“Eine ganz kleine Clique”

Enkele leden van de “ganz kleine Clique”

Om Hitlers woorden te bevestigen dat er slechts “eine ganz kleine Clique” van samenzweerders was geweest, arresteerden de Nazi’s de komende dagen slechts 700 mensen, waarvan er maar 200 zouden worden geëxecuteerd, meest door ophanging aan een dunne draad die de cipiers cynisch een pianosnaar noemden. De documenten die tegenwoordig worden getoond in het Bendlerblock, bewijzen dat de “Sonderkommission des Reichssicherheitshauptamtes zur Aufklärung des Anschlags auf Hitler” al op 24 juli begreep hoe het complot in elkaar had gezeten.

Of beter: men had hoofdlijnen herkend en kon die documenteren. Omdat wij deze rapporten nog altijd bezitten, vormt het Nazi-onderzoek nog steeds een leidraad voor ons begrip van de gebeurtenissen op 20 juli 1944. Wat de onderzoekscommissie niet hoefde documenteren, zoals wat er was gebeurd op de Wolfsschanze in de uren na de aanslag, is dus niet zo goed bekend. Een ander probleem is dat wat wél bekend is, is gebaseerd op de verklaringen van gearresteerden die waren gemarteld en probeerden het leven redden. Ze hebben dingen gezegd om de Gestapo naar de mond te praten. Zoiets geldt bijvoorbeeld Berthold von Stauffenberg, die heeft verteld dat hij en zijn broer het Führerprincipe, “völkische” ideeën, de bestrijding van de geest van de grote steden, de opvattingen over ras en het verlangen naar een door de Duitsers zelf bepaalde rechtsordening hadden gedeeld. Er is aanvullend bewijs dat de Von Stauffenbergs aanvankelijk sympathiseerden met het nationaalsocialisme, maar een passage als deze is op zichzelf weinig bewijs (testis unus, testis nullus).

Overigens waren er ook samenzweerders die de verhoren gebruikten om de Gestapo op dwaalsporen te zetten. Carl Goerdeler, de beoogde nieuwe rijkskanselier, heeft verschillende ingewikkelde verklaringen afgelegd. Daarbij zal een rol hebben gespeeld dat hij zo zijn leven verlengde, maar een feit blijft dat hij, ondanks marteling, ernaar streefde rookgordijnen te leggen en mensen in de luwte te houden. Nadat de Gestapo had geconcludeerd dat ze haar tijd verdeed met het getuigenis van Goerdeler, droeg ze de man in februari 1945 alsnog over aan de beul.

Wij kunnen de rapporten van de onderzoekscommissie aanvullen met herinneringen van overlevenden, maar zoals gezegd hadden de samenzweerders hun dierbaren zo min mogelijk verteld. Uit de aard der zaak is bovendien weinig op papier gezet en een deel van wat wel op papier stond, hebben de samenzweerders nog zelf verbrand. De eed is op deze regel een van de weinige uitzonderingen. Tot slot beschikken we niet over die voorname bron van informatie die historici het liefst aanboren: interviews met de betrokkenen. Die zijn immers vrijwel zonder uitzondering door de Nazi’s geëxecuteerd, bij oorlogshandelingen om het leven gekomen of gestorven in Sovjet-kampen. Verschillende samenzweerders, zoals Henning von Tresckow, wisten uit de martelcel te blijven door zelfmoord te plegen.

***

De Gestapo was Goerdeler al op het spoor en veel van de geëxecuteerden behoorden tot zijn kring. Een voorbeeld is de theoloog Dietrich Bonhoeffer, die part noch deel had aan de samenzwering, maar toch al was gearresteerd en nu in een moeite door kon worden opgehangen. Een andere naam is die van Erwin Planck, de zoon van de fysicus Max Planck, die eveneens behoorde tot de kring rond Goerdeler. Het is goed mogelijk dat het feit dat de Gestapo deze kring heeft weten uit te schakelen, kwam doordat deze al bekend was; dat niet méér mensen zijn gedood, kan betekenen dat de samenzweerders hun sporen goed hebben weten uit te wissen.

In Parijs had de Gestapo Caesar von Hofacker in handen gekregen. Hij sloeg door, wat het bewijs opleverde dat Erwin Rommel zich bereid had verklaard onderhandelingen met de westerse geallieerden te voeren. De andere Parijse samenzweerder, Carl-Heinrich von Stülpnagel, zegde toe in Duitsland te zullen getuigen over zijn aandeel en ging inderdaad op weg. Toen hij in Verdun aankwam, verzocht hij zijn chauffeur om halt te houden bij een van de begraafplaatsen omdat hij de gevallenen uit de Eerste Wereldoorlog, zijn voormalige kameraden, wilde gedenken. De kogel die hij zich daar door het hoofd joeg, doodde hem echter niet en zijn leven eindigde twee weken later aan de galg.

Dat zou ook het lot zijn van maarschalk Erwin von Witzleben, de beoogde opperbevelhebber van de Duitse strijdkrachten. Hij moest zich verantwoorden voor het volksgerechtshof, werd uitgescholden door de beruchte rechtbankpresident Roland Freisler en werd opgehangen. Zijn collega Günther von Kluge, die geen deel had willen nemen aan de samenzwering, was nog enige tijd actief aan het Westfront maar werd teruggeroepen toen de strijd achter Caen definitief verloren was. Begrijpend dat hij in ongenade was gevallen, slikte hij een cyanidepil.

In ongenade viel ook Friedrich Fromm, die door de Nazi’s werd beschouwd als opportunist. Het was duidelijk dat hij vooraf van de samenzwering had geweten en het was al even duidelijk dat hij, met de standrechtelijke executie van zijn arrestanten, zijn sporen had willen uitwissen. Hij werd uit het leger ontslagen en burger Fromm werd in maart 1945 door een vuurpeloton doodgeschoten.

Erich Fellgiebel en Fritz Thiele, die verantwoordelijk waren geweest voor de telefoonverbinding tussen de Wolfsschanze en het Bendlerblock, werden door het volksgerechtshof ter dood veroordeeld. Fellgiebel had overigens nog de tegenwoordigheid van geest om een van Roland Freislers tirades te onderbreken met de woorden dat hij moest opschieten met het doodvonnis, “want anders hangt u eerder dan wij”. Ook Paul von Hase en Berthold von Stauffenberg werden, na veroordeling door het volksgerechtshof, opgehangen.

***

De naamswijziging: de kinderen Von Stauffenberg zullen voortaan “Meister” heten

De Nazi’s arresteerden ook Nina von Stauffenberg en haar kinderen. Zijzelf werd naar Ravensbrück gestuurd, de kinderen werden uit elkaar gehaald en in verschillende weeshuizen ondergebracht. De naam “Von Stauffenberg” mochten ze niet meer gebruiken. Na de oorlog vonden ze elkaar terug en als extra vernedering werd hun aanvankelijk een oorlogspensioen geweigerd. Dit is later teruggedraaid.

Tot slot: Otto Ernst Remer, de man die Goebbels moest arresteren en zich keerde tegen de samenzweerders. Hij bleef het nationaalsocialisme trouw en werd, nadat hij zijn gedode tegenstanders in het openbaar als verraders had gebrandmerkt, in 1951 op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken aangeklaagd door Fritz Bauer. Remer werd inderdaad veroordeeld, maar dat was eigenlijk niet waar de zaak om draaide. Bauer wist de zaak zó te presenteren dat het gerechtshof in feite geen uitspraak deed over laster maar over de status van de belasterden. Het Remer-proces was daardoor in feite een politiek proces geworden, waarin de Bondsrepubliek Claus von Stauffenberg en de zijnen rehabiliteerde.

15 gedachtes over ““Eine ganz kleine Clique”

  1. FrankB

    “nu in een moeite door kon worden opgehangen”
    Dat is te kort door de bocht. Dit gebeurde in april 1945 en was dus het resultaat van de ultieme naziwraak. Anderen die in die tijd werden geëxecuteerd waren admiraal Canaris (beslist geen verzetsheld) en de door mij al eens genoemde Georg Elser (zat al vast sinds eind 1939), allemaal in opdracht van Hitler. Dat is opmerkelijk, want op 28 maart 1945 schreef Göbbels in zijn dagboek: “We vaardigen in Berlijn orders uit die zo goed als nooit aankomen, laat staan uitgevoerd worden. Daarin zie ik het gevaar van een buitengewone vermindering van autoriteit.”
    Roland Freisler was toen al twee maanden dood.
    Wat de slachtoffers van 9 april 1945 wel of niet te maken hadden met Von Stauffenberg was volstrekt irrelevant. Zij waren het trieste gevolg van “als wij nazis ten onder gaan zullen jullie het niet overleven om je in onze nederlaag te kunnen verblijden”.
    Gelukkig maar dat er tegenwoordig weer pogingen worden gedaan dit edele ras in stand te houden.

  2. Dick Beumer

    Freislers voornaam luidt Roland en niet Robert. Verder: prima idee deze dag, zo gaat geschiedenis leven!

    1. Frans

      Dat was het zeker. Ik kende het verhaal natuurlijk wel in grote lijnen, maar niet in de details. Moest wel de hele tijd aan Allo Allo denken en “ze plot to blow up ze Fuhrer”.

  3. Jeroen

    Je zou zeggen dat er zich toch wel iemand van de samenzweerders verborgen wist te houden, of zich zelfs wellicht aan de Geallieerden wist over te geven..?
    Is dat echt niet gebeurd? Geen enkele overlevende?

    1. Het hangt een beetje af van de definitie. Er was een kleine groep die vooraf wist van de bom en begreep hoe Walküre werd gebruikt. Die werden door Fromm gedood, pleegden zelfmoord of werden later geëxecuteerd. Er waren wijdere netwerken van mensen die minder wisten. Sommigen daarvan hebben het overleefd, maar zij wisten dus niet heel erg veel.

  4. Robbert

    Spannend verteld! Een romanschrijver verzint het niet. De helden, de twijfelaars, de tegenslagen en het einde met daarna de opruiming van allerlei verdachten, tot april ’45 aan toe.
    “Eine ganz kleine clique”: zo ook Churchill, die het het kort na de aanslag had over “eenvoudig een geval van de hoogste personaliteiten in het Duitse Rijk die elkaar uitmoorden”.
    Het maakte hem niet uit, de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland was allang met Roosevelt en Stalin overeengekomen.
    Maar die was bij het slagen van de staatsgreep wellicht eerder bereikt.

  5. René

    Heerlijk genoten van de reeks. Het lezen met de tijd mee gaf het een heel levendig gevoel. Wat een turbolente dag. Ik kijk uit naar de volgende dagreeks! Maar wat rust doet geen kwaad 😉

    De columns en extra bijlages van de kranten worden gekort wegens zomerdagen maar onze Jona ploetert gewoon door.

  6. Henk Smout

    Wie kan vertellen wat er in Nederland die en volgende dagen te merken was?
    Mijn vader had tijdens de bezetting in Den Haag een boevenwagen vol geboeide mannen met hakenkruisarmbanden gezien, of dat toen was kan ik hem nu niet meer vragen.
    In België was al op 15 juli besloten om het militaire bewind te vervangen door een rijkscommissariaat. De van zijn commando ontheven generaal Alexander von Falkenhausen (1878 – 1966) stond onder verdenking en werd na de 20ste juli geïnterneerd in de ‘prominentenbarakken’ eerst van Buchenwald, daarna in Dachau. Bewijzen tegen hem werden niet gevonden

  7. Marcel Meijer Hof

    De kritische noot: Het was een beetje lastig lezen vanuit mijn mailbox. Stukje lezen, wegklikken, terug naar ingekomen post, volgende stukje aanklikken. En dat heel vaak. Maar goed, voor cultuur, in dit geval goede geschiedschrijving, mag je best wat moeite overhebben.

Reacties zijn gesloten.