Petrus in Rome (2)

Petrus krijgt van Christus de sleutels (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In het vorige blogje heb ik het literaire bewijs voor Petrus’ aanwezigheid in Rome uiteengezet. Het was ambigu. In dit blogje behandel ik het archeologische bewijs.

In 1950 kondigde de paus aan dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het geheim onder de Sint-Pietersbasiliek opgravingen waren verricht en dat een graf was gevonden dat wellicht van Petrus was geweest. Er waren bij dat graf ook botten gevonden, maar die waren op dat moment slechts oppervlakkig onderzocht. Dat de paus erover zweeg, was verstandig, want ze bleken afkomstig van twee mannen, een vrouw, een varken en een paard.

Een rode muur

Dit was echter niet het einde van het verhaal. Achter het graf hadden de opgravers een roodkleurige muur met een nis en een klein altaartje gevonden. Dit kon niet anders zijn dan het door Eusebios van Caesarea op gezag van Gaius genoemde tropaion. Op en rond die muur waren graffiti aangebracht die Petrus vermeldden. De opgravers haalden Margherita Guarducci erbij, een specialiste die al eerder de Wet van Gortyn had uitgegeven. Aan de hand van de graffiti concludeerde zij dat hier toch ergens het graf van Petrus moest zijn. Toen ze een van de arbeiders vroeg of er weleens botten bij die muur waren gevonden, antwoordde die van wel. Elke avond, als de opgravers naar huis gingen, was een Vaticaanse functionaris langs gekomen om de menselijke resten weg te nemen, aangezien die nou eenmaal netjes dienden te worden herbegraven.

Lees verder “Petrus in Rome (2)”

Damasus

Kopie van een van de inscripties van Damasus (Romeinse Katakomben, Valkenburg)

In september 366 overleed Liberius, de bisschop van Rome. Het was het einde van een tumultueus bewind dat in het teken had gestaan van een conflict met keizer Constantius II, die volgens onze bronnen een aanhanger was van een christelijke opvatting die bekendstaat als arianisme. Liberius had het opgenomen voor een tegenstander van het keizerlijke standpunt, bisschop Athanasius van Alexandrië, en was daarom door de keizer verbannen en vervangen door Felix II. De Romeinse geestelijkheid had daarop de terugkeer van Liberius geëist, de keizer had ermee ingestemd en geopperd dat de twee bisschoppen samen zouden regeren – Rome was ooit groot gemaakt door twee collegiaal regerende consuls, zal hij hebben gedacht – maar de Romeinse menigte had Felix al vrij snel verjaagd.

De man die in deze onoverzichtelijke situatie de kerkelijke bezittingen had beheerd, was de aartsdiaken Damasus. Hij moet het goed hebben gedaan want toen Liberius overleed, was hij de gedoodverfde nieuwe bisschop en kon hij rekenen op de steun van degenen die daarvoor bisschop Felix hadden gesteund. De aanhangers van bisschop Liberius vertrouwden daarentegen op een andere aartsdiaken, Ursinus. Om de chaos compleet te maken, bespraken de twee partijen de opvolging op twee plaatsen en kozen ze beide mannen tot bisschop. Een niet-christelijke historicus, Ammianus Marcellinus, vertelt:

Lees verder “Damasus”