Kennis is impopulair

Afgelopen zaterdag was ik even te horen in het radioprogramma De Taalstaat, waar ik mocht vertellen over mijn digitale repertoire. Het blogstuk over historische taalkunde kwam aan de orde en ook twee tweets waarin ik cultuurpessimistische artikelen ter lectuur had aanbevolen: een stuk van Toine Heijmans in De Volkskrant over een schatrijk land dat bezuinigt op bibliotheken en een opiniestuk van Bastiaan Bommeljé dat kinderen niet onnozel worden geboren maar door ons onderwijs onnozel worden gemaakt.

Presentator Frits Spits liet me een en ander toelichten (u hoort het hier) en ik vertelde dat we ons, als samenleving, kapot aan het amuseren zijn. Verder knorde ik dat er zo verschrikkelijk veel amusement was in de media. Hoewel ik niet ontken dat een mens zich mag ontspannen, is de media-aandacht daarvoor doorgeschoten. Het is een vals dilemma, voegde ik toe, dat amusement staat tegenover educatie. De twee kunnen goed samenvallen. Terwijl ik dat aan het vertellen was, realiseerde ik me dat het wonderlijk was dit standpunt uitgerekend in De Taalstaat naar voren te brengen, omdat dat programma juist educatie en amusement combineert.

Reactionaire brompot

Toen ik de studio verliet, voelde ik me een reactionaire brompot die niet wil dat mensen plezier maken. Dat is niet zo, maar het is wel alsof er een taboe rust op kennis. Een paar voorbeelden waarmee ik tot zondagavond, het moment waarop ik dit stukje schrijf, werd geconfronteerd.

  • Ik stuitte zaterdagavond op dit oude stukje over bezuinigingen op musea: eerst 5%, daarna 11%, en nooit ongedaan gemaakt. Terwijl ik dus las hoe de overheid op cultuur bezuinigt, hoorde ik in een voetbalverslag over de (verboden) overheidssteun aan het betaald voetbal. Genieten van kennis is impopulair.
  • Ik las in Lo, donk, horst van Jozef van Loon, een van de boeken over historische taalkunde waarover ik blogde. Ik schreef toen dat ik blij was dat de leek hier de mogelijkheid kreeg te groeien tot hij de wetenschappelijke discussies begreep. Die ladder ontbreekt bij de oudheidkundige disciplines. Daar is kennisdeling impopulair.
  • Ik ruimde zondagmiddag vergaderstukken op van een limes-project waarin stond dat de voorlichting niet wetenschappelijk moest zijn. Nee zeg, stel je voor dat dat je gemeenschapsgeld gebruikt om de gemeenschap adequaat te informeren, dat kun je als erfgoedinstelling toch niet willen. Kennis is impopulair.
  • Vorig keer dat ik bij De Taalstaat te gast was, schreef een van de weekendkranten over columnisten die het hadden over hun kat. Dit weekend las ik een bijdrage over de populariteit van Donald Duck. Begrijp me niet verkeerd: ik begrijp dat een krant ook verstrooiing moet bieden, maar zoals gezegd is de balans zoek. Vooral in de weekendkranten is kennis impopulair.
  • Ik stuitte weer eens op een gevalletje “subsidie binnenhalen noemen we wetenschapsbeleid”. Aan de universiteiten gaat het immers nooit over “zoveel mogelijk kennis zo snel mogelijk voor zoveel mogelijk mensen”. Over de veel te smalle specialismes en de betaalmuren heb ik dit weekend niet hoeven nadenken maar ze kunnen moeiteloos in dit anti-kennis-rijtje.

Zomaar vijf voorbeelden. Onze kennisinfrastructuur is aan het instorten. Frits Spits vroeg nog wat ik wilde doen en ik noemde dat het goed zou zijn als de overheid tenminste erkende dat er een zee van problemen is en dat een deltaplan nodig is tot redding van kennis, cultuur, wetenschap, informatie en kunst (vijf woorden voor hetzelfde). Dat deltaplan zal er echter niet komen omdat op sleutelposities mensen zitten die over bijvoorbeeld geschiedenis – het vak dat ik het beste ken – precies dát als vernieuwing voorstellen wat al gebeurt (meer). Het beleid is dus in handen van mensen die niet weten waarover ze het hebben. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de minister tegen het Onderwijs en over een oud-staatssecretaris van Onderwijs die als premier beweert dat onderwijs zijn persoonlijke prioriteit is maar al jaren niets doet.

Hoezo cultuurpessimisme?

Wat me nóg somberder maakt is dat degenen die protesteren, zoals de mensen van het basis-, middelbaar, hoger en wetenschappelijk onderwijs, zich vooral toeleggen op arbeidsvoorwaarden. Begrijp me goed: ze hebben gelijk. Alleen is dit niet iets dat de politiek zal overtuigen. Die denkt “ze demonstreren voor het eigenbelang”, “iedereen klaagt over werkdruk” en “de universiteiten roeptoeteren steeds hoe goed ze het doen op de PISA-rankings, dus het gaat prima”. Allemaal smoezen om niet te hoeven luisteren. Arbeidsvoorwaarden zijn geen strategie om de situatie te redden.

***

Hier breek ik mijn stuk af. Ik heb zondag nog een heel eind geschreven, geschrapt, herschreven, weggegooid, opnieuw geschreven. Kortom: ik wilde duizend dingen zeggen. Maandag bleek dat WO in Actie een rechtszaak opent over de werkdruk. Daarmee lopen ze in de neoliberale val dat discussies over iets dat de kwaliteit van het leven vergroot worden gevoerd in de termen van (financiële) kwantiteit. Ik heb dus maandag opnieuw wat geschreven, geschrapt, herschreven en uiteindelijk weggegooid. Misschien kom ik er nog eens op terug.

In elk geval wil ik, hoe somber ik ook ben, doorgaan met elke dag bloggen. Ik beleef immers plezier aan het vertellen over de Oudheid en aan uw reacties te zien is dat plezier wederzijds. Ik geloof dat ik minder cultuurpessimistisch uit de radiostudio zou zijn weggelopen als ik op het idee was gekomen dit te vertellen: dat de humaniora plezier schenken.

79 gedachtes over “Kennis is impopulair

  1. Tonni de Boer

    Jouw Blue Monday begon al vroeg zo te lezen. Blij dat je door blijft gaan met bloggen, er zijn volgens mij best meer mensen die kennis opwindend vinden en op deze wijze als een betere vorm van amusement ervaren, het is immers leuk en je leert. Maar de verdeelde strijd tegen de aftakeling maakt meer dan eens moedeloos. Je blogs worden i.i.g. gewaardeerd, ook met de soms retorische constateringen en verzuchtingen.

  2. johannesoverduin

    Over plezier gesproken:terwijl ik jouw blog lees,heb Ik zojuist “Nobel Streven” van Frits Van Oostrom uitgelezen(veel te laat natuurlijk) en daarin komt ook een citaat van Nabokov voor.
    Had nooit kunnen bedenken dat ik van een boek over een middeleeuwer evenveel zou kunnen genieten als van een roman van Nabokov.En dan ook nog kennis in brede zin met genoegen tot je nemen.Geen culturele plicht,geen ‘”is goed voor de algemene ontwikkeling,”maar plezier,dat je eindelijk door een schrijver serieus wordt genomen.En dat plezier moet veel meer benadrukt worden.En laten we met hoon en spot reageren op allen die ons dit plezier misgunnen en ons -met een beroep op de algemene deler – de intense verveling van de “sandwichformule” proberen op te dringen.

    1. Frans

      Voor boeken lezen is het nooit te laat! Dat is het mooie eraan: dat je zelf kunt bepalen wanneer je eraan begint en hoe lang je erover doet.

  3. “Wat me nóg somberder maakt is dat degenen die protesteren, zoals de mensen van het basis-, middelbaar, hoger en wetenschappelijk onderwijs, zich vooral toeleggen op arbeidsvoorwaarden.”

    Niet zo somber, Jona. Er komt op 30 en 31 januari een tweedaagse onderwijsstaking aan en daarbij gaat het natuurlijk om meer dan het salaris van de juf. Het gaat om protest tegen een groeiende onderwijscrisis, die zich voor de leraren manifesteert in toenemende werkdruk, burnoutcijfers, lesuitval en achterblijvende salarisontwikkeling; voor de leerlingen, in meer bijlessen, toenemende kansenongelijkheid en een sociale tweedeling door de snelle groei van particulier onderwijs.

    Het geld is er wel, maar het wordt simpelweg niet in maatschappelijke instellingen geïnvesteerd. Daarmee is deze staking ook een protest tegen een regeringsbeleid dat al decennialang, met snoeiharde bezuinigingen en loonbevriezing, bezig is om de zorg, het onderwijs en de hele publieke sector uit te hollen.

    Daar horen ook concrete eisen over salaris en werkdruk bij. Net zoals ik het goed vind dat WO in Actie niet alleen in algemene zin het belang van kennis, wetenschap en de publieke sector bepleit, maar ook met concrete cijfers aantoont waar het nu misgaat. Dat sommige media en politici die concrete eisen zullen aangrijpen om de actievoerders als rupsjes nooitgenoeg af te schilderen, ja, dat is al tweehonderd jaar business as usual bij elke staking.

  4. Jeroen

    Het belang van ‘kennis’ (hoe ruim dat begrip ook is) voor succes lijkt niet altijd tot de publieke discussie door te dringen, is soms mijn idee.
    Sportmedaille binnengehaald? Jij hebt duidelijk het hardste getraind.
    Oorlog gewonnen? Dan waren wij de dapperste.
    Hoog nationaal product? Tuurlijk; wij werken harder.

    Maar de factor ‘kennis’ (de belangrijkste!) lijkt regelmatig te worden genegeerd.

    Homo Sapiens Sapiens.. so nice, they named it twice!

              1. Jeroen

                Daar gaat het niet om.
                Allereerst excuses aan u als het te kribbig overkwam; dat is het tegendeel van wat ik bedoel.

                Ik heb een goed gebruik onder vrienden om serieus/werk/wetenschappelijk strikt gescheiden te houden van onder elkaar/prive/drankje erbij etc.
                Waar iedereen mij in mijn werk op de vingers mag en moet tikken, moet je dat niet meenemen naar tijden dat de conversatie wat luchtiger is… dat werkt slechts verstikkend; het helpt niet mee aan de sfeer.
                Als ik schrijf “een Belg, een Duitser en een engelsman zitten aan de bar…”, hoef je niet te verbeteren dat “engelsman” met een hoofdletter is. Dat doodt de grap. Dat waardeert niemand, hoe feitelijk correct dan ook. Het is een grap, geen tentamen.
                Anders eindigt men op het schoolplein.. alleen, zonder vriendjes, in een hoek.. met in de vuist een rapport waar een 10 op staat.

                Hier is het verhaal van hoe het voorval van de ‘S’apiens geschiedde:
                Ik schreef het eerste commentaar op mijn tablet, en hij verbeterde het naar ‘Sapiens’. Hoe dat kan, weet ik niet.. misschien had ik een spatie teveel gezet, misschien heb ik het in het verleden wel eens foutief gespeld, misschien de Chinezen; het zal altijd in de mist der geschiedenis blijven hangen, vrees ik.
                Ik heb er geen seconde over gepiekerd om het te verbeteren, wetende dat het een grap was.
                Zo werkt dat.

          1. Henk Smout

            De een na de ander op dit blog etaleert zijn ignorantie door “Homo Sapiens” (enz.) in plaats van ‘Homo sapiens’ te schrijven.
            Zulks, zonder te weten hoe het hoort, te schrijven na een onmiddellijk voorafgaande klacht over het negeren van de factor kennis is onbedoelde humor en dat vind ik de mooiste humor.

            1. Henk Smout

              Tijdens het schrijven van bovenstaande reactie had ik nog niet Jeroens reactie van 4:55 PM gezien, die kon ik op dat moment ook niet zien.
              Ik zag en zie nog steeds (nog) meer humor in de combinatie van zijn laatste TWEE zinnen van 2:26 AM dan in de laatste zin alleen.

  5. FrankB

    “voelde ik me een reactionaire brompot”
    Nou, dan ben je dat maar. Want ik voel het net zo. Voor een tv-abonnement en -toestel heb ik het geld niet meer over, zo bedroevend is de kwaliteit-prijs verhouding. De enige omroep die nog iets in de richting van educatie probeert is de EO. Daar word ik niet vrolijk van.
    Begrijp me goed, verboden of niet, ik herken de maatschappelijke waarde van voetbalclubs. Nee, niet van RBC en SC Veendam, maar wel van FC Twente, SC Heerenveen, AZ en Roda JC. Maar het is wat je zegt – het één hoeft het ander niet uit te sluiten. Een half uur minder geouweneel tijdens een EK of WK en in plaats daarvan iets over wetenschap dat weer een lekker de diepte in gaat, dat is toch niet teveel gevraagd?

  6. Door al dat oppervlakte-gekakel en de formats wordt de aandachtsspanne van het publiek ook minder. Kijk in de kranten: allemaal korte, behapbare brokjes. Uitzondering is de Frankfurter Algemeine, die nog diepergaande artikelen brengt. En als je die leest merk je, dat je dat eigenlijk niet meer gewend bent. Vergelijk een programma als ‘Met het oog op morgen’ van nu met hetzelfde programma 20 jaar geleden; niets meer van over. Interviews a la Ischa: bestaan niet meer. Een interview nu is vooral gezellig gekeuvel.
    Jona heeft gelijk met zijn gesomber: we amuseren ons kapot. Maar daarnaast zijn er blogs die wel dieper op de dingen ingaan. Daar brandt het vuur nog! En degenen die er zoveel tijd en energie insteken mogen we in een gouden lijstje zetten.
    Ik zal straks mijn Livius-bijdrage overmaken; weliswaar geen gouden lijstje maar dan toch tenminste iets…

    1. FrankB

      “Uitzondering is”
      ook Dagblad van het Noorden, maar alleen op zaterdag en een pagina in de kunstbijlage op vrijdag. Ontwennen zaL me niet zo snel overkomen, het zijn juist de korte stukjes die ik nauwelijks meer lees: de kop en de eerste regel zijn vaak al genoeg. Wat moet je na “Kabinet wil toch vuurwerkverbod” nog verder weten?

  7. Ben het helaas weer eens volledig met je eens, Jona. En voor de zoveelste maal treft me hoe dit soort problemen parallel loopt met de situatie in Vlaanderen.
    Slecht enkele voorbeelden.
    Het lerarentekort bestaat hier evenzeer, maar is (nog niet?) zo alarmerend als in Nederland; al jaren is geklaagd over de dalende kwaliteit van de instroom studenten in de lerarenopleidingen. De verengelsing van het hoger onderwijs is (nog niet) zo bizar als in Nederland, maar dat komt nog wel.
    Deze week waren er op radio en televisie twee dagen na elkaar uitzendingen over de achteruitgang van de kennis van het Frans in secundair onderwijs én universiteiten. Een van de logische oplossingen in een tweetalig land: laat de taal geven door ‘native speakers’ kan niet doorgaan door tekort aan leraren Frans, ook in Wallonië.

  8. Dirk Steyaert

    In mijn lessen Nederlands gebruikte ik dit opinieartikel uit 1997.

    Libert Vander Kerken, AMUSEMENT EN CULTUUR. TOEN DE TELEVISIE DE AVONDLECTUUR VERVING. (uit De Standaard)

    Mensen mogen zich best amuseren als hen dat zint. Kermissen horen tot onze traditie. Bedenkelijk wordt het evenwel wanneer amusement het enige is waar ze nog zin in hebben. En helemaal bedenkelijk wanneer het de luidruchtige gedaante aanneemt van duizenden jongeren die zich hysterisch in alle bochten staan te wringen bij het gekrijs van een even hysterische popzanger. Natuurlijk kent het amusement ook mildere vormen, die men dan kan omschrijven als een onschuldig zich vermaken met dingen zonder belang, futiliteiten en onbenulligheden.

    Meestal ziet men het amusement als een soort spel. Maar dat is een vergissing. Beide verschillen essentieel. In tegenstelling met het spel is amusement geestloos, a-cultureel, en bovendien – hoe lawaaierig het ook moge wezen, iets louter passiefs. Er blijft dan ook niets van over, tenzij amusementsmoeheid en een terugval in een verveling waaraan men door het amusement meende te ontkomen. Zeker ook het spel is vermakelijk – men speelt om het plezier van het spelen – maar het dankt die vermakelijkheid reeds grotendeels aan het intellect: wie bridge of biljart speelt of ook maar kegelen wil, dient zijn verstand te gebruiken, of het spel wordt verbrod. Maar hoe vermakelijk ook, toch kan men niet zeggen dat het spel alleen maar amuseert. Het doet veel meer: het schenkt menselijk genoegen en dat is niet hetzelfde. Ik twijfel eraan of kinderen zich ooit amuseren. Grote mensen en halfvolwassenen doen dat. Kinderen spelen en hun spel is voor hen hoge ernst. Spel is verstandig, louter amusement is dom en maakt dom. Het verslijt snel, amuseert dan niet meer en verdwijnt in afmatting en leegte.

    Het is angstwekkend te zien hoe na de Amerikaanse, nu ook de West-Europese civilisatie zich aan het volproppen is met amusement. Voor velen, vooral voor vele jongeren, valt het leven uiteen in twee stukken: het werk dat nu eenmaal moet worden verricht – als men tenminste nog werk heeft – én het amusement. Voor iets anders is er geen plaats meer. In een merkwaardig boek, Amusing ourselves to death (Penguin), in Duitse vertaling Wir amusieren uns zu Tode (S. Fischer) vertelt Neil Postman een en ander over de toestand in Amerika: “Zonder veel protest en zonder dat de publieke opinie daar notitie van nam, zijn politiek, religie (Billy Graham en consoorten), nieuwsdienst, sport, industrie, opvoeding en onderwijs veranderd in een aanhangsel van de show-business. Wij zijn een volk geworden dat bezig is zichzelf dood te amuseren.” Als een soort proef op de som voegt Postman er ondeugend aan toe: “Terwijl ik dit schrijf, worden de Verenigde Staten geregeerd door een ex-Hollywood-acteur!” Ook vernemen we dat Nixon eens een verkiezing heeft verloren omdat de schminkers van de televisie zijn make up hadden gesaboteerd.

    Opvallend is dat het amusement hoe langer hoe meer een collectief fenomeen wordt, d.w.z. dat niet alleen individuen, maar de collectiviteit zelf geamuseerd wil worden. Alles moet een smaak hebben van amusement. Alles wordt schouwspel en spektakel. Kamerdebatten die moeten beslissen over de grote belangen van het land, worden ons voorgesteld als een soms weinig verkwikkend spektakel. Spectaculair worden de beelden van ongevallen, grote rampen, branden, aardbevingen, kettingbotsingen, autorennen met dodelijke afloop, te pletter gestorte vliegtuigen. Toen enkele tijd geleden bij een aardschok een enorme moddervloed een stuk van Columbia verwoestte, zond Amerika ons de voorstelling door van een meisje, een kind nog, dat langzaam hulp roepend wegzonk in de modder zonder dat men het kind kon redden. Was dat werkelijk nodig? Recht op informatie? Nu wil ik hier onmiddellijk aan toevoegen dat de nieuwsdienst ook in staat is tot discretie. Na het ophalen van de gezonken ‘Herald of Free Enterprise’ te Zeebrugge, had men ons gemakkelijk de gruwelijkste dingen onder ogen kunnen brengen. Men heeft dat niet gedaan, en beperkte zich hoofdzakelijk tot het tonen van de materiële ravage.

    Ook de reclame is liefst spectaculair. Dat firma’s langs de televisie hun producten willen lanceren, is te begrijpen. Commercieel schijnt dat te renderen, anders zouden ze het niet doen. Maar was vroeger de reclame in hoofdzaak informatief – “Drink meer melk”, “La montre Pontiac est bonne” – dan is ze nu vaak zo extravagant dat elk zinnig mens erom moet lachen. Wat blijkbaar toch haar succes niet in de weg staat. De reclame speculeert op het flitsend amusement dat ze verschaft – al is door herhaling het verrassende er gauw af. Men rekent erop dat een geamuseerde kijker er gemakkelijker inloopt.

    Opvallend is hierbij de disproportie tussen het spectaculaire van de voorstelling en het werkelijk belang van de aangeprezen producten. Want waarvoor maakt men reclame? Voor auto’s natuurlijk. Maar daarbuiten? Voor zeep, waspoeder, sportschoenen, jeans, reukwerk, batterijen, keukengerei, bronwater, bier, kauwgom, tandpasta, mosterd, margarine en dergelijke. Soms krijgt men enorme exotische of heroïeke scènes te zien waaruit ten slotte het merk van een frisdrankje tevoorschijn komt! Het verwachte effect is dat de kijker het frisdrankje identificeert met het spektakel, het even geweldig vindt. Elk waspoeder dat ons gepresenteerd wordt – en dat gebeurt op Antenne 2 haast elke dag – is hét beste. Dat wordt trouwens “wetenschappelijk” bewezen! Wat niet belet dat een volgende uitzending een ander waspoeder alle andere mijlen achter zich laat. Wil je een soort kaas verkopen, laat dan bv. een heel huis stuk na stuk invallen op het hoofd van een net geklede man die rustig doorgaat met zijn Boursin te eten.

    Als we de reclame van de Franse televisie mogen geloven, dan hangt het huiselijk geluk onvoorwaardelijk af van het al dan niet voorhanden hebben van een mixer in de keuken, liefst een Moulinex. Zelfs een sosie van de populaire detective Columbo wordt erbij gehaald om het ding te prijzen. Nu, als zo’n vernuftige speurder het zegt, wie durft er dan nog aan te twijfelen? We lachen ermee, maar het heeft zijn effect, want het heeft ons geamuseerd. Niet alleen sosies, maar bekende filmacteurs in hoogst eigen persoon lenen er zich toe om in de reclame te treden: de Franse acteur Blier, die met één krachtig gebaar bij zijn petit déjeuner een hele keukentafel schoonveegt om één klein stukje beroemde kaas over te houden, dat hij dan met kennelijk genot begint op te peuzelen: “Pour moi, petit déjeuner, pas de problème!” Nu is de reclame toch maar een kleine exponent van een mentaliteit die dergelijke reclame mogelijk maakt.

    Spektakel, amusement en sensatie zijn convertibele fenomenen, tekenen van éénzelfde achtergrondse levenshouding. Dat die levenshouding niet zeer gunstig is voor de cultuur, hoeft geen betoog. Heel de cultuur dreigt variété te worden. Veel jongeren hebben trouwens reeds alle zin voor enige geestelijke cultuur verloren. Ze willen zich alleen nog vermaken. Als het zo verder gaat, bestaat de kans dat hiermee op de duur officieel rekening wordt gehouden. Misschien krijgen we dan nog een Ministerie van Amusement, met een pret-minister. En nochtans leidt amusement nergens toe. Het ontspruit uit een gevoel van levensleegte. “Wij amuseren ons dood”, zegt Postman. Dood in de letterlijke zin van het woord. Want leegte schept ontgoocheling, levensmoeheid, uitzichtloosheid. Dan wordt een uiterste toevlucht gezocht in het triestig amusement van verdovende middelen, drugs. En we weten al lang dat die dodelijk zijn. Ze zijn reeds één van de ergste plagen die de hedendaagse maatschappij bedreigen. Het is zo erg geworden dat er reeds internationaal jacht op moet worden gemaakt.

    Het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat vermaak en amusement cultuur en maatschappij ten onder dreigen te brengen. Reeds Juvenalis verweet in zijn Satiren de Romeinen van zijn tijd dat ze niets anders meer verlangden dan “panem et circenses, genoeg te eten en circusspelen”. Staan we daar werkelijk zover van af? Moeten niet hoe langer hoe meer alle geesteswaarden wijken voor materieel welzijn en genot? Voorzeker, niet iedereen wordt door die gezindheid aangestoken. Er zijn goddank nog mensen – en die zullen er altijd zijn – die voldoende wijsheid bezitten om het echte van het onechte, het waardevolle van het waardeloze te onderscheiden, mensen die hun genoegen vinden in het bewonen van de onvergelijkelijke en onuitputtelijke wereld van de geest.

    Postman heeft fijn opgemerkt dat sedert de nieuwe media het leven domineren, het verstand zelf, althans dat van de doorsnee-burger, aan het veranderen is. Toen er nog geen film, geen radio, geen televisie bestond, konden de mensen alleen maar converseren en lezen, kranten en boeken. Ze hadden, zegt Postman, een lezers-verstand. Alles was voor hen woord en ze hadden geleerd een tekst te ontcijferen. Dat stelde serieuze eisen aan het verstand, maar verschafte het een grote vaardigheid tot begrip. “Een geschreven tekst vraagt van de auteur dat hij iets te zeggen heeft en van de lezer dat hij het geduld opbrengt het geschrevene te vatten… De lezer moet zich wapenen met intellectuele waakzaamheid. Gemakkelijk is dat niet, want voor een tekst staat hij alleen.” Dat die lectuur een dispositie creëerde voor geestelijk cultuur, spreekt vanzelf. De eigenschappen, die de lezende verwierf uit zijn lectuur bracht hij mee in heel zijn levenservaring, zijn activiteit, zijn conversatie. De moderne media hebben voor velen het lezen overbodig gemaakt, voor sommigen onmogelijk zelfs. In de plaats van de vroegere avondlectuur is de televisie gekomen – al staat de televisie niet in voor het slechte gebruik dat ervan gemaakt wordt – en in de plaats van de aangename leerrijke conversatie, burengerucht en lol maken.

    1. Dank voor uw gewaardeerde reactie, maar probeer het volgend keer – en ik hoop op een volgende reactie – samen te vatten en een linkje te geven. We hebben wat mindere ervaring op deze blog met mensen die eindeloze lappen tekst kopiëren. Die hadden nooit dit hoge niveau; ik wil de drempel daartoe niet verlagen.

      Dat gezegd hebbende: dank voor uw reactie.

    2. FrankB

      “iets louter passiefs”
      Zoals luisteren naar het Concertgebouworkest, bedoelt de auteur? Of naar een dichter die uit eigen werk voordraagt? Een bewerking van een Grieks toneelstuk bijwonen? Naar de Nachtwacht in het Rijksmuseum koekeloeren? Dan zijn die krijsende jongeren bij een popconcert toch heel wat actiever.
      Neem dit nu.

      “Heel de cultuur dreigt variété te worden.”
      Mozart is één der grootste componisten aller tijden. Hij zette geen noot op papier zonder betaald te krijgen. En weet u waarom zoveel van zijn stukken (en die van zijn tijdgenoten) die typerende zacht – luid dynamiek hebben, waarbij precies dezelfde noten herhaald worden? Omdat de doelgroep, de adel van de 18e eeuw, zo’n korte aandachtsspanne had, door de muziek heen kletste en dus een tweede kans moest krijgen om de noten tot zich te nemen.
      Yup, Mozart produceerde variété.

      Om dit soort snobisme noem ik mij nou een supersnob – ik kijk neer op snobs, die kunst, cultuur en wetenschap als een instrument zien om zich superieur te voelen aan het klootjesvolk en de volgende generatie. JonaL moge u dankbaar zijn, mijns inziens heeft dit stuk net zo weinig inhoud als het gewauwel van mijn demente grootvader, die nog in de jaren 1950 leeft.
      Een supersnob als ik herkent de schoonheid hiervan (waarschuwing: zet eerst het geluid uit, want het commentaar bederft de pret – ik zag de wedstrijd destijds middels de Vlaming):

      https://www.youtube.com/watch?v=XsZkCFoqSBs

      Als supersnob voeg ik er meteen aan toe dat Vivianne Miedema en Sherida Spitse er ook een paar hele fraaie in hebben gewerkt

    3. Ik ben het daar toch niet helemaal mee eens. De beschavende werking die tv heeft gehad wordt ernstig onderschat. Zoals Karel van het Reve zei, de huidige arbeider kent meer klassiekers dan de 19de eeuwse theaterliefhebber. Hij weet misschien wel niet dat de zender die hij bij gebrek aan beter aanzette omdat de voetbalwedstrijd niet doorging een adaptie van Macbeth uitzond, maar hij kent nu wel het verhaal. Van MASH leerde de USA dat racisme niet deugt. En tussen al het geklets van praatprogramma’s wordt soms wel eens wat redelijks gezegd dat ook blijft hangen (wat dat betreft kon je je tot 20 jaar geleden lelijk vergissen in de redelijkheid van mensen die eigenlijk alleen maar papegaaiden wat ze op tv gehoord hadden, wat dat betreft mogen we Wilders en Baudet dankbaar zijn, een idioot pik je er nu weer zó uit). Het probleem is dat tv nu probeert te concurreren met de diepste krochten van domme platheid die er op het web te vinden zijn, en waar de meest mensen van onder de 30 naar kijken. Alleen de oudjes kijken nog TV.

  9. Dirk

    In maart vorig jaar staakte het Vlaamse onderwijs, ondergetekende incluis. Het loon is voor mij geen issue. De werkdruk is dat wel. Daarmee bedoel ik niet dat ik teveel uren klop. Het gaat om de inhoud van het werk, wat we nog mogen doen, wat we weer moeten doen. Ik geef nu 13 jaar les in een Antwerpse lagere school en mijn omgeving merkt op dat het lijkt of ik nu meer werk heb dan toen ik begon. Ik ervaar het in ieder geval zo, omdat het minder leuk werk is. Dat komt vooral omdat het zwaartepunt van kennisoverdracht verschoven is naar vaardigheden en zorg. Ik geloof dat dit trouwens een belangrijke verklaring is voor het tekort aan mannen voor de klas.

    Oorzaken? Ik ga af op mijn gevoel:
    – opeenvolgende regeringen die vooral economisch denken: ‘er zijn te weinig technisch geschoolde arbeiders en programmeurs! Onze jeugd moet 21ste-eeuwse skills leren.’ Terwijl de lat voor taal en geschiedenis (wordt niet als apart vak gegeven in de lagere school) steeds lager komt te liggen, wil men er graag nog techniek, ICT en economie bij proppen.
    – Meer zorgvragen in de klas, die onvermijdelijk leiden tot minder lestijd.

    Het beroep wordt minder aantrekkelijk voor wie kennis wil overdragen, collega’s branden op of trekken weg en er ontstaat een tekort. Om dit op te vangen worden ook in de opleiding de criteria minder streng. Leerkrachten zitten hoofdschuddend achteraan in de klas wanneer de volgende stagiair niet weet hoe men de oppervlakte van een vierkant berekent (want enkel les voorbereid over de rechthoek), een tekst vol spelfouten aflevert of beweert dat paddenstoelen uit eieren komen. In Vlaanderen slaat men ons om de oren met het Finse onderwijs als lichtend voorbeeld. De Finse lerarenopleiding lijkt mij een goed begin.

    Methodes die in de klas gebruikt worden, volgen de trend. Verkopers leggen de nadruk op het “leuke” van hun materiaal: kleurtjes! prentjes! Een mascotte! Het aanbod bijscholingen richt zich bijna uitsluitend op zorg en werkvormen. Voor de kennis wordt verwacht dat de leerkracht zichzelf bijschoolt. Zo blijven de verouderde denkbeelden uit de eigen middelbare school- of hogeschoolopleiding bestaan. Leemtes kunnen niet aangevuld worden en fouten in gebruikte teksten worden niet herkend. Ik citeer: “Maar waar komen de zon en de planeten vandaan? Wel, ze zijn ontstaan toen een ster ontplofte. De zon is het grootste brokstuk dat overbleef.”

    De reactionaire brompot in mij heeft heimwee naar de tijd van natuurkunde, aardrijkskunde en geschiedenis in de lagere school. Naar de 9 uren Latijn in het eerste middelbaar. En ondertussen roeien we, mijn collega’s en ik, koppig tegen de stroom in.

  10. A.Minis

    Het plezier is zeer zeker wederzijds! Meer zeg ik niet, het scherm slaat vootdurend op zwart. Ik moet een nieuwe computer kopen.

    1. Frans

      Even over de Donald Duck: zelfs die is aan inflatie onderhevig. Toen ik zo’n 40 jaar geleden jong was las ik er niet alleen over Donald en zijn neefjes, maar ook de Odyssee, het journaal van Bontekoe en Huckleberry Finn stonden erin. Zo bood ook de DD een combinatie van educatie en amusement. Maar dat zie ik in de huidige DD ook niet meer terug. Het lijkt wel alsof men kinderen niets meer durft aan te bieden dat een beetje diepgang heeft, bang dat ze afhaken.

      1. Als ik op zolder in de jaren ’60 Donald Duck bundels van mijn oudere neven kijk, en ik vergelijk dat met wat ik in de leesportefeuilles van wachtkamers zie, sta ik weer verbaasd hoe grappig een Donald Duck verhaal toen kon zijn (en overigens ook beter getekend). Het is alsof de huidige verhalen langs een aantal commissies gaan die zorgvuldig alle kwaliteit, intelligentie en leerzaamheid schrappen, ongetwijfeld de oekaze volgend van één of ander marketingbureau dat meent dat de doelgroep vooral niet te hoog moet worden ingeschat, want dat is slecht voor de verkoop.

  11. Martin

    Volgens mij is er een andere reden.

    Door Internet en sociale media is de verspreiding van opinies sterk gedemocratiseerd. Er is dus veel gescheld op “de elite” door mensen die niet weten waar ze het over hebben. Huismoeders die het beter weten dan artsen, etc. Een expert is iemand met kapsones. Ik las pas dat MBO afstudeerders ook een titel moeten kunnen krijgen, want waarom is een titel alleen voor academici en hbo-ers (ing)?

    Democratie (plebscratie) is leuk, totdat je er teveel last van krijgt. Nu is zelfs D66 (intellectuelen begrijpen nooit iets van het plebs) niet meer voor het bindend referendum, haha. Leek zo leuk, totdat bleek dat extreem-rechts er wel raad mee weet. Pas sinds WO-II denken we dat democratie zo’n goed idee is. Het plebs wil brood en spelen; in het oude Rome wist men wel hoe dat werkt.

    Ik moet even citeren: https://thetrueeurope.eu/een-europa-waarin-we-kunnen-geloven/

    “15. Voor de jongere generaties Europeanen evenwel, is de realiteit veel minder verguld. Libertijns hedonisme leidt vaak tot verveling en een diep gevoel van doelloosheid. De band van het huwelijk is verzwakt. In de troebele zee van seksuele vrijheid zijn de diepe verlangens van onze jonge mensen om te huwen en gezinnen te vormen vaak gefrustreerd. Een vrijheid die de diepste verlangens van ons hart frustreert wordt een vloek. Onze samenlevingen lijken te vervallen in doorgeschoten individualisme, isolatie en doelloosheid. In plaats van vrijheid zijn we veroordeeld tot een leeg conformeren aan een door consumptie en media gedreven cultuur. Het is onze plicht om de waarheid uit te spreken: de generatie van ’68 vernielde vooral, maar bouwde niet op. Zij schiep een vacuüm dat nu gevuld wordt door sociale media, goedkoop toerisme en pornografie. Individualisme, isolatie en doelloosheid zijn wijdverspreid”.

    Het manifest is ondertekend door de onlangs overleden Roger Scruton, de held van Baudet.

    Dus dat “reactionaire brompot” van Jona gaat wel over een bekend (en oud) thema; een door consumptie en media gedreven cultuur, we leven in doelloosheid.

    Dit soort gevoelens is conservatief, niet reactionair. Het is het gevoel dat iets van waarde verloren is gegaan. De weerstand tegen de Verlichting gaat daar ook over.

    Een mogelijke reactie: als de moderne mens een gevoel van doelloosheid heeft, wat kunnen we daar dan tegen doen? Intellectuele ontwikkeling is een goede manier (niet de enige) om het leven inhoud te geven. Dat kan met een exacte wetenschap, maar ook met geschiedenis.

    1. FrankB

      “Pas sinds WO-II denken we dat democratie zo’n goed idee is.”
      Gegeven het geringe aantal oorlogen gevoerd door democratieën onderling lijkt me dat een correcte gedachte. De drie Engels-IJslandse visserij oorlogen van de jaren 1970 bv. kostten precies één mensenleven (een IJslandse technicus werd geëlectrocuteerd als gevolg van een botsing). Dat toch liever dan dat de één of andere losgeslagen elite weer eens een heel land in de ellende stort, wegens “landsbelang” (ughe ughe).
      Het is geen toeval dat zoveel reactionairen (en Scruton was net als onze boreale voorvechter een reactionair in de zin dat hij terugverlangde naar een geïdealiseerd maar nooit gerealiseerd verleden) snobs zijn. Zie boven. Wat ze gemeen hebben is dat ze babies graag met het badwater wegspoelen, terwijl JonaL en ik het badwater liever verversen.

      1. Martin

        Ik heb zelfs gelezen dat democratie het gevolg is van oorlogen, want in een oorlog heb je veel soldaten nodig, daardoor wilde “de macht” het volk wat tegemoet komen. De EEG en EU hebben de boel ook aardig gepacificeerd. Overigens ben ik niet bij FvD.

        1. FrankB

          Overigens beweer ik dat gelukkig ook niet. Men hoeft niet bij FvD te zitten om boreale flauwekul te verkopen. Daarmee beweer ik evenmin dat u dat doet. Wel beweer ik dat u enig risico loopt als u dezelfde intellectueel aanhaalt waar onze boreale voorvechter mee weg loopt. Maar ja, het leven is saai zonder enig risico.

    2. Otto Cox

      Neem me niet kwalijk, maar in elk geval dit punt 15 van het manifest is onzin. Dat zeg ik zowel als lig van de generatie van ’68 als als vader van 2 kinderen. Bij die kinderen, en bij hun omgeving, is helemaal geen sprake van doorgeschoten individualisme, isolatie en doelloosheid. Wel van frustratie en zorgen over de toekomst. En wat betreft ’68: tijdens mijn studie behoorde ik tot de groep die net na de eerste protesten kwam, en wij hebben wel degelijk opgebouwd. Bijvoorbeeld door het realiseren van projectonderwijs, van projecten met maatschappelijke partijen (in mijn geval met boeren, waar ik heel veel dingen heb geleerd die mij nog steeds van pas komen), door heel veel discussies over bijvoorbeeld de waardevrijheid van kennis en zo nog het een en ander. Dus nee, wij hebben geen vacuum geschapen en ja, kennis blijft belangrijk (je hoeft niet bij een boer aan te komen als je niet weet hoe het water over zijn land stroomt). En met de jeugd is het niet zo slecht gesteld als wordt beweerd.

      1. Martin

        Ik neem u niets kwalijk. Ik citeerde dit manifest omdat Jona’s klacht er een beetje op lijkt. Klagen over cultuurverlies is typisch conservatief. Ik heb drie kinderen, die zijn niet doelloos. Ik vind dat manifest nogal lachwekkend. Je kan mensen niet dwingen om van klassieke muziek te houden, etc.

  12. Frans

    Ik las net op het nieuws dat er plannen zijn om het onderwijs weer te veranderen: zo zou de onderbouw langer moeten duren en leerlingen pas op hun 15e kiezen voor havo, vwo, vmbo. Heeft iemand hier ideeën over?

    1. Martin

      Dat is het oude Middenschool idee, spreiding van kennis, macht en inkomen. Sommige mensen weigeren te accepteren dat niet alle kinderen de gelijke capaciteit hebben. Pas op hun 15e kiezen voor havo, vwo, vmbo?? Schaf dat elitaire VWO dan maar helemaal af, allemaal naar het VMBO, we maken er een communistische heilstaat van! Is zeker een idee van BIJ1?

      1. Ja, dat wilde ik ook zeggen: dit is de middenschool opnieuw. En het is een mooi, eervol ideaal dat helaas niet aansluit op de eenvoudige constatering dat kinderen al op de basisschool zó divers zijn dat de kinderen nog langer bij elkaar houden vermoedelijk niet zal werken.

        Wat iets anders is dan jonge mensen elkaar laten ontmoeten. Ik heb weleens gedacht dat het afschaffen van de dienstplicht (hoezeer ik die zelf ook heb gehaat) niet zo verstandig was. Destijds kwamen jonge mannen uit heel Nederland en uit alle lagen van de bevolking elkaar tegen en leerden vooroordelen af. Dat was nuttig. Nu is dat er niet meer.

        1. Dat lijkt me geen eenvoudige constatering, maar een mening.

          Het advies van LAKS, CNV Onderwijs, de VO-raad en de MBO Raad is niet alleen een eervol ideaal, maar ook gewoon gebaseerd op empirisch onderzoek. Dat onderzoek geeft aan dat een meerjarige brugklas resulteert in minder vertraging en minder kansenongelijkheid.

          1. Martin

            Minder vertraging? Ik herinner mij de lagere school al als een eindeloos trage bedoening. Zo ook het VWO. Pas toen ik in Delft studeerde had ik het gevoel dat ik moest werken. En toen begon ik eindelijk wiskunde leuk te vinden.

            1. Bij mij is het net andersom gegaan. Aan de universiteit werden we behandeld als een stel kinderen. Aan de VU haalde ik zevens en achten (en dat leek me een redelijke inschatting van mijn niveau), in Leiden haalde ik daarna alleen maar negens. Later heb ik bevestigd gekregen dat Leiden sjoemelde met cijfers om extra OiO-plaatsen binnen te halen. Sindsdien wantrouw ik de universiteit.

              1. Ben Spaans

                Je moet echt wel iets kunnen als je alleen maar negens haalt.

                Als er zo gesjoemeld werd in Leiden, wat voor systeem zat er dan in? De echt goeien kregen dan standaard twee punten extra of zo? Bij hertentamens, hoe werkte het daar? Dit roept vragen op…

          2. Dirk

            Van waar ik zit, is het toch een eenvoudige constatering, hoor. Terwijl ik de ene nog probeer aan zijn verstand te brengen dat de wiskunde-oefening niet in het taalboek staat, roept de andere dat hij klaar is met de hele bladzijde. De onderuitgezakte knaap vooraan ziet de school als een vervelend intermezzo tussen een ochtend fortnite en een avond minecraft, zijn buurvrouw biedt aan om tijdens de les temperatuur wat uitleg te geven over Fahrenheit, Kelvin en Réaumur. In het 6de leerjaar worden de verschillen nog groter.

            In het Vlaamse onderwijs wil men in het middelbaar weer iedereen tezamen in de “brede eerste graad”. Goed nieuws voor degenen die nog niet gekozen hebben, jammer voor degenen die al vroeg weten wat ze willen studeren.

      2. FrankB

        Tja, niettemin is het opmerkelijk dat Nederland ongeveer het enige rijke land is waar kinderen op hun 12e een beslissende keuze moeten maken. In Scandinavische landen en in Duitsland doen ze dat op hun 14e en daar is het onderwijs natuurlijk nog vééééééééél slechter.
        Of niet.

        1. Martin

          https://wij-leren.nl/brugklas.php

          Ik zat op een Havo/VWO school, en differentiatie gebeurde pas na het eerste jaar, dus geen beslissende keuze op je 12e.

          Er zijn ook VMBO/Havo scholen, daar zal hetzelfde gelden.

          Ik zie niet in waarom VMBO en gymnasium bij elkaar in een school moeten, maar dat komt blijkbaar ook voor.

          Nu heb ik drie kinderen die allen VWO hebben gehaald (heeft natuurlijk niets met erfelijkheid te maken), dus mijn ervaring is beperkt.

        2. jacob krekel

          Bijna alle ontwikkelde landen houden de kinderen tot 14 a 16 jaar bij elkaar in hetzelfde schooltype. Soms is er wat niveaudifferentiatie (setting) maar vaak ook dat niet. Alleen wat in het internationaal onderwijsbargoens “the Germanic countries” heet (dwz Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) gaan kinderen al eerder naar verschillende schooltypes. Geen enkel ander land ter wereld begint al op 12 jarige leeftijd met iets van een beroepsopleiding, de kader en basisberoepsgerichte leerweg zijn uniek voor Nederland, Evenals het havo. In geen enkel ander land is er een leerweg die 17-jarigen het hoger onderwijs laat instromen. De leerlingen die bij ons op het havo, zitten elders op een pendant van het vwo. En nu we toch over Nederlandse unica hebben: ook het categoriaal gymnasium kom je elders niet tegen, en in geen enkel ander land (behalve Griekenland) word zo veel onderwijs in Oud Grieks gegeven als hier.

          Ik ben trouwens blij dat ik vroeger de structuurformules bij organische chemie geleerd heb. Dertig jaar later kwam de toepassing: ik kon mooi mijn zoon helpen bij zijn huiswerk.

            1. jacobkrekel

              @martin
              De havist bestaat inderdaad, in Nederland. Niet omdat hij in het wild, in de natuur voorkomt, maar als artefact van het schoolstelsel In landen waar geen havo bestaat (bijna overal dus) heb je ook geen havisten.

    2. Martin

      Gevonden: https://nos.nl/artikel/2319528-onderwijsorganisaties-definitief-schooladvies-pas-in-derde-jaar-middelbare-school.html

      Komt van https://www.curriculum.nu/

      “Als het schooladvies wordt uitgesteld, zorgt dat volgens hen voor meer kansengelijkheid. Om dat voor elkaar te krijgen, zal het onderwijssysteem flink op de schop moeten. De onderwijsorganisaties zien graag een brede onderbouw in het voortgezet onderwijs, waarin leerlingen van alle niveaus bij elkaar zitten tot ze 15 jaar zijn.”

      Kansengelijkheid: als je het VWO niet hebt kunnen doen dan heb je geen kans gehad! Is uit de USA overgewaaide identity politics. Bij kinderen van 2 of 3 jaar oud zie je al of er iets in zit, maar dat willen de Gleichmacher niet weten. Ik ben niet dom, ik heb geen kans gehad. Tuurlijk. De overheid moet dit advies hard afwijzen.

      1. Mensen die andere ideeën over onderwijs hebben uitmaken voor communisten en Gleichmacher komt de discussie niet heel erg ten goede. Het bestrijden van kansenongelijkheid, bijvoorbeeld het gegeven dat je succeskans wordt bepaald door hoeveel bijles je ouders kunnen betalen, is verder iets wezenlijk anders dan iedereen gelijk maken en is ook geen identity politics.

        1. Martin

          “dat je succeskans wordt bepaald door hoeveel bijles je ouders kunnen betalen”

          Die hoor ik vaker. Hoeveel kinderen krijgen nu betaalde bijles? Haast niemand. Dus hoezo “bepaald”? Volgens mij wordt dat vooral bepaald door je persoonlijke capaciteiten.

          Ik weet wel waar dat over gaat. Er is een sterk verband tussen de sociaal-economische situatie (SES) van een gezin en het schoolsucces van kinderen uit het gezin. Kinderen uit een gezin met lage SES doen het minder goed (gemiddeld) dan kinderen uit een gezin met hoge SES. Dat is overal zo. Maar correlatie is niet meteen causatie. De ene (linkse) verklaring is: geen geld voor bijles, de andere (rechtse) verklaring is dat het met erfelijkheid te maken heeft. Ouders met een hoge opleiding hebben meestal kinderen die het ook goed doen. En dat ligt niet aan het geld, die kinderen moeten het op school zelf doen. Op de lagere school zat ik in een rijtje met leerlingen die duidelijk sneller waren. Had niets met geld te maken, mijn ouders waren niet rijk.

          Overigens vind ik dat ieder kind recht heeft op optimale scholing. Dat is voor de een VMBO en voor de ander gymnasium. Ik herinner mij van (vader) Marijnissen (SP) de uitspraak dat 60% van de kinderen naar het VMBO gaat en dat we het VMBO daarom serieus moeten nemen. Dat is natuurlijk ook zo.

            1. Martin

              Dat zijn er meer dan ik dacht.

              “De onderzoekers wilden erachter komen waarom kinderen extra onderwijs krijgen. Ze hebben niet gekeken of alle extra lessen ook effectief zijn. Dat is iets waarover nog maar weinig bekend is.”

              Volgens mij omdat bijles dus niet zoveel effekt heeft. Wat er niet in zit komt er ook niet uit.

              Het kan zijn dat hoogopgeleide ouders schrikken als hun kind het niet zo goed doet, en dat met bijles proberen te repareren.

              1. jacob krekel

                @martin
                In het kader van dit blog gaat het wat ver om op al deze borrelpraat serieus te reageren. Er is werkelijk geen beginnen aan. Misschien zoudt u zich eerst eens in wat serieuze literatuur kunnen verdiepen voordat u dit soort opmerkingen maakt.
                Ik wil er hier één ding over zeggen. De structuur van het schoolstelsel blijkt op macroniveau niet zo gek veel invloed op de gelijkheid van kansen te hebben. Dat men het opnieuw over deze boeg gooit laat zien dat ook de ondertekenaars van het manifest nog wat moeten bijleren. Maar het bestaan van het havo, en de lerarenopleidingen in het hbo, maken dat niet de beste leerlingen leraar worden. In Finland bestaat geen havo. Iedereen die leraar wordt heeft dus “vwo”, en alle lerarenopleidingen zijn universitair. Het lerarenberoep heeft bijgevolg een hoge status en de Finnen denken zelf dat dit de belangrijkste factor is die Finland in ieder PISA onderzoek bovenaan doe belanden.

    3. René

      Hoi Frans,

      Ik ben werkzaam in het vo. Hier hebben we een driejarige brugperiode havo-vwo. Als docent voor een klas met 30 leerlingen is het moeilijk differentiëren. Momenteel heb ik het gevoel dat ik iedereen te weinig bedien.

      In klas 2 is mij vaak al duidelijk wie uit het hout is gesneden voor havo, en wie voor vwo. Ik ben blij als we hier de derde brugklas afschaffen. Twee mag ook wel weg.

      1. Martin

        Zo, nu horen we het van iemand uit de praktijk. Door curriculum.nu wordt gewoon beweerd dat het beter is als iedereen tot het 15e jaar bij elkaar blijft. Het onderwijs heeft dus meer dan een decennium nodig om te zien wat de capaciteiten zijn van een kind? Laat mij niet lachen.

        Volgens curriculum.nu moeten de kinderen vooral “brede vaardigheden” leren. Terwijl in het nieuws is dat steeds meer kinderen niet kunnen lezen. Het gaat om basis vaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen. Pas als je een solide basis hebt kun je verder gaan.

        Ik vertrouw dat curriculum.nu helemaal niet. Ik heb altijd al een bloedhekel gehad aan het Middenschool idee. Het onderwijs moet de ontwikkeling van talent stimuleren. Aan een socialistische eenheidsworst hebben we niets.

  13. sara

    Sociale en andere media, aangevuurd door commercie, waardoor de miljardairs nog meer geld verdienen en nog minder belasting betalen, leiden tot cultureel verval. Onherroepelijk. We zijn in de eeuw gekomen van het algoritme. De superrijken gaan straks uit verveling op vakantie naar de maan, maar onze kleinkinderen kunnen amper lezen.
    Als deze miljardairs ook nog eens het sociaal-darwinisme aanhangen of fan zijn van Ayn Rand, dan ligt de verelendung op de loer. Zie Angola. En, wat hebben we het gezellig met z’n allen in Davos …
    Ik zeg niet dat Marx alsnog gelijk gaat krijgen, want van al zijn voorspellingen is tot nu toe niets terecht gekomen. Het zal waarschijnlijk nog veel erger worden, voordat het tij keert. Dat is mijn enige optimisme.
    Toen ik kind was, waren we arm. Ik had slechts een paar boekjes en een teddybeer met een arm.
    Die boekjes heb ik grijs gelezen. De woordjes gingen leven. Was dat achteraf gezien een geluk?

    1. FrankB

      “want van al zijn voorspellingen is tot nu toe niets terecht gekomen.”
      Jawel hoor, hij voorspelde economische schaalvergroting zoals we die terugzien in multinationals. De toenemende inkomensongelijkheid in veel westerse landen, zoals die de afgelopen 40 jaar heeft plaatsgevonden (oa in Nederland; zoek de Gini-index maar op) zal hem evenmin hebben verbaasd, al is zijn voorspelde Verelendung wel van een andere orde.

      https://www.rollingstone.com/music/music-news/marx-was-right-five-surprising-ways-karl-marx-predicted-2014-237285/

      Tot Marx’ grote missers behoorden uiteraard de aard van de komende revolutie en de dictatuur van het proletariaat. Toen hij daar tijdens het Haagse Congres van de Eerste Internationale van 1872 door Bakunin op gewezen werd schopte Marx Bakunin eruit. Eigenlijk was dat ook een voorspelling die uitkwam, want zowel na de (tweede) Russische Oktober Revolutie als tijdens de Spaanse Burgeroorlog pakten marxisten (leninisten, stalinisten) als eersten hun concurrenten de sociaal-democraten, anarchisten en andere linkse afwijkelingen op. Het is in Nederland nauwelijks bekend dat het marxistisch-leninistische bewind in 1918 nog een hele reeks opstanden en pogingen tot revolutie moesten onderdrukken (Kronstadt is de bekendste) of dat er vrije verkiezingen waren in ik meen december 1917. Dat was een voorspelling van Bakunin die uitkwam. Lees ook George Orwell’s Hommage to Catalonia.

      1. sara

        Dank voor je reactie.
        Ik schreef: ‘van al zijn voorspellingen …’. Ik had beter kunnen schrijven: ‘van al zijn belangrijke voorspellingen is niets ….’
        Hierbij doel ik o.a. op een groeiende klassentegenstelling en de verdwijning van de middenklasse in maatschappijen met een markteconomie; op de absolute verarming van de werkende klasse (Marx update niet altijd zijn statistieken, bijv. die van het arbeidsloon …); op de onvermijdelijkheid van de proletarische revolutie; op de onvermijdelijke daling van de winstmarge, hetgeen zou moeten leiden tot de ineenstorting van de kapitalistische economie; op zijn idee dat de markt de vooruitgang van de techniek zou afremmen – niets bleek minder waar.
        Een revolutie die misschien het dichtst die van de door Marx bedoelde benaderde, was die in Polen (1980- 1981): de beweging van industriele arbeiders, in de steek gelaten door de intelligentsia, tegen de staat, de grote uitbuiter, nota bene een socialistische staat.

        1. FrankB

          Ik vind schaalvergroting van bedrijven en toenemende inkomensongelijkheid nogal belangrijk. In het algemeen lijkt mij het sociologische aspect van de (liberaal-)kapitalistische samenleving van Marx’ analyse het enige dat nog enig belang wekt. En voor die inzichten kunnen we tegenwoordig net zo gemakkelijk elders terecht, bijvoorbeeld bij

          https://en.wikipedia.org/wiki/The_Spirit_Level_(book)

          Voor een oude sok als ik leest dit boek als een blauwdruk voor het partijprogramma van de PvdA; het tekent de verrechtsing in Nederland dat die partij er nauwelijks van op de hoogte lijkt te zijn.

          Marx’ filosofie, economische theorie en politicologie horen al decennia lang in de prullenbak.
          Fun fact voor wat betreft de voormalige marxistische staten in Europa: de inkomensongelijkheid daar was groter dan in West-Europa. Wie het tegendeel beweert vergeet altijd buitenhuisjes, vakanties, dienstauto’s en andere bonussen in natura mee te rekenen, die door de partij werden betaald. Walter Krämer van het Lexicon van Hardnekkige Misverstanden meldde in 1995 dat hij in de BRD ongeveer 1,8 maal zoveel verdiende dan zijn medewerkers, maar zijn Chinese collega’s drie- tot zesmaal.

          1. Martin

            Inkomensongelijkheid in marxistische landen: zo cynisch is dat communisme dus. Erst kommt das Fressen, dann die Moral. Lenin wilde het Tsarenrijk opblazen, die arbeiders interesseerden hem niet.

            1. Je moet die Walter Krämer ook eens googelen voor de grap. Aangepakt wegens plagiaat, berucht om rechtspopulistische uitspraken, overtuigd aanhanger van AfD. Niet de eerste bron waar ik op zou vertrouwen.

  14. Knotwilg

    Mag ik toch één hoopgevende gedachte opperen?

    Toen de lineaire algebra doorbrak, konden hele bladzijden van Galilei plots op één lijn en werd fysica danig gedemocratiseerd.

    Met de doorbraak van het Internet, ondanks betaalmuren en andere onvolkomenheden, is iets gelijkaardigs gebeurd op grote schaal. Ik ben (soms weer niet) van plan mijn eigen licentiaatsthesis te herschrijven. Waar ik 20 jaar geleden een calvarie langs bibliotheken moest maken om aan de nodige (voor)kennis te geraken, staat die nu ruim voorradig én helder geformuleerd op Internet.

    Onlangs heb ik mijn kennis over Fouriertransformaties heropgefrist dankzij 20 schitterende minuten op youtube van 3Blue1Brown, die nieuwe visualisatiemethoden inzet om inzicht fundamenteel te vergroten.

    Dat onze kennisinfrastructuur afbrokkelt, is dus wel een beetje een pessimistische kijk op de zaak. Maar dat er overmatige aandacht is voor leukigheid, dat ben ik wel met je eens.

    1. FrankB

      U spreekt JonaL niet echt tegen. Het is zonder meer waar dat internet grote hoeveelheden kennis gemakkelijk toegankelijk heeft gemaakt. Nieuwsgierige aagjes als ik kunnen er eindeloos gebruik van maken.
      Maar.

      1. JonaL heeft het over de kennisinfrastructuur van ons dagelijks leven, dus het onderwijs en de traditionele media. Die brokkelt af.
      2. Dat heeft onder andere het volgende funeste effect: teveel mensen ontberen de basiskennis en de vaardigheden om op internet zin van onzin te scheiden.

      Voor een atheïst als ik is Jezusmythologie een mooi voorbeeld. De populariteit van Kenneth Humphreys’ Jesus never existed, de blogs van Richard Carrier, laat staan onzin als die van René Salm (een pianostemmer in een leunstoel die archeologie beter beheerst dan gekwalificeerde archeologen) en de malloten die Julius Caesar gelijk stellen aan Jezus van Nazareth (oa wegens de initialen) is voor mij onverklaarbaar. Ik begrijp de aantrekkingskracht wel, die heb ik ook ondervonden. Maar wie bovenvermelde basiskennis en vaardigheden bezit raakt daar toch binnen een paar maanden van genezen? Toch is er op Freethinker forum (de naam!) een hele categorie “Jesus never existed” met zooi dat het niveau van het het belabberdste Jonge Aarde Creationisme niet overstijgt (geen links, want ik probeer intellectuele vervuiling te vermijden).

      Dit voorbeeld is maatschappelijk nauwelijks relevant. Maar er is een hele reeks onderwerpen te bedenken waarbij deze onkunde, onwil, onnozelheid en klunzigheid ronduit funest is. Ik ben het met JonaL volledig eens dat wetenschappers van alle vakgebieden hun verantwoordelijkheid moeten nemen om hier iets aan te doen.

  15. Leuk interview bij Frits Spits, Jona. Ik ben het er volledig mee eens. Het onderwijs verschraalt, de taalkennis van het Nederlands gaat achteruit en de zin in lezen van de scholieren is enorm gekelderd. Op de ‘treurbuis’, zoals ‘wijlen’ (ook een woord dat ik praktisch nooit meer hoor) Gerrit Komrij de televisie noemde, niets dan oppervlakkigheid (De slimste mens met de onderuitgezakte Van Rossem, Hier komen de Van Rossems). Het journaal is van een bedroevend mindere kwaliteit dan het Duitse en het Vlaamse. Vóór het internettijdperk placht ik de wetenschaps- en de literatuurbijlagen van de kranten waarop we geabonneerd waren te bewaren. Nu is het peil van deze bijlagen zo oppervlakkig geworden en is zodanig gericht op ‘lifestyle’, dat ik veel minder zin in heb om al die onzin te lezen, laat staan te bewaren.

    Dan zijn er nog een aantal fenomenen in het taalgebruik ingeslopen waaraan mijn vrouw en ik ons enorm ergeren:
    – de ‘haar’-ziekte, het bij een onzijdig woord het vrouwelijk bezittelijk voornaamwoord gebruiken:
    Voorbeeld: ‘Het’ museum heeft ‘haar’ directeur ontslagen
    Dit zie je niet alleen in de spreektaal, maar ook in de schrijftaal.
    – de minachting voor de eigen taal door de hand over hand toenemende ‘verengelsing’, waarbij
    een van de meest irritante fenomenen is dat eerst een Engelse versie gegeven wordt gevolgd
    door ‘zeg maar’, waarna de Nederlandse vertaling volgt.
    – De ‘ei’ en de ‘ij’ die als een ‘aai’ worden uitgesproken. Voorbeeld: Zaai is gisteren met maai naar
    Laaiden geweest.

    Er is nog veel meer, maar wij moeten ons lijden maar in stilte verdragen.

    Nog één opmerking over de bibliotheken: daar heeft de verschraling misschien nog het meest toegeslagen. In de bib van Ede is de laatste tien jaren geen Engels of Frans boek meer te verkrijgen.

    1. FrankB

      Wow.
      Echt, wow.
      In het achterlijk geachte Oost-Groningen staan ook in kleine biebs nog wel een paar Engelse boeken. Frans niet.

      1. jacob krekel

        Dan Amstelveen. Een grote Engelse afdeling. Ook veel Frans en Duits (ziet er uit of het weinig gelezen wordt) . Twee kasten Spaans. En een Japanse en en Ivriet afdeling. En dat voor een dorp van niks, kleiner dan Ede.

        1. Roger Van Bever

          Dat maakt het echt zo wrang. In zo’n grote plaats als Ede zou je meer verwachten. Maar het is toch echt waar. Engelse boeken hebben ze wel.

      2. Dat wow snap ik in dit verband niet zo goed. Ede heeft ruim 100.000 inwoners. Engelse boeken zijn nog aanwezig, maar Duitse of Franse niet. Gelukkig ben ik niet afhankelijk voor mijn lectuur in deze talen, maar dat er een enorme verschraling is, valt niet te ontkennen. En ík acht Oost-Groningen niet achterlijk, Frank.

  16. Een puntje uit het wetenschapsbeleid dat weinig aandacht heeft gekregen. Aan de UvA zijn net als aan alle universiteiten promoties openbaar. De verdediging van een proefschrift is over het algemeen een formaliteit, want het proefschrift is al aangenomen. Het lekenpraatje is in mijn ogen heel belangrijk, want daarin moet de promovendus zijn onderzoek uitleggen aan een algemeen geïnteresseerd publiek en verantwoording afleggen over de besteding van tijd en geld. En dat toch al korte lekenpraatje van 15 minuten is nu teruggebracht tot 10 minuten.

  17. FrankB

    Soms ben ik dom. In mijn omgeving heb ik direct te maken met deze mensen en toch kost het me vandaag uren voor ik aan hen begin te denken.
    Wie twijfelt aan de instortende kennisinfrastructuur gelieve de volgende links te lezen.

    https://www.eenvoudigcommuniceren.nl/onderwijsinspectie-luidt-noodklok-toename-laaggeletterdheid-en-segregatie

    https://www.bibliotheekblad.nl/nieuws/nieuwsarchief/bericht/1000004605

    https://www.lezenenschrijven.nl/nieuws/het-aantal-jongeren-met-een-taalachterstand-de-feiten-op-een-rijr/

    Een betrokken wethouder vertelde in een toespraak dat voor de komende jaren in deze regio een toename van 12% naar 20% wordt verwacht. Ik kon een kreet van verbijstering niet onderdrukken.

  18. Martin

    @Jakob: ja, dat voorbeeld over Finland. Je mag alleen leraar worden als je vwo hebt gedaan. Als je het vwo niet haalt, dan moet je ander werk zoeken. U vindt dat blijkbaar beter dan een hbo opleiding voor leraren. Dat vind ik ook.

Reacties zijn gesloten.