Oorlog in Nijmegen (3)

[Vandaag een bijdrage van Corry Tolhuizen, die het onderstaande schreef voor een ter ziele gegane website met de verhalen van gewone mensen over historische gebeurtenissen. Haar stukjes, twaalf in getal, waren te aardig om ze definitief van het internet te laten verdwijnen. De twee eerste stukjes waren hier en daar en ik zal de komende maanden meer van herpubliceren.]

Zomer ’44

Er is ’s nachts vaak onrust in de lucht. De geallieerden vliegen over richting Ruhrgebied, waar veel industrie is. We zingen dan onder meer “Van de hele firma Krupp staat alleen nog maar de stoep.”

Soms vallen er verdwaalde bommen op Nijmegen. We zien hoe Duitse schijnwerpers de hemel afzoeken. Er worden ook wel vliegtuigen neergeschoten.

Vader vertelt dat de geallieerden nu “vliegende forten” hebben. Ik stel me een soort kastelen in de lucht voor.

In een nacht met veel vliegverkeer vluchten we weer eens naar de slaapkamer van vader en moeder. Drie personen aan het hoofdeinde en drie aan het voeteneinde. We bidden de rozenkrans. Dan vindt buiten een ontploffing plaats en rollen we over elkaar heen… we zijn niet getroffen, maar door het ledikant gezakt.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (3)”

Oorlogsmonument

Bezuiden de rivieren was Nederland bevrijd maar doordat de geallieerden de slag om Arnhem niet hadden kunnen winnen, was het noorden van het land nog in handen van de Duitsers. De hongerwinter stond op het punt te beginnen toen in de nacht van 27 op 28 november 1944 een Britse mosquito, op weg naar Neuss, neerstortte in het IJsselmeer. De reden van de crash is niet bekend.

Eén van de bemanningsleden, M. Williamson, werd krijgsgevangen genomen. De andere inzittende, A.E. Kitchen, kwam om het leven. Zijn lichaam werd pas drie maanden later, op 4 maart 1945, geborgen.

Lees verder “Oorlogsmonument”

Ontsnapping uit Duitse gevangenschap

Monumentje voor het voormalige Huis van Bewaring, Amsterdam

Mijn vader, Gradus Bijvoets, had een lettergieterij/zetterij in de Jordaan, waar hij in de Tweede Wereldoorlog zetsels maakte voor verzetskrantjes en -pamfletten. Dat letterzetten ging toen nog met de hand: blokjes waarop een metalen letter een voor een in gleufjes in een groot blok schuiven. Wij vonden het leuk om daarbij te helpen, maar bij bovengenoemd werk mocht dat niet vanwege het gevaar van een inval door de bezetter.

Een zekere “Bart”, ironisch genoeg een vriend van mijn zussen die in Haarlem woonden, werkte zogenaamd als letterzetter in het bedrijf, maar in werkelijkheid leverde hij de teksten en was verbindingsman tussen mijn vader en het verzet. Op een dag laadden beide heren zetsels in fietstassen en togen op weg om ze af te leveren. Op de Prinsengracht zagen ze een Duitse patrouille die voorbijgangers, ook fietsers, aanhielden en controleerden. Haastig zetten ze hun fietsen tegen de gevel en probeerden zo, als onschuldige wandelaars die niets compromitterends bij zich hadden, langs de patrouille te komen. Helaas waren de Duitsers al te dichtbij en vermoedden verband met de fietsen. Ze werden in ieder geval, met fietsen, meegenomen naar de dichtstbijzijnde gevangenis, die waar nu Paradiso is.

Lees verder “Ontsnapping uit Duitse gevangenschap”

Oorlog in Nijmegen (2)

Het stadhuis van Nijmegen is een modern gebouw recht achter het historische raadhuis. Het is gebouwd op de plaats van een school die bij het bombardement werd getroffen. Deze foto’s van de overleden kinderen zijn te zien in de hal van het stadhuis.

[Enkele jaren geleden had ik op de Livius.org-website een collectie verhalen die je met enige goede wil kon aanduiden als “ooggetuigen van de twintigste eeuw”: gewone mensen die schreven over ongewone dingen die ze hadden meegemaakt. Omdat dat toch een beetje een Fremdkörper was, heb ik ze weggehaald en ik plaats ze nu hier. Gisteren en vandaag twee stukjes over Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog.]

December 1943

De Duitsers nemen ons schoolgebouw in beslag. We krijgen nu halve dagen les in de universiteitbibliotheek in de Muchterstraat, hartje stad. De universiteit is gesloten. De hoogste klassen krijgen ’s morgens les, wij ’s middags.

Februari 1944

Het is traditie op onze school dat op de dinsdagmiddag van Carnaval alle klassen een eigen toneelstukje opvoeren. We zijn druk bezig met de voorbereiding. Dan komt de praeses van de schoolclub uit 5-gym vertellen dat de zusters geen zaal hebben kunnen huren. We krijgen daarom op carnaval een vrije dag. Het zal blijken dat hierdoor veel levens zijn gered.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (2)”

Oorlog in Nijmegen (1)

[Enkele jaren geleden had ik op de Livius.org-website een collectie verhalen die je met enige goede wil kon aanduiden als “ooggetuigen van de twintigste eeuw”: gewone mensen die schreven over ongewone dingen die ze hadden meegemaakt. Omdat dat toch een beetje een Fremdkörper was op die website, heb ik ze weggehaald en ik plaats ze nu hier. Vandaag en morgen twee stukjes over Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een gastbijdrage van mevrouw Corry Tolhuizen.]

1. Het laatste jaar van de bezetting van Nijmegen

Na het toelatingsexamen ga ik naar de eerste klas van Mater Dei, het lyceum van de Ursulinen aan de Berg en Dalseweg aan de andere kant van Nijmegen. Ik krijg een tramabonnement.

Het lesrooster omvat onder andere vier uur Duits per week en geen Engels. Wij moeten van een of andere foute instantie ons geschiedenisboek inleveren (Het Rijk van de Tijd). We krijgen het later terug met blanco papiertjes over de alinea’s die de Duitsers niet bevallen. Het plaksel is niet los te krijgen.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (1)”

MoM | Physics of Society (2)

65536 coalities en hun interne frictie. Slechts twee coalities zijn stabiel.

In het eerste stukje legde ik uit dat “physics of society” veronderstelt dat veel menselijke gedragingen zijn te herleiden tot een beperkt aantal regels, die je in een computerprogramma kunt simuleren. Daarmee kunnen ook onverwachte gebeurtenissen worden verklaard. Het gaat hier echter vooral om redelijk alledaagse situaties. Kun je het ook gebruiken op de menselijke geschiedenis? Het antwoord is dat er wel wat mogelijk is en dat je, door zo’n computersimulatie duizenden keren te laten draaien, zou kunnen benaderen welke factoren er werkelijk toe doen. De implicatie is dat je dan ook de toekomst kunt voorspellen en dat voelt intuïtief niet aan alsof dat klopt. Slecht verzonnen science fiction. Misschien is het ook wel zo, maar laten we eerst eens kijken naar wat mogelijk is.

Een mooi voorbeeld is het ontstaan van de allianties die in de Tweede Wereldoorlog tegenover elkaar kwamen staan, zoals deze is beschreven door de Amerikaanse onderzoekers Robert Axelrod en Scott Bennett (“A Landscape Theory of Aggregation“, 1993). Ze gingen ervan uit dat er niet één aantrekkende en afstotende kracht was, zoals in de voorbeelden uit het voorgaande stukje, maar vijf. Elk land kon zich tot een ander aangetrokken voelen (of juist niet) om economische, etnische, ideologische, religieuze en historische redenen. Dit duidden Axelrod en Bennett aan als +1 of -1. Een zesde factor waren grensconflicten, die alleen als -1 konden worden aangegeven. Daarnaast werd de macht van elk land berekend aan de hand van zaken als demografie, militaire kracht en bruto nationaal product.

Lees verder “MoM | Physics of Society (2)”

Luchtoorlog in Friesland

Zoals de trouwe lezers van deze blog zich wellicht herinneren, heb ik deze zomer drie maanden in Friesland gewerkt en gewoond. Omdat Tresoar, mijn werkplek, ineens een avondsluiting kende, had ik onvoorzien nogal wat lege avonden en ik heb tientallen kilometers gefietst over het vlakke Friese land, waarbij ik op een gegeven moment belandde in IJlst, waar vlakbij het station een monumentje was voor twee Canadese vliegeniers die daar waren neergestort. Ik blogde erover.

Op een bordje stond zeer kort stond samengevat wat er was gebeurd. Het sprak me erg aan omdat ik niet houd van de van alles roepende strijdbare opschriften op oorlogsmonumenten, terwijl ik ontroerd ben als men het beperkt houdt tot het eigenlijke drama, dat al erg genoeg is.

Het monumentje was in een samenwerking met een lokaal comité geplaatst door de Stichting Missing Airmen Memorial Foundation (SMAMF) en ik had daarover in Leeuwarden een gesprek met bestuurslid Douwe Drijver. Hij vertelde me dat de stichting probeert “de overledenen een naam en een gezicht terug te geven”. Tijdens de oorlog zijn in Friesland en omliggende wateren zo’n 500 vliegtuigen neergestort, waarbij vliegeniers zijn omgekomen die lang niet altijd konden worden geïdentificeerd. De SMAMF probeert nu met locatie- en archiefonderzoek te achterhalen wie zijn omgekomen, probeert foto’s van de overledenen te verwerven en dan een gedenkteken te laten oprichten. Zoals in IJlst.

Lees verder “Luchtoorlog in Friesland”