Koptische schaal

Koptische schaal uit Ewijk (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een tijdje geleden blogde ik over het Interweekum, het viertal avonden dat RomeinenNu en het Rijksmuseum van Oudheden aanbieden om een brug te slaan tussen de Week van de Klassieken en de Romeinenweek. Vier avonden waarop we tonen welke ontwikkelingen er zijn en waarom de Oudheid interessant blijft. Het programma is bijna klaar en ik zal het binnenkort aanbieden. Het zal overigens “Oog op de Oudheid” gaan heten, want “Interweekum” – ach, ik zal niet hoeven uitleggen waarom dat woord geschikter is als werktitel dan als feitelijke naam.

Omdat ik namens RomeinenNu de voorbereidingen doe, heb ik de laatste tijd regelmatig in het RMO vergaderd. Dat deden we meestal in het restaurant en met uitzicht op de vitrine met de laatste aanwinsten. Dat waren eerst wat munten – ik had er graag meer gezien – en nu staat daar bovenstaande “Koptische schaal”.

Iemand met een metaaldetector heeft haar gevonden bij Ewijk. Op dezelfde vindplaats trof hij of zij een sceatta aan, een munt uit de zevende eeuw, die helpt de schaal te dateren. Het moet gaan om een Frankische begraafplaats uit de Merovingische tijd. De eigenaar zal hebben gewoond in een van de oude Romeinse herenhuizen langs de grote weg van Nijmegen naar het westen.

Het voorwerp heet een “Koptische schaal” omdat archeologen vroeger dachten dat deze voorwerpen een rol speelden in de christelijke cultus en afkomstig waren uit het Nabije Oosten. Inmiddels zijn er veel meer bekend en tegenwoordig denken oudheidkundigen dat ze in feite afkomstig zijn uit noordelijk Italië en werden gebruikt bij dure feesten van de elite.

Het is niet voor het eerst dat blijkt dat de Lage Landen in Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen niet zo perifeer waren. De lokale elite had contacten tot over de Alpen. De schaal uit Oegstgeest is een even oud en nog spectaculairder voorbeeld uit dezelfde categorie.

[Dit was de 256e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

28 gedachtes over “Koptische schaal

    1. Daarover is inderdaad een discussie te voeren. Eén vraag is waarom het Valkhofmuseum het voorwerp dan niet heeft gekocht. Het kan zijn dat het RMO de meest biedende is geweest. Het kan ook zijn dat het Valkhof het belang niet heeft onderkend. Ik sluit ook niet uit dat het voorwerp is verworven door het RMO maar uiteindelijk zal worden getoond in het Valkhof.

      1. habus

        Het kan een budgettaire kwestie zijn, omdat het Valkhof in een lastige fase zit. Dat zou echter het principe niet in de weg mogen zitten, dat bodemvondsten primair in de regio blijven. Dat principe bestaat overigens niet, want helaas worden de mooiste Nederlandse archeologische vondsten in het RMO bewaard (of opgeslagen). Het zou voor het historisch bewustzijn van het gemiddeld publiek heel goed zijn als zij dichtbij huis meer over hun eigen regio kunnen leren. Benieuwd in welk depot de Swifterbant-vondst van Nieuwegein terecht gaat komen…of ook weer in het RMO?
        Jammer dat het Huis van Hilde niet meer navolging krijgt.

        1. Ik kan een eind met je meegaan. Mijn eigen ideaal is dat alle voorwerpen zo dicht mogelijk bij de vindplaats worden getoond en dat de grote musea uitleggen wat archeologie nu eigenlijk is. Dus uitleggen welke keuzes je maakt, welke methodes er zijn, wat de politieke implicaties er zijn. Maar dat is een utopie. We kunnen niet overal drive-in-musea bouwen zoals in Woerden. Al is het maar omdat de beveiliging onmogelijk is. In de reëel-bestaande wereld denk ik dat nationale collecties bestaansrecht hebben. Ik kan er vrede mee hebben dat de sarcofaag van Simpelveld niet in Simpelveld is, al zou ik daar als Zuid-Limburger misschien anders over denken.

          1. habus

            Het is gewoon jammer dat in de ene provincie (of eventueel regio) wél werk wordt gemaakt van een goede archeologische presentatie en elders de motivatie nihil is. Het Groninger Museum is daarvan het meest trieste voorbeeld. Fantastische ‘blockbuster’ tentoonstellingen, maar de terpen-archeologie ligt te verstoffen in een depot. Ik ga maar gauw aan andere dingen denken 😉

      2. Roger Van Bever

        Jona, eerst en vooral ben ik blij met de aandacht voor deze schitterende schaal. Ik hoop ze donderdag te kunnen aanschouwen! Op jouw foto, hoe mooi ook, komt de opengewerkte voet van de schaal helaas niet tot zijn recht. Of is dit een ander model?
        Ik heb de schaal nog niet gezien, maar hoop hem morgen wel te kunnen bewonderen.

        Ik heb een vraag en een opmerking:

        Vraag: Wat was het kantelpunt waarom de archeologen tot de conclusie kwamen dat deze schalen niet van Koptische origine waren, maar vervaardigd werden in Noord-Italië en verhandeld werden tot in de lage Landen?

        Opmerking: In het kader van je (speculatieve) antwoord waarom het stuk bij het RMO terecht is gekomen, is het misschien interessant om te verwijzen naar een geval dat noch de verkoper, noch de koper zich bewust was van de waarde van het (kunst)voorwerp: Zie:

        https://nl.wikipedia.org/wiki/Kantharos_van_Stevensweert

        Ik ben het trouwens met ‘habus’ eens dat het kunstvoorwerp in het Valkhof thuishoort.

        Meer algemeen: jullie daar in het westen des lands zouden jullie misschien ook eens moeten realiseren hoe bevoordeeld jullie zijn qua toegang tot de cultuur met een grote C. Toen ik nog in België woonde, waar Brussel als hoofdstad een veel centraler positie en dus toegankelijker positie innam dan Den Haag en de Randstad in Nederland, voelde ik dat ik meer toegang had tot de ‘cultuur’ dan hier in de Bible Belt.
        Ik begrijp trouwens nog steeds niet het spreidingsbeleid van de cultuur in Nederland.
        De randstedelingen krijgen een onverantwoord groot deel t.o.v. de ‘periferie’. Dat hebben landen met een spreidingsbeleid zoals Frankrijk beter aangepankt dan Nederland!

          1. Roger Van Bever

            Robbert, daarmee bedoel ik dat als wij vanuit Lunteren naar de Randstad moeten om bvb. een opera of een ballet bij te wonen of zelfs een museum te bezoeken, al deze dingen veel moeilijker toegankelijk dan voor mensen die daar wonen. Wij hebben ooit meegemaakt dat we in Rotterdam moesten ‘wegsluipen’ uit een opera samen met een aantal andere mensen omdat we anders de laatste trein zouden missen. Ik vind het een gotspe dat je vraagt waar het ons aan ontbreekt. Dit klinkt buitengewoon neerbuigend en ik ervaar het ook zo. Of vind je dat alles wat buiten de Randstad gelegen is maar moet tevreden zijn als achterlijke boeren met de kruimels waar ze toegang toe hebben. Ik voel me trouwens niet verplicht om aan u mee te delen waaraan wij behoefte hebben.

            Vindt u dat er geen verschil is tussen een Amsterdammer die een paar straten moet lopen, fietsen of met de tram gaan om op de plek te arriveren waar hij moet wezen om alles te kunnen beleven en iemand die woont waar wij wonen?

            Ik beweer beslist niet dat er hier niets te doen is, en van wat we hier kunnen beleven maken we dan ook gretig gebruik. Maar waar wij wonen is de cultuur waar wij toegang toe willen hebben lang niet altijd aanwezig. Als we dat soort cultuur willen hebben moeten we meestal naar de Randstad. Dat kost veel meer reistijd, is daardoor duurder en dus moeilijker toegankelijk. Dan heb ik het nog niet eens over het feit dat ik (midden zeventiger) door artrose slecht te been ben.

            Een paar jaar geleden lazen we in een rapport hoeveel het Rijk spendeerde per hoofd van de bevolking per provincie. Dat was verbijsterend hoe gunstig de Randstad er uitsprong! Overigens hoeft u maar de krant te lezen en dan zult u zien waar de concentratie van de cultuur te vinden is.
            Beste groeten,
            Roger van Bever

            1. Robbert

              Beste Roger,
              Ik heb niet de behoefte u te ontrieven, wel om een beetje te relativeren. Ik begrijp dat u in Lunteren niet van alles kunt vinden, maar u woont zeer centraal. “Cultuur” is om u heen te vinden in Arnhem, Apeldoorn, Utrecht. Of iets verder weg in Zwolle, Nijmegen, Den Bosch; of in de Randstad. Dat daar veel voorzieningen zijn heeft mi. minder met beleid te maken dan met een historische ontwikkeling.
              Met vriendelijke groeten, Robbert

              1. Roger Van Bever

                Beste Robbert,
                Dank voor uw reactie, maar de mogelijkheden die u opsomt, zijn ons allemaal meer dan bekend. We hebben zelfs gedurende 6 jaar een opera abonnement gehad bij Orpheus in Apeldoorn en 3 jaar een concertabonnement in Vredenburg in Utrecht. Wij zijn fervente museumbezoekers en volgen geregeld cursussen bij de Vrije Academie, de Volksuniversiteit. In al die steden die u opsomt komen we zeer regelmatig in de musea en ook veel verder (Assen, Groningen, Gorssel, Heino, etc. Ik kan nog vele andere dingen gaan opsommen. Wij zijn namelijk heel actief op cultureel gebied, dus dat is het punt niet. Mijn reactie was gericht op de concentratie van de cultuur in de Randstad. Ik onderschrijf dat de historische ontwikkeling van Nederland daar een aanzienlijke rol in heeft gespeeld, maar de overheid zou ook wat meer kunnen doen aan cultuurspreiding. Ik haalde daarbij Frankrijk aan (met het Louvre bv.), maar ook Vlaanderen heeft dit gedaan met de Koninklijke Vlaamse Opera (Antwerpen, Gent en Brugge).
                Met vriendelijke groeten,
                Roger

          2. Dorthy Ariaens

            Beetje arrogant vind ik uw opmerking. Als u in de randstand woont hebt u veel meer ‘cultuur-keuze’ dicht bij huis. Veel mensen die dat geluk niet hebben moeten nogal reizen om daarvan mee te genieten, terwijl ze er evengoed als u belasting voor betalen. Voor een museumbezoek mogen we wel een dag uittrekken met openbaar vervoer. Voor de podiumkunsten mogen we er ook nog hotelkosten bij rekenen. Hebt u ooit behoefte gevoeld aan museumbezoek buiten de randstad? Ja, misschien Kröller Müller, maar dat zal het dan wel zijn. Ook lezingen zijn praktisch altijd in Nrd. en Zd.Holland. Ik begrijp ook wel dat de ‘bezoekerdichtheid’ in de periferie minder is, maar de spreiding is méér dan onevenredig. Stelt u zich daarvan eens op de hoogte alvorens zo’n arrogante opmerking te maken.
            D.Ariaens

            1. Robbert

              Beste Dorthy Ariaens,
              Zoals ik in mijn reactie aan Roger van Bever al suggereerde is er veel “cultuur” te beleven overal in Nederland. Daarvoor moet men meestal reizen, wat korter of langer. Dat brengt enig ongerief met zich mee, daar ben ik mij, wonend in Best, van bewust.
              Overigens, meent u serieus dat er buiten de Randstad en Otterloo geen musea bestaan die de moeite waard zijn?
              Met vriendelijke groeten, Robbert

      1. Het hoeft ook niet per se een etnisch etiket te zijn, net zomin als ‘Romeinse vaas’ dat hoeft te zijn. Bij ‘Longobardische schaal’ denk ik meer aan een schaal uit het Longobardische cultuurgebied, waarbij even minder relevant is of die schaal is gemaakt door een etnische Longobard of een Romein uit Mediolanum met Keltische voorouders. Ik bedoelde de term verder vooral ter onderscheiding van die andere macht die met veel pijn en moeite nog een stukje Noord-Italië beheerste, en die we doorgaans met de anachronistische term ‘Byzantijnse Rijk’ aanduiden, meer specifiek het Exarchaat van Ravenna. Er lijkt me niet veel Byzantijns aan de schaal, vandaar mijn gok: Longobardisch.

  1. Alweer zo’n lief stukje. Wat moet ik bieden om je je fiolen van toorn weer te doen uitgieten over pseudowetenschappelijk geklessebes?

    Gekheid natuurlijk.

    Maar serieus: stukjes als dit kan iedereen schrijven. Je bent het beste als je wat dieper gaat en zin van onzin scheidt.

    1. mnb0

      Als u zulke stukjes kunt schrijven moet u overwegen zelf een blog te beginnen. Want ik kan het niet. Maar ja, ik ben niet iedereen – alleen maar een domme wis- en natuurkundeleraar die niets van schalen weet en geen kopt van een nestoriaan kan onderscheiden.

    1. mnb0

      Iedereen die de val van het Romeinse Rijk in de Vijfde Eeuw plaatst zou een boete van één euro moeten betalen (academici en andere hoogopgeleiden vijf), over te maken aan Livius.org of een vergelijkbare educatieve organisatie.

      1. Marieke

        Ook op de tentoonstelling ‘Crossroads’. Reizen door de Middeleeuwen’ in het Allard Pierson Museum zijn enkele van deze ‘Koptische’ niet-Koptische voorwerpen te zien.

        1. Ah! Ik vroeg me al af waar ik die term recent meer had gezien, maar het was dus in het Allard Pierson! Je mocht op Crossroads geen foto’s maken, wat deels verklaart waarom ik geen beelden van ‘Koptische’ voorwerpen terug kon vinden.

          Overigens is het verwarrende dat het RMO ook de term ‘Koptische periode’ gebruikt op de Egyptische afdeling. Daar staat bijvoorbeeld een kalkstenen Christus uit 400-500 CE, de ‘Koptische periode’ volgens het RMO.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s