Kort Libanees (2)

Wandschildering van Maria (Nationaal Museum van Libanon, Beiroet)

Libanon is een verdeeld land en het zal u wel bekend zijn dat de scheidslijnen religieus zijn. Je hebt christenen en moslims; die laatsten zijn weer verdeeld in soennieten en sji’ieten, en van die laatsten zijn de druzen een zó bijzondere variant dat je je kunt afvragen of je ze nog als sji’itisch kunt beschouwen. Die groepen zijn onderling weer verdeeld, soms langs religieuze lijnen en soms langs politieke lijnen. Er zijn bijvoorbeeld twee grote sji’itische partijen, de nationalistische Amal en de pro-Iraanse Hezbollah. En er zijn altijd de ego’s en de belangen van de diverse politieke leiders.

Hoe schep je eenheid in “a house of many mansions”? De overheid heeft in het verleden ingezet op een gedeeld verleden door de vernieuwing van het Nationaal Museum. Men is daarbij bepaald niet zuinig geweest en het is een van de mooiste culturele instellingen van de wereld, maar ik krijg niet de indruk dat het verleden werkelijk helpt om eenheid te scheppen. Geschiedenis is er natuurlijk ook helemaal niet om nationale identiteiten te helpen vormen, maar ik kan me bovendien niet aan de indruk onttrekken dat veel Libanezen ook niet al te veel van het verleden weten willen. Niet helemaal onbegrijpelijk natuurlijk, want elke politieke groep heeft lijken in de kast. Niet zelden letterlijk.

Lees verder “Kort Libanees (2)”

Bes

Reliëf van de god Bes (Karatepe)

Het lijp kijkende heerschap hierboven is de god Bes. Het reliëf is te zien in het zuiden van Turkije op een plek die ter plaatse bekendstaat als Karatepe, maar die, omdat in Turkije vrijwel ieder dorp Karatepe (“zwarte heuvel”) heet, door archeologen meestal wordt aangeduid als Aslantaş, “leeuwensteen”. In de Oudheid noemden de Neo-Hittitische bewoners de stad Azitawataya.

Het natuurstenen reliëf bewaakt een van de stadspoorten en is gemaakt tegen het einde van de achtste eeuw v.Chr. In Griekenland zongen barden de epen van Homeros en Hesiodos, in Juda zette men zich schrap voor de strijd tegen de Assyriërs en in onze contreien doken op dat moment ongeveer de eerste ijzeren voorwerpen op.

De vindplaats is opmerkelijk want Bes geldt als een Egyptische god, hoewel hij tegen het einde van de achtste eeuw in dat land geen tempels bezat. (Daarna vermoedelijk ook niet, trouwens. Ik ken ze althans niet.) Hij werd echter al eeuwen vereerd, maar deze kobold – anders kan ik het niet noemen – behoorde vooral tot de volkscultus.

Lees verder “Bes”

Waarom is het geen Pasen?

Reconstructie van een Romeinse kalender (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Het zal u niet zijn ontgaan dat het inmiddels officieel lente is. Afgelopen woensdag, 20 maart, kwam de zon, die zich de afgelopen zes maanden bevond onder het vlak van de hemel-evenaar, daar weer boven. De plaats waar de (ogenschijnlijke) baan van de zon de evenaar snijdt, heet het lentepunt of ook wel equinox, wat wil zeggen dat dag en nacht even lang duren. Inderdaad duren die allebei nu ongeveer twaalf uur.

Verder is u misschien opgevallen dat het afgelopen donderdag, 21 maart, volle maan was. En dat betekent dat het vandaag Pasen zou moeten zijn, want christenen vieren dat feest immers op de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente. Toch moet u nog een paar weken wachten tot het zover is.

Lees verder “Waarom is het geen Pasen?”

Uit de diepten van de hel

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Griekenland en Rome. Twee volken met een gedeelde, klassieke cultuur: dit is hoe we het beste kunnen kijken naar de antieke mediterrane wereld in de eerste eeuwen van onze jaartelling. We kennen de literatuur van enkele minderheden, zoals teksten in het Armeens, Hebreeuws en Aramees, maar vrijwel alle bewoners van het Romeinse Rijk deelden in meerdere of mindere mate in de klassieke cultuur. Zelfs degenen die erbuiten woonden, keken ernaar op. De Franken en Visigoten probeerden bijvoorbeeld een Romeins staatsapparaat op te bouwen.

Als iedereen Grieks-Romeins wilde zijn, komt de vraag op hoe de klassieke cultuur ten einde is gekomen, want vijanden had ze blijkbaar niet. Die vraag is oud: Zosimos was de eerste die keek naar het Romeinse Rijk als iets dat voorbij was. Als oorzaak wijst deze verstokte heiden op de verwaarlozing van de eredienst van de oude goden; als belangrijkste symptoom van de crisis wijst hij op de komst van vreemde stammen. Die hebben in de achttiende en negentiende eeuw opnieuw een rol gespeeld in de discussie, dit keer als oorzaak van de transformatie, en de twintigste eeuw leverde weer nieuwe verklaringen op.

Lees verder “Uit de diepten van de hel”

De aqedah

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Nog even een stukje naar aanleiding van iets dat ik eergisteren schreef over het offerdier, waarvan de poten waren gebonden. Ik moest ineens denken aan de aqedah, het “vastbinden” van de jonge Isaak door Abraham, de aartsvader. Het verhaal wordt verteld in Genesis 22 en begint met het onthutsende bevel van God dat Abraham zijn enige zoon moet offeren op een bergtop. Voor het goede begrip: dit soort offers kwamen in de oude wereld voor maar golden binnen het jodendom als volkomen onaanvaardbaar.

Isaak zei: “Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?”
Abraham antwoordde: “God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.”
En samen gingen zij verder. Toen zij de plaats bereikt hadden die God hem had aangewezen, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van Jahwe hem van uit de hemel toe: “Abraham, Abraham!”
En hij antwoordde: “Hier ben ik.”
Hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij god vreest, want gij hebt Mij uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.”
Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon.

Lees verder “De aqedah”

Prosmans obscurantisme

Jezus in de Hof van Olijven (muurschildering uit de Sta. Maria in Via Lata, Rome, nu in het Museo della Crypta Balbi)

Ik meende dat de Evangelische Omroep steeds opener werd voor wat ik maar even “de wetenschap” zal noemen. Ik heb weleens op de radio mogen uitleggen waarom al die opgravingen in Israël waarin het gelijk van de Bijbel werd bewezen, volstrekte flauwekul zijn. EO-voorman Andries Knevel liet zich ervan overtuigen dat wetenschap en religie niet (hoeven te) snijden en dat het bestaan van evolutie niet betekende dat er geen voorzienigheid was. Ik ben in een vroege fase betrokken geweest bij een documentaire-reeks over de historische Jezus die een paar weken geleden is uitgezonden.

Dat de EO opener was komen staan voor de wereld, was bovendien in lijn met wat ik zie bij evangelische vrienden, die wel een voorkeur hebben voor een meer letterlijke uitleg van de Bijbel, maar moeiteloos erkennen dat er ook anders naar kan worden gekeken. In de zin dat ze het vermogen hebben hetzelfde probleem vanuit twee perspectieven te bekijken, met en zonder de geloofsaanname dat de Bijbel letterlijk waar is, belichamen ze een ruimdenkendheid die ik de “angry atheists” zou toewensen. Kortom, ik was optimistisch over de EO. Maar ik had dit interview met “evangelisch populist” dominee Henk-Jan Prosman nog niet gelezen. “Eigenlijk was Jezus ook een populist.”

Lees verder “Prosmans obscurantisme”

Nubisch offerdier

Een bijna abstract beeldje van een offerdier

Omdat ik onverwacht de stad uit moet, en omdat de zetproef van mijn nieuwe boekje Wahibre-em-achet en andere Grieken er inmiddels is, vandaag even een heel kort stukje: een afbeelding van een ram, die zo meteen geofferd zal gaan worden. Om het slachten zo snel mogelijk te laten verlopen, hebben de offeraars de poten al gebonden.

Lees verder “Nubisch offerdier”