
Het leukste van het bezoek aan een ‘nieuwe’ stad is een kaart maken met het plaatselijk belang, dan de boekwinkels, de tweedehands boekwinkels en de musea. Dat levert altijd verrassingen op. Zo waren wij laatst in Bourges, en wat een leuke stad is dat. In de eerste plaats natuurlijk de kathedraal die op elke kaart hoort te staan met de bovenaards mooie ramen.
Maar dan. Als je er op een dag bent dat alleen het stadspaleis van Jacques Coeur open is, en de rest dicht, dan ga je na dat bezoek naar het Muséum d’histoire naturelle. Het museum ligt op een moeilijk te vinden locatie in een buitenwijk. In eerste aanblik is het vooral educatief gericht, met een rez-de-chaussée-rondleiding door het menselijk lichaam. Op de eerste verdieping wordt de inrichting van het museum leuker met paleontologie, mineralogie, met verwijzing naar de negentiende-eeuwer Georges Cuvier, en de twintigste-eeuwer Gabriel Fouchier, die een dubbelfunctie had als én ‘monseigneur’, religieuze functionaris, in Bourges, én wetenschappelijk directeur van het museum. Deze functies beten elkaar niet in zijn persoon. Integendeel, zijn persoonlijke collecties kwamen in het museum terecht en hij had een belangrijke rol in het uitbreiden van de collectie. Hij werd tenslotte in dankbaarheid ook naamgever van het museum.
Hans en Parkie
Ga je dan vanaf de tweede verdieping van het hoofdgebouw naar de annexe, dan is daar op de de rez-de-chaussée de afdeling opgezette dieren. Het meest opvallende dier is een grote zwarte opgezette olifant, en dat blijkt Hans te zijn. Het verhaal van Hans is fascinerend.
Een medewerker van het museum, Philippe Candegabe, heeft er een geweldig boek van gemaakt, L’incroyable histoire de l’éléphant Hans (2016). Hans is gestorven in 1802 en had toen een veelbewogen leven achter zich. Hij was als babyolifant, samen met een vrouwelijk exemplaar, Parkie, in 1786 gevangen op Ceylon, en per schip naar Nederland vervoerd als cadeau voor stadhouder Willem V. Willem had een privé-menagerie bij ‘Het Loo’ in Apeldoorn, waar Hans en Parkie tenslotte terecht kwamen. Zo’n menagerie was deels prestige, deels wetenschap, maar vooral ook vermaak. In het kader wetenschap was de anatoom Petrus Camper de grote man, en er zijn nog een paar prachtige tekeningen van Hans van de hand van Camper, die nu nog zijn te vinden in de collectie van het Rijksmuseum. Een daarvan siert de omslag van het boek van Candegabe.
Roof
Candegabe beschrijft de contemporaine Ceylonese omstandigheden en de politieke omstandigheden van Willem, en tenslotte de persoonlijke omstandigheden van Hans en Parkie, met veel oog voor detail. De rust van Hans en Parkie wordt in 1794 verstoord als het wetenschappelijk roofteam uit Parijs uit naam van overwinnaars in de Eerste Coalitieoorlog de openbare collecties in de Nederlanden komt plunderen en de buit naar Parijs versleept. Het bekendste voorbeeld is de mosasaurus uit Maastricht.
Men komt echter ook in Apeldoorn om Hans en Parkie af te voeren, en dat levert een aantal treurige en hilarische scenes op. Hans en Parkie willen niet afzonderlijk vervoerd worden. Er wordt geprobeerd om Hans te verdoven met een teil wijn, en dat levert wat onduidelijk resultaat op. Tenslotte komen beide olifanten in Parijs en bleven daar samen nog een aantal jaren, bestudeerd door tekenaars, wetenschappers als Cuvier, en vooral door veel nieuwsgierig publiek.
Als ze in een periode wat somber overkomen wordt er ook een concert voor de olifanten georganiseerd, en de reactie op de verschillende muziek wordt onderzocht. Het lijkt alsof vooral Parkie er van geniet.
Hoe zet ik een olifant op?
Als Hans na een korte ziekte in 1802 overlijdt is Parkie ontroostbaar en huilt. Toch zal zij (‘le veuvage de Parkie’) pas vijftien jaar later overlijden, en dan na haar dood hetzelfde lot als Hans ondergaan, dissectie door Cuvier en nauwkeurige verslaglegging met ook tekeningen van dit proces door deskundige tekenaars. Er werd besloten om Hans op te zetten en dat was een procedure waar nog niet veel ervaring mee was als het om een zo’n groot dier ging. Aan het opzetten werd veel zorg besteed om het resultaat er zo natuurlijk mogelijk uit te laten zien, en na twee jaar was het klaar. Hans en Parkie worden tenslotte, opgezet, weer verenigd in het Cabinet van het Jardin des plantes waar ze in een opstelling met een aantal andere grote dieren decennia blijven staan.
In 1931 viel de beslissing dat de opstelling van de afdeling zoölogie van het nationaal museum vernieuwd moest worden. De onderdelen van de opstelling werden aan de verschillende kleinere Franse musea aangeboden. Gabriel Foucher is er snel bij en meldt zich voor Hans. Zo belandt Hans in 1932 in Bourges, maar door de verplaatsingen eerder, en de verplaatsingen die nog zullen volgen in Bourges, gaat Hans’ conditie achteruit, zodat in 1989 een uitgebreide restauratie noodzakelijk is. In de jaren negentig besloot men herkomstonderzoek te doen van Hans, wat resulteerde in het fascinerende verslag van Candegabe.
In 2028 zal Bourges culturele hoofdstad van Europa zijn en daar wordt nu al hard aan gewerkt. Het is de moeite waard om ook Hans te bezoeken.
[Een gastbijdrage van Dirk Herderschee. Dank je wel Dirk!]
Zelfde tijdvak
Het Ottomaanse Rijkapril 26, 2015
De Brusselse Nehalenniajanuari 24, 2019
Friedrich August Wolf en de Altertumswissenschaftseptember 7, 2020

Wat een fantastisch verhaal Dirk, dank je wel!
Bij de rondleiding door het Paleispark van het Loo wordt nog steeds het verhaal van Hans en Parkie verteld. Ook de stallen die speciaal gebouwd werden (met extra brede deuren) zijn er nog. Enja, de rondleiders willen Hans terug
Heerlijk verhaal.
Jammer dat ze niet meer bij elkaar mochten zijn.
Weet u ook waar Parkie gebleven is?
Inderdaad, is Parkie nog in Parijs?
Volgens NRC waren delen van Hans en Parkie tijdelijk in 1994 te zien in Teylers.
In 2021 waren in het Waterspoorpark in Voorburg 2 olifanten silhouetten te zijn, staken waterobjecten, die H&P moesten voorstellen. Ik weet niet of die er nog zijn.
Die silhouetten zijn er nog. Kijk maar hier:
https://www.google.com/maps/place/”t+Loo’/@52.0818036,4.3562978,42m/data=!3m1!1e3!4m6!3m5!1s0x47c5b7a54325a2cf:0x4f8c72e0f8573b5!8m2!3d52.0795575!4d4.3586392!16s%2Fg%2F12hn0ck3w?entry=ttu
Dirk stuurde me de antwoorden op jullie vragen.
Waar is Parkie gebleven?
Volgens het boek van Candegabe zijn Hans en Parkie in 1930 in Parijs uit elkaar gegaan. Parkie bleef achter in Parijs en figureerde alleen in een opstelling. In 1994 was zij niet meer terug te vinden in een openbare tentoonstelling. Ze is mogelijk in de opslag, maar de meningen lopen uiteen of het dan echt Parkie betreft. Haar identiteit is verloren gegaan en er is nooit wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Misschien dus nog in een opslag ergens in Parijs.
Teyler’s Museum
Bij Hans en Parkie heeft Cuvier alle botten verwijderd en het kan zijn dat die separaat in Teyler’s te zien zijn geweest, en een combinatie met de prachtige tekeningen van Petrus Camper ligt dan voor de hand. De opgezette olifanten zijn nooit uit Frankrijk geweest, en hun identiteit is pas recent weer onderzocht (Parkie niet dus)
Ik weet niet of er eerder in Nederland aandacht in wat voor vorm dan ook (geldt ook voor Teyler’s trouwens) geweest is voor de dieren.
Als baby-olifanten kwamen ze inderdaad eerst in Den Haag , waar ze vrijelijk door tuin en paleis liepen. Ze hadden toen ook de gewoonte cocktails leeg te drinken die voor feesten en partijen waren neergezet (zie ook het tekenfilmpje op de site van het museum). De overgang naar ‘Het Loo’ was groot, maar voor Den Haag waren ze te groot geworden.
Dank.
Stof voor een roman door Arthur Japin of zo?😏
https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Hansken
Volgens mij zit hier een nog veel beter verhaal in. En dan zie ik een film van Werner Herzog voor me.
Waarbij Werner tijdens het draaien van de film weer de nodige slachtoffers maakt…misschien tot de film-olifant aan toe…🤔