De extra mijl

Mijlpaal uit Rafaneia

In het Engels kun je van iemand vragen of ’ie voor dit of dat project bereid is an extra mile te gaan: zich bovenmatig in te spannen. Dat gaat terug op een vers uit het Evangelie van Matteüs, uit de Bergrede, waarin Jezus adviseert:

Als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op.noot Matteüs 5.41; NBV21.

Het komt uit de Bergrede, waarin Matteüs Jezus presenteert als een schriftgeleerde, die zijn commentaar geeft op de Wet van Mozes. Als God de Joden uitverkoren heeft, is het minste wat Joden terug kunnen doen, proberen de Wet zo goed mogelijk na te leven en diepste betekenis te vinden. De Jezus van Matteüs is hier een schriftgeleerde die zijn duit in het zakje doet, ongeveer zoals de auteur van 4QMMT. Jezus’ uitleg is een oproep tot een welhaast bovenmenselijke volmaaktheid: mensen moeten ernaar streven even volmaakt te zijn als God zelf. Je moet dus maar een extra mijl lopen.

Lees verder “De extra mijl” →

Brabantse sagen

Bronstijd-grafheuvels, Toterfout

De archeologische interpretatie stoelt op diverse poten. Zoals vergelijking: dit is een Romeins castellum want het lijkt op al bekende castella. Een meer tot de verbeelding sprekende interpretatiewijze noem ik gemakshalve “laboratorium”: door steeds weer nieuwe technieken is de archeologie momenteel de innovatiefste van de oudheidkundige disciplines. Verder benutten archeologen inzichten uit andere vakgebieden. Het ontstaan van de Taalgrens graaf je niet op, maar baseer je op teksten.

Archeologie in isolement

Nu volgt mijn maandelijkse gemopper: archeologen zijn met teksten onvoldoende vertrouwd. In de jaren ’80 propten de universiteiten de stof van vijf à zes jaar in vier jaar. De nadruk lag voortaan bij de technieken, terwijl kennis van de tekstwetenschappen gemarginaliseerd raakte. Deze smallere, technischere archeologie werd daarna geïnstitutionaliseerd in een onderzoeksschool, zoals ook andere disciplines in deze tijd geïnstitutionaliseerd versmalden.

Lees verder “Brabantse sagen” →

Roepen in de woestijn

Rechte weg in de woestijn

Zo nu en dan schuif ik aan bij mijn goede vriend Richard, die van alles weet over van alles, zodat een gesprek altijd ergens over gáát, en die verder ook nog een van de aardigste mensen is die ik ken, zodat een gesprek ook altijd gezellig is. En onlangs attendeerde hij me op iets grappigs in het Evangelie van Marcus. Dat begint als volgt.

Er staat geschreven bij de profeet Jesaja: “‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal je een weg banen. Een stem roept in de woestijn: ‘Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!’”

En zo is het gebeurd toen Johannes ging dopen in de woestijn en de mensen opriep tot inkeer te komen en zich te laten dopen.noot Marcus 1.2-4; NBV21.

Lees verder “Roepen in de woestijn” →

De sterre der zee

Maria, Sterre der Zee, Maastricht

Niets prettiger dan een fijn misverstand. Zoals de titel “Sterre der Zee” voor Maria. Die is de rooms-katholieke traditie binnengeslopen door de verklaring die de Bijbelvertaler Hieronymus gaf voor de naam Maria. Hij deelde de Hebreeuwse naam Maryam op in Mar en Yam wat in het Latijn Stilla Maris werd, “druppel der zee”. Dat verbasterde weer tot Stella Maris, “Sterre der Zee”. In Nederland wordt Maria als Sterre der Zee vereerd in de Onze Lieve Vrouwe-basiliek in Maastricht.

De ruim vijf eeuwen oude bidweg door het centrum door die stad is ontstaan uit een boetprocessie op Tweede Paasdag, waarbij het genadebeeld van Maria werd meegedragen. Dat dateert uit de vijftiende eeuw en draagt de titel sinds pakweg 1701. In de loop der eeuwen is de route een paar keer aangepast, voor het laatst in 1804.

Lees verder “De sterre der zee” →

Joodse en christelijke spijswetten

Herders slachten een ram (Archeologisch museum, Split)

De Dode Zee-rollen zijn een van de allerbelangrijkste oudheidkundige ontdekkingen uit de afgelopen eeuw, en binnen deze verzameling van bijna duizend boekrollen springt één tekst er echt uit: Enige Werken der Wet, ook wel bekend als 4QMMT. Niet alleen wordt hier duidelijk wat “werken der Wet” zijn – niet de “goede werken”, zoals Luther dacht, maar een ethnic marker voor wie joods is – maar ook toont deze tekst dat een schisma in de joodse wereld zich voltrok over de wijze waarop iemand zich aan de Wet van Mozes moest houden, de halacha. Anders gezegd: hoe ga je om met de diverse reinheidsvoorschriften, sabbatsregels en spijswetten?

Integratie van de joden in de grotere wereld

Rond het begin van onze jaartelling was de algemene tendens in het jodendom er een naar grotere openheid. Dat is al te vinden in de jongere delen van Jesaja, waar de tempel in Jeruzalem een “huis voor alle volken” heet.noot Jesaja 56.7. De vroege hellenistische tijd zag verdere integratie van de Joden in de grotere wereld. Dat veranderde enigszins rond 100 v.Chr., toen de Makkabeeënopstand, die ruim een halve eeuw eerder had plaatsgevonden, werd uitgelegd als verzet tegen de hellenisering – een perspectief dat eerder eigenlijk wat marginaal was geweest en ook na 100 v.Chr. bepaald niet het enige was. Toen koning Herodes de Grote de tempel herbouwde, was er ook ruimte voor niet-joden, al was het op enige afstand.

Lees verder “Joodse en christelijke spijswetten” →

Verzoening

Graf van Maimonides, Tiberias

Mijn belangstelling voor religie is die van een historicus. Ik wil weten hoe mensen destijds dachten. De historicus constateert en beschrijft; hij hoeft niet steeds te zeggen dat deze of gene praktijk schandalig of prijzenswaardig was en hoeft er ook geen voorbeeld van te maken. Natuurlijk, mijn onderwerpkeuze maakt duidelijk waar mijn belangstelling ligt, en zoals iedereen heb ik mijn sym- en antipathieën, maar ik probeer mijn historische belangstelling gescheiden te houden van mijn levensovertuiging.

Vandaag echter even niet. Ik wil het eens hebben over politici en andere bestuurders die excuus maken. Waarom overtuigen ze zo zelden?

Lees verder “Verzoening” →

Veleda

Veleda (Walhalla, Regensburg)

Vandaag blogje numero 7500, en ik wijd het aan een van de grote vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis: Veleda. De enige keer dat ik iets zag dat in de verte leek op een standbeeld, was een reliëf in Regensburg, in het Walhalla. Maar misschien moeten we daar eens verandering in gaan brengen.

Om te beginnen: Veleda was (althans volgens de Romeinse auteur Publius Cornelius Tacitus) een van de belangrijkste personages uit de Bataafse Opstand, namelijk de profetes die de diverse Germaanse groepen het vertrouwen gaf voor de strijd tegen Rome. Zelf behoorde ze tot de Bructeren, die leefden van de Achterhoek tot aan de Lippe in Duitsland.

Lees verder “Veleda” →

Commodianus

Een van de populairste Romeinse goden was Apollo. We kennen hem onder allerlei namen: Apollo Delius was de Apollo zoals hij werd vereerd met de rituelen van het eiland Delos, Hercules Didymaeus was de Apollo zoals hij werd vereerd met de rituelen van het heiligdom in Didyma, Apollo Delphinius verwees naar de Apollo zoals die werd vereerd in het orakel van Delfi, en keizer Augustus vereerde Apollo met de rituelen van Aktion en in die vorm heet de god Apollo Actiacus. Zo ging dat met antieke goden: in veelvoud één.

Zo ook Christus. De Christus die werd vereerd in Antiochië was, zoals Romeinse goden betaamde, eender met én anders dan die in Alexandrië, om eens twee steden te noemen die hun naam gaven aan eigen theologische richtingen. Zoveel steden, zoveel christelijke gemeenschappen, zoveel opvattingen. De betekenis van het Concilie van Nikaia (325) is dat er één gedeelde doctrine kwam. Een eerste kenmerk daarvan was dat christenen niet ook andere goden mochten vereren – een aspect waarvan de meeste Romeinen met verbazing kennis zullen hebben genomen. Een tweede kenmerk was dat er maar één juiste manier was om te denken over Christus. In combinatie heten deze twee vernieuwingen “orthodoxie”.

Lees verder “Commodianus” →

Jacques-Paul Migne

Mignes roofdruk van een door de mauristen gemaakte Origenes-uitgave

U heeft vermoedelijk allemaal gelezen hoe de AI-bedrijven momenteel op grote schaal het internet scrapen om aan informatie te komen om hun modellen te voeden. Die activiteit is niet alleen een schending van allerlei auteursrechten, maar is inmiddels ook vrij zinloos, aangezien veel online-content door AI wordt geschreven. Vandaar dat inmiddels oude boeken worden opgekocht, ingescand en gelezen. Daar spreekt men nu schande van, hoewel het al jaren gebeurt met digitaliseringsprojecten als Google Books.

En feitelijk is het allemaal een beetje herhaling van zetten. We hebben het in de negentiende eeuw al eens meegemaakt. Oudheidkundigen zitten nog steeds met de gevolgen, die zowel positief als negatief zijn. Ik bedoel het levenswerk van de Franse geestelijke Jacques-Paul Migne (1800-1875), de grondlegger van de Ateliers Catholiques, waar hij gedurende dertig jaar elke tien dagen een boek publiceerde. “De Migne” is voor oudheidkundigen een begrip. Maar eerst iets over Mignes leven en werken.

Lees verder “Jacques-Paul Migne” →

Spoliatio Aegyptiorum

Egyptische sieraden uit het graf van Djehuty (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Latijnse woorden uit de titel betekenen zoiets als “de beroving van de Egyptenaren”, maar dit blogje gaat niet over de plundering van het museum van Malawi, niet over de roofopgraving waarbij de Sapfo-papyri zouden zijn gevonden en ook niet over de moord op de bewakers van de Leuvense opgraving bij Dayr al-Barsha. Al mag u bij die ellende best even stilstaan. Ik wil het echter hebben over de Spoliatio Aegyptiorum, een uitdrukking die wordt gebruikt ter typering van de relatie tussen enerzijds de christelijke en anderzijds de Romeinse levensbeschouwing.

Jeruzalem versus Athene

Voor de eerste christenen was het nog vrij eenvoudig: de wereld zou op zeer korte termijn worden omgekeerd, de eersten zouden de laatsten zijn en de laatsten de eersten, en er zou een nieuwe wereld ontstaan. De Romeinse wereld zou dus verdwijnen. De eschatologische ommekeer bleef echter uit en de christenen moesten steeds meer nadenken over de plek die ze in dit Romeinse ondermaanse wilden bekleden. Was er niet een tegenstelling tussen hun geloof en hun wereld? In de beroemde woorden van de christelijke auteur Tertullianus: wat had Jeruzalem te maken met Athene? welke overeenkomst was er tussen de Academie en de Kerk? wat hadden ketters en christenen gemeen?noot Tertullianus, De praescriptione haereticorum 7; de titel is onvertaalbaar. Tertullianus gebruikt een term uit het Romeins Recht die erop neerkomt dat de door andersdenkenden naar voren gebrachte bezwaren niet ontvankelijk zijn.

Lees verder “Spoliatio Aegyptiorum” →