Hekserij in Bremen

De verbranding van een heks

Binnenkort is hier een blogje waarin hekserij een rol speelt, dus ter voorbereiding neem ik u mee naar een heksenproces dat in 1603 plaatsvond in de vrije Hanzestad Bremen. De aanleiding tot het onderzoek lijkt de dood te zijn geweest van een zekere Henrich Raetken, onder omstandigheden die verdacht genoeg waren om te leiden tot onderzoek. Zo kwamen twee vrouwen in het vizier van de autoriteiten. De bekentenissen van de twee, vermoedelijk afgelegd onder tortuur, zijn over.

De twee maanden geleden overleden Italiaanse historicus Carlo Ginzburg heeft weleens geopperd dat, voor zover er een werkelijke vorm van gedrag is geweest die door de zestiende-eeuwse juristen werd gebrandmerkt als hekserij, het gaat om mensen die in een traditie stonden die lijkt op sjamanisme. Ander onderzoekers denken dat dit vooralsnog niet is bewezen. In elk geval: tegenover de hoogopgeleide juristen, die alles wisten van de kerkelijke weerzin tegen concurrerende opvattingen, waren deze vrouwen kansloos, en alles wat ze zeiden, werd uitgelegd alsof het een duivelspact was.

Pellcke Stubben

De eerste die werd verhoord, was Pellcke Stubben, die, zo lezen we in de stukken, bekende dat ze meer dan twintig jaar tovenarij had beoefend. Ze had van haar tante Gretke Kramers geleerd hoe ze een zalf moest bereiden waarmee ze haar vijanden onheil kon berokkenen. Kramers zou voor Stubben tevens een minnaar hebben geregeld: Lucifer zelf (“groot van gestalte, gekleed in het groen, zwarte hoed met veren, handen die aanvoelden als ijzer maar zacht waren als een spons”). Die had haar geld gegeven dat later was veranderd in mest.

Stubben zou op dondernachten op de Domsheide (een plein bij de Dom) hebben gedanst met de duivel op muziek van een trommel, gemaakt van glas. Haar relatie met de duivel had zeven jaar geduurd en hoewel ze dat aanvankelijk niet had gewild, had de duivel haar geen rust gegeven als ze had willen bidden. In die zeven jaar was de duivel elf keer in haar woning geweest.

De Domweide tegenwoordig

De duivel zou haar hebben geleerd hoe ze twee minnaressen uit de aarde kon laten opduiken: Jonkvrouw Alheid (“de ene voet in de vorm van een kip, de andere in de vorm van een koe”) en Jonkvrouw Janneke. Ze had gehoopt die eerste te kunnen uithuwelijken aan Henrich Raetken, die zich echter te jong had gevoeld voor de verbintenis. Hij was wel bij Stubben in de leer gegaan. Later was Raetken dus onder verdachte omstandigheden overleden en zo was zijn onderwijzeres in beeld gekomen.

Wellicht wilden degenen die de beschuldigingen tegen de wegens hekserij aangeklaagde vrouw onderzochten, nog wel denken dat haar verhalen alleen maar visioenen waren. Gekke dromen, die iedereen weleens heeft. Wellicht waren ze geneigd haar te beschouwen als geestesziekte. Eerder beklagenswaardig dan kwaadaardig. Maar tegenover de rechter bekende Stubben meer. Met de zalf waarvan ze het recept van Gretke had geleerd, had ze twee ossen, vijf koeien en een paard gedood. En zij had Raetken gedood door hem met die zalf in te smeren.

Gretke Kramers

Het onderzoek leidde naar Stubbens tante en leermeesteres, Gretke Kramers. Die vertelde dat ze hekserij had geleerd van een zekere Cathrine Stadtlander. Die had haar geleerd hoe ze muizen tevoorschijn kon toveren, en sindsdien was Kramers door de duivel achtervolgd. Voor het eerst had ze hem gezien bij de Bischofsnadel (een stadspoort) en daar hadden ze gedanst. Opnieuw was er een muzikant: een klein mannetje met een glazen muziekinstrument dat leek op een kandelaar.

De Bischofsnadel tegenwoordig

Ook Kramers had een bovennatuurlijke minnaar, maar het was niet Lucifer, maar een zekere Federbusch. Het was opnieuw iemand die geld had beloofd dat nooit materialiseerde. De duivel, zo verklaarde ze tijdens het verhoor, verscheen nog altijd aan haar: nog maar acht dagen voor haar arrestatie was hij bij haar in de tuin geweest. Hoe vaak hij op bezoek was gekomen, wist ze niet te zeggen. En inderdaad: ze bezat een pot met duivelse zalf. Daarmee deed ze niemand kwaad, maar wie zich ermee insmeerde en daarbij de duivel aanriep, kon vervolgens gaan waar hij maar wilde.

Vonnis

En zo volgde op de dood van Henrich Raetken de arrestatie van Pellcke Stubben en volgde op haar bekentenis de arrestatie van Gretke Kramers. Hun schuld leek meer dan bewezen en de rechter veroordeelde ze tot de brandstapel.

Op 21 december 1603 kwamen de beulsknechten hen ophalen. Kramers bleek al te zijn gestorven. Haar leerlinge Stubben was nog in leven en herhaalde een credo dat de omstanders doodsbang moet hebben gemaakt:

Ick glove an den Forsten der Welt,
den allmächtigen Schepper Himmels und der Erden
und an den Düvel, sinen enigen gebornen Sohne, unsen Heren,
de entfangen es van den bösen Geest,
gebaaren uth Maria.

Ze werd naar buiten geleid en samen met het lijk van Kramers verbrand.


Oudheid als ambitie

augustus 10, 2017

Turkse TV (11) Kösem

april 27, 2025
Deel dit:

14 gedachtes over “Hekserij in Bremen

  1. Dergelijke hallucinaties schijnt men ook te krijgen van het kauwen van doornappel (extreem gevaarlijk). Het kan zijn dat die vrouwen daar ongemerkt of gemerkt wat van binnengekregen hebben … en het schijnt ook al te werken als zalf …

    1. Frans Buijs

      Zou kunnen. En dan zijn we weer terug bij de theorie dat een vorm van sjamanisme een rol speelde. Het is in ieder geval onwaarschijnlijk dat dit allemaal uit de duim gezogen is. Het kan ook zijn dat verhalen over de duivel een eigen leven zijn gaan leiden en dat een beschuldigde dingen herhaalde die ze ergens gehoord had. En dat een aanklager dacht: zie je wel, er is een patroon.

  2. Dirk Zwysen

    Dat sjamanisme zou dan ongemerkt de middeleeuwen hebben overleefd of zijn er aanwijzingen voor continuïteit? En zo ja, dan moet verklaard worden waarom het in de 16de en 17de eeuw een probleem werd.

    1. Ik weet de antwoorden ook niet. Wel weet ik dat de verschijnselen – welke precies, dat weten we dus niet – in de zestiende eeuw steeds meer werden gediaboliseerd. Dat zou best kunnen samenhangen met de wijze waarop de kerk de teugels aan het aanhalen was: in katholieke landen een inquisitie, in protestantse landen hekserijprocessen.

      Of het sjamanisme was? Als ik dat wist, doceerde ik geschiedenis aan de Sorbonne.

  3. Ben Spaans

    Waarschijnlijk bekend onder torture- maar een bekentenis daaronder geuit moest later nog eens zonder tortuur herhaalt worden om rechtsgeldig te zijn (….) dus…. (als dat niet gebeurde, werd de betreffende verdachte weer met tortuur gedreigd.?🤔)

    Hallucinaties, resten van sjamanisme – gaan we al niet teveel mee in de beschuldigingen….?

    1. Ja, die mogelijkheid is er volgens mij zeker.

      Overigens (en niet helemaal ter zake) vind ik de vraag wat er nu feitelijk aan de hand was (sjamanisme? allemaal verbeelding? mensen die onder tortuur alles bekennen wat de beul wil horen?) op zich interessant, maar zou ik vooral willen weten wat de reactie was van de anderen.

      Waarom zwegen de andere burgers? Was het angst? Onverschilligheid? Deelden ze in de pathologische angst van de onderzoekers, of zaten ze vol schuldgevoelens omdat ze niets hadden gedaan om hun buurvrouw te redden? Is er een overeenkomst met de meegaandheid in onze grote organisaties? (Dit is geen oude geschiedenis, met onvoldoende data; dit is de Nieuwe Tijd; we zouden er iets van kunnen leren.)

      1. Frans Buijs

        Ik denk dat er ook wel een overeenkomst is met communistische landen: elkaar verklikken in de hoop dat je dan zelf buiten schot blijft. Het is ook opvallend dat heksenprocessen vaak binnen een regio plaatsvonden. Bij ons in de Nederlanden was het begin 17e eeuw grotendeels voorbij terwijl het elders juist erg was. De heksenprocessen in Salem, Massachusetts waren in 1692.

  4. Ben Spaans

    Frans, de hele historische duiding van de Europese ‘Heksenwaan’ in vroegmodern Europa is zo gediversificeerd geworden – er is niet één verklaring die helemaal sluitend is. Mogelijke hallucinaties zijn misschien aanwezig geweest, maar zijn niet dé verklaring. Al denk ik ook niet dat je dat zó bedoelt.

    Het juridische apparaat uit die tijd viel nooit op dat als verdachten van hekserij (‘maleficia’) of tovenarij eenmaal in hechtenis zaten de vermeende toverkrachten helemaal leken te zijn verdwenen…? (Dit is niet bedoelt om te zeggen ‘wat een domoren’).

    1. Frans Buijs

      Nee, zeker niet, maar het boek dat ik bedoel gaat ook niet zozeer over de heksenwaan, maar over allerlei vormen van medicinale planten, visioenen en dergelijke tijdens de middeleeuwen. Wordt vervolgd.

  5. Ben Spaans

    Hekserij gold als ketterij, dus de religieuze dimensie zat ingebakken in de rechtspraak. Vandaar de brandstapel.
    Behalve in Engeland en zijn Noord-Amerikaanse koloniën, daar was de straf ophanging – viel onder de ‘Common Law’ of zo – ‘echte’ ketters werden in vooral in de zestiende eeuw wel verbrand in Engeland.
    In Spanje was het de taak van de Inquisitie.

    1. FrankB

      Ook dat hangt samen met de Renaissance. Eén van de eersten die hekserij een vorm van ketterij noemden was inquisiteur Jean Vinetti – in 1450 CE. Daarvoor erkende de RKK het bestaan van hekserij niet. De Renaissance, de Reformatie en de Contrareformatie – ie het begin van de Moderne Tijd – staan in direct verband met een flinke toename van allerlei soorten bigotterie.

Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.