Der Himmel über Rotterdam

Twee weken geleden had ik een vergadering in café Engels in Rotterdam. U kent het vermoedelijk wel: het zit in het Groothandelsgebouw, op een steenworp van het Centraal Station. Ik kom er graag. Je ziet er al die mooie hoge flats – ik hou wel van die moderne architectuur, al weet ik door welke trieste reden Rotterdam zo’n modern stadscentrum heeft. Het station zelf vind ik trouwens ook adembenemend en dan vooral de letters waarmee “Centraal Station” op de façade staat geschreven.

Omdat ik met de trein kwam en dus was voorbereid op ellende, maar omdat die ellende was uitgebleven, was ik een uur te vroeg voor mijn afspraak en daarom ging ik in een hoekje bij de ingang zitten. Kopje koffie, computer op schoot: anders dan in de trein, waar je gedwongen bent te luisteren naar andermans gesprekken, kun je je in een café concentreren. Het uur vloog voorbij zonder dat ik mijn vergadergenoten had gezien. Ik wijdde er een appje aan: als jullie aankomen, ik zit naast de ingang.

Nog geen minuut later verscheen een van mijn collega’s: de anderen waren er al, ze zaten even verderop en hadden al een biertje besteld. Moesten we niet aan een grotere tafel gaan zitten? We zochten een andere tafel maar de stoelen bleken wat laag, zodat we terugkeerden naar het tafeltje waar het bier was gebracht.

U vraagt zich af waar dit stukje naartoe gaat. Eigenlijk gaat het helemaal nergens naartoe. Het is een opstapeling van trivialiteiten die ik kan vervolgen met discussies over de menukaart en het betalen van de rekening.

En eigenlijk is dat de crux. Het zijn allemaal handelingen waarmee we onszelf de hele dag bezighouden: anticiperen op vertraging, meeluisteren naar andermans gesprekken, koffie, het genot van door kunnen werken, een appje sturen, begroet worden, een biertje halen, zoeken naar een tafel, een stoel te laag vinden, vergaderen, communiceren met vrienden over beduidende en minder beduidende zaken. Het is wat we als mensen nu eenmaal doen. Sterker, het zijn niet de grootse culturele prestaties, zoals moderne architectuur, en het zijn niet de historische gebeurtenissen, die representatief zijn voor wie we als mensen zijn: het zijn dit soort alledaagse dingen.

Een van mijn favoriete films is Der Himmel über Berlin, waarin engelen het leven van de gewone mensen observeren en registreren. Eén van hen besluit mens te worden en deel te gaan nemen aan dit leven. Zwarte koffie drinken. Luisteren naar muziek. Een snijwondje oplopen. Een sigaret opsteken. Kleren kopen. Een tekening maken. Je scheren.

Contact maken met andere mensen. Kleuren zien.

12 gedachtes over “Der Himmel über Rotterdam

  1. Ik moet meteen denken aan die serie “touched by an angel” dat was van de EO. Toch vond ik dat een mooie serie. Over gewone mensen, met dingen waarover ze struikelen. Niets verheffends, wel hemeltergend vaak.
    Waar ik mezelf wel over verbaas soms is dat mensen zich excuseren dat ze geen weekblogje hebben geschreven over wat ze die week gedaan hebben. Alsof iedereen daar in geïnteresseerd is, want het gaat helemaal drie keer nergens over. Maar goed. Zoveel mensen, zoveel dingen die ze doen of kwijt willen. Het is ieders goed recht. En gelukkig ook maar.
    Columbo, wat zoekt die in de hemel van Berlijn. Ik zal het nooit weten of ik moet de film gaan kijken.

    1. Peter Falk speelt Peter Falk. In een film over de overgang van de “onechte werkelijkheid” van de engelen naar de materiële werkelijkheid, is het een goede gedachte geweest een filmacteur uit een onechte werkelijkheid neer te zetten in de echte werkelijkheid. Het is een beetje barok en paradoxaal omdat dat weer in de onechte werkelijkheid van de film wordt getoond.

      Ongetwijfeld kunnen andere mensen dit beter uitleggen. Ik zou het je in elk geval aanraden, de film te gaan zien. Hij is echt mooi, met een iets te wijdlopig slot, maar ik heb al van iemand anders vandaag gehoord dat het een van zijn lievelingsfilms is.

  2. Je moet ophouden met dit soort stukjes. Veel te mild. Je schrijft beter als je de misstanden hekelt van de classici, archeologen en zo. Dat is ook zinvoller.

    1. mnb0

      Niet eens. Altijd maar weer hekelen leidt tot gewenning. Afwisselen met mildheid zorgt ervoor dat het hekelen steeds weer aankomt waar het pijn moet doen.

  3. Kees Claassen

    Moderne architectuur, als het maar ‘apart en anders’ is en vervreemdend, unheimisch. Altijd slaan onverwachte windvlagen je om de oren. Toen het even kon, heb ik de stad verruild voor het Land van Maas en Waal.

  4. Je moet ‘Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken’ lezen, van Arjen van Veelen. Het heet een roman, maar is eigenlijk vooral te lezen als een breed uitwaaierend essay, onder andere over vriendschap, Alexandrië en Alexander de Grote. Maar er komt een passage in voor waarin de verteller in de kamer van K.P. Kavafis staat, en beseft dat dit muffe hok een belangrijker deel uitmaakte van het leven de grote dichter dan al diens gedichten bij elkaar.

Reacties zijn gesloten.