Dee Dee Ramone

Mashhad. Ik sta, genietend van het voorjaarszonnetje, op iemand te wachten bij een van de poorten van het mausoleum van Imam Reza, het grootste islamitische heiligdom van Iran (volgens Iraniërs: van de hele wereld). Er heerst een gezellige drukte, waarin er zelfs bij de geestelijken, die meestal lijken te doen wie het ernstigst kan kijken, een ontspannen glimlach vanaf kan. Er klinkt mooie muziek, die bizar contrasteert met het boek dat ik aan het lezen ben: Lobotomy, de autobiografie van Dee Dee Ramone. Ondertitel: Surviving the Ramones.

Het is een alleszins lezenswaardig boek, maar je moet niet alles geloven wat Dee Dee vertelt. Zo herinnert hij zich van zijn solo-elpee Standing in the Spotlight dat de pers het een “great party album” noemde en constateerde dat Dee Dee de Beastie Boys het nakijken gaf. Dit is, zo het al werkelijk is geschreven, niet representatief voor wat andere recensenten schreven: ze kraakten het af als wanproduct.

Lees verder “Dee Dee Ramone”

Johnny Ramone

Ik schreef er een tijdje geleden al over, over de Amerikaanse band The Ramones, die in de jaren zeventig de rockmuziek terugvoerde naar haar wortels: geen eindeloze gitaarsolo’s, geen invloeden vanuit de blues, muzikale eenvoud, een rechttoe-rechtaan-presentatie en een volume waarmee je je ouders op de kast kon jagen. Rock ’n’ roll is in laatste instantie gewoon een vorm van alles-of-niets-heid, die in andere tijden Sturm und Drang zou zijn genoemd.

Dat kan beangstigend overkomen. De broer van Joey Ramone, Mickey Leigh, haalt in zijn boek I slept with Joey Ramone herinneringen op aan het leven van de zanger en vertelt hoe in de buurt waar ze opgroeiden, Forest Hills, in de jaren zestig verschillende bands speelden die grote indruk maakten. Eén daarvan heette The Tangerine Puppets en was waanzinnig populair, maar de kinderen werden gewaarschuwd voor een van de leden, Johnny Cummings. Ofwel Johnny Ramone, die in zijn autobiografie Commando zijn eigen visie geeft op – onder andere – die reputatie.

Lees verder “Johnny Ramone”

The Ramones

Vier disfunctionele, ruziënde muzikanten die eigenlijk ook geen instrument leken te kunnen bespelen. Een zanger met een obsessief compulsieve stoornis, een gewelddadige psychopaat als gitarist, een junkie als bassist en een drummer die op de trommels sloeg omdat niemand anders het deed. Bepaald geen mannen die meisjesharten deden breken: alleen de bassist zag er redelijk uit, de drie anderen waren zo lelijk als de nacht. Kortom, The RamonesJoey, JohnnyDee Dee en Tommy.

Je hoeft op Youtube maar één concert te zien om iets te voelen van de elektriciteit die in de lucht moet hebben gehangen als ze optraden. Kijk maar hier. Het begint schreeuwerig, het eindigt schreeuwerig en daar tussendoor worden in zesentwintig minuten en achttien seconden veertien nummers er doorheen geragd. Op topsnelheid. Het is, vanaf het moment waarop Dee Dee het 1-2-3-4 afvuurt, tot de laatste maten, één brok energie. Ik kan er nog aan toevoegen dat het, toen de tweede drummer, Marky, werd vervangen voor Richie Ramone, nog sneller ging. Pas op hun allerlaatste elpee, toen de heren op weg waren naar de vijftig, ging het tempo iets omlaag.

Lees verder “The Ramones”