
Ergens in de Catacombe van Priscilla – de exacte vindplaats is onbekend – werd in Rome in 1802 een eenvoudig wandgraf gevonden. De nis was afgedekt met drie kleine platen van gebakken klei, die, zoals gebruikelijk, vastgezet waren met een dikke cementrand. In die rand zat een glazen flesje vastgedrukt, met op de bodem nog een residu van de oorspronkelijk vloeistof. Op de terracottaplaten stond met rode verf een korte tekst geschilderd. Gerangschikt in de juiste volgorde kan men lezen:
PAX TECVM FILVMENA
Vrede (zij) met jou, Filumena.noot

Ook staan er enkele afbeeldingen op de sluitplaten: pijlen, ankers, een bloem en een palmblad. Het palmblad werd rond 1800 nog beschouwd als het teken van martelaarschap en van zulke glazen flesjes nam men destijds nog aan dat ze gevuld waren geweest met martelaarsbloed. De conclusie was snel getrokken: dit was het graf van martelares Filumena. Omdat er in de katholieke wereld grote vraag was naar relieken van martelaren, werd het graf geopend. De stoffelijke resten werden samen met de terracottaplaten overgebracht naar een opslagplaats.
Naar Mugnano
Drie jaar later kwam pastoor Francesco de Lucia uit Mugnano del Cardinale, een dorp in de buurt van Napels, naar Rome om bij het Vaticaan om een reliek te vragen voor zijn kerk. Tot zijn blijdschap kreeg hij een kist mee met daarin de resten van Filumena.
Filumena liet meteen tijdens het transport al merken dat ze met eerbied behandeld wilde worden. Haar kist had namelijk een plaatsje gekregen in de bagageruimte van het rijtuig, maar door onophoudelijk geklop maakte ze duidelijk dat ze daar niet op haar plaats was. Toen de kist op een zitplaats in het rijtuig was neergezet, was ze blijkbaar tevreden, want verder geklop bleef uit.
Tijdens een tussenstop in Napels worden de botresten van Filumena gehuld in een mooi aangeklede pop van papier-maché en in een afsluitbare schrijn geplaatst. Zo legt Filumena, gedragen op een baar, het laatste traject af naar de kerk Santa Maria delle Grazie in Mugnano, waar zij voortaan huist.
In Napels waren al enkele zieken op wonderbaarlijke wijze genezen door contact met haar relieken; onderweg naar Mugnano hadden zich eveneens bijzondere wondertekenen voorgedaan. Eenmaal in Mugnano, waar zij enthousiast met “Viva la Santa!” wordt onthaald, zijn de wondergenezingen weldra niet meer te tellen. Pelgrims stromen toe. Berichten hierover bereiken ook het Vaticaan. Dat stemt er in 1827 in toe om ook de originele platen die haar graf in de catacomben in Rome bedekt hadden, naar Mugnano te sturen.noot
Filumena
Wie was Filumena eigenlijk? Haar naam komt niet voor in middeleeuwse martelarenoverzichten. Er is geen biografie van haar overgeleverd, zoals wel het geval is bij Caecilia. Deze lacune heeft Filumena zelf opgevuld door haar levensverhaal in 1833 te vertellen tijdens verschijningen aan een Napolitaanse kloosterzuster. Ze onthulde aan de non dat haar vader een Griekse koning was. Haar moeder was ook van koninklijke komaf. Ze konden geen kinderen krijgen, maar dat veranderde toen ze zich tot het christendom bekeerd hadden. Toen werd zij, Filumena, geboren.
Op dertienjarige leeftijd was zij met haar ouders vanuit Griekenland naar Rome gekomen, omdat ze daar een conflict met keizer Diocletianus (r.284-305) wilden bijleggen. Diocletianus was, meteen toen hij het meisje zag, verliefd op haar geworden en stelde haar ouders voor om hun dochter aan hem ten huwelijk te geven. De ouders leek het wel een goed idee om zo weer in de gunst van de keizer te komen, maar Filumena was van zijn avances niet gediend: zij wilde haar leven wijden aan Christus.

Razend werd Diocletianus, beledigd als hij was door haar weigering. Hij sloot haar op en liet haar geselen, maar het gewenste effect bleef uit. Daarop besloot hij haar uit de weg te ruimen door haar, verzwaard met een anker dat hij met een touw om haar hals had laten binden, in de Tiber te smijten. Twee engelen kwamen haar echter te hulp en zetten haar terug op de oever. De keizer laat vervolgens pijlen op haar afschieten, maar door tussenkomst van engelen zijn de toegebrachte wonden de volgende dag al genezen. Een tweede poging mislukt eveneens, omdat de pijlen spontaan afbuigen. De derde keer worden de boogschutters zelf door de pijlen, die als een boemerang naar hen terugkeren, gedood. Uiteindelijk vindt Filumena de dood door onthoofding.
Publicatie van dit levensverhaal en de lange reeks wonderen vergroten de reputatie van Filumena zodanig dat de druk op de paus om Filumena heilig te verklaren steeds verder toeneemt.
Pauline Jaricot
De doorslag daarbij geeft de genezing van Pauline Jaricot. Deze Française, die zich haar hele leven beijverde voor de verbreiding van het katholieke geloof, werd op een gegeven moment ernstig ziek. Onderweg naar Mugnano in de hoop daar genezing te vinden bij Filumena, verblijft zij enige dagen in Rome, waar de paus bij haar ziekbed in een klooster op bezoek komt. Jaricot smeekt hem om Filumena als heilige te erkennen, indien zij haar zal genezen. De paus, die de indruk heeft dat de vrouw op sterven na dood is, wil dit wel toezeggen. Hij schijnt zelfs ter plekke gefluisterd te hebben tegen een aanwezige “Ze maakt het niet lang meer” – in het Italiaans, opdat de vrouw het niet verstond.
De vrouw komt in Mugnano aan, maar haar gebeden tot Filumena leveren dag na dag niet het gewenste resultaat op. Haar gezondheidstoestand holt achteruit. Daarop gaat de plaatselijke bevolking zich ermee bemoeien. Ze kloppen op de schrijn van Filumena en roepen:
Filumena, hier is een vrome edelvrouw die genezing zoekt. Waarom doet u niets? Als u blijft weigeren, zijn wij gedwongen om te stoppen met u te aanbidden. Dan willen we niets meer met u te maken hebben.
Die druk helpt: de volgende dag, 10 augustus, uitgerekend de verjaardag van Filumena’s martelaarschap, staat Jaricot volledig hersteld op van haar ziekbed. Ze wandelt de hele afstand naar Rome terug en verschijnt in levende lijve voor de paus. Daarna laat de officiële heiligverklaring van Filumena niet lang meer op zich wachten.
Verering
Haar verering verspreidt zich nu over de hele katholieke wereld. Meestal spelt men haar naam nu als Filomena of Philomena. Ook in Nederland verschijnen boeken over haar. Ze wordt hierin betiteld als “de mirakeldoenster van de negentiende eeuw en wrochtster der wonderen”. Op diverse plaatsen in de wereld worden kerken aan haar gewijd. Haar relieken zijn gewild. Het komt daarom goed uit dat de botresten in Mugnano wonderlijk genoeg niet afnemen, hoewel men er steeds kleine beetjes van weggeeft. In Italië verschijnen dikke boeken waarin al haar wonderen wrden beschreven.
Ruim een eeuw na de ontdekking van Filumena’s graf komt er schokkend nieuws. Orazio Marucchi, vooraanstaand catacombenonderzoeker in Rome – hij is ook zeer behulpzaam geweest bij de totstandkoming van Museum Romeinse Katakomben in Valkenburg – vertelt in 1906 in een uitgebreid artikel in een archeologisch tijdschrift een heel ander verhaal:noot Filumena is geen martelares en, nog erger, de vereerde botresten zijn helemaal niet van Filumena.
Op de grafplaten staan, zo zegt hij, inderdaad ankers, pijlen, een bloem en een palmtak. De pijlen en ankers hebben echter niets te maken met martelingen: de pijlen (en de bloem) fungeren als scheidingstekens tussen woorden; het anker geldt in het vroege christendom als symbool van de hoop; de palmtak symboliseert de overwinning op de dood. Het glazen flesje bevatte geen martelaarsbloed, maar welriekende olie. Bovendien bewijst het feit dat de drie grafplaten niet in de juiste volgorde waren geplaatst op het graf in de catacomben, ook nog eens dat de platen hergebruikt zijn en eerder een ander graf hadden bedekt waarin wel een zekere Filumena begraven lag.

Deze publicatie werd Marucchi, die toch een vroom man was, door velen niet in dank afgenomen. Pausen uit de negentiende eeuw die de verering van Filumena als heilige martelares hadden bevorderd, werden er postuum nog door in hun hemd gezet. Wanneer de opschudding is gaan liggen, gaat de verering van Filumena gewoon door en blijft men wonderen rapporteren.
In 1961 gaat het Vaticaan uiteindelijk toch overstag: Filumena wordt afgevoerd van de officiële lijst van heiligen, maar zelfs dit verhindert niet dat Filumena nog immer kan bogen op een flinke schare fans.noot Ieder jaar nog in augustus loopt de hele bevolking van Mugnano del Cardinale mee in de processie van Santa Filomena.
[Een gastbijdrage van Peter van der Pasch. Dank je wel Peter!]
Zelfde tijdvak
Oude talen, modern nationalismemaart 25, 2017
Die eeuwige negentiende eeuwjanuari 11, 2017

Ik moet meteen denken aan ex-staatssecretaris Philomena Bijlhout. Die moest na een paar uur al aftreden omdat haar cv niet helemaal bleek te kloppen. Haar ouders moeten een vooruitziende blik hebben gehad toen ze haar uitgerekend deze naam gaven.
Weer zo’n heerlijke heilige, waar we opnieuw zien dat het bij de heiligverklaring meer om het verhaal dan om de werkelijkheid ging. Verrukkelijk!
En alweer een heilige wier executie meerdere keren mislukt door ingrijpen van Hoger Hand. Zie bijvoorbeeld Cosmo & Damian en Catherina van Alexandrië.
Het blijft me verbazen dat God er na een tijdje kennelijk genoeg van heeft – urgentere zaken om handen; je weet het niet – en de zoveelste poging (onthoofding) wél laat slagen.
Hoe moet de gelovige dat interpreteren? Dat onthoofding de enig toegestane executiemethode is en creativiteit dienaangaande taboe? Dat God niet geheel almachtig is en moet passen als iemand onthoofd wordt?
Ik vermoed dat dit ’twee-, drie- of viermaal is scheepsrecht’ aspect middeleeuwse toevoegingen c.q. verzinsels zijn.
In het San Marco klooster/ museum in Florence kan je overigens afbeeldingen zien van zowel de mislukte als gelukte executiepogingen van Cosmo en Damian. Een juweel van een museum met relatief weinig toeristen. Bezoeken dus als je daar bent, al helemaal wanneer je een fan bent van Fra (Beate) Angelico.
Hieronder een link naar het altaarstuk waarin zij op de brandstapel staan, maar door goddelijke interventie alleen de kleren van de beulen vlam vatten.
https://uploads1.wikiart.org/images/fra-angelico/saint-cosmas-and-saint-damian-condamned-1440.jpg!Large.jpg
Graag niet teveel reclame maken voor het San Marco klooster. Een van de weinig plekken in Florence waar een mens het nog uit kan houden.
Wat dichterbij is een mooi fresco op het plafond van de Martinikerk in Groningen van dezelfde Cosmo en Damiaan
Truus Pinkster
Daar komt nog een blogje over. Het staat al klaar!
Niet iedereen laat zich zomaar zijn of haar illusies afnemen. Als ik diepgelovig was zou ik denken: in dat graf heeft dan weliswaar misschien niet Filumena gelegen, maar dan toch een andere martelares. Gewoon een kwestie van naamsverwisseling.
Ja, ernstiger dan dat is het niet. Sint-Joris heeft geen draak gedood maar het kan geen kwaad als we zo nu en dan de wapens opnemen om tegen draken te vechten.
Vind je? Iedereen kan namelijk zijn eigen draken verzinnen. Voor de één is die draak Israël. Voor een ander de asielzoekers. En uiteindelijk zijn die draken windmolens.
En zo zitten we met een draak van een politiek die tegen windmolens vecht. Cervantes wist waar hij het over had.
Haha. Hadden we nog maar Cervantes, want er zijn nu vrouwelijke draken, piri’s genaamd. Maar Israël is terra sancta! Tot aan het einde der dagen.
Mijn excuus, Alfons, je hebt gelijk. Dat vermaledijde San Marco Museum is een echt waardeloos museum! Wegblijven dus!
M.b.t. je opmerking “Niet iedereen laat zich zomaar zijn of haar illusies afnemen” wil ik het betoog van Gerard Reve over de lijkwade van Turijn in herinnering brengen. Ik geef het weer uit het hoofd en dus verre van perfect. Reve beweert dat alle gedoe over de historiciteit (c.q. het gebrek daaraan) van dat doek volstrekt irrelevant is. Het is (door het Vaticaan) erkend als heilig en waarachtig omdat bewezen is dat het doek al vele eeuwen miljoenen mensen oprechte religieuze vervoering brengt. Deze redenering kan je allicht ook op de verering van Filumena toepassen.
Terzijde: ook de Bijbel pretendeert de religieuze waarheid te bevatten en niet de historische.
sorry: “(…) oprechte religieuze vervoering brengt”. Moet zijn “(…) oprechte religieuze vervoering heeft gebracht”.