Donderdag 20 juli 1944, 18:30 (Berlijn)

Otto Ernst Remer

Om 16:00 heeft generaal Friedrich Olbricht aan de stadscommandant van Berlijn, Paul von Hase, opdracht gegeven de regeringsgebouwen te bezetten. Eén van zijn ondercommandanten is majoor Otto Ernst Remer, een lid van de NSDAP, maar ook een plichtsgetrouw man. Von Hase vertrouwt hem en laat hem met drie compagnieën enkele kantoren verzekeren aan de Wilhelmstraβe, waaronder het ministerie van Propaganda. Als Joseph Goebbels, die daar de scepter zwaait, rond 18:30 ziet dat hij is omsingeld, zoekt hij naar zijn capsules cyaankali.

Inmiddels is het radiobericht dat Hitler nog in leven is, echter ook gehoord in de regeringsgebouwen en diverse soldaten, die hun bevelen loyaal uitvoeren, beginnen twijfels te krijgen of het crisisplan wel terecht in werking is gesteld. De commandant van de eigen bewakingsdienst van het propagandaministerie adviseert Remer te overleggen met Goebbels.

Het gesprek vind plaats rond zeven uur. Remer legt uit dat hij de regeringsgebouwen moet bewaken omdat er een staatsgreep gaande is; Hitler is al dood. Goebbels antwoordt dat hij de Führer zojuist nog aan de lijn heeft gehad en stelt Remer voor dat ze de Wolfsschanze bellen. De telefoniste verbindt Goebbels door met Hitler, die zich rechtstreeks richt tot Remer: “Remer, erkennen Sie meine Stimme?” Deze kan alleen “Jawohl, mein Führer!” antwoorden en krijgt zijn tegenbevelen van Hitler zelf, die hem per telefoon ook tot kolonel promoveert.

Vanaf nu hebben de nationaalsocialisten in Berlijn weer de beschikking over troepen. De tegenaanval kan beginnen.

[Terug naar het eerste deel; deze reeks wordt om 19:30 vervolgd.]