magusanus

Hercules Magusanus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Hercules Magusanus geldt als een van de belangrijkste goden van de Bataven. Dat zegt althans iedereen, maar er zijn haken en ogen. Dat iets goed is gedocumenteerd, wil vanzelfsprekend niet zeggen dat het belangrijk was. Maar na deze en nog wat andere kentheoretische slagen om de arm, moeten we maar denken dat Hercules Magusanus een belangrijke Bataafse godheid is geweest.

Hercules Magusanus

Toen ik u in december uitnodigde voor de oudejaarsvragen, kreeg ik voor het eerst de vraag voorgelegd waar Magusa lag. De normale lezing van “Hercules Magusanus” is immers dat het de halfgod Hercules was, zoals die werd vereerd met de rituelen van Magusa. De vraag verbaasde me omdat ik niet beter wist dan dat Hercules Magusanus een zogeheten syncretisme was: twee goden die aan elkaar werden gelijkgesteld, zoals Apollo Grannus en Mars Lenus. Dat ik niet beter wist, betekent natuurlijk niet dat Hercules Magusanus ook werkelijk een syncretisme was. Er zijn volop goden die een plaatsnaam hebben als bijnaam. Zo is Hercules Deusoniensis de Hercules van Deuso. Kortom, het was een goede vraag.

Lees verder “Hercules Magusanus”

Museum Dorestad

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Deze blog bestaat vandaag veertien jaar en dat vier ik met het 500e blogje in onze reeks museumstukken. Dat moet natuurlijk een bijzonder museumstuk zijn, maar het is niet de helm hierboven. Ik blog over het museum waar die helm eigenlijk hoort te zijn, en wellicht nog eens komt. Alleen is dat museum nog niet geopend: het is Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede.

Ik blog daarover omdat een museum, waar ze artefacten tonen, ook zelf een artefact is. Ik heb eerder weleens geblogd over de landkaart van Italië die je kunt zien in het Museo della civiltà romana in Rome, en zo kun je ook kijken naar het museum waar de vondsten uit Dorestad te zien zullen zijn. Ik sprak erover met conservator Luit van der Tuuk.

Lees verder “Museum Dorestad”