Jacques-Paul Migne

Mignes roofdruk van een door de mauristen gemaakte Origenes-uitgave

U heeft vermoedelijk allemaal gelezen hoe de AI-bedrijven momenteel op grote schaal het internet scrapen om aan informatie te komen om hun modellen te voeden. Die activiteit is niet alleen een schending van allerlei auteursrechten, maar is inmiddels ook vrij zinloos, aangezien veel online-content door AI wordt geschreven. Vandaar dat inmiddels oude boeken worden opgekocht, ingescand en gelezen. Daar spreekt men nu schande van, hoewel het al jaren gebeurt met digitaliseringsprojecten als Google Books.

En feitelijk is het allemaal een beetje herhaling van zetten. We hebben het in de negentiende eeuw al eens meegemaakt. Oudheidkundigen zitten nog steeds met de gevolgen, die zowel positief als negatief zijn. Ik bedoel het levenswerk van de Franse geestelijke Jacques-Paul Migne (1800-1875), de grondlegger van de Ateliers Catholiques, waar hij gedurende dertig jaar elke tien dagen een boek publiceerde. “De Migne” is voor oudheidkundigen een begrip. Maar eerst iets over Mignes leven en werken.

Leven

Migne kwam uit de Auvergne, bezocht het seminarie (priesterschool) in Orleans en diende enige jaren als pastoor in een stadje onder de rook van Parijs. Dat was destijds geen sinecure, aangezien het Franse katholicisme in de voorafgaande tijd te lijden had gehad van vervolging tijdens de Franse Revolutie en daarna een ongemakkelijke relatie was aangegaan met Napoleon Bonaparte, die de kerk “gecontroleerde vrijheid” had toegestaan. (Ik weet ook niet wat dat betekent.) Veel scholen en andere educatieve instellingen waren gesloten. De geestelijkheid en de gelovigen waren tijdens Mignes pastoraat nog steeds verdeeld. Napoleon was weliswaar verdwenen en de kerk had zich iets hersteld tijdens het reactionair bewind van Lodewijk XVIII, maar de oude wonden lagen nog open.

Na enkele conflicten liet Migne het pastoraat voor wat het was en ging naar Parijs, waar hij in 1833 het tijdschrift L’Univers oprichtte. Dat was een succes, aangezien hij buiten alle politiek bleef. Al snel kon hij een krant kopen, Journal des faits, die hij ging uitgeven onder de titel Vérité. Het was in de negentiende eeuw zeker niet ongebruikelijk dat een krant berichten overnam uit andere kranten, of zich daar zelfs toe beperkte. (De Opregte Haarlemsche Courant had bijvoorbeeld Multatuli in dienst om in het Rijnland de Duitse kranten samen te vatten.) Vérité was geen uitzondering toen het andermans kopij recyclede.

Scholing

Voor de toenmalige kerk was het herstel van de scholing van de geestelijkheid een prioriteit. Veel geestelijken hadden, doordat de kerk vervolgd en gepolitiseerd was geweest, een slechte opleiding. Migne meende dat het zinvol was boeken te publiceren om de lagere geestelijkheid in staat te stellen zichzelf te scholen en richtte daarvoor de Ateliers Catholiques op, waar hij onder meer de Encyclopédie Théologique uitgaf, die in weerwil van de titel een algemene encyclopedie was. En aangezien hij had geleerd dat het recyclen van andermans publicaties maar zelden tot veroordeling leidde, had hij een verdienmodel.

Er kwamen goedkoop vervaardigde encyclopedieën, handboeken en andere teksten, grootschalig geproduceerd en grootschalig verkocht. Dat laatste deed hij door middel van een systeem van abonnementen, zodat hij de boekhandel kon passeren. Reclame kon hij maken via zijn eigen tijdschriften, zodat geen Franse pastorie onwetend was van de nieuwe uitgaven.

Dit was de negentiende eeuw, de tijd waarin de landbouw steeds efficiënter was, steeds meer mensen van het platteland naar de stad trokken en werk vonden in de industrie. Het overaanbod aan arbeidskrachten maakte dat de lonen laag waren, zodat ondernemers met expansieplannen eigenlijk alleen kapitaal nodig hadden. En dat had Migne: deels via de abonnementen, deels via de kerk. Al snel werkten 300 mensen bij de Ateliers Catholiques, dat de hele productieketen in handen had van papiermolen via (plagiaat)redactie, zetterij en drukkerij tot levering. Ateliers Catholiques was een puur kapitalistisch project.

Onomstreden was Migne nooit. De boekhandelaren haatten hem. Menige pastoor beschouwde de abonnementen als financieel blok aan zijn been, terwijl zo iemand aan zijn werk verplicht was zich bij te scholen. Wie eenmaal een abonnement had op Bibliothèque Universelle du Clergé, zat er voor 171 delen aan vast en de Collection des auteurs sacrés telde honderd banden. De Franse bisschoppen waren bezorgd dat Migne de pastoors vroeg in hun preken reclame te maken voor Ateliers Catholiques-publicaties voor de leken. Een brand in 1868, de Frans-Duitse Oorlog (1870) en de Commune deden Migne uiteindelijk de das om. De Ateliers Catholiques werden bij zijn dood onderdeel van Garnier.

De Migne

Van al die boeken zijn honderden, misschien wel duizenden exemplaren gedrukt, en ze zijn allemaal vergeten. Wat niet vergeten is en nog steeds wordt gebruikt, is de Patrologie. Dit was geen boekenreeks voor de lagere geestelijkheid, maar een drietal reeksen van serieuze publicaties.

De eerste daarvan was de 221 delen tellende Patrologia Latina: een overzicht van alle Latijn schrijvende antieke en middeleeuwse kerkvaders (de patres, vandaar de titel). Deze reeks verscheen tussen 1844 en 1855. In het volgende jaar begonnen de Ateliers Catholiques aan de uitgave van vijfentachtig banden van de Griekse kerkvaders. Eerst in Latijnse vertaling. Deze serie was al in 1857 voltooid. Daarop volgde de eigenlijke Patrologia Graeca: in twee jaar verschenen 165 delen Griekse tekst, met daarnaast de Latijnse vertaling.

Hoewel ontzettend veel materiaal zo voor het eerst breed werd ontsloten, zijn het slechte boeken. Migne liet geen nieuw onderzoek doen, maar gebruikte bestaande tekstkritische uitgaven. Die waren bijvoorbeeld gemaakt door de broeders mauristen, die tijdens de Revolutie allemaal tegen de muur waren geplaatst en niet meer konden protesteren. De Latijnse vertalingen van de Griekse teksten waren eveneens oud, soms nog uit de Renaissance. En let wel: die Latijnse vertalingen waren vaak al gemaakt voordat de Griekse tekst was gedrukt, zodat er verschillen kunnen zijn tussen de grondtekst en de vertaling. De boeken zijn bovendien met goedkope inkt gedrukt op goedkoop papier. Na anderhalve eeuw zijn ze kwetsbaar.

Vice by action dignified

Maar er is, zoals de Engelsen zeggen, een redeeming quality: een bibliotheek die “de Migne” in huis heeft, heeft vrijwel alles in huis in de twee grootste antieke talen. Het gebeurt weleens dat er een preek van Augustinus wordt gevonden, maar ik denk dat de Patrologie 99% van alle Griekse en Latijnse materiaal bevat. En ja, er zijn de afgelopen anderhalve eeuw betere tekstedities gekomen, maar laten we niet laatdunkend doen over de achttiende-eeuwse geleerden. Ze waren niet dom. Voor oudheidkundigen is “de Migne” nog steeds van enig belang. De boeken zijn inmiddels ingescand.

Of Ateliers Catholiques voldoende heeft bijgedragen aan het intellectueel herstel van de Franse geestelijkheid is niet aan mij om te beoordelen. Maar de schending van het auteursrecht en de commerciële verspreiding van wetenschappelijke informatie staan me tegen, wellicht omdat ik de hedendaagse excessen erop projecteer.

Literatuur

R. Howard Block, God’s Plagiarist. Being an Account of the Fabulous Industry and Irregular Commerce of the Abbé Migne (1994)

Deel dit:
Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.