Duitsland

De speelfilm Rent-a-friend is een aaneenschakeling van sketches over iemand die zich, zoals de titel al aangeeft, verhuurt als vriend. Eén van de huurders is Peer Mascini, die als enige Nederlander houdt van het Duitse voetbalelftal en graag gezelschap heeft als er voetbal op TV is. Hij verontschuldigt zich ook nog voor die voorkeur.

De film dateert uit 2000. Toen kon je als Nederlander dus niet voor Duitsland zijn. Precieze cijfers heb ik niet, maar er is wel iets veranderd. Ik ken verschillende mensen die tijdens de huidige EK voor Duitsland zijn, en die voelen beslist geen aandrang zich daarvoor te verantwoorden. Wel moet iedereen erom lachen, want Duitslandliefde was nog maar kort geleden dus niet mogelijk, zelfs niet denkbaar.

Eén voorwaarde voor de omslag kan ik benoemen: het wonderdoelpunt van Marco van Basten in De Wedstrijd Van Hamburg in 1988. Als dat er niet was geweest, zou het nu allemaal anders zijn. Maar een voorwaarde is geen oorzaak. Wat is er gebeurd dat ervoor zorgde dat onze nationale stemming in twaalf jaar zó kon omslaan?

Een vriend van me opperde dat het kwam door de eenwording van Europa. We reizen makkelijker naar anderen en anderen reizen makkelijker naar ons. Dat voelt wat onwennig en we zijn ons gaan bezinnen op wie ons nu het meest na staan. Met Duitsers delen we bepaalde waarden, die we niet delen met de betrekkelijk arme landen van Oost-Europa of de zo weinig vleiend als PIIGS aangeduide landen aan de periferie van de eurozone. Dat zou best waar kunnen zijn, maar het is een verklaring die ik alleen maar aanneem bij gebrek aan beter.

4 gedachtes over “Duitsland

  1. MNb

    Een suggestie: Die Mannschaft speelt de laatste jaren zoals Nederlandse voetballiefhebbers Oranje willen zien spelen. Dat is iig wat mij gebeurde tijdens het WK in 2006. Oranje heeft zich toen tegen Portugal van zijn slechtste kant laten zien – en vier jaar later tegen Spanje in nota bene de finale.
    Vergeet niet dat in andere sporten de animositeit al lange tijd niet meer speelde. Daarom denk ik dat de oorzaak – als die er al is; waarom niet verscheidene? – rechtstreeks met voetbal zelf te maken heeft.

  2. In 2006 ,tijdens de WK, was ik met mijn toenmalig 3de klas VWO in Berlijn. Wij stapten in de U- Bahn waar wij een drietal jonge mensen in oranje kleren tegen kwamen. Wij zwaaiden naar ze en riepen iets in het Nederlands. Tot onze grote verbazing begrepen zij ons niet, het waren namelijk Duitse jongeren. Het ongeloof in de ogen van mijn leerlingen was overweldigend en ik als Duitse was trots! Geen een Nederlander zou voor een ander team zijn en ‘wij’ wel! Eindelijk geen overdreven nationalisme meer.
    Nou Jona, ik ben blij dat jij mij leert dat ik ongelijk heb, er is dus nog hoop voor Nederland!

    1. MNb

      Brazilië is altijd een populair voetballand geweest in Nederland, dus dat “geen een Nederlander zou voor een ander team zijn” is nogal overdreven.

Reacties zijn gesloten.