De kern van de poëzie

In De uitvalsels geeft de heer Olivier B. Bommel treffend uitleg over het wezen der poëzie. De aanleiding is een bezoek aan Querulijn Xaverius, Markies de Canteclaer van Barneveldt, die lijdt aan een migraineaanval ten gevolge van het componeren van een vers. Hierop legt Bommel aan Kwetal uit wat dichters zijn:

Lieden die woorden op een rijtje zetten. Daardoor krijgen die woorden een betekenis die ze eerst niet hadden, en daardoor lijkt het veel mooier dan het is. Dat is natuurlijk moeilijk werk, en daardoor krijgen ze hoofdpijn, als je begrijpt wat ik bedoel.

Treffend verwoord. Beter dan ik het ooit zou kunnen. Vandaar dat ik deze, driehonderdste blogpost, heb laten schrijven door iemand die het beter kon: Marten Toonder. De volgende post schrijf ik weer zelf.

Met dank aan alle mensen die de laatste maanden zo aardig waren te reageren.

Een gedachte over “De kern van de poëzie

  1. karin

    “Eh bien,… Een stuitend verhaal. Maar toch… toch schuilt er een lichte kern in deze baaierd van grofheid en plat geweld”, aldus de markies, desgevraagd.

Reacties zijn gesloten.