Duivelskinderen

Johannes Chrysostomos

Het volgende blogje zal u wellicht voorkomen als overbodig: ik betoog dat Joden geen duivelskinderen zijn. Dat haal je de koekoek, zult u zeggen, en u heeft gelijk, maar het kan desondanks geen kwaad te schrijven over een beruchte passage uit het Evangelie van Johannes. Weliswaar denk ik dat zelfs de grootste antisemiet niet denkt dat Joodse vrouwen werkelijk seksuele omvang hebben met duivels, maar er zijn nog altijd mensen die de antijoodse polemiek in het Nieuwe Testament niet ervaren als problematisch.

Nakomelingen van Abraham

De tekst in kwestie is te vinden in het Evangelie van Johannes. Jezus heeft zichzelf gepresenteerd als het licht van de wereld, heeft zich met een grap afgemaakt van de kritiek en heeft mensen opgeroepen tot hem te komen. “Toen hij deze dingen zei,” noteert de evangelist, “kwamen velen tot geloof in hem.” En dan gebeurt er iets vreemds.

Lees verder “Duivelskinderen”

Limburg: Kessel

Helm uit Kessel (Limburgs Museum, Venlo)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Kessel

De bovenstaande helm schijnt te zijn gevonden in de Maas, of bij de Maas. Hij dateert uit de vierde eeuw en het opvallende aspect is natuurlijk dat op de helmkam een Christusmonogram ☧ is te zien: de in elkaar geschoven letters chi en rho, waarmee het woord Christus begint. De eerste interpretatie was natuurlijk: de drager van deze helm was een christelijke soldaat.

Lees verder “Limburg: Kessel”

Zeeland: Colijnsplaat

Reliëf van boot (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Colijnsplaat

Niet ver van Colijnsplaat, aan de noordelijke rand van het Zeeuwse eiland Noord-Beveland, heeft een heiligdom gestaan voor de godin Nehalennia, Keltisch voor “zij die bij de zee is”. De cultusplaats is verspoeld maar duikers hebben in de jaren zeventig allerlei reliëfs opgedoken, waarvan een mooie verzameling is te bewonderen op een opvallende plek in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het bovenstaande reliëf vormt de onderkant van een groter reliëf.

Lees verder “Zeeland: Colijnsplaat”

Utrecht: Woerden

Inscriptie voor Elagabal (Stadsmuseum, Woerden)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Woerden

Ik blogde twee uur geleden over de oosterse religieuze invloed in Tongeren, ik ga er nog even mee door: oosterse invloed in Woerden. Daar is bovenstaande inscriptie gevonden, waarvan de eerste regels nogal vreemd zijn.

Lees verder “Utrecht: Woerden”

Noord-Brabant: Empel

Wijding aan Hercules Magusanus uit Empel

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Empel

Een van de interessantste Nederlandse opgravingen van de afgelopen halve eeuw is de tempel van Empel, een dorp dat u even ten noorden van Den Bosch kunt vinden, vlakbij de rivier de Maas. Hier stond ooit een opvallend grote tempel, gewijd aan Hercules Magusanus.

Lees verder “Noord-Brabant: Empel”

Limburg: Tongeren

Defixio uit Tongeren (Gallo-Romeins Museum)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Tongeren

Over het vervloekingstablet (defixio) uit Tongeren heb ik al eens eerder geblogd, maar het is te interessant om het niet nog eens te doen. Het is tenslotte een jubileumdag. Net zoals de assemblage uit Tudderen, waarover ik al eens schreef, documenteert het voorwerpje oosterse invloeden in de Lage Landen. Het is alleen twee eeuwen ouder dan het gouden tabletje uit Tudderen: het Tongerse voorwerp dateert uit het laatste derde van de eerste eeuw. Geschreven in zowel het Grieks als het Latijn verwijst het naar de joodse god Jahweh. Zesmaal zelfs.

Lees verder “Limburg: Tongeren”

Petrus in Rome (2)

Petrus krijgt van Christus de sleutels (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In het vorige blogje heb ik het literaire bewijs voor Petrus’ aanwezigheid in Rome uiteengezet. Het was ambigu. In dit blogje behandel ik het archeologische bewijs.

In 1950 kondigde de paus aan dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het geheim onder de Sint-Pietersbasiliek opgravingen waren verricht en dat een graf was gevonden dat wellicht van Petrus was geweest. Er waren bij dat graf ook botten gevonden, maar die waren op dat moment slechts oppervlakkig onderzocht. Dat de paus erover zweeg, was verstandig, want ze bleken afkomstig van twee mannen, een vrouw, een varken en een paard.

Een rode muur

Dit was echter niet het einde van het verhaal. Achter het graf hadden de opgravers een roodkleurige muur met een nis en een klein altaartje gevonden. Dit kon niet anders zijn dan het door Eusebios van Caesarea op gezag van Gaius genoemde tropaion. Op en rond die muur waren graffiti aangebracht die Petrus vermeldden. De opgravers haalden Margherita Guarducci erbij, een specialiste die al eerder de Wet van Gortyn had uitgegeven. Aan de hand van de graffiti concludeerde zij dat hier toch ergens het graf van Petrus moest zijn. Toen ze een van de arbeiders vroeg of er weleens botten bij die muur waren gevonden, antwoordde die van wel. Elke avond, als de opgravers naar huis gingen, was een Vaticaanse functionaris langs gekomen om de menselijke resten weg te nemen, aangezien die nou eenmaal netjes dienden te worden herbegraven.

Lees verder “Petrus in Rome (2)”

Petrus in Rome (1)

Petrus (Agoramuseum, Athene)

Ik merkte vorige week terloops op dat we feitelijk niet weten wat er is geworden van Petrus na zijn verblijf in Antiochië. Ik kreeg de terechte opmerking dat allerlei antieke bronnen vertellen dat Petrus was in Rome, waar ook zijn graf wordt aangewezen in (of beter: onder) de Sint-Pietersbasiliek. Dit is interessante materie, en dit blogje groeide als vanzelf.

De bronnen

De informatie over Petrus’ optreden na de kruisiging komt erop neer dat hij als een van de eersten verkondigde dat Jezus was opgestaannoot 1 Korintiërs 15.5; Lukas 24.34; Johannes 21.1-14. en dat hij een rol speelde in de jonge kerknoot Galaten 1.18; Galaten 2.7-9. of daar zelfs leiding aan gaf. noot Handelingen 1.15-12.18. Ik verklap geen geloofsgeheim als ik vertel dat Petrus in Antiochië ruzie kreeg met Paulus.noot Galaten 2.11-14. De rotskerk die in Antiochië wordt toegeschreven aan Petrus, is als gebouw jonger, en de toeschrijving zelf is nog veel jonger.

Lees verder “Petrus in Rome (1)”

Een portret van Petrus

Petrus (Ägyptisches Museum, Leipzig)

Op de katholieke heiligenkalender is het morgen de feestdag van Petrus en Paulus. Het leek me daarom aardig eens te bloggen over het bovenstaande, Koptische portretje uit in de zesde eeuw. Het stelt Sint-Petrus voor en ik fotografeerde het, net als het Koptische alfabet waarover ik gisteren blogde, vorig jaar in het charmante Ägyptisches Museum van Leipzig.

Het reliëfje is onderdeel van een gedeeld bewaard gebleven, versierde dwarsbalk; de beeldhouwer had links ervan drie rozetten afgebeeld. Daarnaast – helemaal links op het fragment – was een volgend rozet, waarop Christus lijkt te hebben gestaan. De symmetrie van de Byzantijnse kunst dicteerde dat er nog verder naar links opnieuw drie rozetten zijn geweest met uiterst en links het portret was van een tweede heilige.

Lees verder “Een portret van Petrus”

Sint-Jan

De Sint-Jan van Den Bosch (in Madurodam)In onze zin des woords hadden de volkeren uit de Prehistorie vanzelfsprekend geen enkel weet van astronomie en meteorologie, maar ze herkenden de regelmaat in de natuurverschijnselen. Zo viel het op dat het na wat wij 21 december noemen langer licht bleef en dat het na 21 juni met het zonlicht weer bergafwaarts ging. 21 december en 21 juni – de datum varieert een klein beetje – staan bekend als de winterzonnewende en de zomerzonnewende.

De regelmaat was dus bekend. Het gebeurde elk jaar weer, al bracht men voor alle zekerheid offers, opdat de dagen werkelijk weer gingen lengen. Die offers, rituelen en midzomerfeesten bleven nog eeuwenlang bestaan, vooral op plaatsen waar men afhankelijk was van “de terugkeer van de zon”. De oorsprong van die feesten ligt vanzelfsprekend besloten in de mist der tijden, waardoor we weinig méér kunnen dan gissen. Zo zijn er nogal wat verzinsels ontstaan.

Lees verder “Sint-Jan”