De Martelaren van Gorcum

Cesare Fracassini, De martelaren van Gorcum

Nog net geen dertig was hij toen hij in 1868 overleed, aan buiktyfus. De verder tamelijk onbekende Italiaanse kunstschilder Cesare Fracassini leeft in Rome voort als een borstbeeld op de Monte Pincio en in de naam van een straat in de wijk Flaminio. Wat echter vooral aan hem herinnert is één van zijn opera magna: een schilderij dat de bezoeker van de Vaticaanse Musea onmiddellijk zal opvallen vanwege het enigszins kitscherige, maar ook nogal wrede karakter. Het toont de executie van de Martelaren van Gorcum en werd door Fracassini geschilderd in 1867, het jaar waarin deze negentien geestelijken heilig werden verklaard.

Slachtoffers van religieuze fanatici

Hoe zat dat nu ook alweer met die martelaren? Wie waren zij, en hoe kwam het dat ze in de nacht van 8 op 9 juli 1572 op zo’n gruwelijke wijze (door ophanging aan de nokbalk van een schuur nabij Den Briel) om het leven kwamen? We weten daar relatief veel over, want een en ander is uitvoerig beschreven in de overwegend door rooms-katholieken opgestelde geschriften over datgene, wat gezien werd als een goed voorbeeld van religieuze opofferingsgezindheid.

Wie op een katholieke lagere (of basis)school gezeten heeft kent het verhaal: in het jaar waarin Den Briel werd ingenomen namen de Geuzen ook de stad Gorcum (Gorinchem) in. Uit die stad werden vervolgens negentien religieuzen (zowel monniken als priesters) en een enkele “gewone” katholiek meegenomen naar Den Briel, waar ze – na een nauwelijks serieus te nemen proces en een religieus dispuut met twee protestantse voorgangers – in de beruchte turfschuur van het gehucht Rugge (bij Den Briel) werden opgeknoopt.

Er moet toen sprake zijn geweest van een situatie die enigszins vergelijkbaar is met wat we in recente jaren zagen in o.a. landen waarin de Islamitische Staat het voor het zeggen kreeg. De “gevestigde” religieuze autoriteiten en aanhangers van de daarbij behorende religie vormen het doelwit van een door fanatici uitgevoerde wraakactie van de nieuwe machthebbers. Zo verging het ook veertien monniken (elf franciscanen, één dominicaan en twee norbertijnen) en vijf wereldheren (d.w.z. priesters die niet aan een kloosterorde verbonden waren). Eén door de geuzen gevangengenomen “gewone” katholiek ontsprong de dans: een achttienjarige jongeman, Hendrik, liet zijn beulen geloven dat hij zestien was en hem werd “toegestaan” om niet gedood te worden, maar wel moest hij toekijken bij de massa-executie. Na de ophanging werden de lichamen van de gehangenen ook nog eens behoorlijk onteerd en uiteindelijk begraven in diezelfde turfschuur.

Lumey

Sterk bij deze misdaad betrokken was Lumey, één van de “helden” van de protestantse opstand. Deze uit de provincie Luik afkomstige edelman (en Heer van Lummen) heette officieel Willem II van der Marck. Naast zijn heerlijkheid was hij ook nog eens Vorst van het Heilige Roomse Rijk, en één van de leden van een familie die nogal wat prins-bisschoppen van Luik had voortgebracht. Je zou zeggen dat Lumey wel wat wist van het roomse leven en ook van de wreedheden die in naam van koning Filips II werden uitgevoerd door types als Alva en diens Bloedraad.

Na de onthoofding van de graven van Egmont en Horne (in 1568) zwoer Lumey dat hij zijn nagels en haren zou laten groeien tot het moment waarop hij wraak voor deze politiek-religieuze executies had genomen. Die kans kwam er toen er zich gewelddadige groepen vormden onder de noemer “geuzen”, en Lumey zich aan het hoofd van zo’n groep stelde. Hij werd vervolgens opperbevelhebber van de vloot van de watergeuzen, die op 1 april 1572 Den Briel innam.

In en rond Den Briel vonden onder het gezag van Lumey nog meer wreedheden plaats. Twee priesters werden op de Grote Markt van Den Briel op de brandstapel gezet en ook in Schoonhoven werden twee monniken vermoord.

Merkwaardig is het dat Lumey in een later deel van zijn leven, toen hij eerst met zachte en later min of meer harde hand gedwongen was om zijn militaire taken op te geven, nog verzoening heeft gezocht met de katholieke kerk. Die verzoening is nota bene ook geëffectueerd: van de prins-bisschop van Luik kreeg Lumey een aantal verbeurde bezittingen terug en werd hij de facto herbevestigd als Vorst van het Heilige Roomse Rijk. De in Den Briel gehangen monniken en priesters zullen dit vanuit hoger sferen tandenknarsend hebben waargenomen.

De Martelaren zalig – en later heilig verklaard

Veel ooggetuigenverklaringen van de onzalige dood van de Martelaren van Gorcum zijn in de vorm van hagiografische geschriften overgeleverd. De stoffelijke resten van de martelaren raakten verspreid, nadat in 1593 de berichte turfschuur was afgebroken en vervolgens – tijdens het Twaalfjarig Bestand – de Zuidelijke Nederlanden door jezuïeten werden voorzien van deze door hen opgegraven stoffelijke resten.

Paus Clemens X verklaarde, op basis van de vele wonderen en genezingen die werden toegeschreven aan deze “Martelaren van Gorcum”, alle negentien slachtoffers van het religieuze geweld van Lumey en consorten in 1675 zalig. Daar werd in het protestantse noorden van Nederland natuurlijk met de nodige argwaan naar gekeken, en zelfs toen de rooms-katholieken in deze contreien in hun rechten waren hersteld (1853) duurde het nog enige jaren (tot 1867) voordat er een collectieve heiligverklaring op het Sint-Pietersplein te Rome werd uitgesproken door paus Pius IX.

Cesare Fracassini hield er een mooie opdracht aan over, en zijn schilderij van de executie van de Martelaren van Gorcum wordt nog steeds door velen gezien in de Vaticaanse Musea, waarbij er getwijfeld mag worden over het feit of alle bezoekers begrijpen wat de historische achtergrond van dit schilderij is. Wreedaardig is het zeker, en ik stel me zo voor hoe anders Nederlandse protestanten tegen dit schilderij aankijken dan katholieke landgenoten.

[Een gastbijdrage van Han Borg. Dank je wel Han!]


Oudheid als ambitie

augustus 10, 2017

Effectief goropiseren

maart 11, 2012
Deel dit:

19 gedachtes over “De Martelaren van Gorcum

  1. Kees Voorburg

    “(…) of alle bezoekers begrijpen wat de historische achtergrond van dit schilderij is”.
    Als het om Italianen gaat: 80% waarschijnlijk helemaal niets. Een goede, intelligente Italiaanse kennis vroeg eens wat de schuilkerk Onze Lieve Heer op Solder was. Hij wilde niet geloven dat het RK-geloof hier ooit verboden is geweest, want de Paus is vlg hem de leider van alle christenen, protestanten incluis. Gelooft dat overigens nog steeds niet*.
    Daarnaast raken ze in de war door hun merkwaardige benaming van de eeuwen. “Il Novecento” of ‘900 (de apostrof!) staat immers voor de 20ste eeuw. Zo meldde de gids in de 9e eeuwse toren bij middeleeuws Ostia dat hij gebouwd was om de Saracenen af te schrikken, een probleem dat enkele decennia later door Garibaldi definitief werd opgelost…
    In Ravenna wordt de Italiaanse bezoeker wijsgemaakt dat de 4e, 5e en 6e eeuwse monumenten een typisch voorbeeld zijn van de Ravennese renaissance (Il ‘400 Ravennese). De renaissance ontstond immers pal na de zg. ondergang van het Westelijk Rijk.

    Ik denk dat de schoolscenes in Fellini’s meesterwerk ‘Amarcord’ fel realistisch zijn…

    Toegegeven: vanwege zijn soms niet aflatende “Da noi” (= Bei uns) praat, namen we hem wel eens in de maling, dat bijvoorbeeld opgravingen in Diemen hadden bewezen dat het Imperio Dimensis de voorloper was het Romeinse Rijk en dat Caesar een Nederlander was (Verbastering van de naam Kees).

    1. Frans Buijs

      Caesar was toch Jezus? 😉
      Ik heb trouwens op een protestantse school gezeten en daar waren de Geuzen en Lumey toch voornamelijk helden.

      1. Han Borg

        Wat voor Lumey gold (een wrede man, die er niet voor terugdeinsde om meestal onschuldige katholieken over de kling te jagen), gold ook voor diens geuzenkompaan Diederik Sonoy. Die hield o.a. huis onder katholieke geestelijken in Alkmaar en Ransdorp. Na diens dood werd Sonoy (de latere borgheer van Dijksterhuis bij het noord-Groningse dorpje Pieterburen), begraven in de dorpskerk aldaar, waar hem een schitterend rouwbord ten deel viel. Zo werden de ‘helden’ van de Opstand geëerd.

  2. Kees Voorburg

    de asteriks bij “Gelooft dat overigens nog steeds niet*” verwijst naar slotalinea “toegegeven: vanwege etc”.

    Sorry.

  3. Dirk Zwysen

    Dit verhaal was mij volledig onbekend, bedankt!
    De familie De La Marck kom je in de Ardennen regelmatig tegen. Men bewaart er de herinnering aan Lumeys even gewelddadige overgrootvader, Le Sanglier des Ardennes.
    Laat ons hopen dat katholieken en protestanten op dezelfde manier naar dit schilderij kijken: het hoofd schuddend om zo veel dwaas geweld, zonder trots of rancune. Het verleden persoonlijk nemen levert alleen maar ellende op.
    Al heb ik hier wel een (dunne) persoonlijke connectie via mijn verwant Joannes Zwijsen, aartsbisschop van Utrecht en bisschop van ’s Hertogenbosch na 1853. Wikipedia beweert dat juist de Nederlandse katholieke bisschoppen in 1867 de heiligverklaring probeerden tegen te houden om de lieve vrede te bewaren.

    1. FrankB

      “Dit verhaal was mij volledig onbekend, bedankt!”
      Ik wist dit wel. Ga er maar van uit dat tussen 1500 en 1650 CE (en ook wel daarna) de protestanten geen haar beter waren dan de katholieken, zowel gemiddeld als in extremis.
      Misschien scheelt het dat ik op openbare scholen heb gezeten. Daar heb ik geleerd dat de Beeldenstorm meer overeenkomsten met voetbalhooliganisme had dan met een verjaardagsfeestje.

      1. Frans Buijs

        Het verbaast me niet dat er in België wat minder aandacht is voor de Watergeuzen en Den Briel en Gorinchem. Dat is toch wat we in Nederland vaderlandse geschiedenis noemen.

    2. Op mijn protestantse school heb ik geleerd dat Lumey zelf bekend stond als het zwijn der Ardennen. Was dat soms een erfelijke titel in dat geslacht?

      1. Dirk Zwysen

        Ik denk dat dat een vergissing van de meester/juf was. Het echte “Zwijn” had dezelfde naam als zijn nazaat, wellicht vandaar.

  4. Ik kende het schilderij alleen als schoolplaat. Net als de verwoesting vande. Abdij van Egmond en de verstoring van een mis door de schout en zijn rakkers. Dat was overigens een illegale actie, want het katholicisme op zichwas nietverboden, alleen de openbare uitoefening ervan, net als die van mennonieten en remonstranten. Datwerd in 1796 beeindigd toen het bataafse bewjnd de. Volledige godsduenstvrijheud en de schedingi vankerken staat afkondigde.

  5. Boeiend stuk, bedankt! De omschrijving van de martelaren als ‘slachtoffers van religieuze fanatici’ lijkt me betwistbaar en weinig verhelderend: waren de martelaren dat niet zelf ook, met hun keuze om te sterven voor hun geloof?

    Dat zo’n beschrijving niet helemaal de lading dekt bij Lumey, blijkt ook al uit zijn latere verzoening met de katholieke kerk op politieke gronden. Misschien kun je beter zeggen dat hij de religie als ideologische rechtvaardiging voor een politieke machtsgreep door middel van terreur gebruikte.

    1. Heb me onduidelijk uitgedrukt, bedoelde dat het betwistbaar en weinig verhelderend is om de moordenaars als religieuze fanatici te beschrijven.

    2. Han Borg

      Ik kan me haast niet voorstellen dat deze door Lumey c.s. opgeknoopte mannen een bewuste keuze maakten om als martelaars te boek te gaan staan, c.q. te sterven voor hun geloof. Dat laatste wordt vaak verondersteld, ook in het geval van de christelijke martelaren die in de Romeinse tijd werden gedood. Zullen die allemaal al zingend, lovend en biddend ten onder zijn gegaan? En Lumey zelf was – althans in mijn ogen – een gruwelijke opportunist. De macht was hem ‘wel een mis waard’, om Hendrik IV (deels) te citeren.

      1. Volgens de bronnen kregen ze de keuze om hun geloof af te zweren of te sterven, zoals dat voor duizenden andere martelaren in de geschiedenis in getuigenissen beschreven is. Ik zie geen reden om te betwijfelen dat ze bewust voor optie twee gingen.

        1. Han Borg

          Juist dat gegeven zou je aan het twijfelen moeten brengen: dat is – opnieuw volgens mijn bescheiden mening – een ware ’topos’. Het geeft een enorme geur van heiligheid als je geheel vrijwillig vasthoudt aan je geloof, in de zekerheid dat je dat met de dood gaat bekopen. En hagiografen hebben van die stelligheid ook dankbaar gebruik gemaakt, want anders was het aantal martelaren waarschijnlijk drastisch lager geweest dan we nu voorgeschoteld krijgen. De bronnen zijn – kortom – lang niet altijd betrouwbaar, zeker niet waar het heiligen- en martelaarsverhalen betreft. Zeker zullen we het nooit weten: zoveel is zeker.

          1. “Zeker zullen we het nooit weten: zoveel is zeker.” Dat is, met alle respect, een dooddoener. Ik weet niet 100% zeker dat de Slag bij de Milvische Brug en de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging hebben plaatsgevonden, maar als historicus weet ik wel dat de bronnen voor het eerste feit een stuk betrouwbaarder zijn.

            Ook het beroemde twistgesprek met de martelaren van Gorcum in 1572 was geen bovennatuurlijk wonder, maar een openbaar evenement met veel publiek. Er zijn meerdere ooggetuigenverslagen, die met elkaar overeenstemmen op het punt dat de martelaren werd gevraagd om leven te redden door hun geloof te verzaken – en dat ze dat weigerden. Er zijn geen historische gronden om dat feit te betwijfelen.

        2. Zo is dat ons als kinderen ook altijd verteld. De gevangenen hadden de keuze om de kerk te verlaten maar zagen daar op een na vanaf . Overigens was ik van 1954 tot 1956 koorzanger in de parochiekerk van de martelaren van gorcum, terwijl ik op de lagere school st leonardus zat, de leider of hoogstgeplaatste van de groep. Koog a d Zaan.

  6. Ben Spaans

    In 1853 werd de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland herstelt, ‘rechten’ hadden de rooms-katholieken al decennia – het aanvankelijke Verenigde Koninkrijk der Nederlanden was voor bijna tweederde rooms-katholiek – sociaal was het allemaal nog niet zo soepel (…) zie ook de Aprilbeweging.

    Kreeg Lumey toen hij weer Rooms werd nog formeel absolutie voor dit ‘incident’…?🤔

Reacties zijn gesloten.