Efficiënt desinformeren

Zo ziet een archeologisch depot er van binnen uit. Niks zakken vol scherven dus. (Limburgs archeologisch depot De Vondst, Heerlen)

De hoeveelheid onzin die over de Oudheid wordt uitgekraamd, is groot, heel groot. Daar kun je je schouders over ophalen, maar dan blijft die onzin zich verspreiden en gaan steeds meer mensen denken dat de Oudheid onzin is. Dat. schiet. ook. al. lekker. op. We mogen de schouders dus niet ophalen. Een professionele wetenschapsvoorlichting is, als het gaat over de Oudheid, vermoedelijk minder gebaat bij het verstrekken van juiste informatie dan bij het weerleggen van onjuiste informatie en bij uitleg van het wetenschappelijk proces.

Dit geldt des te meer als hoogleraren onzin verspreiden, want het publiek neemt zo’n hoogleraarstitel serieus. Het geldt helemáál als een hoogleraar onzin uitslaat in een gerespecteerd medium zoals De Volkskrant. En raad eens? Afgelopen zaterdag mocht Bas Haring, hoogleraar publiek begrip van wetenschap, dingen zeggen over biodiversiteit. Samengevat zegt hij dat we niet alle soorten kunnen beschermen en dus moeten selecteren. Daarover heb ik verder geen mening, maar ik heb wel wat te zeggen over iets wat Haring terloops zegt, namelijk dat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een probleem heeft.

Dat heeft een magazijn vol grote zakken met opgegraven scherven uit het verleden. Op een gegeven moment komt dat in de weg te staan.

Lees verder “Efficiënt desinformeren”

Filmen in Castricum

Zoals de vaste lezers van deze blog weten, werk ik aan een reeks filmpjes waarin oudheidkundigen uitleggen hoe ze aan hun inzichten komen. Dat wordt immers zelden verklaard: u moet maar geloven dat de Romeinen een woord dat ze toch echt spelden als caesar uitspraken als kaisar. Of dat middeleeuwse manuscripten vol schrijffouten bruikbaar zijn om te komen tot een betrouwbare reconstructie van een antieke tekst.

Laten we eerlijk zijn: soms zijn oudheidkundige claims ook ronduit buitenissig, zoals wanneer er niets is opgegraven en oudheidkundigen toch beweren dat er een aquaduct is geweest. Of als ze zeggen dat Zwammerdam Nigrum Pullum heette, terwijl er ter plekke nooit een inscriptie met die naam is gevonden. En om eerlijk te blijven: er is een hoop oudheidkundige schijnzekerheid en ik zou er een lief ding voor over hebben als onderzoekers in het openbaar dezelfde twijfel uitstraalden die ze tegenover hun collega’s betoonden. Vandaar dat we filmpjes zijn gaan maken om in elk geval uitgelegd te krijgen dat wetenschap geen simsalabim is.

Lees verder “Filmen in Castricum”

Huis van Hilde

@@@
Romeinse munt

Terwijl ik nota bene een vriendin heb die woont op een steenworp van het station in Castricum, was ik nog nooit in het archeologische museum “Huis van Hilde” geweest, dat naast datzelfde station ligt. Die omissie was des te opmerkelijker omdat het museum, dat méér is dan de expositieruimte van het archeologisch depot van de provincie Noord-Holland (zoals het zich bescheiden presenteert), me altijd interessante persberichten stuurt. Kortom, ik had iets in te halen en dat deed ik donderdag.

Archeologische depots zijn te vergelijken met archieven: opslagruimten van informatie. In de stellingen in Castricum liggen ongeveer 12.000 dozen met samen zo’n twee miljoen vondsten, 18.000 opgravingstekeningen, 17.000 dia’s, 6500 foto’s, zestig meter dossier en ongeveer 300 gigabyte aan digitale bestanden. Er komt elk jaar nog bij en dat wordt – net als in een archief – uitgedrukt in strekkende meters: 125 à 150 meter vondsten per jaar.

Lees verder “Huis van Hilde”