Sneltrein

Vanavond zal ik, zoals momenteel wel vaker, met de trein van Leeuwarden naar Harlingen sporen. De treinstellen van Arriva, zoals de lokale spoorwegmaatschappij heet, hebben namen en één daarvan is “Piet Paaltjens”. Iets zegt me dat de mensen van de Arriva hebben gedacht aan het onderstaande gedicht:

Aan Rika

Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart
gezeten in een sneltrein die de trein
waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.

En toch, zij duurde lang genoeg om mij,
het eind’loos levenspad met fletse lach
te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.

Waarom hebt gij van dat blonde haar,
daar de eng’len aan te kennen zijn? En dan,
waarom blauwe ogen, wonderdiep en klaar?
Gij wist toch, dat ik daar niet tegen kan!

En waarom mij dan zo voorbijgesneld,
en niet, als ’t weerlicht, ’t rijtuig opgerukt,
en om mijn hals uw armen vastgekneld,
en op mijn mond uw lippen vastgedrukt?

Gij vreesdet moog’lijk voor een spoorwegramp?
Maar, Rika, wat kon zaal’ger voor mij zijn
dan, onder hels geratel en gestamp,
met u verplet te worden door één trein?

In de tweede regel zit een vroege vermelding van het woord “sneltrein”. Dat verbaasde me, want het gedicht dateert uit 1853 en ik meende te weten dat het onderscheid tussen snel- en stoptreinen pas veel later was bedacht. Jaren zestig, zeventig van de twintigste eeuw of zo.

Ewoud Sanders was zo vriendelijk zijn databank met teksten na te gaan en duikelde een staatsreglement voor het spoorwegbedrijf op uit 1863 en een één jaar jongere vermelding bij Simon Gorter:

Het is een eigenaardig genot, in een sneltrein gezeten, urenlang voort te stuiven, landstreken en provinciën door, steden en dorpen voorbij.

Een volkomen ingeburgerd woord dus. Voor wie het naadje van de kous wil weten: de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij liet in november 1847 de eerste sneltrein rijden op de lijn van Rotterdam naar Amsterdam. De trein “Piet Paaltjens” tussen Leeuwarden en Harlingen is overigens een boemeltje dat nergens kan worden ingehaald door een sneltrein.

12 gedachtes over “Sneltrein

  1. Jan Kal

    Herman Gorter, geboren te Wormerveer op 26 november 1864, was er literair vroeg bij, maar niet zo vroeg dat hij reeds in december 1864 het genot van de sneltrein beschreef in een reisbrief uit Arcachon. Het citaat is van zijn vader Simon Gorter (1838-1871) en komt uit diens Letterkundige Studiën. Zoon Herman stond juist geestdriftig stil, in dichtvorm en brochure, bij de spoorwegstaking van 1903.

  2. FrankB

    Arriva is bepaald niet lokaal. Niet alleen zit ze over het hele land verspreid, ze is in allerlei Europese landen actief. Afkomstig uit Engeland is ze eigendom van Deutsche Bahn.
    Piet Paaltjens produceerde Hollandse humor op zijn oubolligst.

  3. Roger van Bever

    Naast dit gedicht vind ik ook een van zijn leukste:

    Wel menigmaal zei de melkboer
    des morgens tot haar meid:
    ‘De stoep is weer nat’. Och, hij wist niet,
    dat er ’s nachts op die stoep was geschreid.

    Nu, dat hij en de meid het niet wisten,
    dat was minder; – maar dat ZIJ
    er hoegenaamd niets van vermoedde.
    Dat was wel hard voor mij.

    Snikken en grimlachjes (Immortellen XLIX)

    1. Volgens mij staat deze ook ergens in Leiden op een muur geschilderd, maar ik herinner me even niet waar. Er zijn daar veel gedichten (en natuurkundeformules) op muren geschilderd. Leuk.

  4. De eerste trein op het continent reed tussen Brussel en Mechelen in 1835. De laatste reguliere stoomtrein reed in 1966, tussen Brussel en Ninove. Tijdens mijn studie heb ik daar nog een aantal jaren gebruik van gemaakt.
    Voor de geschiedenis van de Belgische spoorwegen: zie https://www.wikiwand.com/nl/Geschiedenis_van_de_Belgische_spoorwegen
    de vergelijkende terminologie voor de verschillende soorten treinen wat stoppen in stations op het traject betreft, zou ik wel graag eens willen weten. Ewoud Sanders beschikt waarschijnlijk wel in zijn databank. Weet jij, Jona, of Ewoud Sanders in zijn databank die equivalenten zou kunnen uitzoeken?

  5. Werd Piet Paaltjens (volgens Haverschmidts ‘Levensschets’) niet “voor het eerst weergezien” aan de noordkust van Friesland! En was het niet zo dat deze jongeling, volgens Prof. Donders, bijzonder blauwe ogen had: “neem een schelvisch, leg hem op een matig-warme stoof, laat hem daar een dag of drie op liggen, liefst in de zon, en, als gij het er dan nog bij kunt uithouden, kijk hem dan eens fiks in zijn oogen, en gij zult een flauw besef hebben van het geniale blauw van ’s jongelings bovennatuurlijke blikken.”
    Welke kleur had uw treinstel?

  6. jan kroeze

    Waarom is Piet Paaltjens leuk, wat is er onsterfelijk aan zijn verzen (nou ja, verzen dus).
    Ik kan me daar weinig bij voorstellen.

Reacties zijn gesloten.