Een vaas die fluit

Een fluit in de vorm van twee kruikjes, versierd met een panfluitist; Vicus-cultuur (Musée du Quai Branly, Parijs)

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik een groeiende belangstelling heb voor Precolumbiaans Amerika, dus de Nieuwe Wereld vóór Columbus. Natuurlijk is dat eigenlijk dezelfde interesse als mijn belangstelling voor de Oudheid of het Midden-Oosten: een andere wereld die je dwingt na te denken over de wereld waarin je zelf woont. Mijn groeiende belangstelling voor Precolumbiaans Amerika is echter ongestructureerd. Ik lees weleens wat, maar ik ben nooit in Mexico of Peru geweest, en moet het vooral doen met wat ik oppik in volkenkundige musea.

In het Musée du Quai Branly in Parijs zag ik voorwerpen die ik maar zal aanduiden als fluitende vazen. Ze bestaan uit twee kruikjes, waarvan de een open is en de ander gesloten, zij het dat die uitloopt op een fluit. Die is vaak versierd en kan dan bijvoorbeeld de vorm hebben van een mannetje of een vogel of iets anders. De twee vaasjes zijn verbonden door een buisje. Als je nu water giet in het open vaasje, loopt het door het buisje naar het andere kruikje, waar het de lucht wegperst door de fluit. Je kunt die fluitende vazen ook een beetje schudden, dan maken ze (denk ik) korte piepgeluiden.

Lees verder “Een vaas die fluit”

De antieke boogharp

Een boogharp, afgebeeld in het graf van Nakht; hier op een door Claude Bassier gemaakte kopie in met museum van Limoges.)

Het andere type antieke harp was de boogharp. De klankkast van zo’n harp was gemaakt van schildpad, overtrokken met een trommelvel, of gemaakt van uitgehold hout in de vorm van een lepel.noot Als bijzondere vorm van de boogharp heb ik wel de klompharp aangetroffen, dus een houten Hollandse klomp met een stuk bezemsteel met een paar snaren, huisvlijt voor kinderen. Een beroemde afbeelding is die in het graf van Nakht, een hoveling van farao Amenhotep II (r.1427-1401).

We zien hoe een jonge vrouw met de vingers een harp bespeelt met de lengte van haar lichaam, en niettemin slechts twaalf snaren. De klankkast is een uitgehold blok hout met een steel, waardoor het een lepelmodel heeft. De blinde harpspeler in het graf van  blinde harpspeler in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden bespeelt een afwijkend model van de boogharp met acht snaren, geen hoekharp.

Lees verder “De antieke boogharp”

De antieke hoekharp

Reconstructie van een hoekharp uit Ur, met dertien snaren; de aanhechting van de arm aan de klankkast is verstevigd. (©British Museum, Londen)

De oudste dateerbare harp is een zogeheten hoekharp uit ongeveer 2600 v.Chr., gevonden in de koninklijke graven van Ur door Leonard Woolley. Zo’n hoekharp had een met dierenhuid bespannen doos als klankkast, meestal gemaakt van hout, maar ook ander materiaal komt voor. De klankkast van dit dertiensnarige instrument was horizontaal, terwijl de arm omhoog stak.

Uit dezelfde periode dateert de Cycladische harpspeler uit het vorige blogje. Deze hoekharp wordt bespeeld door een zittende man met de harp op zijn knie. Daar is de klankkast verticaal. De snavelachtige versiering aan de bovenkant lijkt op die van de harp op de vaas van de Peleusschilder hieronder.

Lees verder “De antieke hoekharp”

Van eiersnijder tot harp

Een Egyptische aap met een boogharp uit Deir el-Medina (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

Mijn jongste dochter Femke was vijf, en zo gebiologeerd door het geluid van de draadjes van de eiersnijder, dat ze harp wenste te spelen. De faciliteiten waren hier voorhanden en wij kochten een mooie harp voor haar, gebouwd door een professionele bouwer, Mark Lester in Pieterburen.

Deze blog gaat over harpen in de Oudheid, maar voor het goede begrip is het noodzakelijk eerst iets te vertellen over de constructie van de moderne harp. Op afbeeldingen uit de Griekse Oudheid zijn de kithara en de lier alom tegenwoordig. Maar als je er eenmaal op let, kom je ook de harp af en toe tegen.

Lees verder “Van eiersnijder tot harp”

Dwarsfluit aan de Nijl

Een muzikant met een dwarsfluit (Beidha)

Egyptische fluiten, tegenwoordig nay geheten, werden en worden aangeblazen aan de bovenkant van de buis, net als  de afzonderlijke pijpjes van de panfluit, dus alsof je op de hals van een fles blaast.noot Ook de Japanse shakuhachi wordt zo bespeeld. De intrede van de huidige dwarsfluit in West-Europa, die wordt aangeblazen door een gat in de zijwand, zou hebben plaatsgehad vanuit het Oosten via Byzantium in de negende of tiende eeuw. De vroegste West-Europese afbeelding van een dwarsfluit staat in het beroemde Cántigas de Santa Maria uit de dertiende eeuw. Zie hieronder.

Lees verder “Dwarsfluit aan de Nijl”

De koninklijke lier van Ur

Een van de lieren uit Ur in een verlaten Nationaal Museum in Bagdad.

Mijn betere helft en ik waren vorig weekend in Brugge en daar deden we wat mensen zoal doen als ze in Brugge zijn. Kerken bekijken en wafels eten dus, en het bloedreliek bewonderen, flauwe grappen maken over Vlaamse primitieven, lunchen, je machteloos voelen om het gesloten archeologiemuseum, boekhandels in en uit lopen, flaneren langs middeleeuwse (en middeleeuwachtige) huizen, koffie drinken, schilderijenmusea bezoeken, filmlocaties herkennen, uitwijken voor andere toeristen, de laatste Ken Broeders aanschaffen en vooral: je laten verrassen.

Harpconcert

Dat laatste bijvoorbeeld bij een concert van harpist Luc Vanlaere. Zijn concertzaaltje is nauwelijks te missen, want het zit meteen naast het Sint-Janshospitaal, dat museum met al die schilderijen van Hans Memling. Drie keer per dag verzorgt Vanlaere daar een kort concert. Het trok onze aandacht omdat hij leek te gaan spelen op een reconstructie van de lieren uit Ur, waarover ik al eens schreef. Een Sumerisch snaarinstrument is niet het eerste dat je verwacht in Brugge en dus met recht een verrassing.

Lees verder “De koninklijke lier van Ur”

Een beschadigde Sumerische lier

De koninklijke lier van Ur in een verlaten Nationaal Museum in Bagdad.

Deze Sumerische lier is te zien in het National Museum in Bagdad. Het snaarinstrument komt uit de koninklijke tombes van Ur, een stad in het zuiden van Irak. Daarom staat het bekend als de koninklijke lier van Ur. Het snaarinstrument dateert uit de derde fase van de vroegdynastieke periode, wat een voorzichtige manier is om te zeggen dat het voorwerp stamt uit de tijd tussen pakweg 2600 en 2370 v.Chr. Waarom men het instrument doorgaans dateert aan het begin van die periode, weet ik niet.

Lees verder “Een beschadigde Sumerische lier”

Muzikantengraf

Grafsteen (Museo Nacional de Arte Romano, Mérida)

De bovenstaande inscriptie is te zien in het Museo Nacional de Arte Romano in het Spaanse Mérida. Ik ben er in of rond 1990 geweest en heb toen dia’s gemaakt, maar die heb ik cadeau gedaan aan het Archeologisch Instituut van de VU en ik heb ze niet meer. (Het zou me trouwens verbazen als ze die nog hadden – mijn eigen dia’s staan ook al jaren op zolder stof te vangen.) De foto hierboven is dan ook gemaakt door een vriend die een huisje in Spanje heeft en weleens oudheden voor me fotografeert.

Getuige de inscriptie heeft een zekere Lutatia Severa de steen opgericht en gewijd aan de ziel van de zestienjarige meisje Lutatia Lupata. De afkorting aan het einde, HSESTTL, betekent Hic sita est. Sit tibi terra levis, “Ze ligt hier begraven. Moge de aarde licht voor je zijn.” De relatie tussen de twee vrouwen wordt aangegeven met het woord alumna, wat vermoedelijk slaat op een leerlinge maar ook kan slaan op een pleegdochter. De naamovereenkomst suggereert dat de lerares een vrijgelatene was van de familie van de overledene. Waarom de ouders of broers van het meisje geen aandeel hadden in de begrafeniskosten? Uw gok is zo goed als de mijne. Misschien was de jonge vrouw verstoten, misschien waren er geen familieleden en hebben we niet te maken met een lerares maar een pleegmoeder.

Lees verder “Muzikantengraf”

Fluitende neanderthalers

Fluit (Nationaal Museum van Slovenië, Ljubljana)

Cerkno is een dorpje in westelijk Slovenië, richting Italiaanse grens. Archeologen vonden in een grot die “Divje babe” wordt genoemd het bovenstaande voorwerp: een stuk bot, afkomstig van een holenbeer, waarin gaten waren geboord. Een fluit.

Een leuke vondst natuurlijk, maar de echte sensatie was de ouderdom: het voorwerp is 60.000 jaar oud. Dat is fors ouder dan twee andere fluiten, die beide zijn gevonden in zuidelijk Duitsland, te Hohler Fels en Geiβenklösterle. Die zijn zo’n 39.000 tot 40.000 jaar oud. De fluit uit Cerkno is dus niet zomaar wat ouder, maar heel erg veel. En dat maakt het ook heel erg veel leuker.

Lees verder “Fluitende neanderthalers”