Hoi! Je past niet in ons profiel

Standvastigheid: de eerste eigenschap voor een sollicitant. Gevelsteen, Sint-Luciënsteeg, Amsterdam

[De stad Yerevan bestaat deze maand 2800 jaar en daar moest ik heen. Vandaag een gastblog van Lauren de Lange – van Zoonen. Ze heeft een erg leuke blog.]

Sinds vijf maanden behoor ik samen met duizenden andere Nederlanders tot de categorie “werkzoekenden”. Om het UWV te citeren “doe ik mijn best om werk te vinden” en verricht ik sollicitatie-activiteiten die tot een baan zouden kunnen leiden, ook bij bedrijven en organisaties waar al eerder mijn interesse kenbaar heb gemaakt. Eén zo’n organisatie, waar ik mij ondanks herhaalde afwijzingen niet uit het veld heb laten slaan, betreft een hogeschool in Enschede.

Onlangs solliciteerde ik er voor een zevende keer (in acht jaar tijd) en op vrijdag 3 augustus jl. ontving ik bericht. Als geoefende lezer op dit gebied, hoefde ik de mail niet in zijn volledigheid te lezen, want de openingszin volstond: “We hebben ontzettend veel geschikte reacties ontvangen”. Voor de zekerheid las ik nog even de laatste zin: “We wensen je veel succes toe met je verdere sollicitaties”. De reden dat ik was afgewezen? “Je past niet in ons profiel”. De standaardafwijzing die vrijwel elk bedrijf of organisatie hanteert.

Elke keer weer vraag ik mij dan af hoe ik die afwijzing moet interpreteren. Zeker als het een baan betreft waar ik elk hokje in het functieprofiel kon aanvinken met een “JA”. Dus ga ik zelf maar een invulling geven aan deze afwijzing. Ben ik met mijn zevenendertig jaar te oud? Heb ik te veel praktijkervaring? Ben ik te hoog opgeleid? Zijn het mijn rammelende eierstokken waar men zich zorgen over maakt? Of zijn er andere zaken die een rol spelen die men niet in het functieprofiel heeft opgenomen, zoals een voorkeur om deze intern in te vullen?

Het aantal keren dat je als sollicitant een persoonlijke afwijzing ontvangt met feedback is op één hand te tellen. Men heeft immers “vele geschikte reacties ontvangen” dus de tijd ontbreekt om iedereen te schrijven.

Maar heeft een sollicitant niet het recht te weten op welke grond(en) hij/zij is afgewezen? En is het niet de taak van een HR-medewerker om dit op te pakken, net zoals ieder ander werkend persoon geacht wordt de taken binnen zijn/haar functie uit te oefenen? Als ik naar de bakker ga, verwacht ik een brood te kunnen kopen. Als ik naar het reisbureau ga, verwacht ik dat een van de medewerkers mijn vakantie kan inboeken. Als ik dus een sollicitatiebrief verstuur, verwacht ik dus ook een professioneel antwoord van een HR-medewerker.

Van een professioneel antwoord van deze hogeschool was in elk geval geen sprake. De medewerker (niet eens van de afdeling HR) ving in de aanhef van deze email aan met een simpel “Hoi” waar mijn nekharen van overeind gingen staan. Het tutoyeren is tot daar aan toe en alhoewel ik mij nog niet zo oud voel als bepaalde sectoren van de arbeidsmarkt mij zouden willen wegzetten – met de grote vraag naar stagiaires en pas afgestudeerden met 5 jaar werkervaring – kan ik me niet herinneren met deze persoon op het schoolplein te hebben geknikkerd.

Gezien de moeite die ik heb genomen om een op maat gemaakte brief op te stellen en het respect waarmee ik de ontvanger heb bejegend, zou een “geachte” of een “beste” niet misstaan. De “Popie Jopie” adressering en zoveelste onpersoonlijke afwijzing van deze organisatie – die in haar automatische e-mails meldt dat mijn gegevens voor een zekere periode bewaard zullen worden – kon ik niet over mijn kant laten gaan. Derhalve heb ik de bestuurders aangeschreven en hier twee weken later nog een herinnering achteraan gestuurd. Zes weken later heb ik op beide mails nog altijd geen enkele reactie ontvangen.

In mijn ervaring lijkt er steeds meer onbalans te ontstaan tussen werkgevers die zich als koning gedragen en sollicitanten die zich als onderdanen dienen op te stellen. Een mooi voorbeeld betreft een sollicitatiegesprek waarvoor ik deze week naar Leeuwarden afreisde. Na een reis van drie uur per trein bleek bij aankomst dat het om een speeddate ging, hetgeen mij niet van te voren was medegedeeld. Drie van de vier aangezeten medewerkers van deze organisatie (niemand van HR) toonden tijdens het gesprek meer interesse in de CV en motivatiebrief die voor hen lag dan in de persoon tegenover hen. Het was een gesprek met weinig diepgang en na 15 minuten kon ik weer aan de terugreis beginnen. De volgende dag werd mij via een voicemail en een email van twee zinnen medegedeeld dat ik niet doorging naar de tweede ronde.

Naast onbalans, lijkt dus ook gemakzucht steeds verder in het sollicitatieproces te sluipen, zoals het ontbreken van een deadline in een functieomschrijving en/of vacatures die eeuwenlang op een website blijven staan, waarna verontwaardiging volgt wanneer men je sollicitatie ontvangt. En wat te denken van automatische antwoorden als: “Hoort u niks van ons, dan behoort u niet tot de geselecteerde kandidaten”. Een soort van “Don’t call us, and we certainly won’t call you”.

Als werkzoekende word je wekelijks bediend van goed bedoelde adviezen van bijvoorbeeld bemiddelingbureaus waarmee je je kansen op de arbeidsmarkt zou kunnen vergroten. Ik sluit dit stuk af met even goed bedoelde adviezen aan de andere partij, de werkgevers:

  1. Als je als werkgever daadwerkelijk veel reacties ontvangt op een vacature is het ongetwijfeld onmogelijk iedereen een persoonlijk bericht te sturen. Ook zal er zeker een verschil zijn tussen sollicitanten die matchen met het profiel en anderen die minder geschikt zijn. Desalniettemin zou ik willen oproepen tot een “menselijker” sollicitatieproces. Beantwoord de interesse waarmee sollicitanten jou bejegenen en houd in het achterhoofd hoe jijzelf bejegend zou willen worden in eenzelfde positie.
  2. Als er in een automatisch antwoord staat dat gegevens van sollicitanten bewaard worden gedurende zoveel tijd, toon dan aan dat dit zo is, dat je hier wat mee doet en dat je interne systemen op orde zijn. Zo creëer je kansen voor jezelf, doordat je mensen die meermalen hun interesse hebben getoond in gedachten kunt houden en kunt benaderen als een passende functie vrijkomt.
  3. Geef duidelijk aan wat je verwachtingen zijn, maar sta open voor nieuwe kansen. Mocht je twijfelen over een ervaren sollicitant, bel dan om duidelijkheid te verkrijgen, bijvoorbeeld over verwachtingen van de kandidaat inzake salariëring.
  4. Wees professioneel en laat de mensen die over het personeelsbeleid gaan hun werk doen. Laat deze medewerkers e-mails opstellen en/of bellen en zorg dat deze mensen aanwezig zijn tijdens een sollicitatiegesprek, opdat de communicatie in goede banen wordt geleid.
  5. Last but not least: vergeet niet dat een sollicitant niet voor niets interesse toont in een bedrijf/organisatie en in bepaalde gevallen simpelweg een tevreden klant zou kunnen zijn. Houden zo!

Lauren de Lange – van Zoonen

15 gedachtes over “Hoi! Je past niet in ons profiel

  1. Nog erger: de recruiter. Die weten nauwelijks iets van het werk af maar doen wel de voorselectie van de brieven. We hebben dan ook altijd een wantrouwend gevoel als er een selectie brieven wordt aangeleverd van – volgens hen – geschikte kandidaten.

    Overigens schrik ik vaak van de brieven die worden ingestuurd. Slecht Nederlands, geen enkele aansluiting op de aangeboden baan, en de naam van het bedrijf en de functie worden vaak niet eens genoemd. Sommige sollicitanten hebben kennelijk gestandaardiseerde brieven die ze lukraak opsturen…….

    Tip voor werkgevers: laat de gesprekken uitvoeren door de mensen op de werkvloer. Zij hebben immers de meeste ervaring met het werk én zij moeten zometeen de hele week met die nieuwe collega op dezelfde afdeling zitten. Bij ons zit dan ook nooit iemand van HRM bij de gesprekken, maar alleen medewerkers en de manager.

  2. MdL

    Beste Lauren, wat je schrijft is voor mij zeer herkenbaar.
    Heb bijvoorbeeld een ‘kennismakingsgesprek’ gehad met een delegatie van vijf (onaangekondigd in de uitnodiging), waarbij amper iets gezegd werd door degeen met wie ik het meest te maken zou krijgen. Een veeg teken.

    De moloch in Enschede waar je over rept heeft mij wel aangenomen. Kreeg een ‘coach’ toegewezen die ik een jaar lang niet heb gezien. Na een jaar mocht hij me wel evalueren. Geen collega die iets negatiefs over me zei, maar ik mocht, net als Pechthold, m’n bureau leegruimen. Toen ik om nadere opheldering vroeg bij de faculteitsdirecteur zei hij ten afscheid de memorabele woorden ‘alles draait om communicatie’. Zijn misvatting had hij niet beter kunnen verwoorden.

    Overigens bestaat de werkvloer sinds jaar en dag uit een tweedeling: extern ben je een “filler, just another brick in the wall”, zolang je in de schil van fexibele medewerkers zit met een tijdelijk contract, zonder vaste aanstelling.

    Een vrouw van 37 brengt een ervaring mee waar jongere nitwits nog een punt aan kunnen zuigen. Maar een netwerk wil wel eens helpen. Succes, Lauren!

  3. Marcel Meijer Hof

    De tijden dat bedrijven en organisaties werkelijk geïnteresseerd zijn in hun employés liggen al een poos achter ons; ik vrees al sinds het onmeunig (Twents voor ‘mateloos’) populair worden van het neo-liberalisme op Angelsaksische leest. Ik heb die omslag aan den lijve ondervonden en ben dankbaar dat ik de ‘rat-race’ voortijdig achter mij kon laten, de consequentie van een bescheiden staatspensioen (WAO) blijmoedig aanvaardend. Het gaf mij tijd en gelegenheid om mij verder te ontwikkelen – het Renaissance-ideaal – en om mij om in te zetten voor het behoud van gebouwd erfgoed, tegenwoordig in die voormalige industrie-stad waar de door U bedoelde hogeschool zich bevindt.
    Ik wens U ruimhartig doorzettingsvermogen !

  4. g.l. gülcher

    Als voormalig hoofd PZ of HRM stemt mij deze verhalen tot diepe treurnis. Een van mijn voormalige bazen (van een grote centrale werkgeversorganisatie) wees mij er indertijd op dat elke afwijzing in feite een beschadiging van de organisatie vormt.
    Mensen die een of meerdere gesprekken hadden gevoerd werden vrijwel altijd telefonisch geïnformeerd over de afwijzing.
    Verder heb ik er altijd naar het gestreefd om het aantal leden van de sollicitatiecommissie zoveel mogelijk te beperken. Desnoods werden er twee gesprekken na elkaar gevoerd. Leverde soms interessante nabesprekingen op.
    Overigens herken ik ook de klacht over klunzige sollicitanten. Dat is de andere kant van de medaille.

    1. Sowieso twee gesprekken, die dan ook nog gevoerd worden door verschillende mensen. Je kunt het beeld dat je van iemand hebt gekregen in het 1e gesprek, dan in het 2e gesprek laten toetsen door je collega’s. Ik heb daar veel aan gehad tijdens het afnemen van sollicitatiegesprekken en het daarna maken van een keuze.

  5. “Solliciteren is de verkeerde indruk wekken op de verkeerde mensen.”

    De verkeerde indruk: ik ben de ideale kandidaat. De kans daarop is vrijwel nihil om twee redenen: 1. er zijn zoveel andere kandidaten dat het wel heel toevallig zou zijn als jij bovenaan eindigt en 2. werkgevers zijn op zoek naar schapen met zesentwintig poten, die bestaan helemaal niet (en als ze wel bestaan, heb je er niks aan, qua schaap dan).

    De verkeerde mensen: negen van de tien keer voer je je sollicitatiegesprek met lieden waar je later – als je eenmaal aangenomen bent – helemaal niet of slechts sporadisch mee samen moet werken.

    Mijn advies: schrijf – volstrekt standaard – sollicitatiebrieven alleen nog maar om het UWV de eenvoudige en makkelijke gelegenheid te bieden om op een kwantificeerbare, controleerbare en transparante manier te controleren of je wel naar werk zoekt. (net als dat je niet betaald wordt voor het werk dat je doet, maar voor het werk dat men dénkt dat je doet, krijg je je uitkering ook niet voor de best die je doet, maar voor de best dat men dénkt dat je doet)

    Ik ben mijn hele werkzame leven (26 jaar) nog nooit (ik herhaal: nog nooit!) aan een baan gekomen via een sollicitatie. Ik zit – ik tel het even na – nu in mijn negende baan en bij mijn elfde werkgever.

    Steek in plaats daarvan al je sollicitatie-energie in netwerken. Ga met mensen praten, laat ze weten wat je wilt, wat je kunt en dan laten ze je vanzelf wel weten als ze ergens iets zien wat wellicht iets voor je is. En neem dan contact op met de mensen die er meer over weten of erover beslissen.

    En stuur nooit meer (ik herhaal: nooit meer!) een sollicitatiebrief naar een instituut dat je al acht keer heeft afgewezen. Tenzij de tekst ongeveer als volgt luidt:

    “Geachte mevrouw, heer,
    Met enige verbazing trof ik uw vacature voor loonslaaf in flexdienst in de krant aan. Mijn verbazing betreft het feit dat u mij zes maanden geleden al eens heeft afgewezen voor een vergelijkbare functie, ondanks het feit dat ik een ideale kandidaat was. Zoiets kan gebeuren natuurlijk, maar aangezien u mij destijds heeft laten weten mijn gegevens een tijdje te willen bewaren, vraag ik mij af waarom u – in plaats van een dure advertentie – mij niet direct benaderd heeft voor deze functie.
    Hoogachtend enz…”

    Wat ik maar zeggen wil: als een sollicitatiebrief absoluut noodzakelijk en de enige mogelijkheid is, stuur dan iets volkomen krankzinnigs. Ik heb ooit een klacht over de behandeling van mijn vrouw geformuleerd in de vorm van een open sollicitatie bij de afdeling fraudebestrijding van de Rabobank (ik ben archeoloog). Ik werd prompt uitgenodigd voor een gesprek én daarna voor een tweede gesprek. Dat ik nu niet bij een bank werk, is overigens logisch: ik weet absoluut niets van de bankwereld. Mijn punt is: alleen zo vat je hun aandacht!

  6. jacob krekel

    En dan heet u nog niet eens (b.v.) Gülen Kaya.
    Ik sluit me bij Richard Kroes aan. Solliciteren is een idioot ritueel. Je wordt geselecteerd en beoordeeld op iets – een brief schrijven een een sollicitatiegesprek voeren – dat voor vrijwel geen enkele baan een functievereiste is, en ook zelden een goede proxy. Hetzelfde geldt voor assessments en tests. Die discrimineren bovendien stabiele personen ten opzichten van wisselvallige lieden. Als je vijf stabielen en vijf wisselvalligen hebt, die gemiddeld even vaardig zijn, dan is het vrijwel zeker dat een van de vijf wisselvalligen via een uitschieter het hoogste scoort – en vervolgens in zijn baan tegenvalt.

    1. Ja, in feite is het natuurlijk een hoop geleuter. Met twee keer een uurtje babbelen krijg je nooit een echt beeld van de sollicitant (en de sollicitant niet van de organisatie). In feite doet de ene partij twee uur lang zijn best om superflexibel, sociaal, collegiaal, assertief, inhoudelijk, ambitieus, nadenkend, doorpakkend, resultaatgericht, mensgericht, relatiegericht etc over te komen, terwijl de andere partij probeert kritisch te zijn en slimme vragen te stellen. Het zijn een soort toneelstukjes.

  7. Maurits de Groot

    Ik sluit mij bij Richard aan. Ik heb als schoolverlater één keer gesolliciteerd (niet aangenomen). Daarna uitsluitend nog via via gewerkt. Nu heet dat netwerken, toen noemden we dat van kruiwagens gebruik maken. Ook mensen waarvan je denkt dat ze niets voor je kunnen doen blijken soms ook weer via via net een beslissend contact te kunnen leggen. Vergeet de “normale’ procedures, wees creatief. Linksom of rechtsom, ik wens je veel succes met het vinden van het voor jou meest geschikte werk.

  8. henk de boer

    “Onlangs solliciteerde ik er voor een zevende keer (in acht jaar tijd)”

    Wellicht wat meer actie ondernemen en vaker solliciteren.. je hebt toch niet meer dan een jaar nodig om een brief te schrijven?

  9. Johan Schenk

    Ik heb een heel kleine tip. Stop geen ergernis in getutoyeerd worden of een populaire toon. Het heeft geen zin, en eigenlijk vind ik het ook nergens op slaan, die ergernis. Vermindert uw ‘self-esteem’ in zo’n geval, wordt uw persoonlijkheid aangetast?
    Geen enkele Duitstalige heeft op het schoolplein met God geknikkerd, en toch is het je en jij voor en na. Op verkeersborden in vele landen (NL, Spanje, Italië, etc) word je ook met je en jij aangesproken, idem Engels natuurlijk.
    Een tweede kleine tip: schrijf beknopter, minder breedsprakig. Als o.a. taligheid van belang is voor een job, zou gehanteerde schrijfstijl voor mij een doorslaggevend selectiecriterium zijn.

    Ik heb ooit één keer een sollicitatiebrief geschreven, heb interessante banen gehad en ben nu gepensioneerd. Aan netwerken had ik een bloedhekel, maar het hielp. Je moet wel van achter je bureautje vandaan komen.
    Succes verder!

Reacties zijn gesloten.