
Ergens in februari liet een oudheidkundige mailinglijst weten dat een classicus een online-lezing zou verzorgen over “Herodotus and the Invention of History”. Het was gratis, het was online en het was toegankelijk voor iedereen. De goede bedoelingen spatten er vanaf en ik wil er ook niet over mopperen. Daarom blog ik er pas nu over. Maar het is wel onzin.
Geschiedwetenschap
Kijk, het zit zo. Geschiedenis, d.w.z. het verklaren van gebeurtenissen uit het verleden, is een wetenschap. Net als chemie en astronomie. Maar wetenschappen komen niet kant-en-klaar uit de hemel vallen. Aan de astronomie ging het tastend zoeken vooraf van de astrologen en aan de chemie ging de alchimie vooraf. Pas in de Nieuwe Tijd zijn deze activiteiten van een proto-wetenschappelijk stadium overgegaan naar het wetenschappelijke stadium. Het springende punt is, zoals Rens Bod zo mooi heeft beschreven in Een wereld vol patronen, de reflectie op het proces waarmee we informatie zoeken.
Dat is met geschiedenis niet anders. Geschiedvorsing werd pas eind negentiende eeuw een serieuze wetenschap. Daarvoor was nodig dat men reflecteerde op het ambacht zelf. Pas rond 1900 zijn historici begonnen een theoretisch kader te ontwikkelen waarmee ze konden spreken over zaken als causaliteit of de gebruikte begrippen. Het maakt immers uit of een woord als “stad” is gedefinieerd, en zo ja of dat een wezensdefinitie is of een omschrijvende definitie, of dat er sprake is van een type, een ideaaltype of een extreemtype, of dat we te maken hebben met familiegelijkenissen. Ik zou nog kunnen toevoegen dat geschiedtheoretici ook hebben nagedacht over de aard van causaliteit, wat al teruggaat tot op de achttiende eeuw, en over de vraag of een abstract begrip (zoals een religie) verklarende kracht kan hebben voor individueel gedrag. Pas toen de geschiedvorsing beschikte over een theoretisch kader, was er sprake van een wetenschap. Dat is niet een nieuwe stap in de geleidelijke ontwikkeling van een bepaald vakgebied, maar een kwalitatieve omslag.
Om het anders te zeggen: een Edward Gibbon verhoudt zich tot een Henri Pirenne zoals een alchimist tot een chemicus of astrologie tot astronomie. De Grieks-Romeinse geschiedschrijving – een geniale flits als Appianus’ causaliteitsbegrip niet te na gesproken – behoort tot het proto-wetenschappelijke stadium. Herodotos dus ook. Zeggen dat Herodotos een historicus was, is hetzelfde als zeggen dat je niet hoeft na te denken over je methode, dat iedereen geschiedenisboeken kan schrijven en dat we de wetenschappelijke opleidingen kunnen opdoeken.
Geschiedschrijving
Nu kun je zeggen: oké, hij staat niet aan het begin van de geschiedwetenschap, maar wel aan het begin van de geschiedschrijving. Maar ook dat is niet waar. Uit het Nabije Oosten kennen we niet alleen koningslijsten, inscripties en kronieken, maar ook verhalende geschiedschrijving. Als het gaat om bijvoorbeeld Herodotos’ causaliteitsbegrip, waarbij menselijke handelingen de vertaling zijn van de goddelijke wil, is de auteur van het Deuteronomistisch Geschiedwerk hem een kleine twee eeuwen vóór.
Je zou bovendien kunnen verdedigen dat Hekataios van Milete de eerste Griekse geschiedschrijver is geweest. In de Duitse literatuur gebeurt dat ook wel. Hekataios’ werk is echter te fragmentarisch overgeleverd om dit werkelijk zeker te weten.
Simpel samengevat: Herodotos is noch de eerste geschiedwetenschapper, noch de eerste geschiedschrijver. De opmerking van de Romeinse politicus Cicero dat Herodotos de vader van de geschiedenis zou zijn, wordt in de vakliteratuur weliswaar tot walgens toe herhaald, maar een onwaarheid wordt niet waar door haar tot walgens toe te herhalen. Herodotos is wél de eerste Griekstalige geschiedschrijver wiens werk is overgeleverd. Als hij ergens de grondlegger van is geweest, dan was hij de “vader van de onderzoeksjournalistiek”.
Prachtauteur
Dat is niet gering en benadrukt ’s mans nieuwsgierigheid. Ik denk niet dat veel lezers van dit blogje én Griekenland én Oekraïne én Egypte hebben bezocht, maar Herodotos deed dat wel. Hij is de eerste wiens werkwijze, namelijk het journalistieke hoor en wederhoor (of de pretentie van hoor en wederhoor), we denken te begrijpen. Dat is niet gering.
Ook bewonder ik zijn vertelkunst. Zijn opmerking dat in zijn tijd een bepaald standbeeld nog in Babylon was te zien, behoort tot het manipulatiefste dat ik ooit heb gelezen.noot Kortom, ook al was Herodotos geen historicus in de normale zin van het woord, en ook al verschenen de Historiën bijna twee eeuwen na het Deuteronomistisch Geschiedwerk, hij blijft een geweldige auteur.
Zelfde tijdvak
Joodse literatuur (3)mei 21, 2014
Numidiënovember 30, 2019
Misverstand: Herodotos bezocht Babylonapril 2, 2020

“Dat is niet gering”
In dit soort discussies vind ik het altijd raar dat men “geen wetenschapper dus minderwaardig” concludeert. Bv. Herodotus’ intellectuele bijdrage wordt er niet minder om als we hem een ander etiket opplakken.
Nou heb ik er niet zoveel bezwaar tegen om Herodotus geschiedkundige te noemen, net zoals ik Archimedes van Syracuse best natuurkundige wil noemen. Dan moeten we alleen goed bedenken dat wetenschap destijds flink verschilde van wat wetenschappers nu doen. Net zoals Atheense democratie heel wat anders is dat onze 21e eeuwse. De wetenschappelijke methode oftewel methodologisch naturalisme is nog geen 250 jaar oud.
Des te meer bewondering kunnen we hebben voor de voorlopers van moderne wetenschap.
Mij valt op dat zoveel mensen die heus wel weten dat de Oudheid anders was, en er serieus naar omkijken, en de waarde van de bestudering van de Oudheid herkennen, namelijk dat die tijd zo wezenlijk anders was, geen enkele moeite hebben de verschillen tussen geschiedschrijving en geschiedwetenschap te bagatelliseren. Daar zit een totaal a-historische visie op, zeg maar “de Grieken zijn mensen zoals wij, alleen gingen ze gekleed in lakens”.
Het kan zijn dat ik je hier verkeerd begrijp, maar ik geloof niet dat ik het verschil tussen geschiedschrijving en geschiedwetenschap bagatelliseer als ik de term ‘wezenlijk anders’ ter discussie stel.
Als we ‘de wereld’ in de oudheid zien als een cultuurproduct, dan zegt de kwaliteit van dat product alles over de kwaliteit van het menselijk handelen en dus van het denken waaruit dat handelen voortkomt. Met kwaliteit bedoel ik of iets heel, gezond, functioneel is. Iets dat kapot, ge- of verscheurd, gebroken, ziek, of verdeeld is functioneert immers niet.
Als mensen verdeeld denken, handelen ze verdeeld en brengen ze een verdeelde wereld voort. Verdeeld, dualistisch, egocentrisch denken veroorzaakt conflict. Dat was in de oudheid zo en dat is nog steeds zo. We hebben de verdeeldheid en daarmee het conflict genormaliseerd, gecultiveerd, georganiseerd, geïnstitutionaliseerd en geromantiseerd. De menselijke wereld mag dan zijn doorontwikkeld, maar het psychologische mechanisme dat dualisme en dus conflict veroorzaakt is nog altijd even primitief als het vele, vele duizenden jaren geleden was. En in die zin is de wereld waarin wij leven en die wij op onze beurt doorgeven aan volgende generaties niet wezenlijk anders dan de wereld in de oudheid, ook al ziet hij er anders uit.
PS: Dualistisch denken is een manier van denken, een stokoude routine die we vanuit de cultuur krijgen aangeleerd en die daarin is doorgeëvolueerd en diep verankerd is geraakt. Dat psychologische mechanisme is een kwestie van conditionering die op elk niveau van het menselijk bestaan doorwerkt. Eigenlijk doet de vraag of de mensheid dat in de oudheid ook deed er niet toe. Feit is dat we het doen, dat we niet snappen waarom en dat onze wereld niet wezenlijk zal veranderen als we die conditionering niet radikaal doorbreken.
Maar… wat als we nou eensgezind handelen? Lopen we dan allemaal achter dezelfde leider aan? Ik vind die verdeeldheid zo gek nog niet.
Ik kan niets met ‘wat-als’-vragen, Frans.
Feit is dat we op alle niveaus van ons bestaan verdeeld zijn en dus in conflict verkeren. We hebben geen flauw benul van eenheid. Uit verdeeldheid kan nooit eenheid voortkomen. Eenheid kan er pas zijn op het moment dat verdeeldheid eindigt. We kunnen eenheid idealiseren en streven naar eensgezindheid, maar zolang we bezigzijn met het realiseren van dat ideaal zijn we nog steeds verdeeld en dus in conflict, met alle kwalijke disfunctionele gevolgen van dien. Ik hoef je niet uit te leggen wat er nu in de wereld gebeurt, toch? Van die wereld zijn wij het product en als we ons daar niet van bewust zijn, dan houden we die wereld in stand. Dat heeft niets met idealisme te maken, maar met het onder ogen zien van de feiten.
Waarom lopen we überhaupt achter god-mag-weten welke leider dan ook aan? Leiders hebben volgelingen nodig en volgelingen hebben leiders nodig. Die afhankelijkheid leidt tot corruptie.
Mag ik even terugmopperen? “Kijk, het zit zo”, en dan volgt een flink stuk Jonasplaining. Weliswaar vermakelijk en boeiend als altijd, maar toch. En dan denk ik dat je de vermelde classicus onrecht doet als je niet op zijn minst vertelt wat deze dan beweerde over Herodotus. Misschien was zijn/ haar stelling wel precies wat jij beweert? Het simpele feit dat Herodotus en de uitvinding van de geschiedenis in de titel samen voorkomen wil nog niet zeggen dat de spreker dat verband ook zo legde, toch? En dan vermoed ik dat je inmiddels zo moe bent van het uitleggen dat het verleden echt heel anders was dat je soms naar de andere kant doorslaat. Ik ben het erg eens met de andere bijdragers hierboven. Herodotus, en na hem (en ongetwijfeld ook voor hem) vele anderen probeerden wel de wereld om hen heen te begrijpen en te duiden. Niet op een moderne wetenschappelijke manier wellicht, maar wel in een ernstige poging om aan waarheidsvinding te doen. Daarbij maakten velen, ook ver voor de negentiende eeuw, gebruik van verschillende bronnen, getuigenissen en geschriften voor zover ze daar toegang toe hadden, en probeerden die op de een of andere manier tot een eensluidend beeld te herleiden. In hun historische context bedreven zij toch wel wetenschap, naar mijn idee.
“Jonasplaining”: wat is er bijzonder aan mijn standpunt? Ik bedoel: nadenken over begrippen, oorzakelijkheid en de vraag waar een oorzaak gezocht kan worden – dat is toch gewoon eerstejaars handboekstof uit het college geschiedtheorie?
Ik denk dat u Jona precies dat toeschrijft wat hij niet betoogt: dat de Oudheid anders was. Hij zegt dat de moderne geschiedwetenschap anders is. Anders dan Herodotos of Gibbon, maar ook anders dan Badawi, Holland, Meijer, archeologen die beweren dat geschiedenisboeken moeten worden herschreven, canoncommissies…
M.i. mogen historici, zoals Jona herhaaldelijk schrijft, benadrukken dat er wat respect mag zijn voor de wetenschap, ook de geschiedwetenschap. Iedereen denkt erover te kunnen meepraten en het beter te weten dan de wetenschappers.
Stel je toch eens voor dat zoiets ook zou gebeuren met klimaatwetenschap of virologie…
O, wacht. 🤔
Journalisten (‘onderzoekers’) kunnen best behoorlijke geschiedenisboeken afleveren, vooral bij breed ‘Contemporain’ en in eerste aanleg en staan daarbij op de schouders van Herodotos?
In Xerxes in Griekenland wordt aangestipt dat Herodotos wel gebruik maakte van schriftelijke bronnen uit de oorlog tegen de Perzen.
Geschiedenis schrijven over de Perzische Oorlogen kan niet zonder Herodotos.
Nee, natuurlijk kan een geschiedenis van de Perzische Oorlog niet zonder hem. Daarom gebruikte ik ook de metafoor van de schijnwerper. Hij selecteert, vanuit de verbanden die hij logisch vindt, de gegevens die hij wil delen. Het vervelende is dat de verbanden die hij logisch vindt, dat naar onze smaak niet zijn.
Daarom kunnen we hem niet navertellen, want dan slaan we wartaal uit. Dat heet naïef positivisme. Een modern voorbeeld is Zeinab Badawi’s “African History of Africa”: een journalist die schrijft over het verleden van Afrika en navertelt wat in de bronnen staat en over grote delen van Afrika’s verleden niets meldt omdat er geen bronnen zijn. Dat is dus geen geschiedwetenschap. Al ben ik bang dat veel recensenten de methodische zwakte niet hebben herkend.
Even terug naar gisteren: dat is weer een gevolg van de BLM beweging die vindt dat we alles wat uit Afrika komt moeten ophemelen.
Misschien is het een tikje anders: geleerden die de zwakke punten van het boek van Badawi zouden willen benoemen, doen het niet omdat ze bang zijn voor een shitstorm. ‘Hier is een voorbeeld van een uit de hand gelopen discussie over zwart erfgoed.
https://advalvas.vu.nl/campus-cultuur/afrocentristen-overschreeuwen-tegengeluiden/
Ik heb ook geen zin me te mengen in een “culture war”. Als academici, met academische titels en beschermde rechtsposities, al worden aangepakt, krijg ik opnieuw mensen die posten bij de deur; dat heb ik meegemaakt met Iraanse nationalisten. Ik heb daar geen zin meer in, en kan op andere manieren misschien meer bereiken, dus ik zwijg ook maar over dat boek van Badawi.
Op de glijdende schaal van ‘proto-historicus’ tot ‘historicus’ staat Gibbon misschien links van het midden en Perenne ver naar rechts daarvan.
Al naar gelang men meer wetenschappelijk en minder subjectief te werk gaat, staat men steeds meer aan de rechterkant.
Herodotus heeft dan een plaats ergens aan de linkerkant.
Persoonlijk vind ik het zo meer bevredigend om iedere goedwillende (proto-)historicus/-a een plek te geven zonder in een zwart/wit scenario terecht te komen, wat niemand recht doet.
Zwart-wit is een metafoor die ons denken in een bepaalde richting duwt, namelijk dat er nuances zijn, grijstinten. Alleen: die zijn er hier niet. Hier is echt een kwalitatieve verandering. We doen doen grote geesten als Max Weber tekort. Die zette niet een stapje vooruit; die bracht abstractieniveau extra aan.
Maar ja. Welke oudhistoricus leest Weber nog?
Adrian Goldsworthy heeft een boek over Athene en Sparta uitgebracht over én hun groei en ontwikkeling én de Perzische Oorlogen én de Peloponesische Oorlogen én als ‘prequel’ van zijn eerdere boek over én Philipos én Alexander https://www.omniboek.nl/boek/athene-en-sparta/ (bij de Engelse versie is de omslag mooier) maar ik neem aan dat de MB dit al wist over zijn collega-auteur bij dezelfde uitgeverij?
Dus Tom Holland is niet meer de enige Angelsaksische auteur, met een (iets) groter bereik, over de Perzische Oorlogen.
Sinds de 19e eeuw vertelt niemand meer Herodotos toch na, behalve misschien in inleidende handboeken en algemenere populaire overzichtswerken – oh wacht, maar dat blijf je toch houden waarschijnijk?
Max Weber heeft misschien ook niet laatse woord over ‘counter-factuals’ maar dat is een discussie zonder eind.
Het is geen discussie zonder eind omdat er geen discussie is. De Engelstalige literatuur, dominant als ze is, negeert Weber vrijwel geheel. Ik begrijp dat de vertalingen slecht zijn en hem geen recht doen.
Nee, het is heel goed mogelijk dat de Griekse/Atheense cultuur een stuk schraler zou zijn geweest bij een Perzische verovering. Bijvoorbeeld.