Donderdag 20 juli 1944, 19:30 (Berlijn)

Erwin von Witzleben

Kolonel Remer organiseert de tegenaanval en bezet eerst de Stadtkommandantur, een gebouw tegenover het Zeughaus aan de Unter den Linden. Terwijl hij versterkingen zoekt, herschrijft Ludwig Beck, die nog steeds hoopt zijn radiotoespraak te kunnen houden, de regeringsverklaring. Niet langer legt hij uit dat Hitler dood is; in plaats daarvan zal hij zeggen dat het niet ter zake is of deze levend is of niet, aangezien hij moreel al dood was.

Om half acht arriveert maarschalk Von Witzleben, die het opperbevel had moeten overnemen. Von Stauffenberg legt de situatie uit en de maarschalk vat samen dat het al met al een “schöne Schweinerei” is. Hitler leeft, de radio is in handen van het regime, het Verzet heeft de regeringsgebouwen niet weten te behouden. Om kwart over acht vertrekt Von Witzleben, razend van woede.

Zijn houding is representatief voor al Hitlers veldmaarschalken. Ze wisten goed dat ze een misdadig regime dienden en wisten van de gruwelen van het Oostfront, om van de Holocaust nog te zwijgen. Ze wisten het, zoals ze ook wisten dat de Führer een slechte oppercommandant was. Maar hun ondergeschikten moesten Hitler maar zien te vermoorden, zelf namen ze geen verantwoordelijkheid. Günther von Kluge handelde precies zo en generaal Friedrich Fromm in feite ook. Duitsland is op 20 juli in de steek gelaten door degenen die het land het meest hadden moeten verdedigen.

[Terug naar het eerste deel; deze reeks wordt om 21:00 vervolgd.]

5 gedachtes over “Donderdag 20 juli 1944, 19:30 (Berlijn)

  1. Frans

    Die waren natuurlijk bang voor hun eigen hachje. Als je een hoge positie hebt, heb je ook veel te verliezen. Iets met ratten en een zinkend schip, maar ik betwijfel of ik, als ik in Von Witzlebens laarzen had gestaan iets anders had gedaan.

    1. FrankB

      Daar staat dan weer tegenover dat de kans klein was geweest dat u zich destijds in zo’n positie had bevonden. En dat pleit dan weer voor u. U was nooit door de selectie heen gekomen die in de Wehrmacht plaats vond. Alleen wie apolitiek gelijk stelde aan nationalistisch conservatief kon carriere maken. Zie de houding van bv. Von Rundstedt, Guderian en Heinrici in de maanden die volgden. VR las het plan voor het Ardennenoffensief, besefte dat de Duitsers de Maas niet of nauwelijks konden halen, riep uit dat er een einde aan de gekkigheid moest komen en deed vervolgens zijn uiterste best toen hij leiding gaf aan het offensief. G hielp als Chef Generale Staf de nazi’s de ellende zo lang mogelijk te rekken. Heinrici was als belijdend christen er zwaar op tegen de nazileiding te vermoorden, maar verdedigde zich zo hardnekkig mogelijk. Russische soldaten om zeep helpen viel blijkbaar niet onder zijn christelijke gebod.

      1. Frans

        Duh. Ik ben geboren in 1971, dus de kans dat ik me in die positie had bevonden is 0,0. Maar stel nou eens even dat ik was geboren in een Pruisische aristocratische familie in 1891 en me had opgewerkt tot veldmaarschalk en m’n steun had gegeven aan een putsch (heerlijk woord) en er dan achter kwam dat die hele putsch kaputt was. Wat doe je dan? Ik probeerde me in te leven in die situatie en ik begrijp dat het moeilijk, zo niet heel moeilijk kan zijn om de juiste beslissing te nemen.

        1. FrankB

          Dan was u niet diegene geweest die u nu bent. Was u wel degene geweest die u nu bent was u geen veldmaarschalk geworden, zelfs niet als u 80 jaar eerder was geworden. Dat is mijn eenvoudige punt.
          Een paar mensen hier hebben er een afkeer van, maar in feite schetst u een wat-als scenario. Dat werkt alleen als u alle relevante factoren meeneemt, dus ook de invloed die een heel andere omgeving op u zou hebben gehad. Wilt u die minimaliseren dan moet u nagaan hoe dat de kans beïnvloedt om in die hypothetische positie terecht te komen: hoe dan ook 0,0.

          “ik begrijp dat het moeilijk ….”
          Ja, maar daarvoor hoeven we ons niet zo sterk in te leven in de positie van bv. Von Kluge als u probeert.

Reacties zijn gesloten.