Keltische verhalen

Cernunnos (Musée de Cluny, Parijs)

Als de Vlaamse auteur Herman Clerinx, aan de trouwe lezers van deze blog bekend als de auteur van door mij bewonderde boeken over de hunebedden en de Romeinen in de Lage Landen, in zijn nieuwe boek Het oudste geheugen op aarde. Verhalen uit de Keltische wereld de La Tène-cultuur moet typeren, dus de tweede grote fase van de Keltische beschaving, schrijft hij:

deze kunstenaars leefden gelijktijdig met de meesters van de klassieke Griekse kunst. Maar terwijl de Grieken bedreven waren in het realistisch afbeelden van mensen, hadden de Keltische kunstenaars een andere belangstelling. De dagelijkse werkelijkheid boeide hen niet; zij toonden liever hun dromen, hun angsten, hun fantasie en hun mythen. Ook dat herkennen we in de verhalen uit de Keltische wereld. Realistisch kunnen we die moeilijk noemen, fantasierijk des te meer.

Ineens dacht ik: ja, dát is het. Wonderlijke goden met hertengeweien of drie gezichten, toverketels waar allerlei goeds in zit en dat in oneindige hoeveelheden, wezens van het duister, rondzwervende demonen: het zijn droomgezichten, fantasieën en soms ook angsten. Clerinx is een goede docent die vaak precies de juiste formulering weet te vinden.

Lees verder “Keltische verhalen”

Altaar in Rindern

Het altaar van Rindern (foto Paul van der Heijden)

Eerst even een misverstand uit de wereld helpen: het dorpje Rindern, even ten noorden van Kleef, is niet het Romeinse Arenacum. De namen lijken op elkaar, zeker, maar archeoloog Jan Verhagen heeft aannemelijk gemaakt dat de Romeinen met die naam Kleef bedoelden. (Op mijn website moet ik dit nog corrigeren.) De heridentificatie neemt niet weg dat Rindern in de Oudheid bewoond is geweest en dat het kleine museum Forum Arenacum heet.

Ik ben daar in 2009 met mijn zakenpartner langs gereden, op weg naar een echt buitenland dat ik me nu niet herinner. We wilden destijds ook het altaar in de kerk zien, want er is een beroemde Romeinse inscriptie, maar die dag was de kerk op slot. Afgelopen zaterdag hadden mijn vriendin en ik meer succes. Hier is de tekst op de ongeveer een kubieke meter grote steen, zoals die er momenteel uitziet (EDCS-11100795).

Marti Camulo
sacrum pro
salute Tiberii
Claudi Caesaris
[A]ug(usti) Germanici Imp(eratoris)
[c]ives Remi qui
[t]emplum constitu-
erunt

Lees verder “Altaar in Rindern”

Een vervloekingstablet uit Tongeren

Het Tongerse vervloekingstablet (© Gallo-Romeins Museum, Tongeren)

Dat was leuk: zondag hoorde ik via Herman Clerinx (de auteur van een prachtboek over de Romeinen in de Lage Landen, een prachtboek over de hunebedden en een prachtboek waarover ik binnenkort blog), dat het Gallo-Romeins Museum in Tongeren maandagmorgen een persconferentie zou hebben over een onlangs gevonden defixio, een vervloekingstablet. Ik heb er weleens eerder over geschreven: dat is een loden plaatje waarop een onheilswens stond voor deze of gene. Een schip bij Kyrenia ging inderdaad naar de kelder – het loden tabletje werd althans gevonden in een scheepswrak.

De door Clerinx genoemde persconferentie beloofde interessant te zijn en dus zat ik, een nacht in een Maastrichts hotel later, bij de presentatie. In de trein naar huis schreef ik een stukje dat nog maandagmiddag op de website van het Handelsblad stond. U leest het hier en het komt erop neer dat iemand tussen pakweg 70 en 100 n.Chr. een Grieks-schrijvende vervloekingsspecialist een loden vloektablet heeft laten vervaardigen, dat de onbekende vervloeker dat heeft gepersonaliseerd door er in het Latijn de naam van ene Gaius Julius Viator aan toe te voegen en dat hij het vervolgens heeft weten binnen te smokkelen in het huis van de verdoemde.

Lees verder “Een vervloekingstablet uit Tongeren”

Sakkara

Pabes en Taweretemheb, beschermd door de godin Hathor

Egypte bestaat uit ruwweg twee delen: Boven-Egypte ofwel het Nijldal en Beneden-Egypte ofwel de Delta. Ergens rond 3100 v.Chr. raakten deze gebieden verenigd en vanaf dan spreken we van de Eerste Dynastie of Vroegdynastieke tijd. Of we die vereniging mogen typeren als staatsvormingsproces is een kwestie van definitie. Het heeft er in elk geval mee gemeen dat het tijdperk structurerend was voor de verdere geschiedenis van Egypte. Allerlei zaken ontstonden die sindsdien in de Egyptische cultuur aanwezig zijn gebleven en terug zijn blijven komen.

Zo werd Memfis een soort stedelijk centrum: een gebied met heiligdommen, paleizen, havens en woonhuizen dat zich uitstrekte over een lengte van zo’n dertig of veertig kilometer. Ook toen eeuwen later andere heiligdommen, zoals Thebe of Sais, voorname bestuurscentra waren geworden, bleef Memfis belangrijk.

Lees verder “Sakkara”

De gesel Gods (2)

Petrus en Paulus op een glazen penning van bisschop Damasus (Vaticaanse Musea, Rome)

[Tweede deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en behandelde de doorbraak van enkele Germaanse stammen over de Rijn, het Romeinse Rijk binnen. In 410 viel Rome.]

De inname van Rome was voor de Visigoten en hun leider Alarik een middel om een regeling af te dwingen. Ze wilden land. De Romeinse auteur Orosius beschrijft de gebeurtenissen in zijn Wereldgeschiedenis. De vertaling is van Hein van Dolen.

Lees verder “De gesel Gods (2)”

Misverstand: Het oog van de naald

Even ongeacht welk dier bedoeld is met het Griekse woord kamelos, een kameel of een dromedaris, het Bijbelvers dat het makkelijker is voor een kameel door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke het koninkrijk Gods te betreden, is voor sommigen nogal problematisch. In de Verenigde Staten, waar de puriteinse christenen vanouds materieel succes beschouwen als blijk van goddelijke gunst, heeft men zich altijd wat ongemakkelijk gevoeld bij Jezus’ categorische afwijzing van rijkdom.

In hun kringen schijnt het misverstand te zijn ontstaan dat in Jeruzalem een stadspoortje zou zijn geweest dat “het oog van de naald” heette. De achterliggende gedachte is dat, zoals een groot dier met enige moeite wel door een kleine poort kon, rijkdom geen definitief obstakel voor het koninkrijk hoefde zijn. Een vergelijkbaar idee is dat “oog van de naald” de oosterse naam zou zijn van een winket, dat wil zeggen het kleine deurtje dat wel wordt aangebracht in een grote deur. Zie boven.

Lees verder “Misverstand: Het oog van de naald”

Jezus in Kashmir

Moslims gedenken Christus’ laatste dagen

Voor de profeet Mohammed was Jezus van Nazaret (“Isa, de zoon van Maryam”) een belangrijk persoon maar met diens wederopstanding uit de dood kon Mohammed weinig. De Koran gaat op de kwestie in naar aanleiding van een citaat:

“Wij hebben de messias, Isa de zoon van Maryam gedood” – maar zij hebben hem niet gedood, noch hem gekruisigd, maar de gelijkenis van Isa werd op een andere man gelegd. En degenen die daarin van mening verschillen zitten vol twijfel. Zij hebben daar geen kennis over, zij volgen niets anders dan gissingen en zij doodden hem niet. (Koran 4.157-158)

Westerse geleerden ontwaren hierin een gnostische (of beter: docetische) invloed op de jonge islam: de man die aan het kruis stierf, stierf slechts in schijn, had een schijnlichaam of was iemand waarvan de soldaten ten onrechte dachten dat het Jezus was. Er zijn ook islamitische gelovigen die denken dat het wel Jezus was die werd gekruisigd maar dat de marteling niet lang genoeg duurde om hem te laten sterven. Er is hier duidelijk een punt waar de weg van de islam een andere is dan die van de westerse wetenschap, die criteria heeft om authenticiteit vast te stellen en de kruisdood beschouwt als historisch feit. Dat hoeft ons hier niet bezig te houden. De vraag is: wat gebeurde er daarna?

Lees verder “Jezus in Kashmir”

De vier beesten van Daniël

Gevleugelde leeuw uit Nimrud (British Museum, Londen)

Een tijdje geleden beloofde ik een stukje over de wijze waarop de mensen in de Oudheid omgingen met voorspellingen. Als je de antieke teksten leest, komen die namelijk altijd uit. Eén verklaring is dat ze multi-interpretabel waren. Spreuken werden mondeling overgeleverd en er waren allerlei varianten in omloop. Thoukydides vertelt bijvoorbeeld over de tyfusepidemie die in 430 v.Chr. Athene trof:

In deze ellende was het begrijpelijk, dat de Atheners zich de volgende versregel herinnerden, volgens de ouderen een vroegere voorspelling:

“Eens komt een Dorische oorlog en de pest vergezelt hem.”

De mensen werden het er niet over eens of in deze oude versregel gesproken was van loimos (pest) of van limos (honger), maar natuurlijk behaalde in de gegeven omstandigheden het woord loimos de overwinning; want de mensen pasten hun herinnering aan aan het leed dat hen trof. Maar – zo komt het mij voor – als ooit een andere Dorische oorlog mocht uitbreken en gepaard gaat met honger, dan zullen zij vermoedelijk de andere lezing verkondigen. (vert. M.A. Schwartz)

Lees verder “De vier beesten van Daniël”

Misverstand: Vrouwelijke geestelijken

Hippo Regius, Basiliek

Ik wilde eigenlijk verder werken aan mijn reeks over patronen van misinformatie toen ik dit artikel tegenkwam. Een oudheidkundige heeft  aanwijzingen dat er vrouwelijke geestelijken zijn geweest in de vroege kerk.

New research recently unveiled in Rome suggests women had a greater role in the early church’s ministries and liturgies than previously thought.

Let op dat lamlendige “than previously thought”. “Anders dan aangenomen” is de ergste stoplap uit de wetenschapsjournalistiek.

Lees verder “Misverstand: Vrouwelijke geestelijken”

Geen misverstand: Paardenstaart

Vier paarden (San Marco, Venetië)

Met al die dagelijkse misverstanden – er komen er nog meer – word je misschien wat al te sceptisch. Een week of drie geleden was het de feestdag van de evangelist Marcus, over wiens historiciteit op Sargasso een aardig stuk is verschenen. Iemand vertelde me over de marteldood van de auteur van het oudste evangelie, die in 68 n.Chr. tijdens het festival voor de god Sarapis zou zijn vastgebonden aan de staart van een paard en door de straten van Alexandrië meegesleept.

Er worden meer doodsoorzaken genoemd, wat voldoende is om aan te nemen dat de Alexandrijnen een heilige Marcus kenden, later geen idee meer hadden wie dat was, en er een verhaal bij bedachten. De echte vraag – en dat wat mijn scepsis deed ontwaken – is natuurlijk of paardenstaarten wel sterk genoeg zijn voor evangelistentransport.

Lees verder “Geen misverstand: Paardenstaart”