Het wijnschip van Neumagen of zoiets

Het wijnschip van Neumagen (Landesmuseum, Trier)

Het bovenstaande reliëf van een wijnschip, te zien in het Rheinisches Landesmuseum in Trier, is gevonden in Neumagen aan de Moezel. Het stadje heette in de Romeinse tijd Noviomagus, net als Neoux, Nijmegen, Nijon, Nogent, Nouvion en Novion. Allemaal nederzettingen langs de routes waar men vroeger kuddes over een rivier zette en novio magos betekent in het Gallisch “het nieuwe veld”. De andere weide heette dan seno magos, zoals we herkennen in Senan. Misschien zijn “deze kant” en “overkant” de handigste vertalingen.

Blijkbaar heeft men het in Neumagen niet zo op zijn herderlijke oorsprong en prefereert men de Romeinen. Men heeft althans rond 2007 het wijnschip herbouwd. Het heet Stella Noviomagi, “de ster van Neumagen”. Zoiets kan leuk zijn, maar zoals u op de foto hieronder ziet, ligt de boot nogal hoog in het water. De roeiriemen staan op de foto omhoog, maar zelfs als ze neergelaten zouden zijn, zouden ze het water nauwelijks raken.

Lees verder “Het wijnschip van Neumagen of zoiets”

Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen

Merovingische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Er zijn een paar gebieden waar de oudheidkunde momenteel vooruitgang boekt. Eén front is het DNA- en het isotopenonderzoek. De zich daar aftekenende conclusie is, zoals bekend, dat mensen vroeger beweeglijker zijn geweest dan altijd was aangenomen. Omdat mensen hun ideeën meenemen, betekent dit dat de hermeneutische horizon is weggevallen. De winst is dus vooral voor classici en andere filologen, die een goudmijn aan informatie erbij hebben gekregen. Dit is een echte revolutie, met een wijzigende negatieve heuristiek.

Langzaam wordt het bewijs ook sterker. We wisten al dat de landbouw en de Indo-Europese talen zijn verspreid door migratie. Tot nu toe was de verdere redenatie min of meer “als in de Prehistorie de mensen mobiel waren, waren ze dat zeker in tijden met betere schepen en betere wegen”. Het was een a fortiori-redenering. Dat is altijd onbevredigend, omdat het veronderstelt dat alle andere factoren dezelfde zijn gebleven. (Om er nog een Latijnse term tegenaan te smijten: een ceteris paribus-redenering.) Het is natuurlijk denkbaar dat in het latere tijdperk factoren een rol hebben gespeeld die we nu nog niet herkennen.

Lees verder “Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen”

Bestormde Hannibal La Mure?

La Mure

Zoals ik in een eerder stukje al schreef, heb ik de coronacrisis gebruikt om twee boeken over Karthago te schrijven. De vergeten oorlog gaat over de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.) en verschijnt in maart. De presentatie van Hannibal in de Alpen is op woensdagmiddag 19 januari. Het boek gaat over de onmogelijkheid vast te stellen waar de Karthaagse generaal met z’n olifanten de Alpen is overgestoken. Ik benut die vraag om te tonen hoe veelkleurig mijn vak is.

In het eerste filmpje legde ik uit dat onze reconstructie van Hannibals krijgsplan afhankelijk is van de plek waar hij de Rhône overstak en in het tweede filmpje had ik het over het lokaliseren van antieke stammen. In het derde filmpje sta ik in op de heuvel voor het kasteel van La Mure en bespreek ik de vraag of het IJzertijdfort ook het fort was dat door Hannibals manschappen stormenderhand is ingenomen.

Lees verder “Bestormde Hannibal La Mure?”

Woorden uit het Gallisch

La Mure

Een tijdje geleden heb ik een Gallisch woordenboek gekocht en ik heb dat inmiddels ook gelezen. Ik weet dat dit vrij pervers klinkt – je leest toch ook het telefoonboek niet? – maar ik kan u geruststellen. Het Dictionaire de la langue gauloise van Xavier Delamarre is niet zomaar een woordenboek. Het biedt een overzicht van de ongeveer duizend bekende woorden uit de Gallische taal, plus uitleg hoe we de betekenis kennen. Dat komt voor een belangrijk deel doordat het Gallisch deel uitmaakt van de Indo-Europese taalfamilie, meer precies van de deelfamilie van de Keltische talen. Die kennen we goed, want er zijn nog altijd sprekers van enkele westelijke Keltische talen.

Een voorbeeld uit het boek van Delamarre is het Gallische woord branos. We kennen het uit namen als Brannovices (een stam) en Branodunum (het huidige Brandon bij de Saône). In het Oudiers, het Cornisch en het Bretoens zijn overeenkomstige woorden, zoals de persoonsnaam Brian. Die woorden betekenen allemaal “raaf” en kunnen ook dienen om aanvoerders aan te duiden. Als de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius ergens een oorlogsleider Braneus noemt, geeft hij dus niet diens naam weer maar zijn titel. We kennen uit Griekse bronnen trouwens nog drie Keltische aanvoerders met deze titel, die de Grieken weergaven als brennos.

Lees verder “Woorden uit het Gallisch”

De Dame van Schengen

Reconstructie van de Dame van Schengencultr

Het eerste kwart van de vijfde eeuw v.Chr. markeert in de regio van Lotharingen via de Elzas, Baden-Württemberg en Beieren naar Bohemen de overgang van de Hallstatt– naar de La Tène-tijd. Die laatste archeologische cultuur mag u Keltisch noemen. De eerste ook wel, want de tweede komt er geleidelijk uit voort. Er zijn echter wel verschillen. Het makkelijkst te onthouden is dat de wagens in Hallstatt-graven vier wielen hebben (zoals), terwijl La Tène-wagens er twee hebben. Het zijn echte strijdwagens en de opkomst van La Tène gaat dan ook gepaard met agressieve expansie in alle richtingen. Rome is geplunderd in 387/386 en Delfi een eeuw later, terwijl La Tène-krijgers ook Turkije bereikten. In noordwestelijke richting is de onlangs ontdekte bijzetting bij Heumen een zeer vroeg La Tène-graf. Het duidt op culturele expansie.

Uit die overgangstijd dateert ook een vijftal graven dat in 1995-1998 is gevonden bij Schengen in het uiterste zuidoosten van Luxemburg, tegen de Moezel aan (hier). Wonderlijk genoeg lag het kwintet tussen de Bronstijdgraven, drie eeuwen ouder. Het is echter nog wonderlijker.

Lees verder “De Dame van Schengen”

Hannibal: van Cannae tot Zama

Scipio Africanus (Museo Archeologico Nazionale di Napoli)

[Dit is het derde van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

Ondanks de bloedige nederlaag bij Cannae en het verlies van Capua weigerde de Senaat tot een vergelijk te komen. Logisch, want de strategische situatie was dezelfde gebleven: Romes vermogen afvallige bondgenoten te straffen was groter dan Hannibals vermogen hen te beschermen. De noodzaak de bondgenoten die hij wél had te beschermen, verzwakte bovendien Hannibals slagkracht. En hij kreeg nog altijd geen versterkingen. Kortom, er was geen enkele reden waarom Rome concessies zou doen.

Dus koos Hannibal voor een diplomatiek offensief dat de oorlog zou uitbreiden naar de Balkan. In 215 sloot hij een verbond met koning Philippos van Macedonië. Ook Syracuse werd een Karthaagse bondgenoot.

Lees verder “Hannibal: van Cannae tot Zama”

Verliefd, verloren

De Selle

Een noot in een publicatie van vondsten uit Thuin waarvan ik de gegevens momenteel niet bij de hand heb, was de eerste keer dat me opviel dat er weer mensen zijn die denken dat de Sabis de Samber is. Terwijl het gaat om de Selle.

Wellicht verdient dat enige uitleg.

In het jaar 57 v.Chr. viel Julius Caesar de Belgen aan. Even ten noordwesten van het huidige Reims, aan de Aisne, versloeg hij zijn tegenstanders voor de eerste keer. Daarna rukte hij verder op tot hij bij de Nerviërs kwam, die de Romeinse bereden verkenners wisten te verrassen bij de rivier de Sabis. Dankzij de routine waarmee de legionairs reageerden, wonnen de Romeinen het gevecht. Korte tijd later veroverden ze het fort van de Aduatuci, dat is geïdentificeerd bij Thuin. De vraag is nu waar tussen de Aisne en Thuin de Sabis ligt. Het woord is een hapax, dat wil zeggen dat het maar één keer voorkomt in de antieke literatuur, en wel in Caesars eigen verslag.

Lees verder “Verliefd, verloren”

Door berg en dal met Hannibal: de Drac

De Drac

De tocht van Hannibal over de Alpen mag dan een non-probleem zijn, het is een leuk onderwerp om uit te leggen wat oudheidkundigen nu eigenlijk doen. Stap één: je stelt de tekst vast van onze bronnen (Polybios en Livius dus). Stap twee: kijk hoe die zich tot elkaar verhouden. Stap drie: distilleer welke aanwijzingen je nu eigenlijk hebt. Stap vier: pas deze informatie in het landschap.

Vage informatie

Over stap één hebben we het gehad toen we het hadden over de Arar/Skaras. De uitkomst van stap twee is dat de twee bronnen teruggaan op een getuige én dat Livius daar iets aan toevoegde uit Timagenes van Alexandrië. Stap drie is dat de resterende informatie te gering, te ambigu en te inconsistent is om stap vier te zetten. Dat wil niet zeggen dat we helemáál niets weten. We weten dat er twee oerbronnen waren: de getuige achter Polybios en Livius én de informatie van Timagenes.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Drac”

Door berg en dal met Hannibal: het Eiland

De samenvloeiing van Rhône en Isère

Een van de problemen waarmee hannibalisten, zoals de Fransen degenen noemen die zich bezighouden met de onbeantwoordbare vraag waar Hannibal de Alpen overstak, te maken krijgen, is de positie van het Eiland. Hier begon Hannibal aan zijn opmars naar de Alpen. Ik heb al eens geblogd over de problematiek. De ene bron, Titus Livius, schrijft dat het een landtong was tussen de Rhône en de Arar ofwel Saône. Dan zou Eiland bij het huidige Lyon zijn, dat immers ligt waar de Saône samenkomt met de Rhône. De andere bron, Polybios, noemt de rivier Skaras.

De Isère

De tegenspraak is maar één probleem – en het makkelijkste. Arar kan niet. De Saône is te ver van de oversteekplaats waarover ik eergisteren blogde. Polybios geeft namelijk een afstandsschatting en noemt ook dat die afstand in vier dagen was te overbruggen. Zelfs vanaf de noordelijkste kandidaat-oversteekplaats is Lyon te ver. De meeste hannibalisten houden het erop dat de rivier de Isère, de antieke Isara, dezelfde is als Skaras. U ziet hierboven de samenstroming van Isère en Rhône, even ten noorden van Valence.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: het Eiland”

Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen

Even afgezien van het feit dat de vraag waar Hannibal de Alpen overstak totaal irrelevant is en niet beantwoord kan worden: de kwestie is nuttig om uit te leggen hoe veelkleurig de oudheidkunde is. Het begint met een analyse van wat er nu feitelijk in de bronnen staat, vervolgens probeer je te doorgronden hoe de bronnen zich tot elkaar verhouden, en zo stel je vast welke informatie je nu feitelijk hebt. Daarna ga je kijken welke Alpenpassen en routes aan die informatie voldoen.

We hebben twee bronnen, Polybios en Livius. Als je ze leest – ik ga het nu niet uitleggen, u bestelt mijn in januari te verschijnen boek Hannibal in de Alpen maar – zie je dat de verschillen vallen in drie groepen: herformuleringen, kleine verschillen en de inlassingen. Herformuleringen zijn precies dat: Livius vertelt hetzelfde als Polybios maar zet het vaak wat dik aan. De kleine verschillen bieden vier aanwijzingen dat Livius niet Polybios overschrijft maar dat zijn informatie (vermoedelijk via een tussenschakel) teruggaat op een gedeelde bron. Livius is dus niet elimineerbaar. Tot slot zijn er inlassen en een daarvan is een kort zinnetje.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen”