Zo oud als Metusalem

De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)
De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)

Een vraag bij de mail: waarom staan in de geslachtslijsten in het Bijbelboek Genesis – en dan vooral de hoofdstukken 5 en 11 – mensen vermeld die zo ongelooflijk oud werden? Adam werd 930, zijn zoon Set 912, diens zoon Kenan 905, enz. De oudste is Metuselach (ook wel Metusalem), die 962 jaar oud zou zijn geworden.

De Bijbel zelf begint een antwoord te geven op de vraag. In het zesde hoofdstuk van Genesis lezen we dat er steeds meer mensen op aarde kwamen en dat die dochters kregen. De “zonen van de goden” zagen hoe mooi die waren en kozen hun als vrouw. Daarop bepaalde God dat de mensen nog maar 120 jaar oud mochten worden.

Als u het gevoel hebt dat er iets ontbreekt, dan heeft u gelijk. Het feit dat de zonen van de goden omgang hadden met de dochters van de mensen, is immers geen reden om de mensheid een kortere levensduur te geven, maar Gods motief blijft onvermeld. We hebben echter een alleszins redelijk vermoeden over de informatie die de auteur van dit deel van de Bijbel bij zijn publiek bekend kon veronderstellen: die informatie is namelijk te vinden in de tekst die bekendstaat als het Boek der wachters, dat bekend is uit (onder andere) de Dode Zee-rollen. Hierin lezen we dat de “zonen van de goden” engelen waren die bij de vrouwen nogal agressieve kinderen hadden verwekt, waardoor de menselijke misère ontstond. Dit was het antieke joodse antwoord op de vraag waar het kwaad vandaan kwam. (Het idee van een Zondeval in het Paradijs is veel jonger.)

Lees verder “Zo oud als Metusalem”

Zondvloedverhalen

Een van de kleitabletten waarop het Babylonische Zondvloedverhaal valt te lezen (British Museum)

 

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik bezig met het omzetten van de Livius.org-website. Die draaide ooit op klassieke html en kan weer tien jaar mee als alle pagina’s worden geconverteerd naar een eigentijds content management-systeem. Een en ander moet handmatig, want de html was echt heel, heel oud. Ik ben al drie jaar bezig, denk ik, en inmiddels is 94% van de klus gedaan. Ik kan gaan denken aan de volgende fase: het toevoegen van enkele hoogstnoodzakelijke pagina’s, zoals over de Hittieten, over de Neo-Hittieten en over de stad Aššur. Iets minder hoogstnoodzakelijk was een kattebelletje over de Kittim. Het is leuk om weer eens wat te kunnen toevoegen.

De grote tweede klus is de correctie van de ruim 3600 pagina’s. Het wemelt van de verouderde inzichten en andere evidente tekortkomingen, de uitleg van de methode is incompleet en ladders van makkelijke naar moeilijke literatuur ontbreken. Ik zal alle pagina’s stuk voor stuk moeten herlezen, te beginnen met het notitieblok dat ik de afgelopen drie jaar heb bijgehouden. In feite is het project me boven het hoofd gegroeid en dat is eigenlijk ook logisch: vroeger kon een website door één man of vrouw worden gedaan, nu is het hele takenpakket iets voor acht mensen. En dan heb ik het nog niet gehad over het feit dat ik voor sommig illustratiewerk eigenlijk een professional nodig heb.

Lees verder “Zondvloedverhalen”

Zondvloed

Het Zondvloedtablet (© Trustees of the British Museum)
Het Zondvloedtablet (© Trustees of the British Museum)

Karl Marx keek verstoord op van zijn werk. Aanzwellend rumoer in de gangen, slaande deuren en toen, opeens, een geheel ontklede man in de leeszaal van de British Library. Opwinding alom, kabaal, tot de naaktloper door bibliothecarissen werd overmeesterd en afgevoerd.

De echte opwinding moest toen nog komen. Vriendelijke suppoosten brachten de overspannen man naar zijn kleren, die hij bleek te hebben achtergelaten in de “Arched Room”, een vertrek in het British Museum waar ook tegenwoordig zachtaardige geleerden in diepe stilte kleitabletten bestuderen. Wat was er aan de hand, vroegen de geschokte heren. “Kijk dan!”, zal George Smith hebben gezegd, terwijl hij zijn overhemd aantrok. Zijn collega’s keken naar het kleitablet dat Smith tot enkele minuten daarvoor had zitten lezen. En toen zagen ze het. En hoewel ze hun kleren aanhielden, deelden ze in de opwinding.

Lees verder “Zondvloed”

Hollywood en de Bijbel

ark_gevelsteen_schreierstoren2
De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)

Een relletje in Hollywood, waar Paramount werkt aan een speelfilm over de Zondvloed, Noah. Een project dat niet mislukken kán: de wereldomvattende watersnood biedt de spanning van een rampenfilm, het redden van een complete dierentuin garandeert een hoge aaibaarheidfactor, het kleine aantal mensen dat moet overleven roept Apollo-13 in gedachten en Russell Crowe, Emma Watson en Anthony Hopkins weten wat acteren is. Voeg toe dat het onderwerp zich leent voor goedkoop moralisme en voilà: een geheide kaskraker.

Toch zijn er, zo meldt The Hollywood Reporter, problemen. Omdat het testpubliek ontevreden was wil Paramount dat regisseur Darren Aronofsky het resultaat opnieuw monteert. Verder hebben christelijke groeperingen laten weten het oneens te zijn met de afloop. Ik kan me daarbij weinig voorstellen: het is althans niet aannemelijk dat in Noah de Ark alle stormen doorstaat om uiteindelijk, juist als de verlossende bergen van het land Ararat in zicht komen, op de klippen te lopen en met man en muis te vergaan.

Lees verder “Hollywood en de Bijbel”

Sumerisch Scheppingsverhaal

Scheppingsverhaal uit Girsu (Louvre, Parijs)
Scheppingsverhaal uit Girsu (Louvre, Parijs)

Dit is een kleitablet uit het Louvre, afkomstig uit Girsu, een stad in het zuidoosten van Irak. Het is in het Sumerisch geschreven, ergens in het derde kwart van het derde millennium v.Chr. Hier is de vertaling:

Hemel kleedde zich als een jonge held.
Hemel en Aarde wisselden woorden uit.
Destijds bestonden de god Enki en zijn stad Eridu
nog niet en de god Enlil leefde nog niet.
De schoonheid van de velden was stof.
De bloei was stof.
De dagen waren nog niet licht.
De nieuwe manen vertoonden zich nog niet aan de hemel.

Lees verder “Sumerisch Scheppingsverhaal”