Faits divers (49)

De berg Nemrud

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: de reconstructie van het Proto-Indo-Europees, Anatolië, falend erfgoedbeleid en een tof proefschrift.

Medeklinkers

Ferdinand de Saussure, de beroemde taalkundige, debuteerde in 1879 met Mémoire sur le système primitif des voyelles dans les langues indo-européennes, waarin hij uitlegde dat het Proto-Indo-Europees drie medeklinkers moest hebben gekend die sindsdien waren verdwenen. De hypothese, die bekendstaat als de laryngaaltheorie, was omstreden maar werd bevestigd toen Bedřich Hrozný het Hittitisch ontcijferde, de eerste van inmiddels minimaal negen Anatolische talen. Aron Groot schreef een mooie uitleg.

Lees verder “Faits divers (49)”

Erfgoeddelicten

Kijk, het is zo ingewikkeld niet. Mensen willen allemaal verschillende dingen en als ze die dingen ook allemaal gaan doen, dan wordt het een reuze janboel. Om dat te vermijden zijn er wetten. En aangezien je, als je je daar niet aan houdt, de samenleving beschadigt, zijn er ook straffen. Je kunt je dus maar beter aan de wet houden, want niet alleen vermijd je zo een bekeuring, een taakstraf of een verblijf in de gevangenis, je vermijdt ook dat je je medemensen benadeelt.

Zo is het ook met de erfgoedwetgeving. Als je, om eens een niet willekeurig voorbeeld te noemen, erop wordt betrapt met een metaaldetector te zijn wezen zoeken in een gebied waar dat is verboden, kan je erop rekenen dat je je bij de rechter moet verantwoorden. Als dan ook nog blijkt dat je een Keltisch wagengraf hebt gevonden en de vondsten hebt geprobeerd te verkopen, in plaats van ze normaal te melden, dan krijg je straf.

Lees verder “Erfgoeddelicten”

De falende erfgoedbescherming

Dakpan met stempel “EXGERINF” (Exercitus Germaniae Inferioris, “leger van Beneden-Germanië). Voor het goede begrip: deze is én echt én onderdeel van een keurige museale collectie (Swaensteyn, Voorburg). Maar zoiets is me vrijdag dus aangeboden.

Vrijdagmorgen werd ik voor de derde keer deze maand benaderd door iemand die illegaal verworven voorwerpen aanbood. Dakpannen en bakstenen met de stempels van een Romeins legeronderdeel. Dit maak ik vaker mee maar dit keer begon de illegale handelaar de onderhandelingen met een volkomen gêneloos: “heb je belangstelling voor…” Ik heb niet gereageerd (of u moet dit stukje beschouwen als reactie).

Soms begint iemand met “ik vond dit op mijn land” en vraagt hij (altijd een hij) wat het kan zijn. Ik verwijs dan meestal naar een archeohotspot, naar een museum of naar PAN. Als ik daarna niets meer hoor, weet ik dat het geen onschuldige oppervlaktevondst was. Er zijn overigens voldoende vondsten die wél bona fide zijn en de genoemde instellingen helpen bona fide vinders doorgaans graag, professioneel en snel.

Lees verder “De falende erfgoedbescherming”