Joodse piraten

Grafsteen van Elias Namias de Crasto
Grafsteen van Elias Namias de Crasto

De synagoge van Willemstad op Curaçao is de oudste in de Nieuwe Wereld. De gemeente is gesticht in 1651, de ‘snoa’ dateert uit 1732 en is een kleine kopie van de Portugese Synagoge in Amsterdam. Uiteraard zijn er verschillen, waarvan het meest opvallende is dat je in Nederland nooit bij de ingang van een godshuis vrolijke Caraïbische dansmuziek hoort spelen.

Een ander verschil is dat er in Willemstad zand op de vloer van de synagoge ligt. Dit zou een herinnering zijn aan de tijd waarin de joden, vervolgd door de Spaanse Inquisitie, samenkwamen op geheime plaatsen. Het zand op de vloer moest dienen om het geluid te dempen. De Curaçaose joden, zo vertelt men, wilden de vervolgingstijd niet vergeten en handhaafden daarom de opmerkelijke vloerbedekking.

In Curaçao was er overigens weinig reden om bang te zijn voor vervolging. De West-Indische Compagnie erkende de godsdienstvrijheid in de koloniën, die daardoor aantrekkelijke vestigingsplaatsen waren voor mensen uit de Republiek die de ‘ware gereformeerde religie’ niet beleden. Volgens een officieel document zouden de joden dezelfde “vryheyt van conscientie met publicque exercitie, Cinagoge en schoolen” hebben als ze gewend waren in de stad Amsterdam, en hadden ze dezelfde rechten als andere burgers.

Met rechten kwamen echter plichten. Tijdens de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) stonden Engeland en de Republiek tegenover Spanje en Frankrijk, dat kaperbrieven gaf aan eenieder die de handel tussen de Caraïbische eilanden en de Noordzee kon aantasten. Het was in feite een gelegaliseerde vorm van zeeroof, waarbij de piraat, zolang de oorlog duurde, een vergunning had om vijandelijke schepen aan te vallen en te plunderen. Bij wijze van tegenmaatregel rustten de Engelsen en Hollanders konvooien uit, maar die beschermden niet de handel tussen de Caraïbische eilanden.

De Antilliaanse handelsgemeenschap moest zichzelf redden en een van de initiatiefnemers was David Henriquez, die enige tijd had gediend als soldaat in het leger van de Republiek en zich daarna op Curaçao had toegelegd op de handel in slaven. Sinds deze joodse koopman in 1699 was verhoord door de Spaanse Inquisitie, had hij een gegronde hekel aan de Spanjaarden.

Naast de synagoge van Willemstad zijn een winkeltje en een museum. In een van de boeken die ik doorbladerde, ontdekte ik dat Henriquez, met tien joodse en twee niet-joodse kooplieden, in 1709 besloot twee schepen uit te rusten om te kaperen te varen. Je moet je verantwoordelijkheid nemen.

Helaas kon ik niet méér ontdekken dan het feit dát men zich op zeeroof was gaan toeleggen. Of de kapers veel Spaanse en Franse schepen hebben overvallen, lijkt niet bekend te zijn. Ik ontdekte naast de synagoge wel de prachtig gebeeldhouwde grafstenen van twee van de deelnemers: Elias Namias de Crasto, overleden ‘21 de Nisan do Anno 5477 que Conresponde a 2 de abril do Anno 1717’, en zijn broer Mordechai, die een jaar eerder stierf.

David Henriquez en de gebroeders Namias de Crasto waren geen arme sloebers maar welvarende zakenlieden, die volledig deel uitmaakten van de Antilliaanse gemeenschap. Het optreden van de joodse piraten heeft de wereld niet echt veranderd, maar bewijst wel dat het vooroordeel dat joden nooit assimileren precies dat is: een vooroordeel.

[Mijn wekelijkse religiecolumn, afgelopen maandag op Sargasso, waar ik eraan werd herinnerd dat ook in de Portugese Synagoge zand ligt.]