De V2 op cinema Rex (2)

Cinema Rex na de inslag van de V2

[Tweede deel van Dirk Zwysens artikel over de V2-aanvallen op Antwerpen. Het eerste was hier.]

Op 16 december 1944 werden de geallieerden in de Ardennen compleet verrast door operatie Wacht Am Rhein, Hitlers laatste wanhopige offensief in het westen. Ook hier was Antwerpen het doel. Het onrealistische plan zou de stad geen moment bedreigen. Toch werd die zestiende ecember een gitzwarte dag in de Antwerpse geschiedenis.

De V2 op de cinema Rex

Die middag zaten heel wat burgers en militairen in cinema Rex (vandaag cinema UGC op de De Keyserlei) te genieten van The Plainsman, een western met Gary Cooper. Om 15u23 werd de zaal opgeschrikt door een felle lichtflits. Onmiddellijk daarna kwam onder hels lawaai het plafond naar beneden. Muren stortten in en het balkon belandde op de toeschouwers eronder.

Lees verder “De V2 op cinema Rex (2)”

De V2 op cinema Rex (1)

De eerste ingeslagen V1 bij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen

Na vier jaar oorlog was het in 1944 duidelijk dat de partij met het meeste materieel de strijd zou winnen. Geconfronteerd met de schier onuitputtelijke stroom voertuigen en wapens, brandstof en munitie die de geallieerden konden produceren, zag het er voor Duitsland niet goed uit. Het enige wat de Duitsers na D-Day konden doen, was proberen de toestroom van dit materieel te saboteren.

Dat lukte deels: hoewel het Duitse front in Normandië eind juni in elkaar stortte, was het vernielde Cherbourg nog een maand lang onbruikbaar. De garnizoenen van Lorient en Saint-Nazaire hielden hun havens tot het einde van de oorlog uit handen van de geallieerden. Door de vlotte opmars door Frankrijk en België in augustus kwam het front steeds verder te liggen van de beperkte aanvoerhavens. Het offensief dreigde te stokken omdat voorraden honderden kilometers moesten afleggen over slechte wegen.

Lees verder “De V2 op cinema Rex (1)”

De Europese canon (41-45)

De Eerste Balkanoorlog

Overmorgen zijn de Europese verkiezingen en met het oog daarop blog ik deze week over de Europese canon. Vandaag vijf onderwerpen vol geweld, met ergens op de achtergrond de doorbraak van het modernisme. De Eerste Wereldoorlog werd gewonnen door de partijen die het meeste innoveerden, en vernieuwing werd het toverwoord van de twintigste eeuw.

De instorting van het Europese systeem

Periode: 1911-1922

Alternatieven: Eerste Wereldoorlog, Vrede van Versailles

Tussen de Europese mogendheden waren altijd fricties en spanningen, maar zolang er koloniën te verdelen waren, was er een bliksemafleider. Toen het verkeerd begon te gaan, was dat dan ook op het laatste stukje wereld dat nog niet was verdeeld: op de Balkan. Het Ottomaanse Rijk was verzwakt, Italië viel het aan in Libië (1911) en in het jaar erop vielen ook Servië, Montenegro, Griekenland en Bulgarije aan. Dat was de Eerste Balkanoorlog. Die duurde bijna acht maanden; de Ottomanen verloren vrijwel al hun Europese bezittingen. De vrede duurde één maand. Toen brak de Tweede Balkanoorlog uit, waarin Servië, Montenegro, Griekenland en het Ottomaanse Rijk zich keerden tegen Bulgarije.

Lees verder “De Europese canon (41-45)”

Alternatieve geschiedenissen van Duitsland

Plantu over de hereniging van Duitsland

Als ik zeg dat een stoplicht op rood staat, is dat de constatering van een eenvoudig feit. Zo’n feit krijgt betekenis als we bedenken dat het ook op groen kan staan. Met het verleden is het niet heel anders. We kunnen eerst vaststellen dat iets het geval is geweest en dat feit krijgt vervolgens betekenis als we de alternatieven overwegen.

Ongebeurde geschiedenissen van Duitsland

Afwegingen over wat niet is gebeurd, de Ungeschehene Geschichte, zijn in de historische analyse altijd impliciet aanwezig. Wie zegt dat iets een “historische gebeurtenis” is geweest, heeft overwogen dat het anders had kunnen gaan. “Het denken over wat potentieel ook mogelijk zou zijn geweest,” zoals de Duits-Israëlische historicus Dan Diner het verwoordt, “helpt ons de verleden werkelijkheid beter begrijpen.”

Lees verder “Alternatieve geschiedenissen van Duitsland”

La petite ligne Maginot

Als ik het goed heb begrepen, was de Belgische regering in 1936 buitengewoon teleurgesteld in haar Franse bondgenoot, die zich niet actief genoeg zou verzetten tegen de opkomst van Adolf Hitler. In oktober van dat jaar verklaarde koning Leopold III zijn land neutraal. Voor de Franse generale staf, die had gemeend dat België, net als in de Eerste Wereldoorlog, zij aan zij met Frankrijk zou vechten tegen de Duitsers, was het herstel van de Belgische neutraliteit een streep door de rekening. Men had gemeend Noord-Frankrijk te kunnen verdedigen in België, waar machtige forten als Battice de Duitsers dagenlang zouden tegenhouden. Nu moest Frankrijk zijn noordgrens verdedigen in eigen land.

De Franse regering besloot daarop om de Maginotlinie, die langs de Frans-Duitse grens lag, te verlengen langs de Belgische grens. Het project, La petite ligne Maginot, begon nog in 1936 en had in 1941 voltooid moeten zijn. In mei 1940 waren de bunkers gereed, maar onvolledig ingericht. Periscopen ontbraken en niet alle geschut was aanwezig. Het was sowieso geen massieve verdedigingslinie zoals de echte Maginotlinie; eerder was het een netwerk van grote en kleine bunkers, met een tankgracht.

Lees verder “La petite ligne Maginot”

Donderdag 20 juli 1944, 23:30 (Berlijn)

De plaats van Becks zelfmoord

Het Bendlerblock is omgeven door troepen die loyaal zijn aan Hitler. Ontsnappen is niet meer mogelijk. In het Bendlerblock verzamelt generaal Fromm, die meer cognac op heeft dan betamelijk is, soldaten om de samenzweerders te gaan arresteren. Hij vindt ze in zijn eigen kantoor: generaal Friedrich Olbricht, kolonel Claus Graf von Stauffenberg, kolonel Albrecht Ritter Mertz von Quirnheim, eerste luitenant Werner von Haeften en – in burger – generaal b.d. Ludwig Beck. “So, meine Herren,” zegt Fromm sarcastisch, “Jetzt mache ich es mit Ihnen so, wie Sie es heute Mittag mit mir gemacht haben.”

Hij sluit zijn arrestanten echter niet op en de samenzweerders zullen daarover niet verbaasd zijn geweest. Ze weten dat Fromm weet dat zij weten dat hij minimaal sinds 15 juli wist van de coup. De arrestanten kunnen raden dat ze gedood zullen worden voordat ze met de Gestapo zullen spreken.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 23:30 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 21:00 (Berlijn)

Claus von Stauffenberg en Albrecht Mertz von Quirnheim

Het overhaaste vertrek van een ziedende Erwin von Witzleben maakt de soldaten in het Bendlerblock duidelijk dat er iets grondig verkeerd is. Eerst was er het bericht dat Hitler dood was, maar ze horen op de radio voortdurend het tegendeel; eerst zou Von Witzleben het opperbevel aanvaarden, nu is hij vertrokken. De manschappen eisen duidelijkheid: leeft Hitler en zo ja, steunen hun officieren de Führer of zijn ze verraders?

Von Stauffenberg spreekt de muiters toe en wordt bijna gelyncht. Er wordt geschoten en de graaf wordt geraakt in zijn linkerschouder. Een deel van de soldaten deserteert en bevrijdt Fromm.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 21:00 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 19:30 (Berlijn)

Erwin von Witzleben

Kolonel Remer organiseert de tegenaanval en bezet eerst de Stadtkommandantur, een gebouw tegenover het Zeughaus aan de Unter den Linden. Terwijl hij versterkingen zoekt, herschrijft Ludwig Beck, die nog steeds hoopt zijn radiotoespraak te kunnen houden, de regeringsverklaring. Niet langer legt hij uit dat Hitler dood is; in plaats daarvan zal hij zeggen dat het niet ter zake is of deze levend is of niet, aangezien hij moreel al dood was.

Om half acht arriveert maarschalk Von Witzleben, die het opperbevel had moeten overnemen. Von Stauffenberg legt de situatie uit en de maarschalk vat samen dat het al met al een “schöne Schweinerei” is. Hitler leeft, de radio is in handen van het regime, het Verzet heeft de regeringsgebouwen niet weten te behouden. Om kwart over acht vertrekt Von Witzleben, razend van woede.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 19:30 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 18:30 (Berlijn)

Otto Ernst Remer

Om 16:00 heeft generaal Friedrich Olbricht aan de stadscommandant van Berlijn, Paul von Hase, opdracht gegeven de regeringsgebouwen te bezetten. Eén van zijn ondercommandanten is majoor Otto Ernst Remer, een lid van de NSDAP, maar ook een plichtsgetrouw man. Von Hase vertrouwt hem en laat hem met drie compagnieën enkele kantoren verzekeren aan de Wilhelmstraβe, waaronder het ministerie van Propaganda. Als Joseph Goebbels, die daar de scepter zwaait, rond 18:30 ziet dat hij is omsingeld, zoekt hij naar zijn capsules cyaankali.

Inmiddels is het radiobericht dat Hitler nog in leven is, echter ook gehoord in de regeringsgebouwen en diverse soldaten, die hun bevelen loyaal uitvoeren, beginnen twijfels te krijgen of het crisisplan wel terecht in werking is gesteld. De commandant van de eigen bewakingsdienst van het propagandaministerie adviseert Remer te overleggen met Goebbels.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 18:30 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 18:00 (Berlijn)

Portret van Claus van Stauffenberg, door Ludwig Thormaelen (uit de George-Kreis)

Von Stauffenberg, die al sinds zes uur in de ochtend aan het werk is, is overal tegelijk mee bezig. Hij telefoneert, soms met twee hoorns tegelijk, om mensen van het reserveleger te vertellen dat de Führer werkelijk dood is. Guido Knopp weet een ooggetuige te citeren.

Hier Stauffenberg! Jawohl, alle Befehle des BdE (Befehlshaber des Ersatzheerers), jawohl, es bleibt dabei, alle Befehle sofort ausführen! Sie müssen sofort alle Rundfunk- und Nachrichtenstellen besetzen! Jeder Widerstand wird gebrochen!

Wahrscheinlich bekommen Sie Gegenbefehle aus dem Führerhauptquartier, aber die sind nicht autorisiert.

Nein, die Wehrmacht hat die vollziehende Gewalt übernommen. Niemand auβer dem BdE ist autorisiert Befehle zu erteilen. Haben Sie verstanden?

Jawohl, das Reich ist in Gefahr. Wie immer in Stunden der höchsten Not hat jetzt der Soldat die vollziehende Gewalt!

Ja, Witzleben ist zum Oberbefehlshaber ernannt. Es ist nur eine formelle Ernennung.

Besetzen Sie alle Nachrichtenstellen, klar? Heil!

Ondertussen had Von Stauffenberg toegegeven dat Hitler waarschijnlijk niet dood was. Veel deed het er niet meer toe: “Der Kerl is ja nicht tot, aber der Laden läuft ja, man kann noch nichts sagen.”

[Terug naar het eerste deel; deze reeks wordt over een half uur vervolgd.]