Chinese zondvloed

Leonard Woolley in Ur. Het vierkante gat onderaan leidt naar wat hij typeerde als het "flood deposit". Dikke lagen klei zijn ook in andere Zuid-Iraakse steden gevonden, maar niet in dezelfde strata. Het gaat dus om verschillende gebeurtenissen.
Leonard Woolley in Ur. Het vierkante gat onderaan leidt naar wat hij typeerde als het “flood deposit”. Dikke lagen klei zijn ook in andere Zuid-Iraakse steden gevonden, maar niet in dezelfde strata. Het gaat dus om verschillende gebeurtenissen.

Onlangs publiceerde De Volkskrant een leuk artikel over een overstroming die, in lang vervlogen tijden, aan de bovenloop van de Gele Rivier zou hebben plaatsgevonden. Een en ander is net gepubliceerd in Science (meer), waarin de onderzoekers tevens claimden bewijs te hebben gevonden voor de mythische watersnoden die, voordat China een echte staat werd, het land zouden hebben geteisterd.

De journalist die erover schreef, Maarten Keulemans, vroeg mij of ik commentaar had en ik heb hem naar eer en geweten verteld dat ik sceptisch was. Dat baseerde ik op een parallel met Mesopotamië, waar archeologen in verschillende steden dikke kleipakketten hebben gevonden die ze strijk en zet uitlegden als bewijs voor het Bijbelverhaal over de zondvloed. Helaas kan dit niet werkelijk zo zijn, aangezien die kleilagen niet zijn afgezet op hetzelfde moment en in elke stad een ander stratum vormen. Als ik een artikel over archeologisch bewijs voor mythische overstromingen aangeleverd zou krijgen voor Ancient History Magazine (neem een abonnement!), zou ik het zeker weigeren. Zo kwam het dat ik in De Volkskrant werd geciteerd als een der sceptici die twijfelden aan de Chinese ontdekking.

Ik was blij met Keulemans’ stuk. Afgezien van mijn op een parallel uit het Midden-Oosten gebaseerde scepsis kwamen ook de nationalistische bias van dit onderzoek en de relatie tussen mythe en geschiedenis aan de orde. Hoewel er geen onvertogen woord viel, kon de lezer eigenlijk alleen concluderen dat de onderzoekers veel te snel met veel te spectaculaire conclusies waren gekomen. Het kwam uit toen De Volkskrant, zoals het hoort, hoor en wederhoor deed. In feite betekent dit dat de krant deed wat de redactie van Science had nagelaten: adequate peer review.

Over die methode om de kwaliteit van het wetenschappelijk bedrijf te garanderen wordt al langer geklaagd. Er zijn diverse problemen, zoals de tijdsdruk waaronder men de beoordelingen moet schrijven. Een ander probleem, dat zich in het geval van de Chinese watersnoden lijkt te hebben voorgedaan, is dat de onderzoekers én de beoordelaars onvoldoende generalistisch waren gevormd, wat een andere manier is om te zeggen dat ze specialisten zijn.

Als exacte wetenschappers een uitspraak doen over oude geschiedenis, moeten ze daarvan een zekere kennis hebben. Die ontbrak. Helaas is dat een standaardprobleem: ik denk dat er zo elke drie maanden wel een artikel verschijnt waarin een “bêta” – om dat simplisme te gebruiken – claimt een oplossing te hebben gevonden voor een alfa-probleem. Soms komt daar iets moois uit (voorbeeld), maar niet zelden gaat men de mist in doordat men de eigen aannames onvoldoende doorgrondt. Bij de Chinese watersnood is dat de aanname dat mythen mogen worden gelezen als de neerslag van historische gebeurtenissen, hoewel de communis opinio is dat dit genre diende om uitspraken te doen over ontstaan en aard van de schepping. Die communis opinio is vanzelfsprekend niet alleenzaligmakend maar als je als wetenschapper daarmee wil breken, behoor je aan te geven waarom je mythen zo anders leest dan anderen. Die argumentatie bleef achterwege.

Zoals gezegd ligt het in de aard van het wetenschappelijk bedrijf, dat specialistisch is, dat bêta’s onvoldoende van de oudheidkundige disciplines weten, weten kúnnen, om hun aannames te herkennen. Ze vervuilen echter vooral het bestand van in de samenleving circulerende ideeën over de Oudheid en trekken daarbij alle aandacht. Eén van de verklaringen is dat de persberichten aankomen bij de algemene redactie van bijv. een krant, die een bericht dan kritiekloos overneemt zonder het te verifiëren bij de wetenschapsredactie.

Dit alles is al heel lang bekend en het betekent dat wetenschapsjournalisten andere manieren moeten vinden om over wetenschap te schrijven. Het NRC Handelsblad en De Volkskrant hebben nu allebei een factcheckrubriek en zeker die laatste krant timmert aan de weg met nieuwe vormen: zo was er de rubriek “Ware wetenschap”, waarin het eigenlijke wetenschappelijke werk centraal stond.

Ik denk niet dat Keulemans het idee heeft gehad met zijn stukje een nieuw journalistiek  genre te scheppen waarin wetenschappelijke claims worden gehekeld, maar ik denk wel – al is de wens misschien de vader van deze gedachte – dat we meer artikelen zullen krijgen waarin bluffende wetenschappers op hun nummer worden gezet. Noem het hoaxhekelen. Of bralbestrijding. En als ik de wens de vader mag laten zijn van nog een tweede gedachte: ik hoop dat dit soort stukjes snel niet meer nodig zijn en wetenschappers weer leren dat ze informatie moeten delen, niet hypen.

11 gedachtes over “Chinese zondvloed

  1. klaas hielkema

    Ooit was ik op een eilandje vlak bij Malta. Daar was de grot waar Odysseus 10 jaar had gezeten, vol van heimwee. Uitkijkend over de zee vanuit die grot begreep ik die heimwee onmiddellijk. Dat bewees absoluut dat Odysseus in die grot geweest was!

  2. Hans van der Valk

    Dat is nauw jammer. Ik mag me blijkbaar niet als bèta met geschiedenis bemoeien, Dat men voor wetenschappelijke publicaties zich aan de bepaalde regels moet houden, stem ik mee in. Geschiedenis is echter ook beleving, die vaak niets met wetenschap te maken heeft maar waaraan wel betekenis kan worden toegekend.
    Als jonge man kwam ik bij Voltaire in Lettres philosophiques enkele artikelen over Newton tegen. Hierin staat onder meer, dat Newton vaststelde, dat de aarde 500 jaar minder oud was dan men toen dacht. Hij deed dit aan de hand van een beweging van de aarde, waardoor de sterren aan de hemel ten opzichte van ons verschuiven (slot brief 17). Het is knap dat Newton deze beweging heeft ontdekt. De conclusie met betrekking tot de ouderdom van de aarde laat zien, dat mensen met een kritisch vermogen zoals Voltaire en Newton nog zonder voorbehoud geloofde in het scheppingsverhaal uit de Bijbel. Ook dit was voor mij een openbaring.

    1. Volgens mij kunnen natuurkundigen heel goed een bijdrage leveren aan de geschiedwetenschap. Ik linkte naar een vrij recente en extreem belangrijke doorbraak. Dit is een ontdekking van het type “eindelijk het higgs-boson”. Het probleem is: de zaken zijn complexer dan vaak wordt gedacht.

      En ik wijs er nog maar eens op dat “alfa’s” (ik haat dit woord) soms de domste dingen zeggen over de natuurwetenschappen. Dat een hoogleraar klinkklare nonsens over Archimedes’ brandspiegels mag verkondigen (Fik Meijer dus) en er, wanneer een andere hoogleraar (Bert van de Spek) geen begeleidingscommissie wordt ingesteld, toont dat de oudheidkundigen echt niet weten wat wetenschap is. Liever pseudowetenschap voor het volk dan een collega onder curatele stellen, stel je toch voor zeg.

      1. rjvbever69

        Jona, ik ben het niet alleen met je blog eens, maar ook met jouw mening dat, mits gebaseerd op op gedegen onderzoek, een methodiek aanvaard als ‘state of the art’, en controleerbaar bewijs, zowel de ‘alfa’s’ als de ‘bêta’s’ (ik vind het eerlijk gezegd ook zeer merkwaardige termen en voor ik hier kwam wonen had ik er in dit verband nog nooit over gehoord) aan elkaars domeinen waardevolle bijdragen kunnen leveren. Denk aan Goethe met zijn kleurenleer.

        Verder ben ik van mening dat met het communiceren van onderzoeksresultaten altijd een slag om de arm moet worden gehouden. Ik heb soms de indruk dat het ook in de wetenschapsjournalistiek vaak eerder om de scoop gaat dan om de kwaliteit van het onderzoek. Vaak wordt de info, aangeleverd door universiteiten of andere belanghebbenden die wat pr kunnen gebruiken, klakkeloos overgenomen (zoals jij ook oppert). Een scoop over een nieuw kankergen of een nieuw medicijn dat aan een of andere universiteit ontdekt is en dat als buitengewoon revolutionair wordt gepresenteerd omdat het binnen de kortste keren een bepaalde ziekte zal uitroeien, stuit bij mij meestal op grote scepsis, niet omdat ik het feit betwijfel maar omdat ik sceptisch ben m.b.t. de conclusies die soms volledig irreëel zijn en dus ook niet eerlijk tegenover patiënten). Er wordt vaak te vroeg en te stellig naar buiten gekomen met conclusies en daar springen de media gretig op in.

        Bekend vb. uit 1990. De hoogleraar in de organische scheikunde en biochemie aan de TU Eindhoven, Henk Buck, was ervan overtuigd hij een geneesmiddel tegen HIV gevonden had. Dat had natuurlijk toentertijd een grote urgentie. Later bleek dat er sprake was van zo goed als frauduleuze onderzoeksresultaten.

        De TU heeft zo lang mogelijk aan damage-control gedaan, maar andere onderzoekers van de monsters, waar Buck de door hem gesynthetiseerde stof in had gedetecteerd en gemeten, konden met de beste methodes die voorhanden waren, zijn resultaten niet bevestigen, behalve de viroloog Jaap Goudsmit, zij het met correcties. Science publiceerde het, maar het moest uiteindelijk teruggetrokken worden: een blamage voor de onderzoekers, maar ook voor het zeer gerenommeerde tijdschrift. Buck werd eerst tijdelijk geschorst en later met vervroegd met vervroegd pensioen gestuurd, vooral ook omdat hij tegen beter weten in weigerde zich neer te leggen bij de controleresultaten van andere onderzoekers. Dat deed Goudsmit wel en die kwam er alleen met een reprimande vanaf. Dit is iets kort door de bocht een samenvatting.

        Voor het hele verhaal en de soort Michael Kohlhaas-achtige kruistocht door Buck later ondernomen om alsnog zijn gelijk te halen verwijs ik naar :

        https://nl.wikipedia.org/wiki/Henk_Buck

        Wat vaak meespeelt in slecht onderzoek is:
        – de druk op onderzoekers om zo snel mogelijk in een behoefte voorzien (geneesmiddel, vaccin, etc.)
        – de behoefte aan fund-raising voor onderzoek (Buck gaf dit later aan als een van zijn motieven)
        – de ‘cursus honorum’ en de dodelijke concurrentie binnen de universiteit die mede de aanleiding is tot de ‘publish or perish’ mentaliteit
        – de wetenschapsjournalisten die met ‘spectaculaire nieuwe dingen’ hun katernen moeten vullen.

        Daardoor wordt vaak voortijdig onderzoek dat nog niet geheel uitgekristalliseerd is gevoerd door universiteiten of andere instellingen. Als kleine anekdote wil ik nog vermelden dat Maartje van Wegen Buck ‘als toekomstige Nobelprijswinnaar’ kort na de bekendmaking van de ontdekking een ontbijtinterview afnam en met omfloerste stem de kijker meldde dat de hoogleraar toch zo gewoon gebleven was en ’s morgens zoals alle Nederlanders gewoon opstond en zijn ontbijtje verorberde.

        Ik realiseer me dat ik het nu vooral gehad heb over onderzoek op medisch gebied, maar wetenschappelijke criteria gelden voor iedere wetenschap.
        Een leuk boek (wellicht ken je het) is: Bad Science van Ben Goldacre (4th Estate). Ik kan het iedereen aanraden!

        Roger van Bever

      2. Hans van der Valk

        Het blijft lastig fictie en werkelijkheid uit elkaar te halen. Misschien is het ook niet altijd nodig. Wat doen we met de laatste woorden van beroemdheden, die meestal later verzonnen zijn. En wat met de gevoelens van Odysseus, die hoogste waarschijnlijk niet heeft bestaan. Ze vormen wel onderdelen van de geschiedenis, zoals wij die hebben doorgekregen. Voor het overige steun ik wel jouw inzet voor waarheidsvinding. Geschiedenis aan de andere kant ook niet te saai worden.
        De problemen rond Bert van de Spek heb ik niet gevolgd.

    2. henktjong

      Met geschiedenis wordt inderdaad door de leek omgesprongen alsof het leuke en spannende verhalen zijn in plaats van echt gebeurde feiten. Die interpreteren is al moeilijk genoeg en het helpt niet als leken (en daar zitten ook bètas bij) zich daarmee gaan bemoeien en het ‘belevingen’ noemen.

    3. mnb0

      JL schrijft helemaal niet dat u zich als beta niet met geschiedkunde mag bemoeien. Het zou alleen prettig zijn als u uw conclusies zou voorleggen aan diegenen die ervoor hebben doorgeleerd: geschiedkundigen dus. Dat scheelt een hoop onzin.

  3. Manfred

    Geloven de Chinezen niet nog dat zij afstammen van de Peking mens en dus eigenlijk een ander (en ouder) soort mens zijn dan de rest van de wereld? De grens tussen mythe en wetenschap is daar dan op meerdere plaatsen dun.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s