Keizerin Theophanu

Otto II, Christus en Theophanu (Musée de Cluny, Parijs)

Als ik in Nijmegen ben, ga ik altijd even naar het Valkhof. Het is een van de prettigste parken van Nederland. Je voelt je er altijd net wat vrijer dan in de stad zelf en dat was bij de aanleg ook de bedoeling: in 1795 was de Bataafse Republiek uitgeroepen en Nijmegen vierde de vrijheid door een mooie Engelse tuin aan te leggen op de plek waar ooit de feodale dwangburcht had gestaan. De kapel, gewijd aan Sint-Nikolaas, bleef echter gespaard. Sinterklaas is immers bestand tegen elke modernisering.

We danken de kapel aan de tiende-eeuwse keizerin Theophanu, al heeft zij de voltooiing waarschijnlijk niet meegemaakt. Maar ze is een van de interessantste personages uit de Middeleeuwen. De Lage Landen maakten niet dagelijks een Byzantijns bezoek mee.

Lees verder “Keizerin Theophanu” →

Het Eerste Bulgaarse Rijk (2)

Twee als Bulgaarse soldaten afgebeelde heiligen (Sveti Naum bij Ohrid)

Het ontstaan van de Bulgaarse kerk, waarover ik het gisteren met u had, bracht Bulgarije verder in de Byzantijnse invloedssfeer en het staatsapparaat werd naar Byzantijns model uitgebreid, maar omdat het een autokefale kerk was, kon de Byzantijnse keizer alleen maar dromen van invloed in het Eerste Bulgaarse Rijk, dat groter en groter werd. Bulgarije presenteerde zich inmiddels als alternatief voor het keizerrijk, zeker toen Simeon I (r.893-927) de keizertitel aannam – al werd de Latijnse titel caesar weergegeven als tsar ofwel tsaar. In Constantinopel gold het als een affront dat de man die zij als “vorst” beschouwden zich aandiende als “keizer der Bulgaren en Romeinen”, maar er was weinig tegen te doen.

Het Eerste Bulgaarse Rijk strekte zich op dit moment uit over het huidige Bulgarije, Servië, Noord-Macedonië, Roemenië en Moldavië en bezat binnen de grenzen van het tegenwoordige Griekenland havens aan de Egeïsche Zee en de Adriatische Zee. Om er een cliché tegenaan te gooien: dit was de Gouden Eeuw. De hoofdstad Preslav had zo’n 50.000 inwoners en was na Constantinopel de grootste stad in Europa. En ook al kende het land geen muntslag en waren de steden klein, voor de regio was het inderdaad een naar omstandigheden welvarende staat.

Lees verder “Het Eerste Bulgaarse Rijk (2)” →

Het Eerste Bulgaarse Rijk (1)

Krum krijgt te drinken aangeboden uit het bekkeneel van Nikeforos I.

Ik wilde al een tijdje een blogje schrijven over het Eerste Bulgaarse Rijk, dat bestond tussen 681 en 1018. De aanleiding: ik organiseer een reis naar Bulgarije, en dit soort blogjes zijn niet alleen een vriendelijk soort reclame, maar ook mijn manier om mijn reisbegeleiderskennis te structureren. De actualiteit biedt nu een extra reden: de stoffelijke resten van een van tsaar Samuel van Bulgarije (r.997-1014) zijn afgelopen weekend overgebracht naar Sofia en daar begraven. Samuel was een van de laatste heersers van het Eerste Bulgaarse Rijk, verantwoordelijk voor een laatste succes én de definitieve ondergang.

Asparuch

Maar eerst het begin. In het voorjaar van 681 na Chr. trok khan Asparuch met een groep (proto)Bulgaren over de rivier de Donau. De Byzantijnse keizer Konstantijn IV, die een belangrijke kerkelijke vergadering voorzat, onderbrak zijn bezigheden en trok vanuit Constantinopel de nieuwkomers tegemoet, werd verslagen en erkende de aanwezigheid van de Bulgaren op de zuidelijke oever van de stroom. Ik vertelde al eens dat Konstantijn Asparuch afkocht, dat de khan zo de middelen had om andere leiders uit te kopen en begon met de opbouw van een bescheiden staatsapparaat, met als voornaamste residenties Pliska en Silistra. Dit was het begin van het Eerste Bulgaarse Rijk.

Lees verder “Het Eerste Bulgaarse Rijk (1)” →

Een verrassing in Porto Torres

De kerk van San Gavino in Porto Torres

[De Belgische oudhistoricus Jeroen Wijnendaele, de auteur van De wereld van Clovis, ging op vakantie naar Sardinië, zag van alles en deed verslag op BlueSky en hier is een vertaling.]

De Sardijnse havenstad Porto Torres oogde aanvankelijk als een teleurstelling. Dit was in de Oudheid de belangrijkste stad in noordelijk Sardinië, en de enige die door de Romeinen was gesticht (Turris Libisonis). De huidige gemeente bezit een van de belangrijkste archeologische parken op het eiland en zoals een collega uit het even verderop gelegen Sassari het uitdrukte: “Hier is de moderne Sardijnse archeologie geboren”.

En toch: een teleurstellend begin. Net als in Olbia was het archeologisch museum wegens renovatiewerkzaamheden tijdelijk gesloten. Ik had echter geen idee dat me in Porto Torres, meer precies in de basiliek van San Gavino, een donderende verrassing stond te wachten, en dat nota bene op mijn eigen terrein: de Late Oudheid.

Lees verder “Een verrassing in Porto Torres” →

Wie gaat er mee naar Bulgarije?

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

Ik moet even reclame maken. Dat vind ik vervelend, want ik vind het veel leuker om u te informeren en ik denk dat u ook liever geen reclame leest. (Ik ken overigens wel aardige mensen uit de reclamebranche, maar dat terzijde.)

Enfin. Ik moet reclame maken voor de reis naar Bulgarije die ik volgend jaar organiseer aan het einde van de lente. Bulgarije is voor Nederlanders en Vlamingen geen heel bekende bestemming, maar het is een prettig land, dat niet alleen een interessant antiek verleden heeft, maar ook een boeiende twintigste-eeuwse geschiedenis. In landen die ooit achter het IJzeren Gordijn lagen, heeft men vaak net wat andere ervaringen en net wat andere visies op de wereld. Dat maakt een bezoek leuk.

Lees verder “Wie gaat er mee naar Bulgarije?” →

Het apothekershandboek: Dioskourides

Manuscript van Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Hoe verspreidt een cultuur zich? In elk geval via mensen, die in het ene land of in het ene deel van een samenleving een aspect oppikken van het complexe geheel dat we cultuur noemen, en dat overplaatsen naar een ander land of ander samenlevingsdeel.

Hasdai ibn Shaprut

Voorwaarde voor cultuuroverdracht is dat er behalve een “zender” en een “overbrenger” ook een “ontvanger” is, en het hof van kalief Abd al-Rahman III van Córdoba (r.912-961) was zo’n plek. Aan zijn hof kreeg de joodse geleerde Hasdai ibn Shaprut een warm onthaal: niet alleen was hij de lijfarts van de vorst, maar ook diens belastinggaarder en secretaris voor Latijnse correspondentie. Daarvoor was natuurlijk kennis van het Latijn noodzakelijk, en Hasdai beheerste die taal in twee varianten: het geschreven Latijn en het gesproken Latijn (ofwel het vroege Spaans). Daarnaast sprak hij natuurlijk Arabisch en Hebreeuws. Zijn talenkennis maakte hem tot de ideale gezant en de kalief stuurde hem dus naar de Byzantijnse keizer Konstantinos VII Porfyrogennetos (r.945-959).

Lees verder “Het apothekershandboek: Dioskourides” →

Onze Lieve Vrouw van Tergu

De kerk van Onze Lieve Vrouw van Tergu

[De Belgische oudhistoricus Jeroen Wijnendaele, de auteur van De wereld van Clovis, ging op vakantie naar Sardinië, zag van alles en deed verslag op BlueSky en hier is een vertaling.]

De kerk van Onze Lieve Vrouw van Tergu is zonder meer een van de mooiste romaanse bouwwerken die ik ooit heb gezien. Het vroegmiddeleeuwse monument is echter meer dan alleen mooi. Het is tevens een prachtig symbool voor wijze waarop het gezag op Sardinië van de keizer in Constantinopel overging naar de onduidelijke giudicati, wat zoiets betekent als “door rechters bestuurde territoria”.

Na de heerschappij van de Vandalen kwam het eiland weer onder keizerlijk gezag na de veldtochten van generaal Belisarius in de jaren 530. De Arabische onderwerping van Byzantijns Afrika tegen het einde van de zevende eeuw, gevolgd door de geleidelijke bezetting van Sicilië in de negende eeuw, zorgden er echter voor dat Sardinië afgesneden raakte van het keizerlijk bestuur.

Lees verder “Onze Lieve Vrouw van Tergu” →

De eerste Bulgaren

Gouden beker uit de Pereshchepina-schat (kopie; Nationaal Historisch Museum, Sofia)

[Dit is het laatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

De tweede etnogenese

In zijn mooie boek over de Avaren onderscheidt Walter Pohl voor de Bulgaren een tweede etnogenese: het volk is voor de tweede keer ontstaan. Dat gebeurde in de vroege zevende eeuw, toen de Avaarse migratie de landkaart had hertekend, maar deze immigranten geen factor van betekenis meer vormden. Rond 635, dus na het Avaarse debacle bij Constantinopel, staakten allerlei stammen in het oostelijke Zwarte Zee-gebied de betaling van tribuut aan de Avaren. Ze clusterden samen onder een nieuwe charismatische leider, die Kubrat (of Kurt of Kubrat of Kobratos) heette en heerste over een gebied dat de Byzantijnen aanduidden als Groot-Bulgarije.

Lees verder “De eerste Bulgaren” →

De proto-Bulgaren

Gesp uit Zuid-Rusland, waar de Bulgaren in de zesde eeuw woonden (Neues Museum, Berlijn)

[Dit is het voorlaatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In de vorige vier blogjes heb ik geprobeerd in kaart te brengen wat we weten kunnen over de geschiedenis van de Slavischsprekenden vanaf hun Urheimat rond de Pripjatmoerassen tot het moment waarop ze, onder de vleugels van de Avaren naar het Balkanschiereiland kwamen. Migratie speelde een heel belangrijke rol, maar ook wat ik “slavificering” heb genoemd: dat mensen de taal en gewoontes van hun Slavische buren overnamen. Dat speelde zeker een rol bij de laatste groep migranten die ik wil behandelen: de Bulgaren. Maar eerst iets anders: de vorming van vroege staten.

Lees verder “De proto-Bulgaren” →

De Slavische volken (4) Oorzaken

Onscherpe foto van een Slavische mantelspeld (Militair Museum, Belgrado)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

Een oorzaak?

Als ik de vorige drie blogjes mag samenvatten:

  • rond 550 woonden de Slavischsprekenden van de Elbe in het noordwesten tot over de Dnjepr in het zuidoosten,
  • met de Avaarse migratie trok de groep die aan de Zwarte Zee woonde, langs de Donau naar het westen

Lees verder “De Slavische volken (4) Oorzaken” →