Mijn energietransitie

Ik ben geboren uit zonnegloren. Die zucht van een ziedende zee is mij toen even ontgaan. Maar het was mei 1940 en prachtig mooi weer. Anders waren de Duitsers die oorlog toen niet begonnen.

In augustus scheen de zon nog stralend en het was dus behoorlijk warm. Mijn moeder had gehoord, dat je baby’s goed moest inpakken om te voorkomen dat ze zouden kouvatten en ik lag dus stevig ingebakerd in de wieg. Blijkbaar vertoonde ik tekenen van moeilijk ademen of zoiets, want mijn moeder raakte in paniek. En bij paniek rende ze naar de drogist. Dat was mevrouw Faber-Hazeloop in de Reinier Claeszenstraat. Bovengekomen – drie hoog – rukte ze me de muts van de kop, en verwijderde de dekens en andere warmtebronnen om mijn lijf. Ik ademde weer rustig en had mijn leven aan de drogist te danken.

Dat was dus mijn eerste kennismaking met energie, van de zon en de dekens. Thuis hadden we een kolenkachel, een haard, die ’s winters gezellig brandde. Rode vlammetjes achter micaruitjes. Vaak was de haard ’s morgens uit en dan was het behoorlijk koud. IJsbloemen op het raam in m’n kamertje. Mijn moeder haalde dan de uitgebrande kolen uit de la onderin de haard en maakte hem weer aan. Dat lukte meestal vrij snel, maar het duurde langer voordat de warmte zich echt verspreidde.

Kolen

De kolen lagen in een afgezet deel van de zolderkamer boven ons. Daar was geen elektrisch licht, dus als de kolen ’s avonds op waren, moest je met een kaars naar de zolder, de kolenkit vol scheppen en weer naar beneden dragen. Ook een koud karweitje, natuurlijk.

De voorraad kolen werd eens in het jaar door de kolenman aangevuld. Die kwam met een vrachtwagen vol zakken kolen voorrijden. De zakken werden één voor één naar boven gehesen met touw en blok en in de voorraadruimte leeggestort. Kolenmannen zagen er altijd zwart uit. Dat viel niet weg te poetsen.

We hadden nog wel meer energiebronnen thuis. In de eerste plaats was er in de keuken het gasfornuis. Vier pitjes, die eenvoudig aan te steken waren en waarop dan de soep, het gebakken ei of de stamppot werd gemaakt.

Verderop, op het aanrecht, stond een oliestel. Rood van kleur, met wat kraantjes waaraan je draaien kon. Er moest peterolie in, petroleum leerde ik later zeggen. Eerst met de klemtoon op de tweede e, later op de o. Die olie haalde je uiteraard bij de onvolprezen drogist.

Kachels

Er was ook een elektrisch kacheltje. Ook al rood van kleur. Het had de afmetingen van een grote aktetas en je kon het op één of twee staafjes met elektradraad laten branden. Voor de bijverwarming in de keuken, want behalve de haard in de huiskamer, was er nergens een verwarmingselement aanwezig. Ik herinner me dat er af en toe ook wel een rood staafje lak op dat kacheltje werd gelegd. Om te ontdooien, zachter te worden om te kunnen worden gebruikt voor het dichtlakken van iets. Wat precies, heb ik nooit kunnen achterhalen.

En we hadden natuurlijk kaarsen. Voor noodgevallen en met kerstmis. Over noodgevallen gesproken, we hadden toen ik kind was ook een knijpkat in huis. Daar moest je handmatig met regelmaat in knijpen, dan kreeg je licht. Een soort zaklantaarn dus, waarvoor geen batterijen nodig waren.

Op school, de lagere school dus, stonden in elk klaslokaal grote, zwarte ijzeren kachels, rondom omgeven door een manshoog hek. Die kachels werden gestookt met turf. Als je je best had gedaan of eerder klaar was met een werkje dan de rest van de klas, mocht je wel eens zo’n turf onderin de kachel naar binnen schuiven. Heel verantwoordelijk werk!

Straatverlichting

Op straat had je lantarenpalen. Die gingen met ijzeren regelmaat aan en uit. In de oorlog was het ’s avonds om acht uur uit met de pret. Dan moest de stad verduisterd zijn om gaan bommenwerpers aan te trekken. De gordijnen voor de ramen moesten dan natuurlijk ook stevig gesloten worden.

Na de oorlog werd hier en daar geëxperimenteerd met een nieuw soort lampen. Neonlicht gaven die, een beetje geel gekleurd. Ik herinner me ze op de Overtoom te hebben gezien. Later nooit meer iets van gehoord, geloof ik.

Gasmuntjes

Het geheel van de energievoorziening in de jaren veertig en waarschijnlijk ook deels wel vijftig, werd geleid door het GEB, het Gemeentelijk Energiebedrijf. Die hadden overal op straat geheimzinnige palen en bouwsel waar je niet aan mocht komen, want er stond hoogspanning op. Het bedrijf zelf was gevestigd in de Tesselschadestraat. Daar moest je heen als je een aansluiting wilde of als er problemen met de betaling gerezen waren. Een hele drukte daar, herinner ik me.

Thuis werd de betaling geregeld met een muntje in de gasmeter, die achter een klein gordijntje boven mijn hoofd aan de muur hing als ik in bed lag. In het grote, echte bed wel te verstaan, toen ik uit het kleine, roze geschilderde kinderbedje was gegroeid.

In die meter moest dus regelmatig een muntje worden gegooid die je bij een winkel kon kopen. Of misschien was het bij de man van de gasmeter, die eens in de maand langskwam om het bakje met de muntjes te legen. Maar wat nou als er ’s avonds geen muntjes in huis waren? Dan was er een oplossing. Je nam een kwartje en sloeg daar met schroevendraaier en hamer een driehoekje uit. Dan hadden ze precies de afmetingen van het gasmuntje en pasten prima in de meter. En dan had je weer licht. Alleen, als de man van de gasmeter kwam, moest je wel bijbetalen. Want een gasmuntje kostte meer dan een kwartje.

Centrale verwarming

Van de lagere school naar de H.B.S. We schrijven inmiddels 1952. Niemand heeft me in die tijd ooit verteld dat het gebouw van de H.B.S. het befaamde Huis van Coymans was, in de zeventiende eeuw gebouwd door de niet minder begaafde architect Jacob van Campen. Nou ja, de voorgevel dan, want de rest van het gebouw moest geheel worden vernieuwd. Mijn vader vertelde wel eens, dat die achterbouw in de jaren twintig in z’n geheel was ingestort. En hij kon het weten, want z’n broer Jan was toen opzichter bij de telefoondienst die de telefoonleidingen moest aanleggen

Het gebouw had centrale verwarming! In elke klas en hier en daar ook op de gangen, meen ik, een radiator. Als je ’s morgens met een zeiknatte broek door de regen bij het fietsen aangekomen was, kon je snel voor de eerste les begon tegen de verwarming aan gaan staan en je broek laten drogen. Wel zo’n prettig gevoel!

Die centrale verwarming werd verzorgd door meneer Van Leeuwen. Dat was de stoker dus, maar als hij geen kolen in de verbrandingsoven moest scheppen waren er wel andere karweitjes voor hem in de school te verrichten. Eigenlijk was hij een soort hulpconciërge, een collega van de conciërge, meneer Hadders, die overigens gymnastiekkampioen was geweest en in weekends nog regelmatig gebruik maakte van de ringen in de gymnastiekzaal. Van Leeuwen had bij de bevrijding in Normandië meegevochten in het Engelse leger en hij had een prachtige bariton. Op schooluitvoeringen klonken dus altijd sonore Engelse liederen.

Oliekachel

Als student, kamer op de Baarsjesweg aan de Wiegbrug, was het weer olie dat de klok sloeg. Een olietankje op het balkonnetje, leiding naar binnen naar de zwarte, ronde oliekachel. De olie haalden we in een draagtankje bij de drogist op de De Clerqstraat. Daarmee was de kamer, later de twee kamers, zelfs de drie kamers, die we van meneer Jongert huurden, goed te verwarmen. Behalve op die ene kerstavond, ik denk in ’59. Toen was het zo immens koud, dat we naar mijn aanstaande schoonmoeder moesten vluchten.

In het eigen huis in Noord, 1968, de IJ-tunnel was net geopend, lag een olietank in de tuin. Die werd eens in het jaar gevuld totdat er een scheurtje in de tank was gekomen. De halve tuin onder de olie. Het fraaie, witbestamde berkenboompje gaf de geest.

Niet lang daarna verordonneerde het stadsdeelbestuur dat alle tanks met zand gevuld moesten worden en niet meer gebruikt mochten voor de verwarming. Het zal wel gas geworden zijn. Dat weet ik eigenlijk niet precies meer. Daarna waren al mijn woningen centraal verwarmd. Gas natuurlijk en ik maakte me nergens druk om. Een autoloze zondag was kennelijk een keer nodig. Niet veel van gemerkt. Wandelen in de IJ-tunnel was voor sommigen een pretje.

Kernenergie

Aan de horizon dook de kernenergie op. Wij wisten wel dat je dat moest tegenhouden. Miljoenen mensen gedood en beschadigd door de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. “Tu n’as rien vu, à Hiroshima.” En de kerncentrales: die lekten!

Maar nu is er een nieuw probleem aan de orde: de opwarming van de aarde. Kernenergie zou (een deel van) de oplossing zijn.

Maar wacht eens eventjes. Kernenergie, zoals erover gesproken wordt, gaat over kernsplijting. Die goeie, ouderwetse kernsplijting van de atoombom. Maar er is iets anders in ontwikkeling: kernfusie!

Toen ik op m’n vijfenzestigste mezelf pensioen heb gegeven, heb ik een partijtje gegeven in de Schellingwouderkerk en daar hield een assistent van een Utrechtse professor, die ik eerder in Paradiso had gehoord, een uitgelezen verhaal over kernfusie. Wel energie, geen gevaarlijk afval. Onderzoekscentrum in Zuid-Frankrijk. Resultaten in 2045 of daaromtrent.

Daarop dus heb ik mijn hoop gevestigd. Afwachten maar. Ik maak het niet meer mee.

[Op mijn uitnodiging om met enkele gastbijdragen dit tot een min of meer coronavrije ontmoetingsplaats te maken, ging ook Henk Ras in. Dank! Meer gastbijdragen zijn welkom.]

27 gedachtes over “Mijn energietransitie

  1. Dirk

    Ik denk wel eens dat uw generatie (mijn ouders en grootouders) de wereld meer zag veranderen dan eender wie ervoor.

    1. jacob krekel

      @Dirk. In de 20e eeuw is heel veel veranderd, Maar als je de eeuw in vier kwarten opdeelt, dan is volgens mij de verandering in het derde kwart het minst en in het eerste kwart het grootst geweest. Na de eerste wereldoorlog was de maatschappij die daarvoor had bestaan, weg, En het tweede kwart, met crisis en tweede wereldoorlog was ook niet mis. Zoiets ingrijpends heb ik in de 20e eeuw niet meegemaakt. Het zou kunnen dat ook het eerste kwart van de 21e eeuw achteraf als gigantische verandering zal worden gezien, en dat verwacht ik wel geheel mee te maken

      1. FrankB

        WO2 was zeker niet mis, maar In Nederland veranderde er uiteindelijk niet zoveel – rond 1950 leek de samenleving weer sprekend op die van begin 1940.
        Grote probleem is natuurlijk hoe je verandering wilt meten. Anders zijn de termen meer, heel veel, minst, grootst en gigantisch alleen maar natte vingerwerk.

  2. jacob krekel

    Een heel herkenbaar verhaal, zij het dat ik nooit in een ouderlijk huis met CV heb gewoond. Ik vond dat overigens maar een verwarrende naam. In ons huis, met een (gas)haard, werd er vanaf één centrale plaats verwarmd. Itt de “centrale” verwarming die met zijn panelen een huis op veel verschillende plaatsen verwarmde.
    Ik hoor al 50 jaar lang dat er over 15 jaar een gecontroleerde kernfusie zal zijn. En nu zitten we dus zo te zien op over 25 jaar. Mooie vooruitgang. Maar gelukkig, na even zoeken lees ik dat de planning is dat in Zuid Frankrijk er in 2035 gecontroleerde kernfusie zal zijn, zodat we nog steeds op 15 jaar zitten. De stip op de horizon.

    1. Martin

      Ik zag onlangs op TV een rapportage over ITER. Dat zag er nogal hopeloos uit. Het idee van magnetische opsluiting van het plasma lijkt simpel, alleen blijkt dat in de praktijk onmogelijk door instabiliteiten, waardoor de fusie stopt.

    2. FrankB

      In aanvulling op Martin: magnetische opsluiting van plasma is nodig omdat kernfusie alleen optreedt bij zulke hoge temperaturen dat elk omhulsel er meteen aan gaat. In de 40+ jaar dat ik over kernfusie hoor is er in dit opzicht, voor zover ik weet, geen enkele vooruitgang geboekt. Dus ik geloof niet in die 25 jaar en al helemaal niet in die 15.

  3. Rob Duijf

    Wat een leuk verhaal! Ik ben van nogal wat jaargangen later, maar veel van wat u beschrijft, komt mij bekend voor waarbij nostalgische gevoelens omhoog pruttelen. Ik keek op mijn buik liggend voor de gloeiende kolenhaard door de ruitjes. Daar speelde zich een betoverend lichtspel af, waar ik uren naar kon kijken met de warme gloed op mijn wangen. Het is o vcerigens een zegen dat we daar niet meer van afhankelijk hoeven te zijn.

    (…) een oliestel (…) met wat kraantjes waaraan je draaien kon.

    Ik denk dat u met die ‘kraantjes’ de knoppen bedoelt, waarmee de kousen hoger of lager gedraaid konden worden. Ik heb nog twee van die ‘vintage’ stellen. Er staan plantjes op.

    1. Ik heb een petroleumstelletje, een jaar of 10 geleden gekocht in een winkeltje met ongelofelijk ouderwetse artikelen, in gebruik om stoofvlees te stoven, omdat mijn kleinste gaspit nog te veel hitte afgeeft om het pannetje heel kalm aan de kook te houden.

      Met zogenaamde reukloze lampolie, die gelukkig toch nog wel een beetje fijn naar petroleum ruikt, komt ook altijd de herinnering op aan het zomerhuisje van mijn jeugd. Daar werd dan bouillon op getrokken voor de soep.

      1. Rob Duijf

        Wat leuk Lotti! Ik heb ook nog een klein stelletje met één pitje dat in de jaren zestig op het aanrecht in mijn ouderlijk huis stond, in de Stijlkleuren kanariegeel, grijs en zwart. Daar kun je prima perculatorkoffie op brouwen, of mokka in een koperen kannetje… Doet het voortreffelijk op lampenolie.

      2. Rob Duijf

        “Dat vereist internationale samenwerking en bewustzijn”
        Opmerkelijk, want als er nou één terrein is waar uw geliefde “wij zijn zelf het probleem en moeten zelf ook de oplossing zijn” van toepassing is, dan hier wel.

        Als je citeert, moet je wel volledig zijn. Ik zei namelijk ook, dat we boven ideologische verdeeldheid en eigen belang moeten uitstijgen.

        Zoals je je wellicht herinnert, is mijn stelling dat er pas sprake is van samenwerking als er geen verdeeldheid is en dat is een kwestie van bewustzijn. Dat bewustzijn begint bij het individu en dat ben jij. Als de kwaliteit van jouw bewustzijn verdeeld is, dan is je handelen verdeeld en breng je verdeeldheid voort. Van politiek en godsdienst heb je niets verwachten, want dat zijn producten van verdeeldheid en die houden de verdeeldheid in stand. Wie echter in dezelfde richting kijkt, kan samenwerken.

        ‘Hebt u zich al eens afgevraagd wat u er persoonlijk voor over hebt om hier onder uit te komen?’

        Ten eerste heb ik geen enkele behoefte om mezelf hierover op de borst te trommelen, Frank. Ik ben niet maatgevend. Ik ben me bewust van mijn beperkingen. Het is ook helemaal niet interessant om je te spiegelen aan wat een ander doet. Het gaat er om wat jezelf kunt doen.

        Ten tweede kun je helemaal nergens onder uitkomen, want het simpele feit dat je er bent, laat een voetafdruk achter. Je kunt je wel afvragen of je die voetafdruk zo klein mogelijk kunt houden. Dat is een kwestie van bewustzijn, maar dat is geen absoluut, maar een dynamisch gegeven. We zijn lerende wezens, we leren gedrag aan en als je er voor open staat, kan gedrag ook veranderen.

        ‘En als we op internationale samenwerking gaan zitten wachten komt er nog veel minder van terecht, gegeven de manier waarop de internationale politiek is ingericht.’

        Uiteindelijk blijkt, dat we het op dit punt eens zijn en met bovenstaande hoop ik duidelijk beargumenteerd te hebben waarom.

  4. Rob Duijf

    ‘(…) kernfusie. Wel energie, geen gevaarlijk afval.’

    Dat is niet helemaal waar. Weliswaar zit je bij kernfusie niet opgescheept met jarenlang radioactieve splijtstof waar je een heleboel vervelende dingen mee kunt doen, maar het reactorvat waarin de fusie plaatsvindt, wordt door straling wel degelijk radioactief.

    Overigens is het werkelijke probleem natuurlijk onze energieconsumptie, wat je in ‘het westen’ ook wel een niet te stillen energiehonger mag noemen. Het gaat dus niet alleen om schone energieopwekking, maar meer nog om efficienter en bewuster energiegebruik.

    Welvaart is een synoniem voor consumptie geworden. We zijn met bijna 8 miljard mensen, waarvan een relatief klein deel in hoog tempo alle aardse voorraden naar zich toe trekt. Dat noemen we dan welvaart en we kunnen het de rest niet ontzeggen. Aangezien er niet zoiets als duurzame consumptie bestaat, hoef je geen helderziende te zijn om te beseffen dat dat helemaal niet kan, omdat we maar een aarde hebben…

    We zullen dus enerzijds onze definitie van welvaart moeten herzien en op radicaal bescheidener voet moeten gaan leven, anderzijds zal de wereldbevolking moeten krimpen door geboortebeperking en de garantie van sociale zekerheid. Dat vereist internationale samenwerking en bewustzijn om boven ideologische verdeeldheid en eigenbelang uit te stijgen.

    1. jacob krekel

      @rob duijf
      “Aangezien er niet zoiets als duurzame consumptie bestaat, hoef je geen helderziende te zijn om te beseffen dat dat helemaal niet kan, omdat we maar een aarde hebben…”
      De spijker op de kop. En nu is er de kans om die spijker echt goed te raken. Met dank aan COVID, want daarzonder was die kans veel kleiner geweest.
      Als dat lukt dan is het eerste kwart van de 21e eeuw ingrijpender dan heel wat andere kwart-eeuwen.
      Ik bid dat dit lukt, maar als protestant weet ik dat God het liefst werkt met de handen van mensen

      1. FrankB

        Fraaie woorden. Wat hebben uw eigen handen de laatste pakweg 50 jaar in dit opzicht voor werk verricht? Hoe vaak hebt u op partijen gestemd die als hoofddoel hadden de nationale consumptie op te schroeven – hypocriet genoeg niet in woorden, maar wel met hun beleid? Hebt u uw inkomen verminderd? Van overbodige luxe afgezien of die de deur uitgedaan? Of hebt u, net als vrijwel iedereen, uzelf gerustgesteld met alle gebruikelijke smoesjes die in de psychologie zo netjes zijn gedocumenteerd?
        Of in Bijbelse termen – wat hebt u gedaan aan de balk in uw eigen oog? En was dat genoeg? Het antwoord daarop kan ik alvast verklappen – nee. Door simpelweg in Nederland te wonen doet u (en dus ook ik) al niet genoeg. In termen van bv. de ecologische voetdruk is het in dit land vrijwel onmogelijk overbelasting te vermijden.
        Met COVID acht ik de kans overigens nog steeds erg klein. Maar ik vind dat geen reden om helemaal niets te proberen. Dus: wanneer wordt het “weten” in uw laatste zin ook “doen”?

        1. jacob krekel

          U schrijft over zaken waar u helemaal niets van weet. U weet helemaal niet wat ik doe of laat, en dat wil ik, gezien de toon van deze bijdrage, graag zo houden.

      2. Rob Duijf

        ‘En nu is er de kans om die spijker echt goed te raken.’

        Maar wie gaat dat doen, Jacob? Gaan we die klap zelf uitdelen, of pakken we straks de draad weer op, ‘business as usual’?

        In tijden van crisis pakt het leven ons bij de lurven. Het kan zijn dat we daardoor wakker worden geschud en dat we vraagtekens gaan plaatsen bij onze manier van leven en onze vermeende zekerheden, wanneer ons vertrouwen op de proef wordt gesteld en we ons gaan afvragen wat de zin van dit alles is. Het kan zijn dat we vervolgens weer in slaap sukkelen, tot de volgende ramp zich aandient en een klap op de draaitafel geeft, waardoor ons naaldje even uit de grijsgedraaide groef springt en een ander geluid laat horen.

        Kortom, duurzame verandering komt uit onszelf voort, als we bereid zijn kritisch naar onszelf te kijken en geen steen op de andere te laten.

    2. FrankB

      “We zijn met bijna 8 miljard mensen.”
      Dat is het werkelijke probleem; te hoge energie consumptie is daar een gevolg van, evenals een paar andere heel onaangename zaken.

      “Welvaart is een synoniem voor consumptie geworden.”
      Zoals ik op de blog van Richard Kroes al schreef, eind jaren 1980 besloot ik daar in mijn persoonlijk leven iets grondigs aan te doen. Dat was niet altijd even gemakkelijk, omdat Nederland heus wel een vrij land is, maar bepaald niet vrij van sociale druk. Wie de normen en waarden van onze consumptiemaatschappij afwijst wordt op vele manier, gedwongen is te sterk uitgedrukt, maar “gestimuleerd” zich aan te passen.

      “Dat vereist internationale samenwerking en bewustzijn”
      Opmerkelijk, want als er nou één terrein is waar uw geliefde “wij zijn zelf het probleem en moeten zelf ook de oplossing zijn” van toepassing is, dan hier wel. Hebt u zich al eens afgevraagd wat u er persoonlijk voor over hebt om hier onder uit te komen? En of dat “radicaal bescheiden” genoeg is? Ik wel, al sinds enkele decennia. Op de eerste vraag heb ik een antwoord gevonden (heel wat meer dan de meerderheid in dit land); het tweede luidt ook in mijn geval “nee, niet genoeg” en dan heb ik het er nog niet eens over dat “persoonlijk er voor over hebben” en “in staat zijn in mijn leven daadwerkelijk door te voeren” ook nog eens in negatieve zin flink verschillen.
      Dat is voor mij alleen maar reden zo goed mogelijk mijn best te doen, maar een optimist kan ik onmogelijk zijn. En als we op internationale samenwerking gaan zitten wachten komt er nog veel minder van terecht, gegeven de manier waarop de internationale politiek is ingericht.

      1. Rob Duijf

        Jazeker Martin, we leven in een demokratie. ‘Welvaart herzien’ is dan ook geen kwestie van een ander iets opleggen of van een ander iets afdwingen. Het is een zaak van bewustzijn en dat begint bij jezelf.

        In onze demokratie is partijpolitiek de sturende factor. De enorme problemen waar we mee te maken hebben, vragen om eenheid, maar die eenheid is feitelijk niet, omdat we verdeeld zijn. Partijpolitiek bestaat bij de gratie van de verdeeldheid en houdt die verdeeldheid in stand. Anders gezegd: eenheid is het einde van partijdigheid. Ik denk niet dat ik daar in Den Haag de handen voor op elkaar krijg…

        Partijpolitiek wordt door mensen voortgebracht en in stand gehouden. Zo hebben we dat nu eenmaal geleerd. We zijn zo geconditioneerd dat we dat normaal vinden. We zijn ons er niet van bewust dat die verdeeldheid uit onszelf komt. We hebben nooit geleerd om daar echt kritisch naar te kijken. Wat gebeurt er echter wanneer jijzelf niet langer verdeeld bent? Wat zegt dat over de kwaliteit van jouw handelen?

        Als je je daarvan bewust bent, krijgt ‘welvaart herzien’ een andere betekenis. Dan wordt het niet van boven aangestuurd, maar ontstaat het van beneden uit bewustzijn. Dat is geen ideaal, maar iets wat je hier en nu kunt realiseren.

        1. Martin

          Er zijn altijd grote verschillen geweest in de sociaal-economische posities van verschillende mensen. Dus de belangen verschillen dan ook. Een wettelijk minimum loon is duidelijk alleen relevant voor de laagste inkomens. Daarom zijn er politieke partijen.

          1. Rob Duijf

            Zeker, die verschillen zijn er, maar de politieke partijen gaan die niet opheffen. Die verschillen zijn er, omdat wij ze creëren en in stand houden. Mijn punt is dat we ook voor elkaar kunnen opkomen en elkaar kunnen helpen zonder daar politiek, godsdienstig of maatschappelijk stelling in te nemen. In een egalitaire samenleving is iedereen even belangrijk.

            We ontlenen financiële en mastschappelijke status aan de opleiding die we hebben genoten en de functie die we vervullen. Een putjesschepper mag zich echter een hernia werken voor een minimumloon, omdat we onze maatschappij zo hebben ingericht dat we het zelf niet hoeven te doen; daar hebben we geen tijd meer voor, want we moeten geld verdienen om onze welvaartswensen mogelijk te maken.

            We zijn zo vastgeroest dat we de vrijheid niet hebben om ons af te vragen of het ook anders kan. Zolang je in parlementaire stramienen blijft denken, verandert er niets wezenlijks. Je kunt echter ook jezelf kritisch tegen het licht houden. Verandering komt van onder, niet van boven…

            1. Martin

              “De opleiding die we hebben genoten”. Dat heeft veel te maken met de persoonlijke capaciteiten, en die zijn niet gelijk verdeeld. Gelijkheid en vrijheid gaan niet samen. Gelijkheid betekent onderdrukking.

              1. Rob Duijf

                ‘Gelijkheid betekent onderdrukking.’

                Als gelijkheid een ideologie is, kan het leiden tot onderdrukking, net zo goed als ideologische ongelijkheid en appartheid dat doen. Daar zijn bloedige revoluties uit ontstaan. Maar daar heb ik het hier niet over.

                We kunnen verschillen in onze persoonlijke capaciteiten. In die zin zijn we niet gelijk. Maar maakt jouw intellectuele begaafdheid en misschien ook wel jouw intelligentie, jou maatschappelijk beter of waardevoller dan een ander?

                Denk goed na.

  5. Martin

    @Rob: ik heb het niet over “maatschappelijk beter of waardevoller”, want daar bedoel je iets ethisch mee, ik heb het over de arbeidsmarkt. Als je mensen gelijk wil maken terwijl ze dat niet zijn, dan krijg je een dictatuur, Stalin en Pol Pot etc.

    1. Rob Duijf

      Dat snap ik wel, maar daar gaat het hememaal niet om!

      Het gaat er niet om mensen gelijk te maken – dat is ideologie! – maar of jij mensen als jouw gelijke kunt zien. In een sociale samenleving is ieder mens op zijn eigen niveau en met zijn eigen capaciteiten van belang, want we kunnen niet zonder elkaar.

      Onze arbeidsmarkt is een afspiegeling van onze maatschappij. Een standenmaatschappij hebben we niet meer, maar een klassenmaatschappij wel degelijk en die klassenongelijkheid neemt alleen maar toe. Zie bijv:

      (‘Meritocratie, op weg naar een nieuwe klassensamenleving?’ – Paul de Beer, 2016)

      Nederlanders halen hun neus op voor de slechtst betaalde banen, zoals schoonmaakwerk. Tegelijkertijd geven we af op de Polen, Afrikanen c.s. die hier onze rotzooi komen opruimen. We hebben geen flauw benul meer van wat samenleven betekent, want we hoeven onze handen er niet aan vuil te maken. Dan kun je wel zeggen dat jij thuis ook de stofzuiger pakt en de afwas doet, maar dat is klein bier.

      Als je niet wilt dat klassenongelijkheid leidt tot ideologische klassengelijkheid (waar je terecht voor waarschuwt) dan zul je die ongelijkheid op een andere manier ongedaan moeten maken. En dat, ik weet het, ik val in herhalingen, is toch echt een kwestie van bewustzijn en dat begint bij jezelf.

      De aanleiding van dit gesprek was overigens mijn opmerking over het herzien van onze welvaart. Wat is er op tegen om in te leveren ten gunste van anderen? Op die manier kun je ook nivelleren. Dat kan niet worden afgedwongen, maar je kunt wel zelf laten zien dat het anders kan, bijvoorbeeld door de keuzes die je maakt.

      Onze maatschappij is sociaal verziekt. Dat klinkt vreemd, want we hebben toch verworvenheden als sociale zekerheid? Dat is niet meer dan een schaamlap. Als we blijven vasthouden aan onze status van opleiding en inkomen verandert er niks. Onze maatschappij moet op de schop. De maatschappij zijn we echter zelf, dus ons bewustzijn moet op de schop. Dat geldt voor jou en in de eerste plaats voor mij.

Reacties zijn gesloten.