Oorlog in Nijmegen (7)

Na het bombardement van en de veldslag in Nijmegen was de schade immens. Dit is een luchtfoto uit 1945, toen al veel puin was geruimd

Nijmegen frontstad

Het front is inmiddels stil komen staan. De slag bij Arnhem is verloren. Er vluchten nog steeds Nijmegenaren naar Brabant. Je moet nu wel een ‘permit’ van de geallieerden hebben om gebruik te maken van de bruggen over het Maas- en Waalkanaal. Men vlucht vaak op geallieerde voertuigen.

Nijmegen is maandenlang slechts  met het bevrijde gebied in Brabant verbonden via de “corridor”, d.w.z. de Graafseweg. Men zegt, dat de Duitsers die ’s nachts dwars oversteken. Nijmegen vormt een soort bevrijd eiland, begrensd door de Waal, Maas- en Waalkanaal, Maas en de Duitse grens.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (7)”

De evacuatie van Arnhem

Bombardement van het Bezuidenhout (© Haags Gemeentearchief)

Ik ben misdienaar in de Heilige Mis van 11:30 in de Walburgkerk aan het Walburgplein in Arnhem op de dag van de landingen. De kerk zit tjokvol, zoals gewoonlijk in de laatste Heilige Mis op zondag. Even over twaalf uur gaat het luchtalarm af; de mis gaat gewoon door. Als de mis afgelopen is, moeten de mensen in de kerk blijven zitten. Bij luchtalarm mag men niet over straat gaan. Het is al over enen als er nog geen veilig signaal is afgegeven. De pastoor gaat met de Duitse autoriteiten overleggen hoe de kerkgangers naar huis kunnen gaan. Na enig overleg geven de Duitsers toestemming om de mensen naar huis te laten gaan met de instructie zo dicht mogelijk in de buurt van de bebouwing te lopen. We lopen snel naar huis.

Er zijn veel vliegtuigen in de lucht en vanwege het alarm is het rustig op straat. In de avond raakt een afgedwaalde granaat de schoorsteen van het huis naast ons. Een harde knal en er vallen wat stukjes plafond naar beneden. We blijven de hele nacht in het gangetje bij de badkamer waar we ons het best beschermd voelen. Vermoeid valt iedereen in slaap.

Lees verder “De evacuatie van Arnhem”

Oorlog in Nijmegen (6)

Bevrijdingsmonument, Nijmegen

De slag om Nijmegen

In Nijmegen liggen de spoorrails merendeels dieper dan de straten. Veel bruggen zijn vernield. Het geallieerde verkeer dat over het Maas- en Waalkanaal via de Graafseweg Nijmegen binnenkomt, moet noodgedwongen via onze straat naar de St. Annastraat en vervolgens via het Keizer Karelplein en de Oranjesingel richting Waalbrug. Deze is gespaard gebleven door sabotage van een broer van een schoolgenote. Sabotage in de ogen van de Duitsers.

Behalve tanks rijden enorme boten op wielen voorbij, zogenaamde ducks. Ze moeten  zo snel mogelijk naar Arnhem. Iedereen staat op straat. Ik til mijn zusje op. We krijgen chocolade, die thuis gedeeld wordt. De buurman heeft z’n radio met verlengsnoeren in de voortuin gezet. De Engelse zender staat luid aan. Dan vliegen Duitse vliegtuigen over. Iedereen rent zijn huis in. De radio staat buiten verlaten flink wat geluid te produceren. Vlaggen worden snel in huis gehaald.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (6)”

Oorlog in Nijmegen (5)

De spoorbrug van Nijmegen, een van de doelen van de geallieerde luchtlanding

Zondag 17 september 1944

Vader is jarig. Als we naar de kerk lopen zien we bij H. een deel van de meubels nog op het trottoir staan. O.a. de piano.

Als we weer thuis zijn, zien we de lucht ineens vol parachutisten. Er wordt geschoten. Na het bombardement is een discussie ontstaan, of je in een kelder wel zo veilig bent voor bommen. Je kunt levend begraven worden. Er wordt besloten, dat we gaan schuilen in de inpandige ruimtes in huis. Er wordt een tekenplank op het toilet gelegd. Daar zit moeder met J. op schoot. Ik kan er net dwars bij zitten.

Halverwege de middag moet ik ruilen met zus B. Vader staat dan met zus N. en mij gearmd in de ruimte boven aan de keldertrap. Na enkele uren gaan we weer naar de huiskamer. Op straat lopen vluchtelingen voorbij, richting westen. Ze vertellen dat de Hitlerjugend hun huizen in brand stak.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (5)”

Oorlog in Nijmegen (4)

NSB-ers op de vlucht

Dinsdag 5 september 1944

De geallieerden rukken op in België. Foute burgers en individuele Duitse soldaten vluchten richting Duitsland. Soldaten confisqueren zelfs damesfietsen. De inspecteur van politie vlucht; ook het gezin verderop  op de hoek. Het dochtertje van ongeveer tien jaar draagt een netje met kleren en een houten speelgoedhond. Zielig.

Na deze “Dolle Dinsdag” herstellen de Duitsers zich. Er marcheert een eindeloze stoet Duitsers door onze straat. Waarschijnlijk om de bevolking te intimideren. Zus B. zegt plotseling: “Die soldaat heb ik al eerder gezien.” Over het trottoir lopend tegen de richting van het leger in, zien we dat een gesloten stoet in een driehoek van straten blijft lopen.

Moeder en zus N. gaan met de kinderwagen naar een boer aan de Oude Kleefsebaan bij de Duitse grens om aardappelen te halen

De scholen moeten beginnen, maar men zegt dat de Duitsers middelbare scholieren willen inzetten bij de verdediging van de stad. De jongens moeten loopgraven maken en de meisjes aardappelen schillen en sokken stoppen in de kazernes. De directeuren geven door dat het schooljaar daarom niet begint. We moeten thuis blijven.

Zaterdag 16 september 1944

Zus B. gaat op de step naar Malden om bij een boer maïs te halen. Als ze op een latere datum zou zijn gegaan, was ze misschien van ons afgesneden, toen het front verstarde. Zo zijn sommige families maandenlang verdeeld geweest.

De onderwijskrachten van heel Nijmegen zijn opgeroepen om naar het stadhuis te komen. Zus N. duikt onder bij vrienden. Vader gaat om te horen hoe of wat. De foute burgemeester L. vraagt dan aan de ambtenaar die de binnenkomenden noteert: “Zijn er nog, die er niet zijn?”  Dat wordt een gevleugelde uitdrukking in de familie.

De burgemeester stelt dat we het gezag moeten gehoorzamen dat aan de macht is. Als er andere personen de macht zouden krijgen, zou hij die gehoorzamen.

Kleine kinderen in de buurt spelen voor verpleegstertje. Zusje J. wil ook een witte sluier. Moeder geeft een luier, die aan het eind van de oorlog dienst doet als theedoek. Ik plak er een rood kruis op. We lopen samen de straat uit. J. trots als verpleegster. Bij de hoek van de St. Annastraat komt een groep Duitsers in looppas onze straat in. Ze hebben beige werkpakken aan en petten op met doodskoppen. Het geeft een gevoel van bedreigd worden. Ik breng J. snel naar huis en ga weer naar buiten.

Bij de schooldirecteur in onze straat zijn de eerder genoemde Duitsers het huis aan het leeghalen als represaille voor de weigering het schooljaar te laten beginnen. Kleren en meubels worden op straat gezet. Mannen, die toevallig passeren, moeten helpen. Een vriendinnetje, haar broer en ik zitten op het hek van de buren, die op een hoek wonen. Wij waarschuwen voorbijlopende mannen, die dan schielijk de zijstraat ingaan. Een man vindt het onzin en loopt door. Hij moet helpen. Wij zeggen tegen elkaar: eigen schuld. We zijn toch nog kinderen.

[Vandaag een bijdrage van Corry Tolhuizen, die dit lang geleden schreef voor een ter ziele gegane website met de verhalen van gewone mensen over historische gebeurtenissen. Haar stukjes, twaalf in getal, waren te aardig om ze definitief van het internet te laten verdwijnen. De komende maanden zal ik er meer van herpubliceren.]

“Eine ganz kleine Clique”

Enkele leden van de “ganz kleine Clique”

Om Hitlers woorden te bevestigen dat er slechts “eine ganz kleine Clique” van samenzweerders was geweest, arresteerden de Nazi’s de komende dagen slechts 700 mensen, waarvan er maar 200 zouden worden geëxecuteerd, meest door ophanging aan een dunne draad die de cipiers cynisch een pianosnaar noemden. De documenten die tegenwoordig worden getoond in het Bendlerblock, bewijzen dat de “Sonderkommission des Reichssicherheitshauptamtes zur Aufklärung des Anschlags auf Hitler” al op 24 juli begreep hoe het complot in elkaar had gezeten.

Of beter: men had hoofdlijnen herkend en kon die documenteren. Omdat wij deze rapporten nog altijd bezitten, vormt het Nazi-onderzoek nog steeds een leidraad voor ons begrip van de gebeurtenissen op 20 juli 1944. Wat de onderzoekscommissie niet hoefde documenteren, zoals wat er was gebeurd op de Wolfsschanze in de uren na de aanslag, is dus niet zo goed bekend. Een ander probleem is dat wat wél bekend is, is gebaseerd op de verklaringen van gearresteerden die waren gemarteld en probeerden het leven redden. Ze hebben dingen gezegd om de Gestapo naar de mond te praten. Zoiets geldt bijvoorbeeld Berthold von Stauffenberg, die heeft verteld dat hij en zijn broer het Führerprincipe, “völkische” ideeën, de bestrijding van de geest van de grote steden, de opvattingen over ras en het verlangen naar een door de Duitsers zelf bepaalde rechtsordening hadden gedeeld. Er is aanvullend bewijs dat de Von Stauffenbergs aanvankelijk sympathiseerden met het nationaalsocialisme, maar een passage als deze is op zichzelf weinig bewijs (testis unus, testis nullus).

Lees verder ““Eine ganz kleine Clique””

Vrijdag 21 juli 1944, 00:15 (Berlijn)

Fromm biedt zijn arrestanten – Olbricht, Von Stauffenberg, Mertz von Quirnheim, Von Haeften – de gelegenheid nog iets te schrijven. Ze krijgen een half uur, een half uur waarvan hij later zal verklaren dat hij met een snel samengestelde krijgsraad heeft gesproken over het lot van het viertal. Even voor middernacht keert hij terug en laat weten wat het vonnis is. Het zal de vier niet hebben verrast. Von Stauffenberg probeert nog één keer de schade in te perken: hij zegt als enige verantwoordelijk te zijn, de anderen hebben slechts zijn bevelen gevolgd. Fromm acht het geen antwoord waard.

Op de binnenplaats van het Bendlerblock staan auto’s geparkeerd om de executies bij te lichten bij het licht van de koplampen. Het executiepeloton doodt achtereenvolgens Olbricht, Von Stauffenberg, Von Haeften en Mertz von Quirnheim.

Hun lijken worden de volgende ochtend begraven naast de Matthäus-Kirche. Later zou Himmler ze laten opgraven en verbranden, opdat de as kon worden verstrooid en er geen graf zou zijn voor het viertal. Om Von Stauffenbergs hals vonden de grafdelvers een klein crucifix, het eerste cadeau dat hij ooit had gekregen van zijn echtgenote Nina.

Lees verder “Vrijdag 21 juli 1944, 00:15 (Berlijn)”