Was Mohammed een massamoordenaar?

De slag bij Badr

Wie niks van hem moet hebben, wil nog wel eens beweren dat de profeet Mohammed een pedofiel, een krijgsheer en een massamoordenaar was. Over alle drie deze epitheta ornantes valt wel wat te zeggen. Of hij pedofiel was weten we niet en kunnen we ook niet weten. Een krijgsheer? Dat valt op meerdere vlakken nogal tegen. Maar hoe zit het met massamoordenaar?

Mohammeds militaire carrière

Van 622 tot 632 is Mohammed bestuurder van een gemeenschap in Yatrib, later Medina geheten. Daar was hij in 622 aangekomen met zijn volgelingen uit Mekka. De eerste helft van die periode als bestuurder – tot 627 – bestaat volgens de oudste biografie van de profeet uit een aantal fasen die elk eindigen met een veldslag tegen de heidense Mekkanen, gevolgd door een intern conflict met de Joden in Yatrib.

De eerste veldslag bij Badr (623) werd onverwacht gewonnen door de moslims. Direct daarop volgde een conflict met de joodse stam Banu Qainuqa, die zich uiteindelijk overgaven. Dat is het verhaal zoals het in de negende eeuw – twee eeuwen later – is opgetekend. In nog later tijd hebben geschiedschrijvers daar aan toegevoegd dat ze gedwongen werden te vertrekken en dat verhaal is klassiek geworden.

De tweede fase eindigde met de verloren veldslag bij Uhud (624) en een conflict met de joodse Banu Nadir, die in ballingschap werden gedwongen. De derde fase eindigde met een onbesliste veldslag voor Yatrib zelf in 627 en een conflict met de laatste joodse stam: de Banu Quraiza. Van deze stam werden uiteindelijk alle mannen gedood en de vrouwen en kinderen als slaaf verkocht.

Daarna breekt een periode aan die langzaam toewerkt naar Mohammeds uiteindelijke overwinning: de verovering van Mekka en de eerste veroveringen van grondgebied op het Arabisch schiereiland. Als we tenminste de traditionele biografische verhalen over de profeet mogen geloven. And that’s a big ‘if’.

Banu Quraiza

De reputatie van massamoordenaar heeft Mohammed vooral te danken aan de verhalen over die laatste joodse stam: de Banu Quraiza. Ergens tussen de zes- en negenhonderd man werden op het centrale dorpsplein onthoofd. Dat wil zeggen dat de stam uit zo’n twaalf tot achttienhonderd volwassenen bestond. Bij een normale, voorindustriële demografie zo’n vierentwintig tot zesendertighonderd leden. Dat mag best massa heten.

Maar er klopt van alles niet aan die verhalen. Alleen als dat tot driemaal toegepaste schema van eerst een veldslag en daarna hommeles met joden moet al tot wantrouwen leiden. Ook zijn de namen van de drie joodse stammen uit die drie traditionele verhalen niet terug te vinden in een document waar voor- en tegenstanders het vrijwel over eens zijn dat het oorspronkelijk is, of in ieder geval heel dicht bij de oorspronkelijke bron staat: het ‘Document  van Medina‘, een overeenkomst tussen Mohammed (en zijn medestanders uit Mekka) met de inwoners van Yatrib over hoe het bestuur en de wederzijdse verplichtingen zouden worden geregeld. Het document zou kort na de aankomst in Yatrib van de profeet en zijn volgelingen zijn opgesteld of enkele jaren daarna.

Kijkt u eens naar het staatje hieronder. Rechts ziet u de twee Arabische en de drie Joodse stammen uit de traditionele verhalen over die conflicten met joden. Links ziet u de bevolking van de nederzetting volgens het Document van Medina. Waar de traditionele verhalen een keurige scheiding maken tussen drie joodse en twee niet-joodse stammen, is er in het Document sprake van een aantal stammen die deels joods zijn, eentje die geheel joods is en een geheel joodse clan – de Jaffna – binnen een stam die op zijn beurt deels Joods is. Ten slotte zijn er twee stammen die kennelijk geen joodse leden hebben, maar dat zijn niet dezelfde twee als in de traditieverhalen.

Document van Medina Traditie
Banu Awf
Banu an-Nadjar
Banu al-Harith (ibn Khazradj) Banu Khazradj
Banu Sa’ida
Banu Djoesjam
Banu Amr ibn Awf
Banu an-Nabit
Banu al-Aws Banu al-Aws
Banu Tha’labaJaffna
Banu asj-Sjoetaiba
Banu Qoeraiza
Banu Nadir
Banu Qaynoeqa

Vergelijking van de in Yatrib wonende stammen volgens het Document van Medina en volgens de verhalen over het etnisch zuiveren van Yatrib. Cursief en vet: Joodse stammen of clans; cursief: stammen waarvan een deel joods was; romein: niet-joodse stammen.

Wat er mis gaat

De twee niet joodse stammen uit de traditie – Khazradj en Aws – komen ook in het Document voor, maar als deels joods; voor de rest is het beeld onherkenbaar. Je zou je toevlucht kunnen nemen tot de overweging dat hier clans en sub-clans worden genoemd en daar alleen de grotere stammen of stamverbanden, maar dan zou je toch enige overlap verwachten. Maar er is geen enkele overlap, niks.

En er is meer mis. In de Koran komen positieve passages voor over joden, maar waar het over conflicten met joden gaat, zijn dergelijke passages niet mis te verstaan hatelijk. Ook vroege islamitische bronnen winden er geen doekjes om. Wie meent dat de islam een probleem heeft met antisemitisme, heeft ten minste een punt. Maar de bronnen over de slachting van de Quraiza zijn ongebruikelijk vriendelijk van toon.

Om te beginnen wordt het initiatief voor de slachtpartij niet bij de profeet gelegd, maar bij de engel Gabriel. Datzelfde geldt voor het vonnis, dat door één van stamoudsten wordt geveld. In de oudste versie van het verhaal wordt een moslim ten tonele gevoerd die één van zijn vrienden uit de joodse stam probeert te redden. Dat lukt hem, maar zijn joodse vriend geeft er de voorkeur aan zich bij zijn lotgenoten te voegen. Beide mannen worden neergezet als eervol, trouw en standvastig.

Anekdotiek

Een anekdote die terug heet te gaan op Aisja, de jongste vrouw van Mohammed, verhaalt van de enige vrouw die ter dood was veroordeeld en hoe die nog grapjes zat te maken en te lachen tot vlak voordat ze werd onthoofd. Nergens in de verhalen worden neerbuigende opmerkingen over de joden gemaakt. Jawel, eentje: een rotopmerking van Abu Bakr, later de eerste kalief, over de man die verkoos het lot van zijn stamgenoten te delen en die volgens de toekomstige kalief nu in de hel zou zitten.

Een tante van Mohammed weet één van de joodse mannen vrij te krijgen en er is er nog eentje die het lot ontsnapt: omdat hij vanwege zijn leeftijd werd vrijgelaten (wat niet helemaal klopt met de rest van het verhaal, want de kinderen werden als slaaf verkocht) of omdat hij ’s nachts op wonderbaarlijke wijze uit zijn boeien was ontsnapt. De oudste biograaf weet het niet zeker.

U kunt die verhalen veel uitgebreider nalezen op het blog van arabist Wim Raven. De Banu Qainuqa, de Banu Nadir en de Banu Quraiza, met een beschouwing waarop een fors deel van deze blogpost is gebaseerd.

Qainuqa en Nadir

En dan nog de constatering dat het eerste verhaal over de Qainuqa een verklaring vormt voor enkele koranpassages in Soera 5. Dat het tweede verhaal over de Nadir vrij precies enkele passages in Soera 59 volgt en ook het derde verhaal over de massamoord op de Quraiza hier en daar aansluiting vindt bij Soera 33. Al deze verbanden zijn van hetzelfde type: met het biografische verhaal erbij wordt de Koran ineens begrijpelijk, snap je als lezer waar het over gaat, of denk je het te snappen.

Dan zijn er twee mogelijkheden: óf de Koran bewaart herinneringen aan de drie voorvallen, óf de verhalen zijn later opgesteld om de Koran te verklaren, als preken wellicht. Aangezien de oudste versies van deze verhalen op zijn vroegst van een eeuw na dato zijn, als het niet meer is, lijkt die laatste verklaring meer voor de hand te liggen: het zijn verhalen die zijn bedoeld als uitwerking en verklaring van koranpassages die op zichzelf niet helemaal duidelijk zijn. Dat laatste is trouwens wel een kenmerkend kenmerk van de hele koran.

We hebben dus weer eens geen idee wat er werkelijk is gebeurd, en al zouden we dat idee wel hebben, dan zouden we nog niet kunnen weten of deze verhalen de situatie aan het begin van de zevende eeuw onder Mohammed weergaven, of de zwaar gewijzigde situatie van een eeuw (of meer) later en hoe de moslimgemeenschap in wording toen tegen (conflicten met) joden aan keek.

[Oorspronkelijk door Richard Kroes gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net.]

Deel dit:

11 gedachtes over “Was Mohammed een massamoordenaar?

      1. Robbert

        Ik had in mijn vraag “islamitisch” moeten benadrukken.
        Technisch zal onderzoek naar de historische Mohammed mogelijk zijn; ik weet niet wat Donner over hem zegt, ik las zijn boek niet.
        Maar is het mogelijk binnen de Islam? Zijn er moslim-historici die die kant opgaan en wordt dat aanvaard? Dat zie ik niet terug in een informatief boekje dat ik wel las, Mohammed van Christian Lange.
        Los daarvan ziet deze weinig in historisch-kritisch onderzoek tav. Mohammed, hij houdt het liever bij receptiegeschiedenis.

        1. Frans Buijs

          Dat zat ik me ook af te vragen. Bij al die studies over het ontstaan van de islam zie ik alleen maar niet-islamitische schrijvers voorbij komen. Ook bij de cursus over sji’isme en soennisme in Gouda was niet één moslim. Het lijkt erop dat de islam en het bestuderen van de islam twee verschillende dingen zijn.
          En deze stukjes zijn volgens mij al eens eerder voorbij gekomen op de blog.

        2. Het onderzoek naar het ontstaan van de islam vindt ook plaats in de islamitische wereld. Ik heb in Isfahan weleens met zo’n geleerde gesproken en de joodse archeologie van het Arabische Schiereiland – lees: de monotheïstische erflaters aan de islam – is al jaren een zwaartepunt in de Saoedi-Arabische archeologie.

          Een van de opmerkelijkste conclusies is dat de Bismillah-formule en de gelijkstelling van Allah aan Rahman beide ouder zijn dan het optreden van Mohammed. Dat is onderzoek van Ahmad al-Jalad.

          De Sanaa-1-codex is gepubliceerd door twee Iraniërs. Dat is een palimpsest van een Koran die zó oud is dat de geit die zijn leven moest laten voor de productie van het perkament, weleens geslacht kan zijn vóór het begin van het optreden van Mohammed. De tekst wijkt op punten ook af van de standaardtekst.

          Ik heb vorige week nog gesproken voor een gezelschap Nederlandse moslims, die het erg interessant vonden en me op een bepaald punt aanvulden.

          Het bovenstaande klinkt allemaal erg positief, maar er is een kanttekening te maken. Ahmad al-Jalad werkt in de Verenigde Staten; de publicatie van Sanaa-1 verborg een beetje dat het perkament wel heel erg oud is (lees maar: https://mainzerbeobachter.com/2018/10/19/een-nieuw-blad-van-codex-sanaa-1/); toen ik in Parijs op een door de Saoedische culturele dienst aangeboden expositie een joodse grafsteen zag, was het joodse karakter niet expliciet vermeld (maar de vertaling sprak boekdelen).

          Ik heb de indruk dat in landen met een nog jonge wetenschappelijke traditie, zoals de landen in het Midden-Oosten, onderzoekers wat voorzichtiger moeten zijn. Dat zal deels komen doordat ze makkelijk in de schoenen geschoven krijgen dat ze munitie leveren aan anti-islamitische westerse propagandisten (ongeveer zoals christenen in het Midden-Oosten ook worden aangesproken op hun geloofsgenoten in de VS); het zal ook komen doordat men minder gewend is aan het kritische onderzoek van de wortels van religie, zelfs als de conclusies niet echt negatief zijn.

          (Persoonlijke noot: in Nederland zijn we ook nog niet zo ver met historisch onderzoek naar het christendom; je moet eens weten wat ik in mijn brievenbus vind, en dan heb ik het nog niet over de twee Jezusmythicistische stalkers, van wie ik inmiddels geen last meer heb.)

          Kortom: ja, moslims doen mee aan het onderzoek naar het ontstaan van de islam, maar in het Midden-Oosten is men gedwongen tot een zekere voorzichtigheid.

          1. Robbert

            Een vierde reactie op 1 blog lijkt wat overdreven.
            Maar: Jona bedankt voor deze – voorzichtig-positieve – schets van de situatie. Waar blijven we zonder optimisme?

  1. Ben Spaans

    Er zijn de boeken Marcel Hulspas omtrent Mohammed en de vroege Islam, de sterrenkundige die zich op de materie stortte https://marcelhulspas.nl/boeken

    Het lijkt inderdaad een aangelegenheid voor niet-moslims, speuren naar de ‘historische’ Mohammed.

    1. Robbert

      Inderdaad.
      Waarmee niet gezegd is dat de twee stukjes van Richard Kroes niet interessant zijn of nuttig, zie ook het derde stukje, op zijn blog.

Reacties zijn gesloten.