Romeins Nijmegen (3) Bloei en verval

Een Bacchus uit het badhuis (Stadhuis Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het derde; het eerste was hier.]

Bloeitijd

In de tweede eeuw bloeide Ulpia Noviomagus. Op het grafveld zijn prachtige barnstenen en kristallen voorwerpen gevonden die bewijzen dat in elk geval de elite het breed kon laten hangen. Oude schattingen hielden het erop dat het stadje zo’n 5.000 inwoners had; inmiddels is duidelijk dat het er fors meer waren, misschien wel 10.000. Met een legioenbasis ernaast was het al met al te groot om te worden gevoed vanuit het achterland, zelfs al verrees langs de Waal de ene boerderij na de andere. Graan en andere levensmiddelen moesten worden geïmporteerd, en de inscriptie van graanhandelaar Marcus Liberius Victor, die zijn producten aanvoerde vanuit het verre Henegouwen, is heel typerend.

Lees verder “Romeins Nijmegen (3) Bloei en verval”

De Germanen (4) Meer geschiedenis

Germaans krijgersgraf (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje had ik een begin gemaakt met een geschiedenis van de Germanen, een geschiedenis die grotendeels een geschiedenis is die door Romeinse auteurs wordt verteld. Maar die vertelden niet altijd de hele waarheid. Eén factor die ze niet lijken te hebben herkend, is dat de Elbe-Germanen de andere groepen wat opduwden richting Rijn.

Romeinse controle

Je kunt ook zonder legers een land beheersen, en dat was Romes nieuwe beleid voor de regio tussen Rijn en Donau. Het is grappig dat er enerzijds een culturele discussie was over “de Germanen”, die konden worden gepresenteerd als nobele wilden en als degenen tegen wie een Romeinse man kon bewijzen wie ’ie was, terwijl het concrete beleid was gericht op samenwerking met losse stammen of volken – dus niet “de Germanen”, maar de Chamaven, de Bructeren of zo. Rome wees leiders aan, stamkrijgers dienden in de Romeinse legers, en er was handel. Publius Cornelius Tacitus zegt ergens tussen neus en lippen door dat de Germanen het meeste hielden van “de oude munten” en dus voldoende wisten om te herkennen dat de Romeinen met het zilvergehalte sjoemelden. De Germaanse kooplieden wisten heel goed wat ze deden.

Lees verder “De Germanen (4) Meer geschiedenis”

De Cyrenaica (2)

Apollonia (Cyrenaica)

[Dit is het tweede en laatste blogje over de Cyrenaica.]

Een tijd zonder geschiedenis

De Perzen veroverden Egypte in 525 v.Chr. en lijken daarna de Cyrenaica te hebben onderworpen. Uit de Historiën van Herodotos van Halikarnassos zouden we afleiden dat het gebeurde rond 513, maar zoals zo veel dateringen is ook dit jaartal niet zo zeker als het lijkt. Het is onduidelijk of de Achaimeniden daadwerkelijk de regio hebben beheerst: ze lag immers ver weg. Het is in elk geval waarschijnlijk dat de Cyrenaica haar zelfstandigheid herwon toen koning Xerxes de perifere rijksdelen opgaf. In elk geval moeten de steden van de Cyrenaica na de onafhankelijkheid van Egypte in 404 autonoom zijn geweest.

Lees verder “De Cyrenaica (2)”

Limburg: Kessel

Helm uit Kessel (Limburgs Museum, Venlo)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Kessel

De bovenstaande helm schijnt te zijn gevonden in de Maas, of bij de Maas. Hij dateert uit de vierde eeuw en het opvallende aspect is natuurlijk dat op de helmkam een Christusmonogram ☧ is te zien: de in elkaar geschoven letters chi en rho, waarmee het woord Christus begint. De eerste interpretatie was natuurlijk: de drager van deze helm was een christelijke soldaat.

Lees verder “Limburg: Kessel”

Vlaanderen: Oudenburg

Venus Pudica (Oudenburg)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Oudenburg

Over het bovenstaande beeldje heb ik eerder geschreven, namelijk toen ik vorig jaar het museum van Oudenburg bezocht. Over dit beeld, door de opgravers van het Romeinse fort geïdentificeerd als Venus (omdat het nu eenmaal lijkt op een beroemd standbeeld van die godin), vroeg ik me af of het geen pornografische afbeelding kon zijn. Dat zegt natuurlijk vooral iets over het feit dat ik zelf ’s konings wapenrok heb gedragen en dat ik, als het gaat om vrouwelijk naakt in een militaire context, een andere verwachting heb dan iemand met een achtergrond in de kunstgeschiedenis.

Lees verder “Vlaanderen: Oudenburg”

Het falen van Julianus de Afvallige (2)

Julianus de Afvallige (Staatliche Münzsammlung, München)

[Dit is het tweede en laatste deel van een door Jeroen Wijnendaele geschreven gastbijdrage over Julianus de Afvallige. Het eerste deel was hier.]

Burgeroorlog

[13] Het keerpunt was het jaar 353, toen Constantius II zegevierde in een dodelijke burgeroorlog. Die kostte het Rijk duizenden en duizenden soldaten. Een tijdgenoot riep uit wat een totale verspilling dit was (nogmaals: kostbare hulpbronnen!). Het imperium was nu verzwakt. Vervolgens betekende Julianus’ usurpatie in 360 dat Constantius troepen moest weghalen bij de Perzische grens, die hij bijna een kwart eeuw vakkundig had verdedigd.

[14] Julianus had zich in Gallië als een commandant bewezen door in het Rijnland efficiënt op te treden tegen de Alamannen en de Franken. Maar met zijn usurpatie en – vervolgens – het wegnemen van troepen om op te rukken tegen Constantius II, was hij verantwoordelijk voor de ontwrichting van een systeem dat in het Westen naar behoren werkte.

Lees verder “Het falen van Julianus de Afvallige (2)”

Het falen van Julianus de Afvallige (1)

Julianus (Musée des beaux-arts, Lyon)

[Twitter bestaat niet meer, maar sommige dingen die daar leuk waren, gebeuren inmiddels op BlueSky. Hier is een uit het Engels vertaald draadje dat de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele schreef over Julianus de Afvallige.]

[1] De veldtocht van keizer Julianus de Afvallige tegen de Perzen was de op één na grootste nederlaag die het Romeinse leger in de vierde eeuw leed tegen een niet-Romeinse tegenstander. Alleen de slag bij Adrianopel was erger. Om de ernst van Julianus’ dwaasheid te begrijpen, moeten we verder kijken dan de man zelf, en de campagne plaatsen in haar laat-Romeinse context.

Crisis en herstel

[2] Na de Crisis van de Derde Eeuw kwam het imperium weer op de rails dankzij de hervormingen door de keizers Gallienus tot en met Constantijn de Grote. Het staatsbestel werd grondig aangepast, niet in de laatste plaats om een groter leger te ondersteunen. Waarschijnlijk bestond het rond 300 na Chr. uit zo’n 450.000 man, terwijl het een eeuw eerder nog zo’n 400.000 was geweest.

Lees verder “Het falen van Julianus de Afvallige (1)”

De Romeinse Provence (2)

Romeinse brug in Vaison

[Tweede deel van een blogje over Gallia Narbonensis, ofwel de Provence in de Romeinse tijd. Het eerste deel was hier.]

Keizertijd

Een geschiedenis van Gallia Narbonensis in de Keizertijd is een standaardverhaal. Het Romeinse Rijk, gevestigd met Blut und Eisen, garandeerde rust. Gallia Narbonensis behoorde in deze wereld tot de “binnencirkel” van de Romeinse provincies, wat inhield dat zo’n provincie meer belastingen betaalde dan de Romeinse overheid investeerde. Het was een wingewest. In de buitencirkel, waar de kostbare grenslegers waren gestationeerd, was dat andersom: daar gaf de overheid meer uit dan het aan belastingen binnen haalde.

Lees verder “De Romeinse Provence (2)”

V Macedonica in Dacië

Trajanus’ monument in Adamclisi

De verdere geschiedenis van V Macedonica volgt die van de andere legioenen uit de regio. Manschappen namen deel aan de oostelijke campagne van keizer Lucius Verus, die tussen 162 en 165 de Parthen versloeg. Bij terugkeer werd het legioen gestationeerd in Potaissa, het huidige Turda in Roemenië. De overplaatsing was noodzakelijk omdat verschillende, zoals de Sarmaten en Quaden, onrustig waren geworden. Keizer Marcus Aurelius bracht bijna tien jaar van zijn regering door aan de Midden-Donau. Vroeg tijdens het bewind van keizer Commodus (r.180-192) voerden Pescennius Niger en Clodius Albinus (beide toekomstige keizers) het bevel over V Macedonië en XIII Gemina. Samen versloegen ze de Sarmaten.

Toen deze oorlog eenmaal tot een goed einde was gebracht, richtten de Romeinen hun aandacht op de Daciërs in het binnenland. Arbeiders van de goudmijnen waren in opstand gekomen en hadden huurlingen in dienst genomen. Toen V Macedonica die had verslagen, kende keizer Commodus het in 185 of 187 de titel Pia Constans (“trouw en betrouwbaar”) of Pia Fidelis (“trouw en loyaal”) toe.

Lees verder “V Macedonica in Dacië”

Tipasa

Tipasa, Villa aux fresques

Ik heb het voorrecht nogal wat te kunnen reizen. Mijn laatste reis, per trein en bus door Spanje, waas puur vakantie. Maar de meeste reizen maak ik als reisleider en omdat ik ook het programma van zo’n reis maak, kan ik eigenlijk altijd wel iets invoegen dat ik zelf nog nooit heb gezien. Ik denk dat ik bovengemiddeld veel antieke ruïnes en archeologische musea heb bezocht, en ik zou niet goed weten wat ik de allermooiste vind – maar de Algerijnse stad Tipasa scoort hoog, heel hoog.

Het begint natuurlijk bij de locatie: aan de kust. In de hierboven afgebeelde villa moet het heerlijk wonen zijn geweest, met altijd het ruisen van de zee en een achtertuin die ook destijds overging in een bos. Dat was niet overal zo; momenteel zijn er meer bomen dan vroeger, zodat de site iets feeërieks heeft, al is het natuurlijk niet bepaald historisch verantwoord. Ik zei dat Tipasa mooi is, niet dat je er als het ware door een antieke stad wandelde. Daarvoor moet je naar Pompeii.

Lees verder “Tipasa”