De IJsheiligen

Servatius is een van de IJsheiligen

Er zijn in de volksweerkunde, waaraan het vorige blogje was gewijd, twee belangrijke perioden: de Hondsdagen en de periode van de IJsheiligen. De hondsdagen vallen midden in de zomer, al is men het over de precieze data niet eens. De periode loopt van 18 of 20 juli tot en met 18 of 20 augustus. Het is de meest hete en vochtige periode van het jaar, waarin voedsel snel bederft. De naam is ontleend aan het sterrenbeeld Grote Hond.

Maar ik wil het vandaag specifiek over de  IJsheiligen hebben. Het gaat om 11 tot en met 14 of 15 mei. Dit zouden de laatste dagen zijn waarop nachtvorst nog mogelijk zou zijn en jonge aanwas zou kunnen bevriezen. Deze vier of vijf dagen werden gekoppeld aan de heiligen die op die dagen hun feestdag hadden of hebben. Het zijn:

  • 11 mei: Mamertus, een vijfde-eeuwse bisschop uit Frankrijk. Hij voerde de “kruisdagen” in: drie boetedagen in aanloop naar het feest van Hemelvaart. In deze dagen vonden processies plaats om onder andere noodweer af te weren en om de velden te zegenen om een goede oogst te verkrijgen.
  • 12 mei: Pancratius, een derde-eeuwse martelaar;
  • 13 mei: Servatius van Maastricht, de bisschop van Tongeren die rond 384 in Maastricht overleed. Zie het eerdere blogje van Han Borg.
  • 14 mei: Bonifatius van Tarsos, niet te verwarren met de Bonifatius die in 754 aan de Boorne om het leven kwam en later te Dokkum werd vereerd. De heilige uit Tarsos was een welgestelde Romein die in 307 de marteldood stierf.

Soms wordt aan de periode ook 15 mei toegevoegd, de feestdag van Sophia van Rome, ook een vierde-eeuwse martelaar. In Duitsland wordt 15 mei, “Sophiendag” dus, ook wel de dag van “kalte Sophie” genoemd, omdat ze al sinds de elfde eeuw geldt als beschermheilige tegen nachtvorst.

De IJsheiligen komen voor het eerst voor in onze bronnen rond het jaar 1000. Ze werden in grote delen van Europa vereerd, al waren het soms drie heiligen. In Hongarije bijvoorbeeld vereerde men Pongrác, Szervác en Bonifác. Naar verluidt zal de wijn zuur zijn als het dan regent, maar als het helder weer is wordt de wijn zoet.

Einde van de volksweerkunde?

In 1854 werd door de Nederlandse koning Willem III het Koninklijk Meteorologisch Observatorium, de directe voorloper van het KNMI in De Bilt, opgericht. De eerste hoofddirecteur was professor C.H.D. Buys Ballot (die van de wet), die zich blauw ergerde aan de onwetenschappelijke weersvoorspellingen die de kranten en almanakken destijds nog publiceerden. Vanaf dat moment drong de betekenis van de meteorologie voor de weersvoorspelling steeds meer door tot de samenleving.

Maar helemaal uitgestorven raakte de volksweerkunde niet, vooral dankzij de vele gemakkelijk te onthouden weerspreuken en de populaire praatjes van Neêrlands eerste media-weerman: Jan Pelleboer (1924-1992). Als zoon van een veeboer wist Pelleboer, die overigens wel degelijk een geschoold meteoroloog was, de weersvoorspellingen van het KNMI te populariseren. Hij bracht ze vaak in verband met weersgesteldheden op overeenkomstige data in het verleden.

Dat Pelleboer vaak naar eigen inzicht handelde, onafhankelijk van zijn werkgever het KNMI, bleek op 21 juni 1950, toen koningin Juliana en prins Bernhard een bezoek brachten aan Groningen, waarbij zij in een open koets door de stad reden. Pelleboer zag in Eelde “zwaar weer” aankomen, belde onmiddellijk met de Groninger politie en gaf door dat er tegen zes uur een stortbui te verwachten was. Het programma van de koningin werd versneld en bekort, en enkele minuten nadat zij binnen was, barstte, inderdaad vlak na zessen, een hevig onweer los. Pelleboer ontving hiervoor een bedankbrief van de hoofdcommissaris van politie van de stad Groningen, alsmede een berisping van het KNMI.

[Een postume gastbijdrage van Hans Overduin.]

Deel dit:

3 gedachtes over “De IJsheiligen

  1. Saskia Sluiter

    Ik was dus net even te vroeg met de ijsheiligen op wikipedia. Hij kan het niet meer horen maar: sorry, Hans!
    En dank je wel.

  2. FrankB

    “Dit zouden de laatste dagen zijn waarop nachtvorst nog mogelijk zou zijn”
    Helaas, ik heb eind jaren 1970 in juni nachtvorst nachtvorst meegemaakt. Dat was wel in Zuid-Limburg.

Reacties zijn gesloten.