Labbekakken

spellingwet

Stukje, gisteren in De Volkskrant: het Witte Boekje krijgt een opvolger. Het verschijnt kort voor het nieuwe Groene Boekje. Dus ook dit najaar krijgen we weer het onaangename spektakel van hoogleraren Nederlands die in discussie gaan over zaken als de tussen-n en afbreekstreepjes in drieledige samenstellingen. Ook dit jaar zal het weer zinderen van de drogredeneringen, net zoals zo’n tien jaar geleden.

Het zijn niet de bezuinigingen op de culturele sector waaraan de letteren kapot gaan. De oorzaak van de neergang is ook niet de verschraling van de humaniora – in oorsprong een pedagogisch programma – tot geesteswetenschappelijk onderzoek. Het probleem is ook niet het onbegrip van de burger. Het probleem is dat de letteren steeds weer in het nieuws komen op de verkeerde manier.

De letteren kunnen zo mooi zijn. Ze zijn ook belangrijk. Maar ze leggen zich verrotte slecht uit. Een leuke website over taalkunde, een goed boek over de geschiedenis van het Romeinse Rijk, géén straatgevecht over de spellingsregels: het is alsof het voor de letterdames en -heren teveel moeite is professioneel uit te leggen wat ze doen. Labbekakken.

11 gedachtes over “Labbekakken

  1. Vorige week dinsdag (15 juni) maakte ik in Leeuwarden een presentatie mee door Rik Schutz, projectleider spelling bij de Taalunie. Het praatje heette “Er verandert alweer niets aan de spelling in 2015”, en dat is ook wat de bedoeling is van de Commissie Spelling.

    Twee dingen vielen mij op:
    – In een aantal gevallen wordt het nieuwe Groene Boekje een klein beetje soepeler. Ik meen me te herinneren dat dat om twijfelgevallen bij de tussen-s ging (maar dergelijke details interesseren mijzelf ook maar weinig, dus het kan me alweer ontschoten zijn).

    – Ze gaan bij de samenstelling van het Groene Boekje rekening houden met de input van online-gebruikers. Ze hebben al een aantal jaren een online-applicatie op basis van het Groene Boekje, en de zoekgegevens van gebruikers daarvan zijn uiteraard bewaard. Bij de eerdere edities van het Groene Boekje stond men, vreemd genoeg, niet stil bij wélke woorden en combinaties gewone taalgebruikers nou echt lastig te spellen vonden. (Het Groene Boekje was altijd min of meer een uittreksel van een woordenboek, en uiteraard al helemaal nooit bedoeld als complete woordenlijst.)

    Het nieuwe Groene Boekje wordt, naar ik begrepen heb, een geactualiseerde versie, met het idee om een meer op de praktijk gericht naslagwerk te zijn. Op papier wordt het dunner, en digitaal wordt het veel uitgebreider.

    (Voor de rest volg ik uw blog trouwens met plezier.)

  2. Waar het begon met fout gaan was het loslaten van naamvallen. Bezie toch eens hoezeer in ons omringende talen het van belang is hoe iets geschreven wordt! In onze taal worden inmiddels elementaire zaken als ‘overeenkomst in getal van onderwerp en persoonsvorm’ al veelvuldig losgelaten. Wie het in het hoofd haalt een lelijke zin te verbeteren waarin gesteld wordt dat ‘een aantal mensen zijn fout bezig’ krijgt steevast een even lelijke blik toegeworpen vergezeld van: “Je begrijpt toch wat ik zeg?” Hetzelfde gebeurt waar men verbetert op -d en -t waarmee maar raak geknoeid wordt. Niet de spreker of schrijver dient zich moeite te getroosten zijn publiek iets goeds voor te schotelen, maar dat publiek dient zich in te spannen de rotzooi die het over zich krijgt uitgestort te begrijpen. Juist daarom is het zo fijn met grote regelmaat stukjes te lezen waarin inhoud en vorm in orde zijn (zelfs als die met regelmaat gaan over voor mij volstrekt oninteressante rockmannetjes uit de vs)

    1. mnb0

      “Bezie toch eens hoezeer in ons omringende talen het van belang is hoe iets geschreven wordt!”
      Zojuist gedaan. In twee van de drie worden geen naamvallen meer gebruikt. Het belang daarvan is blijkbaar nul komma nul.

      1. Dingen zijn niet altijd wat zij lijken. Als ik onze taal gebruik zoals die anno 2015 als correct te boek staat, wil dat nog niet zeggen, dat de teloorgang van vroegere regels een juiste keuze was.
        Het gebruik van die naamvallen dwong elke gebruiker van de taal tot minstens enig nadenken. Zinnen als “Der Mann geht auf der Straße” en “Der Mann geht auf die Straße.” lijken op elkaar, maar hebben een volledig andere betekenis. Het belang van die naamvalen is groter dan alleen dat verschil in betekenis. Met het wegvallen van de dwang tot nadenken over het gebruik van de taal mocht verwacht worden dat het gevolg zou zijn dat er door menigeen niet meer wordt nagedacht over hoe de taal te gebruiken. Wij hebben ons praktisch ontdaan van een verschil in vorm van mannelijke en vrouwelijke woorden, van naamvallen, van verschillende werkwoordsvervoegingen…. nog even en onze taal is net zo armoedig als de amerikaanse versie van het Engels. Nederlands zou dan wel eens in het linguïstisch rariteitenkabinet terecht kunnen komen zoals Baskisch, Frysk en Catalaans dat zijn. Ik zou dat jammer vinden.

  3. Wies de Winter

    Taal verandert elke dag, neem nu alleen eens de vormen van de laatste jaren, de afkortings-talen voor sms’en, whatsappen of mailen. De geschiedenis van het woord, daar zijn geen kleurrijke boekjes voor.

    Er vanuit gaande dat Adam de eerste mens was zal zijn naam met terugwerkende kracht het eerste woord kunnen zijn wat dan waarschijnlijk iets betekent moet hebben als “zijn”.
    De naam van zijn vrouwtje Eva uit zijn rib is dan daaruit volgend het tweede woord. De vrouwelijke variant van het “zijn”. Snel gezegd, men denkt vaak als we het beginnetje maar hebben volgt al snel de rest maar niets is minder waar.

    Het eerste woord zal dan ontologisch de ademstoot door de neusgaten moeten zijn maar om te taal te laten vloeien is het zaad er onlosmakelijk mee verbonden, want zaad doet groeien en als er iets in al die eeuwen gegroeid is dan is het wel de taal in al haar facetten, doorheen alle volkeren op aarde. Taal is van alle tijden, zonder taal geen ontologie.

    De eerste ademstoot en het zaad van de ontologische Adam is de eruptieve kracht van eros, die van de onafscheidelijke geest van het zaad-werkwoord, het beeld van het werkwoord dat in de mens de kern van alle woorden vormt, een nucleaire taalkracht. Hier is een taak voor ‘het eerste woord’ weggelegd waar de meest erudiete professor in de neerlandistiek bij in het niet valt.

    En zo wordt dan, uitgaande van de voorafgaande aanname, via een ingewikkelde constructie, een hulpwerkwoord voor Adam voorbereid, maar als je van hulpwerkwoorden koppelwerkwoorden maakt menen ze als snel de macht over te nemen en zo werd er ten tweede male een semantische poging gedaan om taal zich te vormen, dat werd dan Eva, feitelijk niet meer dan het woordje ‘en..’.

    Labbekakken was er toen zeker nog niet bij.

  4. Ik ben benieuwd of de bijsturende kracht die van dit ‘Witte Boekje’ zal uitgaan ook een einde kan maken aan foute zinnen zoals vanochtend weer op het NPO-nieuws, gebezigd door een politicus: “dan zitten die ook weer achter slot en tralies”.

    1. Manfred

      Nee, die valt meer in de categorie ‘als er éen schaap door de dam is volgt het meer’.

Reacties zijn gesloten.