Garibaldi (3)

Garibaldi
Garibaldi

In de twee voorgaande stukjes (1, 2) heb ik de levensloop van Garibaldi beschreven: een capabele commandant die zichzelf niet spaarde en daarom door zijn mannen op handen werd gedragen, en een integere republikein die er met tegenzin mee akkoord ging dat Italië een koninkrijk werd. En tot op de dag van vandaag een controversiële figuur.

Zijn positie in de Italiaanse geschiedeniscanon staat niet ter discussie. Er is in Italië geen dorp of er is wel een straat naar hem genoemd. In Parma of Verona – ik herinner het me niet goed – is een inscriptie die memoreert dat Garibaldi van een aanpalend balkon de onsterfelijke woorden “Rome of de dood” zou hebben gesproken. In het Nationaal Monument in Rome is een museum voor de Italiaanse eenwording, met onder andere Garibaldi’s stoel. Ik schrijf deze woorden in een hotel in Palermo, niet ver van het standbeeld van de man die hier in 1860 de alleenheerschappij uitoefende. Eerder vandaag wandelde ik door de “Corso dei Mille” en de “Via Garibaldi” naar het Museum voor Moderne Kunst en de “Via Roma”. Niet veel verderop is een park dat Villa Garibaldi heet. Zojuist kocht ik doosje Garibaldi-sigaren.

Maar deze vernoemingen illustreren slechts de officiële versie van de geschiedenis. Ik ben hier ook in de Mezzogiorno, het diepe zuiden van Italië, waar een tweede visie bestaat. Daarin staat niet de nationale eenwording en de strijd tussen republiek en monarchie centraal, maar de economie. Het noorden was destijds een geïndustrialiseerd gebied, op zoek naar goedkope arbeidskrachten en een ruime afzetmarkt. Het was bovendien na de eerste fase van de eenwording in 1859 bijna failliet. De verovering van het Koninkrijk Napels was, vanuit dit perspectief bezien, niets anders dan een bankoverval om de kas op orde te brengen. En de verwerving van een eigen kolonie.

Ik heb deze week in Palermo ook iemand horen klagen over de aansluiting van Sicilië bij Italië. Het deed me denken aan een voorval in Brindisi in 1993, toen ik van Amsterdam naar Griekenland fietste en er mijn bekomst een beetje van had dat automobilisten me niet goed zagen. Ik besloot een knalrood overhemd te kopen. Het gevraagde werd me geleverd, maar de verkoopster spoot vuur toen ze “rood overhemd” voor een collega vertaalde als “tipo garibaldino”.

Maar dan is er ook weer het zaaltje in het Museum voor Moderne Kunst in Palermo, waar twee portretten van Garibaldi hangen: een ietwat triomfantelijke man in 1860, met boven zijn hoofd een fonkelende ster (het Italiaanse wapen), en een gebroken man in 1870. Even verderop een schilderij van twee rouwende vrouwen bij een doodskist. Alleen een rode pet en een Italiaanse vlag op de achtergrond verraden wat er aan de hand is.

Het is typerend dat – tenzij ik de laatste jaren iets heb gemist – de romantische held niet kan worden opgeëist door een van de huidige politieke partijen. Italië is een republiek en een eenheid: voor zover benoembaar, zijn Garibaldi’s idealen verwezenlijkt. Zijn politieke actualiteit is Garibaldi allang kwijt. Wat resteert is een romanticus die zichzelf voor de goede zaak niet spaarde en die, zoals Karl Marx al concludeerde, een instrument was voor de feitelijke machtshebbers, die de charismatische commandant de kastanjes uit het vuur lieten halen. Kortom, hij was een man van goede wil die steeds door anderen werd gebruikt – en in die zin is Garibaldi elckerlyc en ieders held.

4 gedachtes over “Garibaldi (3)

  1. Olav

    Jona:

    Kortom, hij was een man van goede wil […]

    Was hij niet ook gewoon een aan spanning verslaafde avonturier, die voor vage abstracte idealen desnoods over lijken ging?

Reacties zijn gesloten.