Muzikantengraf

Grafsteen (Museo Nacional de Arte Romano, Mérida)

De bovenstaande inscriptie is te zien in het Museo Nacional de Arte Romano in het Spaanse Mérida. Ik ben er in of rond 1990 geweest en heb toen dia’s gemaakt, maar die heb ik cadeau gedaan aan het Archeologisch Instituut van de VU en ik heb ze niet meer. (Het zou me trouwens verbazen als ze die nog hadden – mijn eigen dia’s staan ook al jaren op zolder stof te vangen.) De foto hierboven is dan ook gemaakt door een vriend die een huisje in Spanje heeft en weleens oudheden voor me fotografeert.

Getuige de inscriptie heeft een zekere Lutatia Severa de steen opgericht en gewijd aan de ziel van de zestienjarige meisje Lutatia Lupata. De afkorting aan het einde, HSESTTL, betekent Hic sita est. Sit tibi terra levis, “Ze ligt hier begraven. Moge de aarde licht voor je zijn.” De relatie tussen de twee vrouwen wordt aangegeven met het woord alumna, wat vermoedelijk slaat op een leerlinge maar ook kan slaan op een pleegdochter. De naamovereenkomst suggereert dat de lerares een vrijgelatene was van de familie van de overledene. Waarom de ouders of broers van het meisje geen aandeel hadden in de begrafeniskosten? Uw gok is zo goed als de mijne. Misschien was de jonge vrouw verstoten, misschien waren er geen familieleden en hebben we niet te maken met een lerares maar een pleegmoeder.

De afbeelding is leuk. Het meisje, dat ergens in de tweede eeuw n.Chr. geleefd zal hebben, speelt op een pandura, een viersnarige luit. De Grieken kenden dit instrument al, al had de πανδοῦρα maar drie snaren heette ’ie ook wel trichordon. Op het onderstaande Byzantijnse mozaïek uit de kerk van Theodorias in Libië ziet u hoe Orfeus met een plectrum een pandura bespeelt.

Een pandoura-spelende Orfeus op een mozaïek uit Theodorias (Museum Qasr Libya, Libië; vergelijk)

Uit het antieke Nabije Oosten kennen we afbeeldingen die teruggaan tot het late vierde millennium v.Chr. en er is weleens geopperd dat het woord pandura een verbastering is van het Sumerische pan-tur, “kleine boog”. Het vervelende is dat dit woord in de duizenden ons bekende Sumerische kleitabletten nooit voor muziekinstrumenten lijkt te zijn gebruikt.

Feit is dat het instrument, dat van de gewone luit verschilt doordat het een langere nek heeft, uit het Nabije Oosten komt en daar nog altijd wordt bespeeld. In het Perzisch heet het tanbur, en van dat woord zijn het Koerdische tembûr, het Turkse tambur en het Afghaanse dambura afgeleid. De Grieks-Latijnse naam leeft voort in het Georgische panduri en het Spaanse bandurria. Hier ziet u er nog een: een Parthisch beeldje uit ons eigen Rijksmuseum van Oudheden.

Parthische tanbur-speler (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Terug naar de twee Lutatia’s. Ik verbeeld me dat Lutatia Severa de muzieklerares was van Lutatia Lupata, maar afgezien van de afbeelding op die grafsteen uit Mérida is daarvoor geen enkele aanwijzing. Zoals te doen gebruikelijk weten we over de oude wereld meer niet dan wel.

[Dit was de 284/285/286e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

13 gedachtes over “Muzikantengraf

  1. jacob krekel

    Etymologie is een glibberig gebied. Of al die afleidingen kloppen? Tambor is in het Spaans een trommel, en in het Russisch ook (тамбур). En dan hebben we nog de tamboerijn, die weer een hele ander instrument is. Ik noem het maar.

    1. FrankB

      Valt wel mee. Een tamboerijn is een handtrommel met belletjes. Zonder die belletjes heet het instrument schellenkrans. Natuurlijk kunnen we verwachten dat minstens half de Nederlandstalige populatie de termen door elkaar gebruikt, maar voor etymologie is dat geen probleem.

      1. Rob Duijf

        Er zijn ook handtrommels zonder schellen Frank. Je komt ze in nagenoeg alle culturen tegen. Hele kleintjes en hele grote, zoals de qilaat of jarar van de Inuït, een grote handtrommel van gespannen rendierleer met een zeer diepe klank. Een bekende handtrommel is de Bodhrán die in de Ierse traditionele muziek wordt bespeeld en die door druk van de hand op de binnenzijde van het vel van toonhoogte kan worden veranderd.

    2. Rob Duijf

      De etymologie is controversieel. Zowel tambor als tabor zouden zijn afgeleid van het Perzische tabîr; in het Arabisch is tanbūr een snaarinstrument.

      Ik denk dat de oplossing zit in de speelwijze, namelijk het trommelen of tokkelen op snaren…

    3. Rob Duijf

      Wat me ook nog te binnenschoot is dat sommige typen volksluiten een klankkast hebben die is bespannen met een dierenvel. De luit uit Opper Volta bijvoorbeeld heeft een kalebas als resonator, bespannen met een vel. Aan het uiteinde van de hals hangen ook nog metalen rinkelaars. Ook in China worden dergelijke instrumenten bespeeld, zoals de roean, de san shien en de samisen.
      Een moderne variant is de banjo die zijn oorsprong vond in de langhalsluiten die slaven meenamen naar Amerika. In feite een handtrommel bespannen met een perkamenten vel, voorzien van een gitaarhals. De banjolele werd ontwikkeld uit de ukelele, maar maakt van dezelfde techniek gebruik.

    1. Jeff

      “Een Orfeus in een kerk vind ik best leuk.”

      Ook leuk: fresco’s met voorstellingen van de Odyssee in het Karolingisch westwerk van de abdij van Corvey.

  2. Manfred

    Een snaarinstrument uit de (late) oudheid zonder plectrum is een rariteit.Spelen met de vingers doe je als je harmonisch of polyfoon speelt en dat is een muzikale traditie uit een veel later tijdperk. Daarom veronderstel ik (confirmation bias?) dat het uitsteekseltje aan de rechterduim (die deels onder de andere vingers schuilgaat) van de muzikante een soort duimplectrum is.

  3. jan kroeze

    Op de mozaiek en het terracotta-beeldje zie ik slechts 2 snaren, of zie ik iets over het hoofd?
    In de tekst wordt gesproken over 3 snaren.

    1. Orfeus bespeelt op het mozaïek zelfs een viersnarig instrument, gezien het aantal stemknoppen. Dat hij de afgebeelde twee snaren van onderen/achteren kon bereiken, komt me ongeloofwaardig voor. Daar lijkt de Parthische speler beter in te slagen met zijn tanbur in een duidelijk andere positie. Vergelijk de moderne rock-gitarist die arm en hand echter boven en over de voorkant van het instrument beweegt.

      1. Rob Duijf

        ‘Vermoedelijk maakten de kunstenaars het zich niet al te moeilijk’, zei Jona hierboven. Ik denk dat hij daar gelijk in heeft.

        Ik heb zelf dwarsfluit gespeeld en als ik de iconografie bekijk, zie ik vaak de meest onwaarschijnlijke handhoudingen…

Reacties zijn gesloten.