De schijf van Faistos

Schijf van Faistos (Museum van Heraklion)
Schijf van Faistos (Museum van Heraklion)

Het bovenstaande voorwerp, een soort grote CD van gebakken klei waarop in een spiraal een pictografische inscriptie is aangebracht, is een van de beroemdste voorwerpen uit de Griekse Bronstijd. Deze schijf, te zien in het museum van Heraklion, werd in 1908 gevonden bij een heiligdom te Faistos (op Kreta) en ook een eeuw later zijn de tekens volkomen onbegrijpelijk.

Die tekens zijn in de klei gedrukt met stempeltjes. Voor dat procedé bestaan geen antieke parallellen en omdat er niets is dat erop lijkt, valt de schijf van Faistos niet te dateren aan de hand van vergelijkingsmateriaal. Het opgravingsrapport helpt niet: het is geschreven in een tijd waarin archeologen minder vergelijkingsmateriaal hadden dan wij, en moderne onderzoekers hebben geopperd dat de opgravers zich kunnen hebben vergist. Dat de chronologie van Bronstijd-Kreta een grote rommel is, maakt het er niet beter op.

De tekens zijn ook wat vreemd. Ze lijken een beetje op de karakters uit latere Kretenzische alfabetten, het Griekse Lineair-B en het onontcijferde Lineair-A. Er zijn echter ook overeenkomsten met het hiërogliefenschrift waarin het Luwisch (een taal uit het huidige Turkije) werd geschreven. Indien de schijf vroeg in het tweede millennium moet worden gedateerd – maar we kennen de ouderdom dus niet – is invloed van het “schijfschrift” op zowel het Linair-A en -B als het Luwisch-hiëroglifisch mogelijk; bij een jongere datering is het mogelijk dat het de schrijver van de schijf was die leentjebuur speelde. Ook is het mogelijk dat de schijf een tussenfase tussen de oosterse en westerse schriftsoorten vertegenwoordigt. Tegelijk geldt dat we het belang van de overeenkomsten ook weer niet moeten overdrijven, aangezien tekeningetjes van hoofden, gebruiksvoorwerpen, bloemen en dieren natuurlijk in elke cultuur zijn uitgevonden.

In De ontdekking van de hemel voert Harry Mulisch een personage op dat de tekst van de schijf van Faistos heeft ontcijferd. Dat zal in het echt niet lukken, om de doodeenvoudige reden dat de tekst erg kort is en er geen andere inscripties zijn in dit schrift. Dit betekent dat er allerlei manieren zijn om de tekst te ontcijferen, die allemaal plausibel en intern consistent zijn, maar nergens tegen kunnen worden getoetst. Decoderingspogingen zijn dus zinledig, wat vanzelfsprekend niet heeft belet dat mensen het er toch op hebben gewaagd en dat die mensen – surprise, surprise – allemaal een oplossing hebben gevonden. Allemaal andere oplossingen, allemaal consistent en plausibel, allemaal ontoetsbaar, allemaal zinledig.

Er zijn archeologen die denken dat het voorwerp, dat al een eeuw zonder parallel is, een moderne vervalsing is. Zoiets kan worden onderzocht met dateringstechnieken als thermoluminescentie of rehydroxylering, maar zulk onderzoek is nog niet verricht. Misschien maar beter ook, want zo blijkt het mysterie nog even intact.

[Dit was de 106e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier. Deze foto is overigens niet gemaakt door iemand van Livius, maar kreeg ik van mijn goede vriendin Lauren van Zoonen.]

 

7 gedachtes over “De schijf van Faistos

  1. Oom Paspasu

    Onno houdt zich een groot deel van het boek met de schijf bezig, maar lijkt geen aanknopingspunt te kunnen vinden. Uiteindelijk gooit hij zijn honderden bladzijden aantekeningen weg, waarbij het onduidelijk is of hij tot een oplossing is gekomen.

  2. Erik B

    Ik meen dat de ‘ontcijferaars’ eigenlijk altijd met iets Indo-Europees (meestal een vroege vorm van Grieks of een Anatolische taal) of anders Semitisch (Foenicisch) aan komen zetten. Zijn er eigenlijk wel eens ‘ontcijferingen’ geweest die concluderen dat het een Tyrrheense taal was? Tenslotte kan dat geografisch net zo goed (met het Etruskisch en Raetisch in Italië en het Lemnisch op Lemnos en allerlei leenwoorden in het Grieks) en biedt dat veel meer vrijheid om er wat van te maken (tenslotte is zelfs de best bekende van die talen hooguit schetsmatig ontcijferd).

    Of desnoods alsof het een kaukasische taal zou zijn, al is dat wat minder waarschijnlijk (met voorzover ik weet het Hattisch als dichtstbijzijnde die we kennen)?

    1. Oom Paspasu

      Ik weet niet wat er Kaukasisch aan Hattisch is, aangezien ten eerste Hattisch niet uit de Kaukasus komt, ten tweede Kaukasisch geen taalfamilie is, ten derde onze kennis van het Hattisch erg beperkt is en ten vierde het nogal makkelijk is om pseudocognaten tussen welke niet-verwante talen dan ook te vinden. Het mag overigens duidelijk zijn dat de schijf van Faistos een Usko-Mediterraanse grafinscriptie is.

      1. Erik B

        Kaukasisch hier maar even als verzamelnaam voor de drie taalfamilies die endemisch zijn voor de Kaukasus. Ik mag aannemen dat u het woordje ‘kaukasisch’ wel vaker op deze manier hebt horen gebruiken, het is in mijn beleving in elk geval een vrij normale manier om op deze manier de niet-Altaïsche, niet-Indo-Europese en niet-Semitische talen van de Kaukasus aan te duiden; ik heb nergens gesuggereerd dat dat één taalfamilie is. Het ging me er namelijk vooral om de vraag of er wel eens in die hoek was gezocht naar een ontcijferingskandidaat had gezocht, en dan maakt het mij niet uit of men dan met het Georgisch (Zuid-Kaukasische/Kartvelische taalfamilie) of met het Ubykh (Noordwest-Kaukasische taalfamilie) aan het knutselen slaat.

        En de verwantschap van Hattisch is inderdaad twijfelachtig, al wordt een verband met het Noordwest-Kaukasisch vaak gelegd (en dat soort half-aannemelijke verbanden zijn toch koren op de molen van ontcijferaars lijkt me). Maar ook als het Hattisch een isolaat is, is dat wel een isolaat die je op grond van z’n lokatie dan als nog een vierde kaukasische taalfamilie zou kunnen zien, maar dat terzijde, want daar ging mijn vraag uiteraard niet over.

        Ik blijf me dus afvragen of er ook ‘ontcijferaars’ zijn geweest die de ‘oplossing’ voor de Schijf van Faistos in die hoek hebben gezocht. Niet dat ik verwacht dat dat zou lukken (behalve dan in de zin dat iedere ontcijfering ‘lukt’ doordat er zo weinig is om de ontcijfering op te controleren, zoals Jona al beschrijft in zijn stuk), maar ik zou me wel afvragen waarom niemand op het idee is gekomen als er inderdaad niemand het zo had geprobeerd.

  3. mnb0

    “allemaal zinledig”
    Toch niet. Je kan nooit weten wat er de komende eeuwen nog boven de grond komt.

  4. Het is Grieks, zo zei mij een wethouder uit Amaroussion (Voorstad Athene) toen hij mij als organisator een replica gaf bij een ICT-conferentie in Den Haag. Mooie PR. Ik gebruik het nu als onderzetter. Toch nog zinvol.

  5. Lolke Stelwagen

    Een mysterie dat ook door Thermoluminescentie gedateerd zou kunnen worden, maar veel dichter bij huis:

    De walstructuren van de westerheide
    Op de heide tussen Hilversum – Bussum – Laren liggen 4 zogenaamde kampjes: Hilversum I, en Laren I, II en III. Er waren ooit 6. Maar 2 zijn verdwenen onder de huizen van Bussum. Van de 4 overgebleven kampjes hebben 3 de vorm van een parallellogram, 1 heeft rechte hoeken. Overal is te lezen dat het waarschijnlijk schapenkampjes waren voor het inscharen. Maar kan dat wel kloppen?
    De kampjes zijn globaal 90 x 90 meter. Dat is 8.100 vierkante meter. Tijdens de hoogtij dagen van het schapenhoeden waren er 3.000 schapen. Dan werden per kampje 500 schapen ingeschaard? 1 schaap per 19 vierkante meter. Dat lijkt wel erg veel. Of waren er ooit veel meer schapen? Heel Texel heeft nu 14.000 schapen. En Texel is 585,96 vierkante kilometer. Dat wordt natuurlijk niet allemaal voor schapen gebruikt…. Maar hoe groot was Gooise heide? 10 vierkante kilometer? Het lijkt alsof de kampen veel te groot zijn voor het aantal schapen dat er graasde.
    Het Hilversumse kampje heeft exact dezelfde vorm als het Romeinse marskamp van Ermelo. De hoeken zijn hetzelfde, de richting van de wallen zijn alle vier exact hetzelfde. Alleen is het Ermelose Romeinse marskamp 250 x 350 meter. Precies groot genoeg voor een legioen van 5000 man. Zo’n legioen bestaat uit 10 cohorten… Zet je 1 cohort van 500 soldaten 125 x 4 in een vierkant (of parallellogram) dan heb je een mars- of oefenkamp gegraven in minder dan 2 uur, met de afmetingen die je terugvindt op de Gooise heide…
    Het Utrechtse Romeinse fort bevatte 1 cohort. Net als de meeste forten van de Romeinen aan de Rijn. Vanaf de Limes werd een strook van ca 30 km aangehouden waar de lokale bevolking zich niet mocht vestigen. En waar de soldaten dus relatief veilig konden manoeuvreren. De afstand Utrecht – Gooise heide is ca 18 km. Rond Xanten zijn veel oefenkampen bekend. Kampen waar de soldaten dus moesten oefenen in het maken van een kamp.
    Dus wie weet zijn de walstructuren van veel oudere datum dan tot nu toe wordt vermoed.

Reacties zijn gesloten.