Joods Irak

Graf van Ezechiël in Khifl

De omgeving van Jeruzalem is voor het jodendom de allerbelangrijkste regio, maar Irak is een goede tweede. Sinds de Babylonische koning Nebukadnezzar rond 587 v.Chr. de Joodse elite afvoerde naar het oosten, leefden er Joden in het Tweestromenland. Ook toen ze mochten terugkeren, bleven er Joden in Babylonië. Daar blogde ik al eens over. Steden als Nippur en Nehardea golden als belangrijke centra voor joodse religieuze studie.

Er moet in Irak ook een tempel zijn geweest. Die staat namelijk vermeld op een kleitablet dat bij mijn weten nog niet is uitgegeven. Dat de Bijbel het heiligdom niet noemt, behoeft geen verbazing: de samenstellers beschouwden Jeruzalem als enige plaats waar aan Jahweh geofferd mocht worden, en zwegen de concurrentie liever dood. De joodse tempel in Elefantine blijft ook onvermeld.

Lees verder “Joods Irak”

Kort Irakees (8): Borsippa

Je weet zeker dat bezoekers aan Irak je een keer zullen zeggen dat de enige zekerheid in Irak is dat je geen zekerheid hebt. Wat op de ene dag nog een duidelijk reisprogramma lijkt, kan de volgende dag totaal anders zijn. Plekken waar de paus dit voorjaar op bezoek is geweest, zijn enerzijds prachtig opgeknapt en aangepast voor bezoekers. In Ur betekent dat dat delen die in 2019 nog toegankelijk waren, nu afgesloten zijn. Soms ontmoet je archeologen, zoals in Hatra, Nineveh en Girsu, die er merkbaar plezier in hebben je rond te leiden. (Noot: in Uruk pleurden ze de halve site op slot, alsof wetenschappers de voornaamste belanghebbenden zouden zijn). Het museum in Bagdad, dat een enorme subsidie kreeg om open te zijn voor bezoekers, is inderdaad open geweest om te tonen dat het Gilgameš-tablet terug in Irak was en toen weer gesloten. En overal waar je komt vind je iets dat je niet had verwacht maar dat leuk is. Zoals in Borsippa. Of Birs Nimrud, zoals de moderne naam is.

Borsippa

We gingen naar Borsippa om  de ziggurat te zien, een plomp monument waar je allerlei tichels ziet liggen, gestempeld met spijkerschriftinscripties. Het monument is, net als de minaret van Samarra, weleens genoemd geweest als de Toren van Babel. Ernaast ligt de tempel Ezida, gewijd aan de god van de wijsheid en schrijfkunst, Nabu. Kortom: we liepen er met plezier rond, te meer omdat de ruïne van de tempeltoren in gebruik bleek als speeltuin. Sommige mensen skiën van een berg af, hier renden de kinderen van een kunstmatige berg tichels naar beneden.

Lees verder “Kort Irakees (8): Borsippa”

Kort Irakees (5): Bahlul

Het Abbasidische paleis in Bagdad, dat overigens eeuwen na Haroen ar-Rasjid is gebouwd

Soefi’s zijn islamitische mystici. Ik blogde al eens over ze. Misschien is het grote verschil met de westerse mystiek wel dat deze laatste werkelijk naar binnen is gekeerd, zodat het écht gaat om de relatie tussen de gelovige en God, terwijl de soefi’s vaak de noodzaak voelen hun radicale liefde voor God te tonen, en daarbij dus een publiek nodig hebben. Er is een derde partij bij betrokken, wat in mijn ogen – die van een buitenstaander – de claim alléén van God te houden tegenspreekt.

Dat laat onverlet dat ik plezier beleef aan de verhalen over een Rabia, die door Bagdad rende met een kruik en een fakkel, om de hel te blussen en de hemel in brand te steken, zodat ze Gods wil kon doen zonder aan het hiernamaals te denken. De anekdote bevalt me vooral zo omdat ze illustreert dat er tussen humanisme en religie weinig verschil zit. Een gelovige die iets goeds doet om in de hemel te komen, is een boekhouder.

Lees verder “Kort Irakees (5): Bahlul”

De Bergrede (7): christenvervolging

Niet per se een christen (Museum van El-Djem)

In mijn reeks over de Bergrede nu de laatste van de zaligsprekingen waarmee deze compositie begint. Dit is de tekst in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

Het Matteüsevangelie is geschreven na de val van Jeruzalem in 70 n.Chr. Als we het dateren rond 80, zullen we er niet ver naast zitten. De volgelingen van Jezus waren toen al vervolgd. In Rome had keizer Claudius al “Joden verdreven die, opgehitst door de agitator Chrestus, voortdurend ongeregeldheden veroorzaakten”. Nero had groepen gebruikt als levende fakkels en in mythologische tableaux vivants. In Jeruzalem was Jezus’ broer Jakobus gestenigd. Het geweld was kleinschalig geweest, maar daarom nog wel serieus.

Lees verder “De Bergrede (7): christenvervolging”

Nieuws of geen nieuws uit Qumran

De Vierde Grot van Qumran ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Eigenlijk had ik vandaag weer eens willen schrijven over het Nieuwe Testament, want ik beleef veel plezier aan het lezen van die tekst en het natrekken van parallellen in de joodse literatuur, maar ik heb er de laatste tijd de rust niet voor. Vandaag heb ik echter wel een verwant stukje. Er is namelijk een nieuwe – zegt men – theorie over Qumran, dat wil zeggen het gebouw bij de grotten waarin de Dode-Zee-rollen zijn gevonden. U vindt het artikel hier en in elk geval Ha’aretz is enthousiast: “New Study Solves the Mystery of the Dead Sea Scrolls”. De Israëlische krant legt uit:

Scholars have struggled how to explain the lack of more permanent residences at Qumran, but a new theory suggests that the grounds served as a religious competitor to Jerusalem.

Ik denk dat ik de drie eerste woorden voor mijn rekening kan nemen. Het vergt wat uitleg dat scholars have struggled.

Lees verder “Nieuws of geen nieuws uit Qumran”

1. De periferie en het centrum

Sculptuur uit Oud-Termez

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het eerste van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Oud-Termez is ontstaan rond 200 v.Chr., zoveel maakt de archeologie wel duidelijk, maar veel meer weten we niet. Dat de bouwheer een hellenistische koning Demetrios was die de stad naar zichzelf vernoemde, is maar één hypothese over de stichting. De vondsten bieden geen uitsluitsel, al is het plaatselijke museum aardig genoeg: de gebruikelijke collectie aardewerk en munten en ook wat sculptuur. Daaronder is een kapiteel, gedecoreerd met palmetten, guirlandes en een afbeelding van een gespierde, naakte man met over zijn hoofd een leeuwenhuid. Herakles, zou je zeggen.

Termez ligt echter in Baktrië, op de grens van Oezbekistan en Afghanistan, en het kapiteel is gevonden in een boeddhistisch klooster. De makers hebben, toen ze Boeddha wilden afbeelden, gekozen voor een Grieks voorbeeld. Andere vroege Boeddha’s zijn gebaseerd op westerse afbeeldingen van de god Apollo.

Lees verder “1. De periferie en het centrum”

Kon Jezus lezen en schrijven? (2)

Joodse geleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus)

In het eerste stukje legde ik uit dat de evangeliën weinig beslissends zeggen over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. We zullen deze teksten verder laten rusten. Een andere aanpak is te kijken naar Jezus’ wereld en dan zijn er wel meer dingen te zeggen.

Een vrome timmerman

Het eerste is: Jezus kwam uit een religieus milieu. Dat weten we omdat zowel hijzelf als zijn familieleden heel sprekende namen hebben: een moeder Maria, een vader Jozef, een broer Jakobus, een broer Judas, en een verdere verwant Simon. Ik blogde er al eens over dat dit namen zijn met goede antecedenten in de eerste boeken van de Bijbel, waar u ze tegenkomt als Miriam, Jozef, Jakob, Juda, Simeon. De naam die wij weergeven als Jezus is dezelfde als die van de strijder Jozua.

In vrome kringen als deze was het gebruikelijk minimaal de oudste zoon naar school te sturen. De geletterdheid van de Joden was in de Oudheid spreekwoordelijk. Romeinse soldaten wisten daarom heel goed dat als je een Jood wilde pesten, je zijn boeken kapot moest maken. Dode-Zee-rollen met zwaardhouwen en reparaties bewijzen hoe gehecht Joden eraan waren.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (2)”

Kon Jezus lezen en schrijven? (1)

Reconstructie van een antieke synagoge (Museumpark Orientalis)

Afgelopen week kreeg ik van collega Marcel Hulspas de vraag voorgelegd of Jezus analfabeet was. Anders gezegd: kon Jezus lezen en schrijven? Dat is een interessante kwestie, die raakt aan allerlei aspecten van de uitleg van het Nieuwe Testament. Al levert de tekst zélf niet zoveel op.

Schrijven in het zand

Er is één passage waarin duidelijk sprake is van een schrijvende Jezus en dat is Johannes 8.6. De farizeeën en schriftgeleerden leiden een overspelige vrouw – in de middeleeuwse traditie ten onrechte geassocieerd met Maria Magdalena – aan Jezus voor. Ze vragen of hij vindt dat steniging gepast is. Hij schrijft wat in het zand. Als de aanklagers aandringen, merkt hij alleen op dat wie nooit een fout maakte de eerste steen maar moet werpen. De mannen druipen af.

Een mooi verhaal, maar het bewijst weinig. Eén: er staat εγραφεν εις την γην, wat je inderdaad kunt vertalen als “schreef hij in het zand”. Het betekent echter ook “tekende hij in het zand”. Jezus laat zijn minachting blijken door een doodle te tekenen.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (1)”

Filon van Byblos

De mythe van Ba’al en Mut uit Ugarit (Louvre, Parijs)

In de eerste helft van de tweede eeuw n.Chr. publiceerde een zekere Filon van Byblos een Geschiedenis van Fenicië. Het werk, dat gebaseerd zou zijn op een ouder overzicht van de oosterse mythologie van een zekere Sanchuniathon, is vrijwel geheel verloren gegaan, maar wordt geciteerd door auteurs als Porfyrios en Eusebius. Als Filon werkelijk toegang heeft gehad tot een overzicht van Fenicische mythen, bieden die fragmenten waardevolle informatie over de Kanaänitische religie. Hier hebben we de verhalen van de priesters van Ba’al waartegen de bijbelse profeten het opnamen.

Gruppe versus Albright

Het probleem met Filons Geschiedenis van Fenicië is al lang geleden door de Berlijnse godsdiensthistoricus Otto Gruppe herkend: sommig materiaal oogt eerder Grieks dan oosters en Sanchuniathon zou een verzinsel zijn. Omgekeerd hechtte de Amerikaan William Albright onverkort geloof aan Filons betrouwbaarheid. Daarvoor pleit bijvoorbeeld dat de naam Sanchuniathon ofwel Sknytn, “de god Sakan heeft geschonken”, is gedocumenteerd in de Punische stad Hadrumetum. Veel belangrijker is dat er parallellen zijn met de Kanaänitische mythologie die bekend is geworden met de ontdekking van de kleitabletten uit Ugarit.

Lees verder “Filon van Byblos”

De Bergrede (2)

Mozaïek uit de Groß Sankt Martin in Keulen

In mijn reeks over het Nieuwe Testament was ik begonnen aan de Bergrede. Zoals ik al vertelde is het een compositie van de auteur van het Matteüs-evangelie, gebaseerd op de uitsprakenverzameling die bekendstaat als Q. Het beroemdste deel is de verzameling paradoxen die bekendstaat als de Zaligsprekingen omdat, in oude vertalingen, deze spreuken steeds werden ingeleid met “zalig is degene die…” Hier gebruik ik de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.3-12 (parallel: Lukas 6.20-23) en de situatie is dat Jezus een berg op gaat om zijn eerste grote redevoering te houden. Hij begint met een Umwertung aller Werte.

Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Lees verder “De Bergrede (2)”