De Germanen (6) Religie

Metalen godsbeeldje edelsmeedwerk  (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

[Dit is het laatste van zes blogjes over de oude Germanen. Het eerste was hier.]

Er zijn nog twee met elkaar verwante onderwerpen die ik ter afronding van deze reeks blogjes wil bespreken: de Germaanse religie en de “archaic survivals”. Over het eerste weten we te weinig en dus roepen wetenschappers het tweede in, maar ook daarmee zijn problemen. En om het helemaal complex te maken zijn er allerlei versteende theorieën die inmiddels niet meer als hypothese worden herkend en gelden als feit. Zo werd ooit gedacht dat alle religie was ontstaan als de verering van natuurkrachten, hoewel dat ten dele christelijke polemiek is (“alleen het monotheïsme is een zuivere religie, de heidenen vereerden valse goden zoals natuurverschijnselen”). De notie blijft echter terugkomen, en niet alleen in de germanistiek.

Ter zake nu. Wat weten we wel? Ik denk het volgende.

Lees verder “De Germanen (6) Religie”

De Germanen (5) Cultuur

Een gereconstrueerde Germaanse boerderij (Archäologisches Freilichtmuseum, Oerlinghausen)

[Dit is voorlaatste van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

Het moge na de vorige blogjes duidelijk zijn dat “de” Germanen vooral hebben bestaan in de fantasie van de Romeinen. Die spraken over een onbeschaafde krijgerscultuur, terwijl ze in de praktijk wisten dat degenen met wie ze vochten, verdragen sloten en handel dreven, niet één volk vormden, maar een verzameling van verschillende stammen met verschillende levenswijzen. De Germanen tussen Rijn en Weser hadden een veel gevarieerder cultuur dan de Elbe-Germanen, terwijl de Germaanse talen uit het oosten (zoals het Gotisch) verschilden van het noordelijke Germaans. In het zuiden hadden Germaanse groepen zich gevestigd tussen de eerdere, Keltische groepen.

Het is dus gevaarlijk bloggen over “de” Germaanse cultuur. Daar komt nog bij dat er tussen de Jastorf-cultuur en de Late Oudheid volop veranderingen zijn opgetreden: wat bij de Germanen (ietwat misleidend) bekendstaat als de “Romeinse IJzertijd”, is feitelijk een proces, een ontwikkeling van een egalitaire naar een meer hiërarchische samenleving.

Lees verder “De Germanen (5) Cultuur”

De Germanen (4) Meer geschiedenis

Germaans krijgersgraf (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje had ik een begin gemaakt met een geschiedenis van de Germanen, een geschiedenis die grotendeels een geschiedenis is die door Romeinse auteurs wordt verteld. Maar die vertelden niet altijd de hele waarheid. Eén factor die ze niet lijken te hebben herkend, is dat de Elbe-Germanen de andere groepen wat opduwden richting Rijn.

Romeinse controle

Je kunt ook zonder legers een land beheersen, en dat was Romes nieuwe beleid voor de regio tussen Rijn en Donau. Het is grappig dat er enerzijds een culturele discussie was over “de Germanen”, die konden worden gepresenteerd als nobele wilden en als degenen tegen wie een Romeinse man kon bewijzen wie ’ie was, terwijl het concrete beleid was gericht op samenwerking met losse stammen of volken – dus niet “de Germanen”, maar de Chamaven, de Bructeren of zo. Rome wees leiders aan, stamkrijgers dienden in de Romeinse legers, en er was handel. Publius Cornelius Tacitus zegt ergens tussen neus en lippen door dat de Germanen het meeste hielden van “de oude munten” en dus voldoende wisten om te herkennen dat de Romeinen met het zilvergehalte sjoemelden. De Germaanse kooplieden wisten heel goed wat ze deden.

Lees verder “De Germanen (4) Meer geschiedenis”

De Germanen (3) Geschiedenis

Germaans edelsmeedwerk (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)[Dit is het derde van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

Ik heb eergisteren en gisteren aangegeven dat de Germanen kort voor 100 v.Chr. hun opwachting maken in de geschiedenis, die destijds vooral door Grieken en Romeinen werd geschreven (een ergerlijk bezwaar tegen deze blogjesreeks, overigens). De Mediterrane auteurs verwijzen doorgaans naar de Jastorf-cultuur, waar de Germaanse talen vanouds werden gesproken en vermoedelijk zijn ontstaan. Ook vertelde ik dat deze cultuur en talen zich vanaf pakweg 250 v.Chr. begonnen te verspreiden. De regio van de Germaanse talen valt niet precies samen met de Jastorf-cultuur en die valt weer niet samen met de regio die de Romeinen aanduidden als Germania.

Ik heb weleens de indruk dat archeologen en taalkundigen bij het trekken van conclusies naar elkaar kijken, wat natuurlijk alleen maar goed is, maar het gevaar met zich meebrengt dat de asymmetrie van het bewijsmateriaal wordt verwaarloosd. Desalniettemin is dat precies wat ik nu ook ga doen: de indruk wekken dat er vijf zones zijn, die zowel talig als archeologisch zijn te identificeren. Dat is ook niet helemaal onwaar, maar onwelvallige nuances vallen zo weg. Maar goed, dit is maar een blog en ik doceer geen germanistiek in Göttingen.

Lees verder “De Germanen (3) Geschiedenis”

De Germanen (2) Gradaties

Tacitus’ Germania (Landesmuseum, Bonn)

[Dit is het tweede van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

Ik heb in het vorige blogje verteld dat de Germanen rond 100 v.Chr. voor het eerst opduiken in het overgeleverde deel van de Grieks-Romeinse literatuur en dat er in die tijd een zuidwaartse migratie plaatsvond vanuit Denemarken en de Noord-Duitse Laagvlakte. Dit is te bewijzen aan de hand van de historische taalkunde, waar ik nog even mee verder ga. Ik zal vertellen dat de regio waar men Germaans sprak, niet samenvalt met de regio die de Grieken en Romeinen “Germania” noemden. Ze valt trouwens ook niet samen met de Germaanse archeologische culturen, en ook daarover wil ik het hebben.

De grenzen van Germania

Als de zuidgrens van Germania hebben de Griekse en Romeinse auteurs altijd de Donau aangewezen. Dat was al zo ten tijde van Poseidonios van Apameia en voor zover ik weet heeft geen enkele antieke geograaf er ooit anders over gedacht. Ten zuiden van de rivier lagen Keltische staten als Raetia (zeg maar Baden-Württemberg) en Noricum (zeg maar Beieren): twee gebieden die voor zover ik weet niemand ooit Germaans heeft genoemd.

Lees verder “De Germanen (2) Gradaties”

De Germanen (1) Herkomst

Romeins portret van een Germaan (British Museum, Londen)

Het is met de Germanen zoals met de Kelten: begripsverwarring. Soms verwijst de naam naar degenen die door de Grieken en Romeinen zo werden aangeduid. Soms is verwezen naar de bewoners van een bepaald gebied, “Germania”. Soms is verwezen naar de sprekers van een bepaalde taal. Ik sla nog het een en ander over, maar dit is duidelijk: zoals de Kelten zichzelf geen Kelten noemden, zo wisten de Germanen niet dat ze Germanen waren. Dit alles geldt overigens voor wel meer antieke volken.

Ik wil nu zes blogs wijden aan de Germanen. Ik wil vandaag iets vertellen over de herkomst van het idee dat er überhaupt Germanen bestonden en zal daarna ingaan op het onderzoek – eerst de historische taalkunde. Daarna behandel ik dan de geografie en archeologie, en is, hoop ik, duidelijk waarom de geografische begrenzing lastig is en er eigenlijk gradaties van Germaansheid zijn. Ik vermeld dan in een derde blogje wat historische gebeurtenissen (zoals de slag in het Teutoburgerwoud) vervolg met meer geschiedenis, en ik rond af met een schets van de Germaanse cultuur, met speciale aandacht voor religie.

Lees verder “De Germanen (1) Herkomst”

Drenthe: het Meisje van Yde

Het Meisje van Yde (Drents Museum, Assen)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Meisje van Yde

Yde is een Drents dorpje halverwege Groningen en Assen. In 1897 is daar bij een vennetje het stoffelijk overschot gevonden van een jonge vrouw, die tijdens haar leven gebocheld was en mank liep. Ze was nog geen anderhalve meter lang en daarom heet ze het Meisje van Yde. Ze was blond maar deels kaal, ze was gewikkeld in een versleten mantel, ze had een steekwond bij het linker sleutelbeen en om haar nek was een koord dat driemaal rond was gebonden en aan de linkerzijde vastgeknoopt.

Lees verder “Drenthe: het Meisje van Yde”

Groningen: Ezinge

Weefgewichten (Wierdeninformatiecentrum, Ezinge)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Ezinge

Laten we er geen doekjes om winden: bovenstaande voorwerpjes zijn visueel niet heel aantrekkelijk. Het zijn weefgewichtjes, die in een weefgetouw onderaan de scheringen hingen. Archeologen moeten er tienduizenden hebben opgegraven, want het maken van textiel is natuurlijk iets van alle oude beschavingen. Ik heb eens ergens gelezen dat mensen al in het Paleolithicum plantenstengels vlochten, dat men in het Neolithicum draden leerde spinnen en dat de eerste weefgetouwen zo rond 5000 v.Chr. zijn gebouwd. Of dat klopt, laat ik in het midden; waar het om gaat is dat de weefgewichtjes uit Ezinge volkomen normaal waren.

Lees verder “Groningen: Ezinge”

Faits divers (50)

Zomaar een mooie foto van Athene (rond 1900)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met ook deze keer weer enkele niet-samenhangende berichtjes.

Het Antikythera-mechanisme

Het Antikythera-mechanisme was een mechanische rekenmachine annex planetarium waarmee onder meer zonsverduisteringen en de data van de diverse Griekse atletiekwedstrijden konden worden berekend. Het is gevonden op een scheepswrak bij de Peloponnesos en is maar gedeeltelijk bewaard, zodat niet helemaal duidelijk is hoe het voorwerp precies gereconstrueerd zou moeten worden. Dat neemt niet weg dat er verschillende knappe voorstellen zijn gedaan en dat instrumentmakers reconstructies hebben gebouwd. Sinds kort is er ook een in eigen land, en daarover leest u hier meer.

Lees verder “Faits divers (50)”

Een plakboek met archeologieplaatjes

In een eerder leven was ik bestuurslid van een stichting die het erfgoed uit de Romeinse tijd – dus Ambiorix, Velzeke, de terpen, het meisje van Yde, het badhuis in Heerlen, Nijmegen, Nehalennia, de Taalgrens, Dorestad… – moest “promoten”. Eén van de ideeën die ik destijds inbracht was om met een supermarktketen te praten over Romeinenplaatjes. Kinderen kunnen bij de boodschappen immers altijd plaatjes krijgen van dinosaurussen, voetballers of de menagerie van Freek Vonk; waarom zouden wij dit middel niet gebruiken om ze iets mee te geven over hun verleden? Het Jeugdjournaal zou een item kunnen maken, musea zouden kinderen op vertoon van een vol plaatjesboek het niet in de supermarkt verkrijgbare superduperplaatje kunnen geven… enfin, u kunt zelf bedenken welke mogelijkheden tot synergie er zijn.

Sigarettenplaatjes

Mij leek het voor die stichting een goed idee. We hadden een ingang bij een supermarktketen in het Rijk van Nijmegen, we kenden mensen bij musea, we kenden iemand van het Jeugdjournaal. Desondanks is het er nooit van gekomen. Misschien is dat jammer, want ik weet sinds een tijdje dat het project uitvoerbaar zou zijn geweest. Het is namelijk eerder gedaan. Een bevriende archeoloog deed me onlangs een plakboek cadeau waarin iemand Britse sigarettenplaatjes had verzameld. Zoals ik het begrijp was sigarettenfabrikant W.D. & H.O. Wills in 1887 een van de eersten die een product verkocht met verzamelkaarten. Onderwerpen: rugby, vlinders, soldaten uit het Britse leger, cricket, grote schrijvers, vliegtuigen, voetbal, schepen & zeelieden, vogels en (vanaf 1938) “air raid precautions”.

Lees verder “Een plakboek met archeologieplaatjes”