
Ik ben nooit in Matariyya geweest, een oud christelijk heiligdom in de buurt van Cairo. Het heeft echter al zeker een halve eeuw mijn belangstelling, want mijn moeder vertelde me ooit het bijbehorende verhaal, dat zij ongetwijfeld in de jaren veertig van een pater zal hebben gehoord.
Het komt erop neer dat Maria en Jozef, samen met de pas geboren baby Jezus, na de kindermoord van Betlehem op de vlucht waren voor de soldaten van koning Herodes de Grote. (Met de kennis van nu weten we: die soldaten kunnen best weleens Bataven zijn geweest.) Ze waren, zoals ook de evangelist Matteüs vertelt, op weg naar Egypte. Volgens de legende kwamen de soldaten steeds dichterbij, zodat de heilsgeschiedenis dreigde een verkeerde afloop te krijgen. Gelukkig was er een grote boom die, toen de heilige familie even wilde uitrusten, de takken over de vluchtelingen uitspreidde, zodat de soldaten hen niet zagen.
Mijn moeder vertelde dit bij een treurbeuk, en ik geloof dat de pointe was dat treurbeuken sindsdien hun takken laag laten hangen. Sindsdien kan ik geen treurbeuk meer zien zonder aan dit mooie verhaal te denken, dat ongetwijfeld een nummer heeft in de index van Aarne-Thompson-Uther of een ander overzicht van gangbare motieven uit de volksliteratuur. Er zijn allerlei verhalen over planten en bomen die vluchtelingen redden door op een opportuun moment een weg te versperren of te verbergen.
Of mijn moeder heeft geweten dat het verhaal uit Egypte komt, kan ik haar niet meer vragen. De boom in kwestie wordt echter aangewezen in Matariyya, en was uiteraard geen treurbeuk; het was een vijgenboom. Men vertelt ook wel dat er een bron is opgeweld, zodat Maria en Jozef water hadden voor hun kind. Het is interessant dat in deze omgeving een joodse nederzetting was.
Matariyya was en is populair bij de Kopten. Al eeuwen komen pelgrims hierheen om vijgen, stukjes schors of balsem mee te nemen, erop vertrouwend dat de boom daarmee ook hen zal beschermen tegen het kwaad. De plek is in de loop der eeuwen tevens bezocht door andere christenen en door moslims. Laatmiddeleeuwse islamitische schrijvers als Al-Maqrizi en Al-Suyuti maken er melding van. In 1656 stierf de boom, maar franciscaner monniken hadden toen al stekjes gemaakt en wisten een nieuwe boom op te kweken. Inmiddels zijn we alweer toe aan boom numero drie. Tegen het einde van de zeventiende eeuw bezocht de Hollandse tekenaar-wereldreiziger Cornelis de Bruijn de plek en in 1869 maakten de genodigden voor de opening van het Suezkanaal een tochtje naar Matariyya.
Ik ben er dus nooit geweest, maar mijn Libanese vriendin Maya werkt momenteel in Cairo en was zo aardig om er eens langs te gaan. Ze maakte dit filmpje. U ziet de resten van de nieuwe boom uit 1656 en enkele bomen van de derde generatie.
Naschrift
Theo Meder attendeert me erop dat het in de Aarne-Thompson-Uther-index motief 750E is.
Zelfde tijdvak
Arm en straatarm in Rome (3)oktober 18, 2023
Jezus’ geboortejaardecember 24, 2015
De mythe van Mithrasdecember 6, 2023

Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.