Op de fiets naar Thessaloniki (9)

Terras van de Dianatempel van Aricia

De Romeinen bouwden de Via Appia in de laatste jaren van de vierde eeuw v.Chr. om hun eigen stad te verbinden met de Griekse steden van Campania, zeg maar het achterland van het huidige Napels. Op de landkaart is dat een kaarsrechte lijn. Voorbij Campania kronkelt de weg door de Abruzzen naar de havenstad Brindisi in de hak van Italië. Vanuit Rome lenen de eerste kilometers van de Via Appia zich uitstekend voor een bezoek: antiek plaveisel, oude grafmonumenten, catacomben, een kasteel, een villa. Er is een bushalte waarvandaan je terug kunt naar de stad, maar je kunt ook fietsen huren in Rome. Ik was er twee keer eerder geweest en beide keren had ik verder willen gaan langs de eindeloze weg. Nu had ik die mogelijkheid dan wel.

De eerste kilometers gingen over antiek plaveisel maar na verloop van tijd nam eigentijdse functionaliteit het over van het monumentenbeleid en was de weg geasfalteerd. Ik begreep ineens hoe het Amerikaanse leger in juni 1944 over de Via Appia had kunnen oprukken van Anzio naar Rome en waarom ze uiteindelijk links- en rechtsaf waren gezwenkt. Zo fietsend bereikte ik de Albaanse Berg, de dode vulkaan ten zuidoosten van Rome waar de moderne weg even afwijkt van zijn antieke voorganger. Ik bekeek de krater, waarin het Albaanse Meer ligt, en fietste verder naar een tweede kratermeer, het Meer van Nemi.

In een museum lagen ooit twee antieke party-boten, eigenlijk drijvende platforms waarop een feestje kon worden gevierd, die in de tijd van Mussolini waren geborgen maar tijdens de oorlog vernietigd. Wat bronzen voorwerpen zijn echter nog te zien. Even verderop was het terras waarop ooit een tempel stond voor Diana. Zie de foto uit de kartonnen camera hierboven en als u het terras niet herkent, spiekt u maar even daar.

Na nog wat kronkels kwam ik weer op het rechte deel van de weg en ging ik ondanks tegenwind lekker verder. Die avond sliep ik, na zo’n 130 kilometer te hebben gefietst, op een camping op het strand, vlak voor de grot van Sperlonga, waar beroemde antieke sculptuur is gevonden. Ik nam nog een duik en ging heerlijk ontspannen en uitgerust onder zeil. Vier jaar later zou ik, omdat de camping was gesloten, even verderop op hetzelfde strand wild kamperen en opnieuw de zon in zee zien zakken en de sterren tellen.

***

De volgende dag zou ik 245 kilometer afleggen. Dat was niet de planning, maar alles liep die vrijdag vanzelf. Ik reed eerst langs de zee, passeerde het zogenaamde graf van Cicero (die hier ergens is vermoord), en vervolgde de Via Appia naar Capua, de antieke hoofdstad van Campanië. Door de Caudijnse Pas, waar de Romeinen ooit een geduchte nederlaag leden tegen de Samnieten, fietste ik verder.

Landinwaarts en bergopwaarts, maar het ging allemaal heel makkelijk. Misschien had ik gewoon goed gegeten, misschien had ik meer wind in de rug dan ik realiseerde, misschien was mijn conditie de laatste drie weken verbeterd, misschien wat het de betrekkelijke rust van de voorafgaande dag en de drie dagen in Rome: in elk geval, ik had “goede benen”. Toch waren er voldoende korte hellinkjes van de soort waar ik een hekel aan had gekregen, zeker toen ik ervoor koos een doorsteek te maken over een reeks B-weggetjes.

Toen de zon onderging, was ik in de buurt van Melfi, waar ik een hotel nam. Ik heb maar één keer in mijn leven een soortgelijke afstand afgelegd (Amsterdam-Assen via Harlingen en Groningen).

***

In Brindisi woonde een familie die ik kende. Als ik stevig doorfietste, zou ik er nog kunnen aankomen en had ik een fijn logeeradres. Ik passeerde het Castel del Monte op nog geen twee kilometer, maar liet het wat was. Oké, ik reisde vooral om het landschap, maar dit is, met de wijsheid van nu, toch eigenlijk een barbaarse daad.

Alsof ik daarvoor moest worden bestraft, reed ik even verderop lek: voor de eerste keer. Terwijl ik die aan het plakken was, raakte ik aan de praat met een man die kwam vragen waar ik vandaan kwam en waar ik heen ging. Ik vroeg hem of de snelweg-in-aanleg die we verderop zagen liggen, misschien voor een fiets begaanbaar was, en hij antwoordde van niet, zich beklagend over de georganiseerde misdaad, die de bouw van de weg in handen had, geen pottenkijkers wilde en er zo lang mogelijk over deed. Wat we allebei op dat moment niet wisten, was dat de georganiseerde misdaad die dag zijn tanden liet zien.

Ik bereikte Bari en moest daar natuurlijk de kerk bekijken, waar het graf is van Sint-Nikolaas. Mijn fiets liet ik buiten staan, weliswaar op slot maar met alle bepakking, tot verbijstering van de Brindisijnen die ik er later over sprak. Wist ik dan niet dat dit de meest criminele stad was van Italië? Ik wist het niet en ga ervan uit dat de Goedheiligman mijn voorspraak en beschermheer is geweest.

Het werd me echter duidelijk dat ik Brindisi die dag niet meer zou halen op een moment waarop je je bij mensen kunt aandienen. Ik vond een camping bij Monopoli. Toch weer 150 kilometer afgelegd.

***

Op zondagochtend peddelde ik via Ostuni naar Brindisi. Het viel me ergens op dat een supportershonk van A.S. Milan in gebruik was genomen door een politieke partij in oprichting, Forza Italia. Ineens begreep ik hoe Berlusconi zo gemakkelijk een partij kon oprichten: hij bezat al een landelijk netwerk.

Na tachtig kilometer te hebben gereden was ik in Brindisi, diende me aan bij de bevriende familie, en werd na een korte maaltijd meegenomen de stad in: naar het museum (Hebreeuwse inscripties, herinner ik me), naar het huis van Vergilius (gedicht van D’Annunzio aan de muur) en naar de mijlpaal die het einde markeert van de Via Appia.

Hoewel er niets op de gastvrijheid viel aan te merken, had ik het gevoel dat ik werd weggehouden en ik begreep pas later dat er in de stad een demonstratie was: de mafia had de dag ervoor op Sicilië Giovanni Falcone vermoord en de familie lag enigszins in de frontlijn. De telefoon des huizes was bijvoorbeeld permanent afgetapt door de politie, die wist dat de vader geen beschermgeld betaalde en ooit benaderd zou worden.

Maar dat hoorde ik pas later. Voor het moment had ik het gevoel de mensen enigszins in verlegenheid te brengen, dus ik besloot nog die dag verder te gaan. De landkaarten voor Griekenland, die ik met de post vooruit had gestuurd, nam ik mee. en die avond zat ik op de veerpont naar Igoumenitsa.

[Dit zomerfeuilleton, waarvan het eerste deel hier is te vinden, wordt vervolgd. Als u er een landkaartje bij zoekt, dan is er nog een Google Earth-bestand voor u.]

4 gedachtes over “Op de fiets naar Thessaloniki (9)

  1. 245 km! Een indrukwekkende dagafstand. Ik geloof dat ik bij 130 ben blijven steken, en dat vond ik al een behoorlijk eind. Nu vergelijk ik wel de jonge jij met de ‘oude’ (60+) ik, geen idee of ik er voeger wel toe in staat zou zijn geweest..
    Ik moest even glimlachen bij het woord peddelen. Toen ik onlangs met mijn vrouw van de Linge richting Culemborg fietste met een mild windje in de rug kreeg ik ook een peddelgevoel, en ik vertelde haar dat ik me dat woord peddelen eigenlijk alleen nog kon herinneren uit jeugdliteratuur van weleer. Ik geloof niet dat het tegenwoordig nog vaak gebruikt wordt.

  2. John

    Leuk geschreven serie ! Er zijn vele boeken over reizen naar Rome, en dit had zeker een interessante aanwinst in die rij kunnen worden. Misschien alsnog ? Indrukwekkend de afstanden die je aflegt in, neem ik aan, toch behoorlijke hitte. Leuk dat je schrijft over Sperlonga; de grot waar Tiberius zijn paradijsje had en door zijn lijfwacht Sejanus werd gered toen een deel instortte. Nu is er een vrij armetierig museum met kopieën/reconstructies van beelden die ooit fantastisch geweest moeten zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s