Wilson

 

Daniel Clowes is vermoedelijk het bekendst van zijn stripverhaal Ghost World, waarin hij de vriendschap van twee jonge vrouwen in beeld brengt die enerzijds intelligent genoeg zijn om de ambitieloze alledaagsheid te herkennen van het stadje waarin ze wonen, en anderzijds te jong zijn voor de lepe verkoop van het onafhankelijke oordeel die doorgaans wordt aangeduid als volwassenheid. Je weet nooit wat de titel betekent: verwijst die naar de zielloze wereld waarin ze leven of zijn zij als geesten die een stadje observeren waar ze eigenlijk niet bij horen?

Clowes’ stripverhaal Wilson is het thematische vervolg: de hoofdpersoon is opnieuw niet in staat zich te passen in de werkelijkheid. Hij woont in Oakland in Californië, hunkert naar vriendschap en wil deel uitmaken van de grotere wereld, maar is te scherpzinnig om de mensen te aanvaarden zoals ze zijn. Meteen op de eerste pagina is het raak: hij mijmert hoeveel hij van mensen houdt, tot hij iemand ontmoet die op zijn vraag hoe het leven ermee staat een uitgebreid antwoord geeft over een computercrash, moeilijkheden om de helpdesk te bereiken, een medewerker die de crash niet begrijpt en de problemen bij het downloaden van het diagnostische programma. “For the love of Christ, don’t you ever shut up?” is Wilsons reactie op het gezwatel.

Wie verlangt naar geborgenheid, zal de anderen moeten aanvaarden, met hun gebreken, en net als de hoofdpersonen van Ghost World heeft Wilson daar moeite mee. Iemand die de moeite neemt uit te leggen dat hij werkzaam is in de I.T., krijgt te horen dat Wilson zelf tonnen B.O. doet en nog wat X.J., en dat hij eigenlijk wel houdt van zijn T.Y.Z.C.M.Z., behalve als hij bezig is met V.J.B.D.T.L.J.X. Vriendelijk is anders maar Wilson maakt wel duidelijk hoe belachelijk het eigenlijk is.

Niet dat hij zelf geen clichés zou uitslaan. Een manager wordt afgedroogd met een reeks oud-linkse, ondoorleefde stoplappen, kijk maar.

(klik = iets groter)
(klik = iets groter)

En de ergste scheurkalenderwijsheid: als Wilsons vader sterft, komt hij tot de constatering dat je de waarde van dingen pas begrijpt als je ze hebt verloren. Dit platvloerse inzicht brengt het verhaal op gang: Wilson gaat op zoek naar zijn ex-vrouw, die hij al vrij snel vindt en die een dochter blijkt te hebben, vermoedelijk van Wilson, die ze ter adoptie heeft afgestaan. De twee leggen contact met de jonge vrouw en nemen haar mee – wat in feite een soort kidnapping is waarvoor Wilson de gevangenis in draait. Uiteindelijk weet hij toch wat vrede te vinden, met aan het einde een epifanie die niet onder doet voor het dansende plastic zakje uit American Beauty (scroll naar beneden).

Veel heeft de plot niet om het lijf. Wilson is meer een karakterschets die de vorm heeft gekregen van een klassiek stripverhaal: elke pagina een gag met een punchline. Ze zijn echter lang niet altijd grappig. Het zijn meer observaties waarin Clowes toont wat een karakter als Wilson zou doen in deze of gene situatie. Kwaad worden op een verpleegkundige die betuttelend praat tegen haar patiënten. Zijn dochter verdedigen als die wordt lastiggevallen op school. Een relatie opbouwen zonder te vertellen dat hij in de gevangenis heeft gezeten. Trots zijn als zijn dochter moeder wordt. Onoprechte complimenten geven aan mensen die hij minacht. Kwaad worden op mensen die onoprechte complimenten geven.

Geen aardige man, deze eenzame antiheld. Wel een man met een karakter en iemand die, zoals Michel Faber het schreef in The Guardian, “refreshes our empathy for humans in all their unloveliness”. Aanbevolen.

Een gedachte over “Wilson

Reacties zijn gesloten.