Archeologische luchtfotografie en satellietfotografie

Corona-foto van Karthago. Onderaan de Punische havens, midden boven de citadel Byrsa, op het strand rechtsboven de Antonijnse Baden.

De Eerste Wereldoorlog zag de inzet van allerlei nieuwe wapens: vlammenwerpers, duikboten, tanks en vliegtuigen. Die laatsten dienden niet alleen als jagers of bommenwerpers, maar ook voor verkenningsmissies. Met fototoestellen – het gebruik van celluloidfilm was nog betrekkelijk jong – legden de piloten vast waar de vijand nieuwe strijdkrachten verzamelde en welke versterkingen hij had aangelegd.

Archeologische luchtfotografie

En passant ontdekte men ook de verkleuringen in de bodem die duiden op antieke huizen of sloten, de zogeheten soil marks. Ook ontdekten de fotografische diensten allerlei crop marks waarover ik al eens blogde. Aanvankelijk waren de foto’s geheim en omdat geen archeoloog er veel van wist, bleven ze vergeten. Het onderzoek is dan ook iets van de laatste decennia en in de Lage Landen speelt vooral het Centrum voor Historische en Archeologische Luchtfotografie van de Universiteit van Gent een rol. Hier is een overzicht. En daar is een artikel over middeleeuwse versterkte boerderijen, geïdentificeerd op luchtfoto’s uit de Eerste Wereldoorlog. De Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog, met die beroemde U2-vliegtuigen, gaven weer andere luchtfoto’s. Meer informatie hier en daar.

De technieken zijn verbeterd en al heel lang kunnen archeologen hun eigen luchtbeelden maken. Soms gebruikten ze een ballon, waardoor de foto van deze of gene ruïne werd versierd met een opvallende witte lijn. Dat was dan de kabel waarmee men vanaf de grond de ballon vasthield. Tegenwoordig is het gebruik van drones vrij gangbaar en opnieuw speelt Gent een leidende rol.

Coronafoto van Tyrus voordat de vluchtelingenkampen werden aangelegd. Ten zuiden van de antieke stad zijn de antieke havenwerken zichtbaar.

Satellietfotografie

De Koude Oorlog (voor archeologie sowieso belangrijk!) zag niet alleen luchtfotografie met U2-vliegtuigen, maar ook satellietfotografie. Daarvoor dienden de Corona-satellieten, die bestonden uit de eigenlijke sonde en een terugkeercapsule waarin de negatieven zaten. Ik weet niet waarom de foto’s niet digitaal werden gemaakt en verzonden, zoals met de Rangers die in dezelfde tijd naar de maan vlogen. De Corona-foto’s zijn gedeclassificeerd en hier te bekijken. Het Landsat-programma, dat begon in 1971 en nog altijd loopt, was minder exclusief militair en leende zich meer voor civiel gebruik. Ook de spaceshuttles waren uitgerust met camera’s. De foto’s werden ook steeds scherper en gedetailleerder.

Dat wilde niet zeggen dat de oudheidkundige er meteen veel aan had. Veel foto’s waren te grof om bijvoorbeeld een antieke tempel mee te karteren. Ze hielpen echter wel om het landschap mee te karteren. Zeker toen de Landsats werden uitgerust met radar en het mogelijk werd wat dieper in de bodem te kijken. Zo zijn allerlei rivierlopen ontdekt in regio’s die nu woestijn zijn maar ooit savanne waren. Voor de Limes Tripolitanus is zo vastgesteld waar archeologen met vrucht zouden kunnen gaan zoeken.

De coronafoto waarop het Kanaal van Xerxes is herontdekt. Het loopt van de slenk rechts van het stadje bovenaan langs de weg (donkere vegetatie) naar een punt links van de Perzische grafheuvel onderaan op de foto.

Ubar

Een aardige ontdekking, die toont dat het ook weleens verkeerd gaat, is de “lost city of Ubar”. Toegegeven, archeologen hypen alles als verloren stad of vergeten beschaving, maar in dit geval is er wel iets aan de hand. Oude Arabische tradities en ook de Koran maken melding van een rijke handelsstad die in het zand zou zijn weggezonken. Ze heette ook wel “het Iram met de zuilen”. Ubar leek kort voor 1990 dankzij satellietfoto’s te zijn ontdekt als een L-vormige verstoring in het landschap. Toen men ter plekke ging kijken, bleek het echter een natuurlijke vorm te zijn.

Desondanks: archeologische luchtfotografie en satellietfotografie waren veelbelovend, het onderzoek was begonnen en niet veel later is inderdaad een keer een antieke handelspost gevonden die in een zinkgat was verzonken. Of dat Ubar is geweest, staat te bezien, maar dankzij satellietfotografie is men wel op het juiste spoor gezet.

Tot zover hoe in de twintigste eeuw de archeologische luchtfotografie de oudheidkunde verrijkte. Wat tweedimensioneel lukte, lukte in de eenentwintigste eeuw ook driedimensioneel. Wat LIDAR, fotogrammetrie en soortgelijke technieken opleverden, daarover blog ik een andere keer.

[De reeks “Methode op Maandag” (MoM) toont wat de oudheidkundige wetenschappen maakt tot wetenschappen. Overzichten van deze en vergelijkbare stukjes zijn hier en daar. Dit stuk over archeologische luchtfotografie en satellietfotografie wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

12 gedachtes over “Archeologische luchtfotografie en satellietfotografie

  1. Kees Huyser

    De resolutie van de Corona camera’s in de jaren ’60 kon worden opgevoerd tot 30 cm, hoewel de meest werkbare resolutie ongeveer 90cm was. Ter vergelijking: de digitale Landsat camera’s hadden een resolutie van 30 meter in de jaren ’80.

  2. Rinus

    De Britse archeoloog Walter B. Emery verrichte opgravingen op het plateau van Saqqara (Egypte) tussen 1936 en 1970 (met intervallen). Tijdens WW2 was hij hoofd van de Britse Inlichtingendienst in Egypte.
    Met behulp van zijn relaties in het Britse leger heeft hij in januari 1946 een serie luchtfoto’s laten maken van het plateau. In zijn archief is een set van 142 (!) haarscherpe Z/W foto’s, die gemaakt zijn in 6 ‘runs’ over het gebied, in steeds iets afwijkende richtingen.
    Bij elkaar vormen deze foto’s een schitterende tijdsopname van de situatie van dat moment, inclusief de vele monumenten die sinds 1910 waren opgegraven maar nog steeds open lagen en de ‘spoil heaps’ bij elke tombe; van dichtgooien moesten hij en zijn voorgangers niets hebben.

  3. Arjen Dijkgraaf

    De ‘digitale’ camera’s in de Ranger-sondes waren in feite aangepaste tv-camera’s die tv-signalen verzonden. Dat gaf redelijke plaatjes, maar voor spionagedoeleinden waren ze te grofkorrelig. En betere digitale technieken had je in de jaren 60 nog niet. Alleen met ‘klassieke’ foto-apparatuur haalde je de resolutie die nodig was om onder een vergrootglas te kunnen zien wat de Russen aan het doen waren. Het gedoe met terugkeercapsules was dus een noodzakelijk kwaad.

  4. Huibert Schijf

    Erg informatief blog vandaag. Ik ben de precieze verwijzing kwijt, maar in The Guardian las ik niet zo lang geleden dat Britse archeologen systemisch hele regio’s met luchtfoto’s in kaart brachten. Interessant daarbij was dat getrainde amateurs werden ingeschakeld om die massale hoeveelheid foto’s volledig te interpreteren. Dat deden ze thuis achter hun computer. Zoiets zou in Nederland natuurlijk ook kunnen.

    1. Huibert Schijf

      Ik bedenk dat archeologen als het om teksten gaat heel goed vrijwilligers zouden kunnen inschakelen. Kijk eens op de website Velehanden.nl

    1. Huibert Schijf

      Bedankt Rogier. Ter informatie voor iedereen: The Guardian kent geen (!) betaalmuur, hoewel ik zelf regelmatig vrijwillig geld overmaak naar de krant.

        1. Roger Van Bever

          Geen probleem, Huib. Ik ben van begin 1944 en ik heb de indruk (maar heb heb het nooit opgezocht) dat de naam Roger toen in België bijzonder populair was. Ik heb een drietal neven en een paar ooms die ook Roger heten. In NL komt de naam beduidend minder voor.
          Goed dat je mij attendeert op het feit dat er geen betaalmuur is voor The Guardian. Dat was me in het begin niet opgevallen. Dank!

Reacties zijn gesloten.