
Toen de eerste archeologen in de achttiende eeuw aan het werk gingen, interpreteerden ze hun vondsten aan de hand van teksten, en zo is het lang gebleven. Als je had gelezen dat de Bataven in opstand waren gekomen in het najaar van 69 na Chr., dan was dat zowel de mogelijke verklaring als de mogelijke datering van die brandlaag in dat Romeinse fort. Het probleem met de tekstuele interpretatiewijze is natuurlijk dat we over een deel van het verleden geen teksten hebben. Sterker nog, dat is het grootste deel.
Gelukkig hebben archeologen in de twintigste eeuw geleerd om met allerlei natuurkundige en scheikundige technieken informatie te ontfutselen aan het voorwerp en aan het landschap. De geschiedenis van de archeologie is het triomfantelijke verhaal van een oudheidkundig specialisme dat de ene na de andere nieuwe techniek introduceerde, daardoor meer en meer informatie over het verleden wist te genereren en zich minder afhankelijk van de teksten maakte. Archeologie is niet langer “de dienstmaagd van de filologie”. De innovatie gaat bovendien door, zoals nog onlangs, toen archeologen van Periplus Archeomare op het idee kwamen een magnetometer aan een drone te hangen.



Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.