Pytheas van Marseille, opnieuw

Das schwimmende Moor: dit kan heel wel het Metuonis van Pytheas zijn geweest.

Ik heb het op deze plek weleens gehad over Pytheas van Marseille, de Griekse ontdekkingsreiziger die rond 325 v.Chr. de Atlantische kusten verkende. Minimaal zeilde hij langs Iberië, westelijk Gallië en de Britse eilanden. Verder vermeldde hij een mysterieus land Thule, een ijszee en een eiland waar barnsteen vandaan kwam. Hij wist ook dat de getijden samenhingen met de maan. Fascinerende materie natuurlijk, en Pytheas’ boek moet een hit zijn geweest. Als de dichter Vergilius in zijn Georgica kan schrijven over “het uiterste Thule”, moet dat eiland in elk geval bij zijn Romeinse publiek bekend zijn geweest.

Wat zouden we graag meer over Pytheas’ avontuurlijke reis hebben geweten, maar zijn verslag is verloren gegaan. We moeten de expeditie dus reconstrueren aan de hand van informatie bij jongere auteurs. In totaal gaat het om negenendertig fragmenten, waarvan er zestien zijn te vinden in het aardrijkskundeboek van Strabon en acht in de encyclopedie van Plinius de Oudere.

Lees verder “Pytheas van Marseille, opnieuw”

Was Hadrianus in Voorburg?

Hadrianus als heerser van de hele wereld (Altes Museum, Berlijn)

[Er loopt, om zo te zeggen, een weg van de oudheidkundige data naar de feiten. Onderzoekers hebben geschreven teksten en materiële resten en etnografische vergelijkingen; die combineren ze zo logisch als mogelijk; en zo bepalen ze wat ooit het geval is geweest. Vaak vergeten onderzoekers echter welke weg hun voorgangers hebben afgelegd. Of ze negeren het gewoon. Of ze denken dat, omdat iedereen het ergens over eens is, het wel waar zal zijn. De weg naar de data raakt zo uit beeld en achterliggende aannames raken vergeten.

Eerder deze week attendeerde ik op twee aldus veronderstelde feiten: dat de Drususgrachten in Nederland zouden hebben gelegen en dat Hadrianus in Voorburg zou zijn geweest, dat laatste puur omdat de stad naar hem genoemd was. Bij dat laatste schreef ik dat ook Tom Buijtendorp dit in zijn boek De vergeten stad zonder extra onderbouwing aanneemt. Hij schreef me dat hij in zijn proefschrift al schreef dat de naam Forum Hadriani geen bewijs vormt voor de aanwezigheid van de keizer en dat hij daarom in dat proefschrift andere aanwijzingen had genoemd. In De vergeten stad was daarvoor geen ruimte.

Lees verder “Was Hadrianus in Voorburg?”

Vergeten aannames: Voorburg

[Tweede deel van een stuk over op geschreven bronnen gebaseerde aannames in de archeologie van Romeins Nederland. Het eerste was hier.]

Forum Hadriani

Zoals gezegd: elk wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op aannames die een onderzoeker niet allemaal kan controleren maar die onjuist zijn kunnen. Dat is een algemene kwestie. Neem het nieuwe boek van Tom Buijtendorp, De vergeten stad. Die stad is Voorburg, dat in de Romeinse tijd Forum Hadriani heette.

Lang geleden heeft iemand geopperd dat die naam betekende dat Voorburg was gesticht door keizer Hadrianus. Dat is onzin. Romeinse gemeentes die een beetje stroop wilden smeren, vernoemden zich naar de keizerlijke familie. Ik heb weleens gewezen op de Andalusische stad Sabora, die zich vernoemde naar de familie van keizer Vespasianus zonder dat de beste man zelfs maar plannen had Spanje te bezoeken. U vindt de relevante inscriptie hier. Dat Hadrianus in Voorburg is geweest, valt niet af te leiden uit de naam.

Lees verder “Vergeten aannames: Voorburg”

Vergeten aannames: de Drususgrachten

Twee weken geleden stuurde archeoloog Jan Verhagen me zijn proefschrift, gewijd aan de waterwerken die de Romeinen in de Lage Landen hebben aangelegd: Tussen de Dam van Drusus en de Zuilen van Hercules. Van wat ik er inmiddels van heb gelezen – niet alles – kan ik zeggen dat het leesbaarder is dan je van een proefschrift verwacht. Er staat veel in dat ik niet wist en waar ik bij gelegenheid nog eens op terug wil komen. Een waardevol cadeau dus en als ik hieronder een zwakte aanwijs, doe ik dat niet om afbreuk te doen aan Verhagens promotie. Ik wil een algemenere kwestie benoemen. Elk wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op aannames die een onderzoeker niet kan controleren en die mogelijk onjuist zijn.

De Drususgrachten

Mijn observatie betreft de Drususgrachten. Ik heb het er eerder over gehad. (Het is onbeleefd rond een promotie nog eens zaken naar voren te brengen die de doctorandus niet weten kon.) De Romeinse biograaf Suetonius noemt fossas die generaal Drusus heeft laten aanleggen in Raetia en Germanië. Hij geeft ook een datering: in een jaar waarin Drusus de quaestuur of de praetuur uitoefende. Als de quaestuur is bedoeld, slaat het op het jaar 18 v.Chr., toen Drusus verbleef in Raetia (zuidelijk Duitsland/Zwitserland). Als de praetuur is bedoeld, hebben we het over 11 v.Chr., toen hij campagne voerde in het Overrijnse. Die campagne kennen we van Cassius Dio, die inderdaad werkzaamheden vermeldt aan de Lippe.

Lees verder “Vergeten aannames: de Drususgrachten”

Gallische kledingstukken

Een man met een cucullus (Rheinische Landesmuseum, Trier)

Ik heb al eerder over Gallische woorden geblogd (één, twee), maar dat is geen reden dat niet nog eens te doen. Ik neem voor de aardigheid wat kledingstukken en dan is het beroemdste Gallische woord natuurlijk caracalla. Dat is een soort mantel met een capuchon. De anonieme auteur van de Historia Augusta voegt toe dat het “een tot de enkels reikend kledingstuk” was. Omdat een keizer die eigenlijk Antoninus heette dit kledingstuk populair had gemaakt, zou, nog steeds volgens de Historia Augusta, “het gewone volk in Rome dergelijke caracallae  ook wel antoninianae noemen”. Het schijnt dat het Gallische woord in het Provençaals heeft voortbestaan.

Het Gallische woord voor capuchons was cucullos. Ofwel cagoule in het huidige Frans, wat zoiets als bivakmuts betekent, en ook het Nederlandse woord kovel. We kennen de uitdrukking cucullos overigens – net als caracalla – alleen uit Latijnse teksten, dus er kan vertekening zijn. We kennen wel samenstellingen, zoals bardocucullus, wat de blijkbaar de muts was die een dichter droeg.

Lees verder “Gallische kledingstukken”

Kamelen en dromedarissen

Een Arabische krijger komt met buit naar huis (Louvre, Parijs)

[Laatste deel van een stukje over dromedarissen en kamelen in de Oudheid. Het eerste was hier.]

Oorlog

Dromedarissen speelden een rol in de oorlog. Niet alleen konden ze boogschutters dragen, ze hielpen ook om zware lasten te vervoeren. De Perzische expansie ten tijde van Cyrus de Grote (r.559-530) zou onmogelijk zijn geweest zonder de logistieke steun van dromedarissen. Rond 547 streed hij tegen koning Kroisos van Lydië en daarbij zette hij dromedarissen in in een van de beroemdste krijgslisten aller tijden:

Met de opstelling van de dromedarissen tegenover de [Lydische] ruiterij van de tegenstanders had Cyrus een speciale bedoeling. Paarden zijn immers bang voor dromedarissen en kunnen de aanblik en de stank van die dieren niet verdragen. […] Toen de strijd eenmaal was ontbrand, maakten de paarden inderdaad rechtsomkeert zodra ze de dromedarissen hadden gezien en geroken, en daarmee werd elke illusie van Kroisos de bodem ingeslagen. (Herodotos, Historiën 1.80; vert. Hein van Dolen)

Lees verder “Kamelen en dromedarissen”

Tjerk Vermaning en Ad Wouters

Frans de Vries geeft uitleg

Op blz.229 van Valsheid in gesteente, het boek van Frans de Vries c.s. schreven over de door Tjerk Vermaning opgegraven vervalste voorwerpen, staat de misschien wel belangrijkste passage.

In dit hoofdstuk vatten we allereerst de resultaten van ons onderzoek naar de aard van [Vermanings vondsten] samen en trekken we de eindconclusie over de aard van deze stenen. Door de specifieke argumentatie-opzet die we gekozen hebben is het vanzelfsprekend geen verrassing meer wat onze eindconclusie is: het gaat om een duidelijk geval van vervalsing. Maar wie zat of zaten achter deze fraude?

Tot nu toe hebben de auteurs bewijs geleverd voor wat al bekend was: dit spul is vals. Nu blijkt echter de meerwaarde van hun onderzoek. Er komen nieuwe en boeiendere vragen in zicht.

Lees verder “Tjerk Vermaning en Ad Wouters”

Valsheid in gesteente

Het archeologiemuseum in Brugge heeft de coronacrisis niet overleefd en nu zitten we met de gebakken peren. Of althans zonder museum dat uitlegt wat archeologen en andere oudheidkundigen doen. Dat is om twee redenen een probleem.

  • Als je de methoden niet uitlegt, denken geïnteresseerden dat je alleen maar claims doet en die niet onderbouwen kunt. Dan keren mensen zich tegen je.
  • Als je als oudheidkundige niet uitlegt waarom je een wetenschap beoefent, weten ook journalisten het niet. Dan reduceren ze je tot leverancier van trivialiteiten.

Ik ben dus blij dat een team rond Frans de Vries een boek heeft gemaakt waarin ze allerlei archeologische technieken uitleggen. Ze kozen bovendien een aansprekend thema: hoe stellen we in het lab vast of de vondsten van Tjerk Vermaning vervalsingen waren? De titel Valsheid in gesteente verraadt alvast een van de conclusies.

Lees verder “Valsheid in gesteente”

Bacchus in Esch

Bacchus (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

Ik ben te moe om iets te schrijven. Geniet maar van dit mooie plaatje: een barnstenen beeldje dat de god Bacchus voorstelt. Het dateert uit de tijd tussen pakweg 175 en 250 na Chr. Het is gevonden in het Noord-Brabantse dorpje Esch, halverwege Boxtel en Vught. Er zijn daar wel meer kostbaarheden uit de grond zijn gekomen. Het voorwerpje, een centimeter of tien groot denk ik, is te zien in het Noord-Brabants Museum in Den Bosch.

En het is gewoon mooi.

Twee Belgische praetorianen

Wijding door Julius Justus en Firmus Maternianus (Capitolijnse musea, Rome)

De stad Rome beschikte in de keizertijd over diverse organisaties om de openbare orde te bewaken. Er waren stadscohorten (een soort politie) en vigiles, die deels brandweer en deels politie was. Er waren praetorianen, die we kunnen beschouwen als een keizerlijke garde, en er was een bereden keizerlijke lijfwacht. Dan waren er vlooteenheden, die aan zee waren gestationeerd maar regelmatig dienden in de stad. Vanaf de late tweede eeuw lag het Tweede Legioen Parthica op de Albaanse Berg. Dat er zoveel verschillende soorten bewakers waren, was niet omdat Rome onrustig of opvallend gewelddadig was. Het bood de keizer, als hij twijfelde aan de loyaliteit van een van deze groepen, een mogelijkheid terug te vallen op de andere. De Romeinse vloot in Misenum was er niet om piraten te bestrijden maar om de praetorianen in de gaten te houden.

Hier is een inscriptie van enkele praetoriaanse gardisten uit Gallia Belgica, die is gevonden halverwege de Maria Maggiore en het spoorwegstation. Dat is niet ver van de kazerne van de praetorianen. Bovenaan zien we middenin de oppergod Jupiter, herkenbaar aan zijn adelaar. Links van hem staat de oorlogsgod Mars, rechts herkennen we Nemesis. Zij is de godin van de vergelding, herkenbaar aan de maatstaf. Aan de zijkanten zijn Sol en Victoria afgebeeld, de Zon en de Overwinning. De tekst van deze inscriptie, die bekendstaat als EDCS-18900606, is op de foto wat moeilijk leesbaar:

Lees verder “Twee Belgische praetorianen”