Kerstmis in oorlogstijd

Ik denk dat het in 1943 is geweest. Mijn vader had een slagerij in de Achterhoek en “de fabriek” (zo noemde wij altijd de heel grote werkplaats achter ons huis) was voor driekwart door de Duitsers gevorderd. Daar kwamen soldaten om bijvoorbeeld worst te maken maken. Dat konden ze heel goed.

Als kinderen liepen wij er in en uit, want als ze daar bezig waren, kregen we van die jongens wel eens iets lekkers, zoals een stukje gekookte tong of nier. We vonden dat heerlijk, ook als ze tongenworst of nierbrood aan het maken waren.

De leider van dat stel was een zekere heer Schneider. Hij liep nooit in uniform en was tegen  mij altijd heel aardig. Toen ik ziek was, en dat gebeurde in die tijd weleens, moest ik van de huisarts extra suiker eten. Je kon daarvoor extra rantsoenbonnen krijgen maar mijn ouders hebben daar nooit gebruik van gemaakt, want wij hadden het redelijk goed in die periode. Ik heb dat in mijn kinderlijke onschuld aan meneer Schneider verteld en wat gebeurde? De goede man, want hij was gewoon een goede Duitser, bracht elke keer een klein zakje snoepjes voor mij mee. Mijn moeder was heel gereserveerd in deze. Dat is natuurlijk ook te begrijpen. Ik mocht het aannemen, maar er met niemand over praten. Dat kon je in de oorlog ook beter niet doen.

Lees verder “Kerstmis in oorlogstijd”

Oorlog in Nijmegen (8)

Er komt een kwartiermeester vertellen, dat ’s nachts een captain R. zal komen. De soldaat krijgt de huissleutel en schrijft met krijt in grote letters de naam en het legernummer op de groene deur van een slaapkamer. Je hebt in je eigen huis niet veel meer te vertellen.

Een jaar eerder is het gras  in de achtertuin omgespit voor tabaksplanten. Vader heeft de bladeren geoogst, gedroogd en met moeders naaischaar in reepjes geknipt. Hij rookt het ongefermenteerde product in zijn pijp.

Op een herfstige dag ga ik de rijen kale overgebleven staken van de tabaksplanten uit de grond rukken. Ik ruik de herfst. Ik zie ineens major E. op het balkon. Hij staat lachend naar mijn bezigheden te kijken.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (8)”

Oorlog in Nijmegen (7)

Na het bombardement van en de veldslag in Nijmegen was de schade immens. Dit is een luchtfoto uit 1945, toen al veel puin was geruimd

Nijmegen frontstad

Het front is inmiddels stil komen staan. De slag bij Arnhem is verloren. Er vluchten nog steeds Nijmegenaren naar Brabant. Je moet nu wel een ‘permit’ van de geallieerden hebben om gebruik te maken van de bruggen over het Maas- en Waalkanaal. Men vlucht vaak op geallieerde voertuigen.

Nijmegen is maandenlang slechts  met het bevrijde gebied in Brabant verbonden via de “corridor”, d.w.z. de Graafseweg. Men zegt, dat de Duitsers die ’s nachts dwars oversteken. Nijmegen vormt een soort bevrijd eiland, begrensd door de Waal, Maas- en Waalkanaal, Maas en de Duitse grens.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (7)”

De evacuatie van Arnhem

Bombardement van het Bezuidenhout (© Haags Gemeentearchief)

Ik ben misdienaar in de Heilige Mis van 11:30 in de Walburgkerk aan het Walburgplein in Arnhem op de dag van de landingen. De kerk zit tjokvol, zoals gewoonlijk in de laatste Heilige Mis op zondag. Even over twaalf uur gaat het luchtalarm af; de mis gaat gewoon door. Als de mis afgelopen is, moeten de mensen in de kerk blijven zitten. Bij luchtalarm mag men niet over straat gaan. Het is al over enen als er nog geen veilig signaal is afgegeven. De pastoor gaat met de Duitse autoriteiten overleggen hoe de kerkgangers naar huis kunnen gaan. Na enig overleg geven de Duitsers toestemming om de mensen naar huis te laten gaan met de instructie zo dicht mogelijk in de buurt van de bebouwing te lopen. We lopen snel naar huis.

Er zijn veel vliegtuigen in de lucht en vanwege het alarm is het rustig op straat. In de avond raakt een afgedwaalde granaat de schoorsteen van het huis naast ons. Een harde knal en er vallen wat stukjes plafond naar beneden. We blijven de hele nacht in het gangetje bij de badkamer waar we ons het best beschermd voelen. Vermoeid valt iedereen in slaap.

Lees verder “De evacuatie van Arnhem”

Oorlog in Nijmegen (6)

Bevrijdingsmonument, Nijmegen

De slag om Nijmegen

In Nijmegen liggen de spoorrails merendeels dieper dan de straten. Veel bruggen zijn vernield. Het geallieerde verkeer dat over het Maas- en Waalkanaal via de Graafseweg Nijmegen binnenkomt, moet noodgedwongen via onze straat naar de St. Annastraat en vervolgens via het Keizer Karelplein en de Oranjesingel richting Waalbrug. Deze is gespaard gebleven door sabotage van een broer van een schoolgenote. Sabotage in de ogen van de Duitsers.

Behalve tanks rijden enorme boten op wielen voorbij, zogenaamde ducks. Ze moeten  zo snel mogelijk naar Arnhem. Iedereen staat op straat. Ik til mijn zusje op. We krijgen chocolade, die thuis gedeeld wordt. De buurman heeft z’n radio met verlengsnoeren in de voortuin gezet. De Engelse zender staat luid aan. Dan vliegen Duitse vliegtuigen over. Iedereen rent zijn huis in. De radio staat buiten verlaten flink wat geluid te produceren. Vlaggen worden snel in huis gehaald.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (6)”

Oorlog in Nijmegen (5)

De spoorbrug van Nijmegen, een van de doelen van de geallieerde luchtlanding

Zondag 17 september 1944

Vader is jarig. Als we naar de kerk lopen zien we bij H. een deel van de meubels nog op het trottoir staan. O.a. de piano.

Als we weer thuis zijn, zien we de lucht ineens vol parachutisten. Er wordt geschoten. Na het bombardement is een discussie ontstaan, of je in een kelder wel zo veilig bent voor bommen. Je kunt levend begraven worden. Er wordt besloten, dat we gaan schuilen in de inpandige ruimtes in huis. Er wordt een tekenplank op het toilet gelegd. Daar zit moeder met J. op schoot. Ik kan er net dwars bij zitten.

Halverwege de middag moet ik ruilen met zus B. Vader staat dan met zus N. en mij gearmd in de ruimte boven aan de keldertrap. Na enkele uren gaan we weer naar de huiskamer. Op straat lopen vluchtelingen voorbij, richting westen. Ze vertellen dat de Hitlerjugend hun huizen in brand stak.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (5)”

Oorlog in Nijmegen (4)

NSB-ers op de vlucht

Dinsdag 5 september 1944

De geallieerden rukken op in België. Foute burgers en individuele Duitse soldaten vluchten richting Duitsland. Soldaten confisqueren zelfs damesfietsen. De inspecteur van politie vlucht; ook het gezin verderop  op de hoek. Het dochtertje van ongeveer tien jaar draagt een netje met kleren en een houten speelgoedhond. Zielig.

Na deze “Dolle Dinsdag” herstellen de Duitsers zich. Er marcheert een eindeloze stoet Duitsers door onze straat. Waarschijnlijk om de bevolking te intimideren. Zus B. zegt plotseling: “Die soldaat heb ik al eerder gezien.” Over het trottoir lopend tegen de richting van het leger in, zien we dat een gesloten stoet in een driehoek van straten blijft lopen.

Moeder en zus N. gaan met de kinderwagen naar een boer aan de Oude Kleefsebaan bij de Duitse grens om aardappelen te halen

De scholen moeten beginnen, maar men zegt dat de Duitsers middelbare scholieren willen inzetten bij de verdediging van de stad. De jongens moeten loopgraven maken en de meisjes aardappelen schillen en sokken stoppen in de kazernes. De directeuren geven door dat het schooljaar daarom niet begint. We moeten thuis blijven.

Zaterdag 16 september 1944

Zus B. gaat op de step naar Malden om bij een boer maïs te halen. Als ze op een latere datum zou zijn gegaan, was ze misschien van ons afgesneden, toen het front verstarde. Zo zijn sommige families maandenlang verdeeld geweest.

De onderwijskrachten van heel Nijmegen zijn opgeroepen om naar het stadhuis te komen. Zus N. duikt onder bij vrienden. Vader gaat om te horen hoe of wat. De foute burgemeester L. vraagt dan aan de ambtenaar die de binnenkomenden noteert: “Zijn er nog, die er niet zijn?”  Dat wordt een gevleugelde uitdrukking in de familie.

De burgemeester stelt dat we het gezag moeten gehoorzamen dat aan de macht is. Als er andere personen de macht zouden krijgen, zou hij die gehoorzamen.

Kleine kinderen in de buurt spelen voor verpleegstertje. Zusje J. wil ook een witte sluier. Moeder geeft een luier, die aan het eind van de oorlog dienst doet als theedoek. Ik plak er een rood kruis op. We lopen samen de straat uit. J. trots als verpleegster. Bij de hoek van de St. Annastraat komt een groep Duitsers in looppas onze straat in. Ze hebben beige werkpakken aan en petten op met doodskoppen. Het geeft een gevoel van bedreigd worden. Ik breng J. snel naar huis en ga weer naar buiten.

Bij de schooldirecteur in onze straat zijn de eerder genoemde Duitsers het huis aan het leeghalen als represaille voor de weigering het schooljaar te laten beginnen. Kleren en meubels worden op straat gezet. Mannen, die toevallig passeren, moeten helpen. Een vriendinnetje, haar broer en ik zitten op het hek van de buren, die op een hoek wonen. Wij waarschuwen voorbijlopende mannen, die dan schielijk de zijstraat ingaan. Een man vindt het onzin en loopt door. Hij moet helpen. Wij zeggen tegen elkaar: eigen schuld. We zijn toch nog kinderen.

[Vandaag een bijdrage van Corry Tolhuizen, die dit lang geleden schreef voor een ter ziele gegane website met de verhalen van gewone mensen over historische gebeurtenissen. Haar stukjes, twaalf in getal, waren te aardig om ze definitief van het internet te laten verdwijnen. De komende maanden zal ik er meer van herpubliceren.]