Het Victorielied (2): Willem V

Willem V

[Tweede van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

“eenen gedugten en vooral actieven vijand”

De achttiende eeuw werd geplaagd door een groot aantal oorlogen. De ene was nog niet uitgewoed of de volgende stond alweer op uitbreken, en uiteraard kreeg de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden daar ook een deel van mee. De schatkist had er dermate onder te lijden dat er in geen tijden meer was geïnvesteerd in het leger en de oorlogsvloot. Integendeel: er was alleen maar op bezuinigd. Vandaar dat de Republiek nauwelijks een vuist kon maken toen ze in 1780 voor de vierde keer in oorlog met Engeland geraakte.

Voorheen was Frankrijk de gevaarlijkste vijand geweest. Langzamerhand was de dreiging echter naar Engeland verschoven. Dit bracht stadhouder Willem V (1748-1806) in een lastig parket, want de dynastieke banden van het Oranjehuis met Engeland waren innig. Willem II, III en IV hadden ieder een telg uit het Engelse koningshuis als bruid gehad. De moeder van stadhouder Willem V was de Engelse prinses Anna van Hannover. Hijzelf was getrouwd met prinses Frederica Sophia Wilhelmina, ofwel Wilhelmina van Pruisen (1751-1822). Ze was de dochter van August Willem van Pruisen, uit het huis Hohenzollern, en Louise Amalia van Brunswijk-Wolffenbüttel. De Frederik Willem van Pruissen op de titelblad van het Victorie-lied was haar broer. Ferdinand van Brunswijk was een volle neef van Wilhelmina. Net als Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolffenbüttel, de voogd en opvoeder van Willem V, die nog tot in 1784 als een soort schaduw-stadhouder fungeerde. Willem V volgde de adviezen van ‘Dikke Ernst’ meestal blind op.

De Republiek

De Republiek was een statenbond. Het bestuur lag in handen van de Staten-Generaal en de stadhouder. De Staten-Generaal werd gevormd door afgevaardigden van de verschillende Staten of provincies. Zowel de leden van de Staten als die van de Staten-Generaal kwamen uit de adel en de regentenstand. De stadhouders werden door de Staten-Generaal tot opperbevelhebber van leger en vloot benoemd en waren als zodanig bij de Staten en de Staten-Generaal in dienst. De Staten en de Staten-Generaal waren soeverein, de stadhouder niet.

In theorie had elke provincie in de Republiek der zeven Vereenigde Nederlanden een gelijk aandeel in de macht. De praktijk was echter anders: Holland, dat zowel Noord- als Zuidholland omvatte, torende met haar economisch overwicht ver boven de andere gewesten uit. Holland, officieel “De Staten van Holland en West-Friesland”, had binnen de unie een enorme politieke macht en dat zorgde voor spanningen in de andere provincies. Met zijn regentenklasse, zijn rijkdom en zijn handelsbelangen zat het gewest Holland niet te wachten op het delen van de macht met een stadhouder.

Voor de overige provincies lag dat anders: die zagen in de stadhouder een instrument om de macht van de Hollandse regenten in te tomen. Op hun beurt trokken de stadhouders, als ze daartoe de gelegenheid hadden, zoveel mogelijk macht naar zich toe. Die gelegenheid kregen ze als de Republiek in haar bestaan werd bedreigd. Met name Frankrijk en Engeland brachten de Republiek vaak in het nauw.

Stadhouder Willem V

Als opperbevelhebber van de strijdkrachten en de marine fungeerde de stadhouder dan als sterke man. Een redder in de nood, die eisen kon stellen. Op die manier hadden Willem III en IV een stevige positie veroverd (die van Willem III was zo sterk geweest dat de Staten-Generaal na zijn dood lang geweigerd had een nieuwe stadhouder aan te stellen: het tweede stadhouderloze tijdperk of, vanuit de regenten gezien: de Ware Vrijheid. Willem IV kwam pas in beeld toen de Republiek het water weer eens aan de lippen stond). De dreigingen van buitenaf zorgden er overigens wel voor dat de Republiek, die op het oog als los zand aan elkaar hing, als unie bij elkaar bleef. Het spanningsveld tussen Staten, Staten-Generaal en stadhouder was altijd aanwezig, hoewel het soms wat minder aan de oppervlakte kwam. Hoe meer macht de stadhouder naar zich toetrok, hoe meer het ‘Staatse’ deel van de Staten en de Staten-Generaal zich geschoffeerd voelde.

Willem V was geen sterke stadhouder. Olaf van Nimwegen noemt hem in Willem V. De laatste stadhouder van Nederland 1748-180 “een geboren weifelaar die zich in details verloor”. Hij was echter goed op de hoogte van de spanningsvelden binnen de republiek en deed aanvankelijk op zijn manier z’n best om de druk niet verder op te laten lopen. Toen de Staten-Generaal hem, in zijn functie van opperbevelhebber van leger en vloot, opdroeg de vloot te versterken omdat de handel van Holland werd bedreigd, stelde hij daar tegenover dat het leger dan ook versterkt moest worden. Dit had echter niet alleen met een tactisch evenwicht binnen de provincies te maken: het leger was zijn machtsbasis, het steunde hem en hij had er de vrije hand. Voor vloot én leger was echter geen geld. Beide partijen stonden op hun strepen en dus gebeurde er veel te lang niets.

Willem weigerde ook een bondgenootschap met Frankrijk aan te gaan om de positie van de unie tegenover de Britse dreiging te versterken. Toen de Republiek in de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) geen poot had om op te staan werd dit de prins dan ook hoogst kwalijk genomen. De Staatse opinie was dat Willem “heulde met de Engelsen”en Joan Derk van der Capellen gaf hem in zijn pamflet dan ook een flinke lik uit de pan. Willem werd nog verder beschadigd toen de patriotse krant De post van den Neder-Rhijn in 1784 de geheime Akte van Consulentschap (uit 1766) openbaar maakte. In deze overeenkomst tussen de prins en de hertog van Brunswijk werd de hertog benoemd tot Willems naaste raadgever zonder dat hij voor zijn adviezen verantwoordelijk kon worden gehouden.

Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel

De zwakte van de Republiek werkte uitnodigend op keizer Jozef II van Oostenrijk, die een aantal bepalingen van de Vrede van Munster (1648) aangaande de zuidelijke Nederlanden in zijn voordeel wilde veranderen. Hij zette zijn eisen kracht bij met een troepenmacht die Staats-Vlaanderen, Staats Brabant en Maastricht bedreigde. En weer kon Willem, kapitein-generaal van het leger, geen vuist maken.

De steun voor de stadhouder brokkelde dan ook steeds verder af en de positie van de patriotten werd hoe langer hoe sterker. In september 1785 werd Willem door de Staten van Holland van het commando over het garnizoen van Den Haag ontheven. Even daarna sloten de patriotten een defensieve alliantie met Frankrijk. De belangrijkste claims van Jozef II werden afgekocht. Daarna ging het hard. De patriotten maakten serieus werk van de burgerbewapening en kregen werkelijke macht: een stad als Utrecht was al in 1786 een patriots bolwerk. Nadat de stadhouder in 1786 de afvallige steden Hattum en Elburg had belegerd namen de Staten van Holland hem zijn uitvoerende taken af. Hij was kapitein-admiraal-generaal geweest, bewindvoerder van zowel de strijdkrachten als de marine. Die taak werd nu gesplitst en onder controle van de Staten gebracht.

Wilhelmina van Pruisen

Goejanverwellesluis

Willem en zijn gezin waren inmiddels naar Nijmegen gevlucht. Ze verbleven in het Valkhof, de oude burcht die de woelige decennia erna niet zou overleven. Wilhelmina was echter een rechtgeaarde Pruisische koningsdochter. In gezelschap van een van haar hofdames en een aantal raadgevers ging ze op weg om bij de Staten in Den Haag verhaal te halen over de belediging die haar echtgenoot was aangedaan.

Omgeven door een bereden escorte reisde het gezelschap in volle staatsie door het Zuid-Hollandse polderland. De koetsen en rijtuigen werden door paarden getrokken en die paarden moesten regelmatig worden ververst. Het reserveren van zoveel verse paarden op diverse pleisterplaatsen langs de route van Nijmegen naar ’s Gravenhage was natuurlijk niet onopgemerkt gebleven: de reizigers werden verwacht. Op 28 juni werd de stoet bij het riviertje de Vlist door een patriots vrijkorps tot staan gebracht. De prinses werd ondervraagd in de boerderij van een kaasboer in het dorpje Hekendorp bij de Goejanverwellesluis en met haar entourage teruggestuurd naar Nijmegen.

Frederik Willem grijpt in

Tegengehouden door een stelletje oproerkraaiers, waarvan de meesten ook nog eens te voet: Wilhelmina’s afgang was compleet. Maar, stelt Van Nimwegen in De Nederlandse Burgeroorlog, ze had het affront bewust opgezocht om haar broer Frederik Willem van Pruisen een aanleiding te geven om te interveniëren. En dat deed hij. Op 13 september trokken twintigduizend Pruisische soldaten bij Nijmegen over de Waal.

Held Ferdinand, door Oorlogsdaen
Beroemd, schoot moedig ’t harnasch aan
En trok met de uitgezogte benden, die niets van recht of VRYHEID kenden,
Om Neêrland in de ban te slaan:
Het gelukte; en zou het niet gelukken?
Welk Vorst, die Volk of Land bestuurd,
Gevoelt zyn’ gemoed niet aangevuurd,
Als ’t VRYHEID geld, om VRYHEID te onderdrukken?

Er volgden zware tijden voor de patriotten:

Hoe recht belangeloos heeft hy,
Die Ferdinand, geen zorg gedraagen,
Dat niemand reden had tot klagen
Van plunderen, van dievery!
En buiten een’ge kleinigheden,
Van goud, van zilver, porcelyn,
Van rijtuig, meubelen, of wat het ook moog’ zyn,
Heeft niemand overlast geleeden.
Is de een of ander wreed gezweept,
In koelen bloede ’t hart doorstooken,
De Burger agter ’t paard gesleept
Gesleurd naar donkre kerkerholen,
Dat was zo wyslijk bevolen,
Tot heil van ’t lieve Vaderland.

Het Victorielied gaat nog een stuk verder. De Pruisische troepen in België, de opmars naar Frankrijk die bij Valmy een halt werd geroepen; het waren woelige tijden geweest. Niettemin hield Pieter ’t Hoen alle vertrouwen in de patriotse zaak:

Haar Goddelijke en zagte hand
Zal in het vette Nederland
En door heel Euroop regeren,
Terwyl der Dwingelanden stoet,
Met burgerbloed en zweet gevoed,
Eerlang tot niet zal wederkeeren.

SIC TYRANNORUM GLORIA TRANSIT: ’t Hoen was ervan overtuigd dat de dagen van de tirannie geteld zouden zijn.

Maar wie was die “Burger van Frankrijk” Pieter ’t Hoen eigenlijk? Daar zal het laatste stukje over gaan.

[Dit was een gastbijdrage van Saskia Sluiter, de auteur van het boek De Staalwoestijn. Dank je wel Saskia!]


Eise Eisinga (4)

december 9, 2024

De Patriotten in Drenthe

december 17, 2024
Deel dit:

3 gedachtes over “Het Victorielied (2): Willem V

  1. Han Borg

    Ook na de Restauratie van het Oranjehuis in 1813 bleven er in de Nederlandse pers kritische geluiden over de vorsten Willem I, II en III verschijnen. Een wat minder bekende Oranje-criticus was Eillert Meeter, die pamfletten produceerde waarin met name Willem I en Willem II stevig op de korrel genomen werden.
    Meeter, geboren op 1 maart 1818 in Oude Pekela en overleden in 1862 Britton Ferry (Wales), heeft in zijn korte leven behoorlijk tegen het Oranje establishment aangeschopt en werd daarvoor ook regelmatig bestraft. Ook stond hij bekend als iemand die veel wist over het nogal turbulente privéleven van met name Willem II, die hij zelfs chanteerde: de koning zwichtte voor de druk en gaf hem o.a. een jaargeld. Ik las de pas in 1966 uitgegeven memoires van deze Eillert Meeter en zal er binnenkort wat meer uit citeren.

  2. Peter Verhaak

    In de tweede wereldoorlog gebruikte Frans Goedhart Pieter ’t Hoen als schuilnaam voor de uitgave Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen, wat later uitmondde in Het Parool.
    Ik neem aan dat de patriot Pieter ’t Hoen de inspirator voor de naam van deze nieuwsbrief was. Dat zou ook iets aangeven over het niet per se orangistisch karakter van deze verzetskrant, op het moment van zijn ontstaan.

  3. Ben Spaans

    Over Eilert Meeter zou best een film of korte serie te maken zijn.

    Die ‘dreiging uit Engeland’ kwam overigens niet zomaar ineens – teveel actieve steun werd daar vastgesteld aan de Amerikaanse rebellen vanuit de Republiek – Amsterdam, Sint-Eustasius ‘De Gouden Rots’ als (wapen-) smokkel nest voor de Amerikanen.
    En sowieso leek Europa zich tegen Albion te keren: Frankrijk en Spanje vochten inmiddels mee aan de opstandige Amerikaanse kant, de ‘Liga van Gewapende Neutraliteit onder leiding van keizerin Catharina II van Rusland – de Republiek even op de plaats zetten kon er voor Engeland ook wel bij.

Reacties zijn gesloten.