De Patriotten in Drenthe

Oproer te Meppel (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Op een vergadering van het college van Drost en Gedeputeerden, het dagelijks bestuur van de Landschap Drenthe, werd in de namiddag van 7 november 1785 een brief voorgelezen van Lucas Nysingh, schultes te Diever.

Drenthe had geen zitting in de Staten-Generaal, was niet één van de zeven provinciën, maar betaalde wel 1% van de generaliteitslasten, in verhouding tot het aantal inwoners en hun vermogen een bovenproportioneel aandeel. Anders dan de generaliteitslanden Brabant, Zeeuws-Vlaanderen en Westerwolde, had het in 1594, na de hereniging van Groningen met de Unie, wél zijn autonomie behouden. Stad en Lande van Groningen waren toen wel weer als volledig lid van de Unie geaccepteerd.

Lees verder “De Patriotten in Drenthe”

Het Victorielied (2): Willem V

Willem V

[Tweede van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

“eenen gedugten en vooral actieven vijand”

De achttiende eeuw werd geplaagd door een groot aantal oorlogen. De ene was nog niet uitgewoed of de volgende stond alweer op uitbreken, en uiteraard kreeg de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden daar ook een deel van mee. De schatkist had er dermate onder te lijden dat er in geen tijden meer was geïnvesteerd in het leger en de oorlogsvloot. Integendeel: er was alleen maar op bezuinigd. Vandaar dat de Republiek nauwelijks een vuist kon maken toen ze in 1780 voor de vierde keer in oorlog met Engeland geraakte.

Voorheen was Frankrijk de gevaarlijkste vijand geweest. Langzamerhand was de dreiging echter naar Engeland verschoven. Dit bracht stadhouder Willem V (1748-1806) in een lastig parket, want de dynastieke banden van het Oranjehuis met Engeland waren innig. Willem II, III en IV hadden ieder een telg uit het Engelse koningshuis als bruid gehad. De moeder van stadhouder Willem V was de Engelse prinses Anna van Hannover. Hijzelf was getrouwd met prinses Frederica Sophia Wilhelmina, ofwel Wilhelmina van Pruisen (1751-1822). Ze was de dochter van August Willem van Pruisen, uit het huis Hohenzollern, en Louise Amalia van Brunswijk-Wolffenbüttel. De Frederik Willem van Pruissen op de titelblad van het Victorie-lied was haar broer. Ferdinand van Brunswijk was een volle neef van Wilhelmina. Net als Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolffenbüttel, de voogd en opvoeder van Willem V, die nog tot in 1784 als een soort schaduw-stadhouder fungeerde. Willem V volgde de adviezen van ‘Dikke Ernst’ meestal blind op.

Lees verder “Het Victorielied (2): Willem V”

Het Victorielied van 1792

Het Victorielied

“Neem maar mee”, zei de vriend, terwijl hij me een mapje overhandigde. Er zat van alles in: deel twee van een vaderlandse geschiedenis voor het lager onderwijs van D. Prop, een lijst met koosjere producten uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, een socialistische studie over de arbeidsverhoudingen tijdens het graven van het Noordzeekanaal uit 1976, een EHBO-boekje… Van alles en nog wat. Er zat ook een pamfletachtig geschriftje uit MDCCXCII bij. 1792. Dat had natuurlijk onmiddellijk een belletje moeten doen rinkelen. Maar zoals dat gaat: er waren ander zaken aan de orde en in de drukte van alledag kwam het mapje op een stapel te liggen. Daar kwam ik het onlangs weer tegen.

Het Victorie-lied voor Frederik Willem Koning van Pruissen en Ferdinand Hertog van Brunswijk door ’t Hoen, Burger van Frankrijk, is een doorlopend, sarcastisch hekeldicht van vierentwintig pagina’s – twaalf bladen dus – gevat in een pamflet van 13 x 20 x 0,2 cm en gedrukt op stevig lompenpapier. ’t Hoen gaat er met gestrekt been in:

Lees verder “Het Victorielied van 1792”

De gehate Frederik IIII

Frederik IIII

Dit gevelsteentje bevindt zich in de Runstraat in Amsterdam. De tekst is duidelijk: “Fridericus D. III, Kooning van Pruysen”, ofwel koning Frederik de Derde van Pruisen. Zoals te zien, is het portret echter verwijderd, en wel zó dat je kunt zien waar het is geweest en met achterlating van de tekst. Het is dus de bedoeling dat we weten dat iemand een enorme hekel had aan deze vorst.

Het gaat om de man die als Frederik III heerste als keurvorst van Brandenburg en hertog van Pruisen. In 1701 verwierf hij de koningstitel, en moderne historici duiden hem aan als koning Frederik I. Hij overleed in 1713. Dit steentje is dus tussen 1701 en 1713 gemaakt, en ik zou me kunnen voorstellen dat de opdrachtgever een enthousiaste koopman is geweest die zaken deed met Pruisen. Vreemd zou dat niet zijn. De Republiek had grote belangen in het Oostzeegebied, en bovendien streden Pruisen en de Republiek zij aan zij in de Spaanse Successieoorlog.

Lees verder “De gehate Frederik IIII”