“Eine ganz kleine Clique”

Enkele leden van de “ganz kleine Clique”

Om Hitlers woorden te bevestigen dat er slechts “eine ganz kleine Clique” van samenzweerders was geweest, arresteerden de Nazi’s de komende dagen slechts 700 mensen, waarvan er maar 200 zouden worden geëxecuteerd, meest door ophanging aan een dunne draad die de cipiers cynisch een pianosnaar noemden. De documenten die tegenwoordig worden getoond in het Bendlerblock, bewijzen dat de “Sonderkommission des Reichssicherheitshauptamtes zur Aufklärung des Anschlags auf Hitler” al op 24 juli begreep hoe het complot in elkaar had gezeten.

Of beter: men had hoofdlijnen herkend en kon die documenteren. Omdat wij deze rapporten nog altijd bezitten, vormt het Nazi-onderzoek nog steeds een leidraad voor ons begrip van de gebeurtenissen op 20 juli 1944. Wat de onderzoekscommissie niet hoefde documenteren, zoals wat er was gebeurd op de Wolfsschanze in de uren na de aanslag, is dus niet zo goed bekend. Een ander probleem is dat wat wél bekend is, is gebaseerd op de verklaringen van gearresteerden die waren gemarteld en probeerden het leven redden. Ze hebben dingen gezegd om de Gestapo naar de mond te praten. Zoiets geldt bijvoorbeeld Berthold von Stauffenberg, die heeft verteld dat hij en zijn broer het Führerprincipe, “völkische” ideeën, de bestrijding van de geest van de grote steden, de opvattingen over ras en het verlangen naar een door de Duitsers zelf bepaalde rechtsordening hadden gedeeld. Er is aanvullend bewijs dat de Von Stauffenbergs aanvankelijk sympathiseerden met het nationaalsocialisme, maar een passage als deze is op zichzelf weinig bewijs (testis unus, testis nullus).

Lees verder ““Eine ganz kleine Clique””

Unternehmen Walküre

“Wie sich aus der neueren Vernehmung des General-Feldmarschalls von Witzleben vom 23.7.1944 ergibt…” Fragment uit het verslag van de onderzoekscommissie naar de mislukte aanslag. We hoeven ons geen illusies te maken over de wijze waarop Von Witzleben is verhoord. Hij werd op 8 augustus opgehangen.

Zoals ik gisteren vertelde, waren er in Duitse verzetskringen plannen om Hitler te vermoorden en de schuld te schuiven in de schoenen van wat ze wilden presenteren als “eine gewissenlose Clique frontfremder Parteiführer”. Met vals bewijs wilden ze aannemelijk maken dat de top van de SS achter de aanslag zat, om zo te verhinderen dat SS-leider Himmler de macht zou overnemen. De sleutel om dit te doen, was de aanpassing van een al bestaand crisisplan, het Unternehmen Walküre.

Dit plan was opgesteld in de winter van 1941/1942, toen de Duitse troepen er niet in waren geslaagd Moskou in te nemen en duidelijk was geworden dat de rest van de oorlog niet meer zou bestaan uit snelle Blitzkriege. De Nazi’s hielden serieus rekening met opstanden van dwangarbeiders, concentratiekampgevangenen en krijgsgevangen Russische soldaten. Walküre bevatte de maatregelen die, als het werkelijk tot zulke opstanden zou komen, dienden te worden genomen: het actieve deel van de reserve van de Wehrmacht (het “Ersatzheer”) moest zowel in Berlijn als daarbuiten strategische posities innemen en garanderen dat het openbaar bestuur – lees: de Nazi-staat – kon blijven functioneren, terwijl manschappen die niet in de kazernes waren, binnen enkele uren actief moesten kunnen zijn.

Lees verder “Unternehmen Walküre”