De Staatsliedenbuurt

Begin dit jaar was ik even terug in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Het is de wijk waar ik het grootste deel van mijn studententijd heb doorgebracht. Ik gebruik nu woorden als “buurt” en “wijk”, maar ik zou eigenlijk “dorp” moeten zeggen, want het is een kleine wereld op zich, alleen bereikbaar door ergens een brug over te gaan. De wijk heeft zich – dat moet rond 1980 zijn geweest – weleens onafhankelijk van Nederland verklaard, en die ochtend waren alle bruggen even opgehaald.

Het interessante van mijn recente bezoek was dat alles en niets was veranderd. Allerlei oude huizen, waaronder de twee waar ik zelf heb gewoond, zijn gesloopt en vervangen door nieuwbouw, en ik ben geen nostalgicus die beweert dat zijn voormalige huis mooier of sfeervoller was. De nieuwe woningen zijn echt beter. De avondwinkel is er niet meer, het winkeltje waar ik altijd de zaterdagkranten haalde is er niet langer, de speeltuin is nu een parkeergarage en het buurtcafé op het centrale plein had niet alleen een nieuwe inrichting maar ook een nieuwe naam: Tramlijn Begeerte heet nu Piet de Gruyter. De sfeer was onveranderd.

Ik werd er een beetje melancholiek van, want een flink deel van mijn toenmalige leven heeft zich rond dat pleintje afgespeeld. Het was een buurt met humor. Toen tegenover Tramlijn Begeerte een nieuw café kwam, noemde het zich “De overkant”, en toen er een derde café kwam in datzelfde pand, heette dat “Daarboven”. Die twee cafés zijn er inmiddels niet meer en ook al heet Tramlijn Begeerte nu dus Piet de Gruyter, het was nog steeds een kroeg zoals God kroegen heeft bedoeld, dus met Nederlandstalige bediening en muziek die niet Nederlandstalig is. Niets is storender, niets leidt meer van een goed gesprek af dan iemand die er in je eigen taal doorheen zingt.

Zoals gezegd: een buurt met humor. Er was het grappige verhaal over de mevrouw die had gewerkt in de Kerk van Satan. (Nee, ik blijf discreet.) Er was het jaarlijkse feest op de verjaardag van prins Claus, de Claus House. En als je op zaterdag in de supermarkt bij de kassa in de rij stond, wilde er nog weleens iemand met een gitaar binnenkomen die iets zong als

het is niet fijn
om bij Albert Heijn
in de rij te zijn.

Vooruit, niet alle Nederlandstalige muziek is onverdraaglijk irritant.

En natuurlijk was er de plaatselijke Mariaverschijning, naast Tramlijn Begeerte. Een generaalcomité ijverde voor de erkenning van de wonderbaarlijke gebeurtenis. De leden van dit generaalcomité vormden tevens de actiegroep “Maria de buurt uit”. En eerlijk gezegd vermoed ik dat beide clubs bestonden uit precies één lid: de publicist Mohamed el-Fers, over wie werd gefluisterd dat hij ooit naar Het Parool was gestapt met de mededeling dat hij een Arabische literaire prijs had gewonnen, waarvan hij later bekende dat hij die zelf had verzonnen. (Ik moest gisteren aan hem denken toen ik dit verhaal las over een Franse professor die zichzelf een verzonnen prijs had gegeven. Vandaar dit blogje.) Toen het nieuws van het overlijden van El-Fers bekend werd, achtte de redactie van Het Parool het denkbaar dat ook dit een verzinsel was.

Al deze herinneringen kwamen boven, bij een glas bockbier, in café Piet de Gruyter. Ik heb gekeken of ik naast het café het gedenksteentje van de verschijning van Onze Lieve Vrouwe ter Staats nog kon vinden, maar het was er niet meer. Er stond een reclamebord voor soep, en het was goed zo.

Deel dit:

5 gedachtes over “De Staatsliedenbuurt

  1. Als jongere wilde ik nog wel eens terug naar een bepaalde (vakantie)plek omdat het er zo goed toeven was. De herinneringen en het gevoel her(be)leven.
    Maar omdat de tijd alleen in ons hoofd stil staat drong de melancholiek zich op bij het zien van elke verandering.
    Ik raad het mezelf sindsdien sterk af om ergens ‘weer eens te gaan kijken’.
    Niet doen.
    Lekker blijven herinneren.

  2. Kees Voorburg

    Goh, Jona toch!

    Tussen +/-1982 en 1990 vertoefde ik 3x/week bij mijn toenmalige vriendin op een halve woning op de Haarlemmerweg, pal tegenover het bruggetje naar het Westerpark en 150 meter van Tramlijn Begeerte en onder (en bevriend met) wijlen historicus Franz Smits(*) die je wellicht hebt gekend (Woonde zelf bij het J. of F. Hendrixplantsoen). Franz is later bij zijn vriendin op de 2e Nassaustraat ingetrokken.

    Die unieke en prettige avondsupermarkt is vorig jaar gesloten; kwam er nog steeds met enige regelmaat (kwartiertje lopen). Herinner me dat er vaak al vóór 18.00 een rij voor de deur stond terwijl de Lindeman-super om de hoek nog open was. Begin jaren ’80 was m.n. de Joan Melchior Kempen een heftige junkenstraat. Eenmaal zag ik hoe de dame van de kaasafdeling een stuk kaas afsneed voor een heroïneverslaafde. Haar pen bleek het niet te doen en ze meldde de graatmagere, in lompen gehulde klant daarom: “zeg maar bij de kassa dat het 4,95 (o.i.d.) is”. Was geroerd door het vertrouwen. De verslaafde ook. Moest dan ook een traantje wegpinken bij de sluiting.

    I.d.d. een uniek dorp. Meen dat De Overkant een coffeeshop was, maar mijn geheugen m.b.t. die tijd is wat mistig door de dikke hasj-dampen (was destijds gretig consument). ‘De Gruyter’ was overigens de naam van de supermarkt die er ooit was gevestigd. Naam stond (staat?) nog steeds op de gevel.

    Humor?

    Hemeltje, het bijna 70-jarige hart loopt over van nostalgisch sentiment… Hoek Wittenstraat/ 2e Nassaustraat zat (zit) een unieke elektrazaak. Mijn vriendin had ooit in Engeland een rare, antieke transistorradio gekocht. Batterij was een gegeven moment op. Vergeefs stad en land afgezocht voor een nieuwe. Wat later nog één keer geprobeerd in genoemde zaak. Vriendin laat de batterij zien aan de verkoper/showman. Zonder te bewegen of iets te zeggen tast hij met één hand onder de toonbank en zet eenzelfde batterij (opgeladen) op de toonbank en geeuwt demonstratief.

    Excuus voor de uitvoerigheid van dit exposé aan alle lezers die niets hebben met de Staatsliedenbuurt.

    (*) kwartiertje nagedacht over privacy-aspect. Meen dat het wel okay is.

  3. Voordat het een cafė werd, was er een filiaal van De Gruyter gevestigd. Een keten van levensmiddelen winkels.
    Verder is de buurt natuurlijk zoals de meeste Amsterdamse buurten veranderd door de transformatie van huurwoningen tot koopwoningen, bewoond door de gegoede middenklasse.

Reacties zijn gesloten.