De Martelaren van Gorcum

Cesare Fracassini, De martelaren van Gorcum

Nog net geen dertig was hij toen hij in 1868 overleed, aan buiktyfus. De verder tamelijk onbekende Italiaanse kunstschilder Cesare Fracassini leeft in Rome voort als een borstbeeld op de Monte Pincio en in de naam van een straat in de wijk Flaminio. Wat echter vooral aan hem herinnert is één van zijn opera magna: een schilderij dat de bezoeker van de Vaticaanse Musea onmiddellijk zal opvallen vanwege het enigszins kitscherige, maar ook nogal wrede karakter. Het toont de executie van de Martelaren van Gorcum en werd door Fracassini geschilderd in 1867, het jaar waarin deze negentien geestelijken heilig werden verklaard.

Slachtoffers van religieuze fanatici

Hoe zat dat nu ook alweer met die martelaren? Wie waren zij, en hoe kwam het dat ze in de nacht van 8 op 9 juli 1572 op zo’n gruwelijke wijze (door ophanging aan de nokbalk van een schuur nabij Den Briel) om het leven kwamen? We weten daar relatief veel over, want een en ander is uitvoerig beschreven in de overwegend door rooms-katholieken opgestelde geschriften over datgene, wat gezien werd als een goed voorbeeld van religieuze opofferingsgezindheid.

Lees verder “De Martelaren van Gorcum”

Alva en de Spaanse Inquisitie

Alva (Teylers Museum, Haarlem)

Ik begrijp daar dus niet van: dat je een rechtbank begint om de religieuze meningen van anderen te beoordelen en dat je daarna, als je vaststelt dat er aan iemand een vlekje zit, zo iemand overlevert aan de wereldse autoriteiten om hem levend te laten verbranden. Het verontrustende van de Spaanse Inquisitie is niet – om de obligate grap maar meteen te maken, dan hebben we dat ook gehad – dat niemand haar verwacht, maar dat niemand haar begrijpt of begrijpen kan.

Dat ligt aan ons. Wij zijn gewend aan de godsdienstvrijheid en vinden dat de gedachten vrij zijn. Misschien vinden Nederlanders dat nog wel meer dan anderen: onze voorouders kwamen in opstand tegen de koning van Spanje omwille van de “liberteyt van conscientie“. Maar wij zijn de uitzonderingen: religieuze intolerantie is van alle tijden en plaatsen. De Romeinse Senaat legde de Bacchuscultus aan banden, Karel de Grote gaf de Saksen de keuze tussen doopvont en schavot, hindoes slaan islamitische heiligdommen kort en klein. De causaliteitsvraag, of intolerantie voortkomt uit religiositeit, is volgens mij onbeantwoordbaar, maar de stelling valt in elk geval te illustreren met een hoop naargeestigheden.

Lees verder “Alva en de Spaanse Inquisitie”